'Mei '68' en een jaar Sarkozy
Veertig jaar geleden werd de Sorbonne Universiteit in Parijs bezet. ‘Mei ’68’ was daarmee een feit. En één jaar geleden werd Nicolas Sarkozy gekozen als president van Frankrijk. Twee filosofen, vader en zoon Glucksmann, leggen het verband uit aan Sarkozy tussen deze twee gebeurtenissen. In het Algemeen Dagblad beschreef Frank Renout het boek en sprak met de schrijvers. André Glucksmann: 'Het idee dat er een erfenis van mei ’68 zou zijn, is een doorn in het oog van iedereen die mei ’68 zelf heeft meegemaakt. Alleen al het idee van erfgenamen: dat is juist zó anti-’68, toen tradities overboord werden gezet! Er is géén erfenis. En toch zie je dat het jaar 1968 nu gevierd wordt door mensen om zichzelf uit te roepen tot erfgenaam. Zelfs Daniel Cohn- Bendit, die het boek schreef Forget ’68, beweert dus dat hij degene is die dat mag zeggen; alsof hij de ware erfgenaam is, de enige die gerechtigd is om te zeggen: Nu is het voorbij.' Vader André en zoon Raphaël Glucksmann hebben een boek geschreven: Mei ’68 uitgelegd aan Nicolas Sarkozy. Dat is niet toevallig, want vader Glucksmann - de linkse filosoof - besloot vorig jaar de rechtse presidentskandidaat Nicolas Sarkozy te steunen. Vervolgens fulmineerde Sarkozy tegen de linkse intellectuelen van 1968. 'Sarkozy had deels gelijk,’ zegt Glucksmann senior. 'Hij verzet zich terecht tegen degenen die geen onderscheid meer maken tussen goed en kwaad, tussen waarheid en leugen. Dat zijn de postmodernisten van de generatie van mei ’68. Ze zijn vervallen in egoïsme en narcisme. Raphaël Glucksmann: 'Sarkozy richtte zich op het postmodernisme van ná 1968, maar er is een veel belangrijkere erfenis om mee af te rekenen: het Frankrijk van vóór 1968. De grote paradox is dat in Frankrijk mei ’68 wellicht het meest intens is beleefd, maar Frankrijk is ook het land waar de ideeën uit die tijd het minst hebben postgevat. Daarom hebben we het er nog steeds over. Door het egoïsme en de desinteresse in de politiek dachten de Fransen de afgelopen decennia: ‘Waarom zouden we wat doen aan de corruptie bij de werkgeversorganisaties, waarom zouden we een nieuw Europa opbouwen? Het interesseert me toch niets.’ Juist door het postmodernisme is het Frankrijk van vóór 1968 blijven bestaan.’ De échte macht ligt niet bij gekozen politici, maar bij de technocraten, het oppermachtige Franse ambtenarenapparaat. 'Toen Bernard Kouchner minister van Buitenlandse Zaken werd, nam hij misschien tien eigen nieuwe mensen mee. Maar de ambtenaren die het buitenlands beleid al maakten onder Chirac en Mitterrand bleven ook. Die zeggen: Kouchner blijft misschien twee à drie jaar, maar wij zitten hier al twintig jaar en blijven nog eens twintig jaar. Dát veranderen zou een echte omslag zijn: als gekozen politici weer het primaat krijgen boven tradities.’ Een jaar geleden zaten Raphaël en André bij een verkiezingsbijeenkomst van Sarkozy. Of hij de beloften van toen kan waarmaken? Raphaël: 'Sarkozy grabbelt wat bij alle ideologieën. Dat leidt tot een kakofonie aan politieke voorstellen. Daarom kan nu nog niemand voorspellen wat zijn beleid gaat opleveren.’ André: 'Sarkozy is natuurlijk ook een kind van ’68. Een president met twee echtscheidingen, zoals hij, was destijds onmogelijk geweest! Zijn beleid is nog tegenstrijdig en moeilijk te beoordelen. Maar we stemmen niet één jaar na de verkiezingen, maar ééns per vijf jaar. Na vijf jaar zal ik de balans opmaken.’ (Bron: www.ad.nl) (06.05.08)
Print dit artikel
|