|
|
De grens over
Huisdieren (animaux de compagnie) als honden en katten mogen de Franse grens over als ze ten minste drie maanden oud zijn, minstens 21 dagen daarvoor zijn ingeënt tegen hondsdolheid (rabiës, la rage), gezond zijn en waarvan de eigenaren in het bezit zijn van het EU-dierenpaspoort.
Hondsdolheid komt niet zo veel meer voor in Frankrijk. Om een hond of een kat naar Frankrijk te brengen (vakantie of 'invoeren'), geldt de verplichting dat het dier geïdentificeerd kan worden door een chip of een tatoeage. Quarantaine en ander dierlijk ongerief behoeven niet te worden geleden. Het Europese dierenpaspoort wordt afgeleverd door de dierenarts en levert het bewijs dat het betrokken dier is gevaccineerd tegen hondsdolheid en dat hij is geïdentificeerd door een elektronische chip of, voor een overgangsperiode, een tatoeage.
De dierenartsen adviseren om rabiësvaccinatie de eerste keer ten minste 21 dagen voor het vertrek te laten doen. Een dier jonger dan drie maanden mag het land niet in. Voor de invoer van meer dan vijf dieren (niet is gemeld of dat per persoon of per gezin is; het laatste wordt verondersteld) is een invoervergunning nodig, aan te vragen bij het Ministère de l’Agriculture et de la Pêche, Sous-Direction Santé en Protection Animales, Bureau de la Protection Animale, 251, rue de Vaugirard, 75732 Paris CEDEX 15. Tel. 0033 1 49 55 84 72, fax 0033 1 49 55 81 97. Bij de aanvraag moet men vermelden: naam/adres van de eigenaar en (vakantie)adres in Frankrijk, duur van het verblijf in Frankrijk en opgave van het aantal huisdieren (diersoort, ras, leeftijd, tijdelijk of definitief verblijf).
Zogenaamde aanvalshonden of ‘stoere’ hondenzonder stamboekpapieren en die uiterlijk lijken op American Staffordshire Terrier (pit-bull), Mastiff (boer-bull) en Tosa mogen het land niet in. Waak- en verdedigingshonden van het zuivere ras American Staffordshire Terrier, Rottweiler, Tosa en honden die lijken op het Rottweilerras mogen Frankrijk wel in, maar onder voorwaarden: • verplicht aanlijnen en muilkorven op de openbare weg en in openbare gebouwen; • eigenaar/houder moet ouder zijn dan 18 jaar en zonder strafblad; • eigenaar moet verzekerd zijn tegen wettelijke aansprakelijkheid. Bij definitieve of langdurige vestiging in Frankrijk moet de eigenaar aangifte doen op het gemeentehuis. In de praktijk wordt echter zelden gecontroleerd.
Ook paarden kunnen zonder veel problemen 'emigreren'. Voor vertrek moet men de RVV (Rijksdienst voor Vee en Vlees – nu Voedsel en Waren Autoriteit)) in de eigen regio bellen en vragen of er een ambtenaar langs kan komen om de paarden te bekijken en een 'loodje' in hun manen en/of staart te persen, waarmee ze op buitenlands transport kunnen. De VWA vergelijkt het paard met de papieren en controleert of de bij het paard ingebrachte chip (vraag de dierenarts ernaar) overeenkomt met het papier/afstammingsbewijs van het paard. Hij kijkt ook naar de gezondheidstoestand van het paard. Een schets is niet nodig als het paard definitief het land uit gaat.
In Frankrijk gelden weer andere regels. Het is verplicht dat paarden (en ook pony’s en ezels) worden geregistreerd en sinds 2008 moeten alle paarden zijn voorzien van een chip, aan te brengen door bevoegden van Haras nationaux of een daartoe uitgeruste dierenarts. Elke équidé (zeg maar paardachtige) komt in het centrale bestand SIRE, maar een paard met Nederlandse papieren hoeft niet te worden ingeschreven in Frankrijk. De identificatie bestaat uit een omschrijving van de natuurlijke kenmerken, zijn nummer in het centrale bestand en de uitgifte van een document d’accompagnement en een registratiekaart (carte d’immatriculation). Het signalement (relevé de signalement) van het in te voeren paard gaat naar de organisatie Les Haras Nationaux (haras betekent stoeterij, paardenfokkerij), Direction de la filière Service des chevaux d’origine inconnues, BP 3, 19231 Arnac Pompadour CEDEX.
Gewonde vogels vervoeren In enkele departementen en regio's bestaat een afspraak tussen de Vogelbescherming (LPO - Ligue pour la Protection des Oiseaux) en de lokale diensten van France Express. Deze koeriersdienst verzorgt gratis het transport - via de gebruikelijke lijndiensten - van gewonde vogels naar het verzorgingscentrum van de LPO. Raadpleeg de site voor de 21 regionale kantoren of bel het landelijk kantoor te Rochefort (Charente-Maritime), 0546-821234 en daar vertelt men hoe het best te handelen. Er zijn zes verzorgingscentra (centres de sauvegarde) waar gewonde vogels kunnen herstellen, om vervolgens te worden vrijgelaten. Verspreid over Frankrijk bevinden deze centra zich te Straatsburg voor de Elzas (T 0388-696374), te Clermont-Ferrand voor de Auvergne (T 0473-270609), op het Île Grande voor de Côtes d'Armor/Bretagne (T 0296-919140), te Bègles (Gironde, Aquitaine, T 0556-262052), voor de Provence, Côte d'Azur en Alpes belt men 0490-745244 en voor de Midi-Pyrénées 0563-730838 (Labruguière, Tarn). In enkele regio's en departementen bestaan afspraken tussen de LPO en de koeriersdienst France Expresse. De koeriersdienst in de departementen waarmee afspraken bestaan, vervoert de gewonde vogel gratis naar het verzorgingscentrum. De vinder brengt de vogel in een doos naar het dichtstbijzijnde station van France Expresse en met de eerstvolgende lijndienst gaat de vogel mee. Doe er een briefje bij met de eigen gegevens en waar de vogel is aangetroffen. |
Print dit artikel
Vreemde snuiters
In de zomer kennen de Nederlanders de lastige mug en de irritante wesp, guêpe op z'n Frans. In Frankrijk zijn er nog meer van die kwelduivels. Wat te denken van de frelons, de turbo-wespen en de minuscule oogstmijten (de aoûtats). Allemaal heel vreselijk. Maar er zijn in de talrijke apotheken van Frankrijk tal van middeltjes te koop.
Die 0,2 mm metende larven van de aoûtats, augustelingen (ook wel tique de vendange genaamd (NL: oogstmijt of herfstmijt), kunnen, als je daarvoor gevoelig bent, echt heel hinderlijk worden en tot vreselijke jeuk leiden. Met alcohol de belaagde armen en benen inwrijven zou ook helpen. In de handel is zo'n lotion te koop: Tiq'aoûta, helpt niet echt. Wat volgens sommigen wel helpt tegen de jeuk is mentholpoeder. De lucht van lavendel zouden de beestjes zeer onaangenaam vinden. Als de jeuk niet meer is te dragen helpt het smeren van Nestocyl of de Franse producten Apaisyl of Lelong. Het leed zou kunnen worden voorkomen door op de terreinen waar de met het blote oog niet waarneembare larven van de aoûtats (volwassen zijn het de kleine rode spinnetjes) leven, beschermende kleding dragen. Het uitbundig aanplanten van lavendel zou de beestjes weghouden. Het sproeien van het gras zou de larven van deze mijtachtige verdrijven en ook spuiten kan effectief zijn (met het middel dat wordt gebruikt ter bestrijding van de rode spinnetjes, een andere lastpost voor de Franse tuin). Tips: smeer polsen en enkels in met bijvoorbeeld citronella als je in de tuin gaat werken en er auotâts zitten. Als je eenmaal gestoken bent kun je het leed proberen te verzachten met iets heets - een lepeltje uit je kopje thee - tegen de plek te houden of er een tijdje iets kouds op te leggen. Het eerste kàn definitief werken, het laatste helpt voor een paar uur. Fransen raden aan om enkele keren per dag een heet bad te nemen en je in te smeren met kamferspiritus. Lichte troost voor de vele lijders: na enige jaren treurig krabben zou men resistent worden tegen deze vergissing van de schepping.
De frelons kunnen enkele malen steken. Verschijnselen: opgezwollen huid, jeuk en een zeer branderig gevoel. Kinderen moeten uit de buurt blijven van bloeiende lavendel. Een horzel, flinke vlieg die rond paarden vertoeft, heet een taon en kan naar steken.
Een mooi beestje, maar hij kan vernielingen aanrichten in het huis en de kippen het leven benemen: de steenmarter (fouine). De marter verzamelt overdag het voedsel buiten en wil soms graag binnen op zolder overnachten en daar ook vernielingen aanrichten. De fouine is een beschermd dier en mag niet worden gedood met een val of gif. Aan de sporen is te zien via welke 'toegang' het dier binnenkomt. Het afsluiten van die ingang is de enige oplossing om het beestje te ontmoedigen. Ook de vos (renard) is allerminst geliefd bij de plattelandsbewoners. De Franse chasseurs schieten hem het liefst onmiddellijk dood.
Bij het opknappen of restaureren van huizen komt veel kijken. Waar, anders dan bijvoorbeeld in Nederland, bijzonder op moet worden gelet, is de conditie van de balken van de dakconstructie. Termieten en andere insecten kunnen verwoestend te werk gaan. Er zijn daarom speciale bedrijven (traitement du bois) die een huis goed onder handen kunnen nemen en de termieten, boktorren en ander ongedierte bestrijden. Als binnen drie maanden na het ontvangen van de acte authentique (zeg het eigendomsbewijs van een huis) blijkt dat er termieten zijn, kan de vorige eigenaar voor de kosten van het bestrijden opdraaien.
Padden willen zich in de zomer nogal eens aanmelden aan de voordeur. Om onbegrijpelijke redenen willen die niet echt fraaie dieren (crapauds, heten ze in Frankrijk) naar binnen. Ze houden zich schuil in koele en vochtige plaatsen zoals de afvoer van de kraan buiten en bij de afvoer van de dakgoten. De dieren zijn nuttig, zij eten slakken, schadelijke insecten, rupsen. Honden moeten niet met padden gaan spelen, dat kan gevaarlijk zijn.
Een zeer apart diertje is de loir, in het Nederlands bij enkelen bekend als de relmuis of de zevenslaper. Het dier heeft iets van een eekhoorn en een rat. Eenmaal binnen, op zolder bijvoorbeeld, kan het dier enorme ravage aanrichten door verschikkelijk knaagpartijen. Sommigen vinden het wel een aardig beestje, zo blijkt uit een reactie: 'de relmuis kan lastig zijn maar slaapt toch echt zeven maanden per jaar. Wij hebben er namelijk ook een paar op zolder. Het lastige voor ons is in hoofdzaak de herrie die ze kunnen maken. Ze hebben nog niets vernield. Het is denk ik beter een advies te geven om je Franse huis zo dicht mogelijk te maken. Bij een huis en pierre de muren goed voegen bijvoorbeeld. Daarnaast kun je tot een verdeling van de woonruimte overgaan: de zolder of de schuur is van jullie en de rest van ons. De huizen in Frankrijk zijn over het algemeen stukken groter dan in Nederland. Als je dat geduldig en vaak genoeg aan ze uitlegt snappen ze het wel!', aldus een lezer van de site.
De loir lijkt wat op de lérot. De laatste is meer een rat en heet dan ook vaak rat fruitier, verzot als hij is op het eten van opgeslagen fruit in schuren en op zolders. De lérot (eikelmuis in het Nederlands) is beige van kleur en draagt een donker masker rond de ogen. Meestal komen de relmuizen eind mei/begin juni tevoorschijn om hun kabaal te starten.
Muizen kennen we ook in Frankrijk. De gewone huismuis dient met een muizenval te worden bestreden, want dit knaagdier is vrijwel immuun voor gifkorrels. En die kleine veldmuisjes, de brave mulots, doen niet veel kwaad. Gewoon buiten de deur zetten. Maar in de moestuin kunnen zij aardige tekeer gaan en aan de wortels van de tuinboon en sjalot gaan knagen.
Teken kunnen zeer vervelend zijn voor de hond, zelfs mensen moeten oppassen voor dit nare ongedierte dat in bossen en struikgewas voorkomt en vooral toeslaat in perioden met een hoge luchtvochtigheid. Midden in de zomer is de tique minder actief. In bepaalde streken kan besmetting door de teken bij de mens de ziekte van Lyme veroorzaken. Het is verstandig om jaarlijks daartegen een prik te halen. Voor de hond zijn er middeltjes die preventief werken, zoals het veel gebruikte Frontline. Men kan ook ellende proberen te voorkomen door de hond regelmatig te controleren na elke wandeling. Het is snel te merken wanneer de hond door een teek is belaagd. Hij wordt lusteloos. Als het dier het rood achter zijn ogen verlies en bleek tandvlees vertoont is hij ernstig ziek en zal zonder ingreep sterven. Het is dan zaak zo snel mogelijk naar de dierenarts te gaan (le vétérinaire). Treft men een teek aan dan moet deze niet met alcohol of ether worden verdoofd, maar in zijn geheel - door voorzichtig draaiende bewegingkjes met het insect te maken - uit de huid worden getrokken, met de hand of een pincet. Er zijn speciale pincets in de handel voor het uittrekken van teken.
Slangen zijn er ook, de niet giftige couleuvre (veldslang, ringslang) en de wel giftige adder, de vipère. Wordt men gebeten door een gevaarlijk slang dan is het uiterst raadzaam de dokter te bellen. Het slachtoffer moet gaan liggen en de beet moet worden gedesinfecteerd. Een ijsblokje op de getroffen plek kan verspreiding van het gif tegengaan, zeggen sommigen. Niet doen: proberen het gif weg te zuigen of een knevelverband aan te leggen. Maar het algemene advies luidt: niets doen, het gebeten lichaamsdeel vastzetten en als de wiedeweerga naar het ziekenhuis. Het gif doet er een etmaal over om zijn dodelijk werking te doen, dus er is tijd. Wie veel boswandelingen maakt doet er goed aan een kitje medicijn mee te nemen, verkrijgbaar in handzame formaten bij de apotheek. Handige injectiespuitjes met héparine kunnen nodig zijn bij een adderbeet. Overigens levert slechts 10% van adderbeten gevaar op voor de gezondheid en is de adder bang voor het mensengebroed. De zwarte adders (péliade) houdt van vochtige plekken om zich te verschuilen en de aspis (aspic) prefereert rotsachtige en warme schuilplaatsen. Adders zijn kleiner dan couleuvres en hebben een meer driehoekige kop in een V-vorm. De kop van de couleuvre, een slang die 1,80 meter lang kan worden, is ronder en ovaler.
Zeer lastig en ook levensbedreigend voor de hond kunnen ook de processierupsen (chenilles) zijn, niet zozeer de eikebladprocessierupsen uit Brabant die bij mensen een branderige jeuk kunnen veroorzaken, maar de dennenprocessierupsen. Zij 'nestelen' dus in dennen wat zichtbaar is aan die witte pluizebollen, de spinsels, aan de takken. In het voorjaar komen de rupsen 's nachts dagelijks naar beneden, lopen inderdaad in processie weg om voedsel te halen en keren 's morgens weer terug. De hond, maar ook de onoplettende mens die met de rupsen en zijn kwalijke brandharen in contact komt, kan daar zeer veel last van krijgen.
De hondenziekte leishmaniose of ook Leishmaniasis genoemd, wordt overgedragen door zandvliegjes; eigenlijk zijn het muggetjes die een parasiet overdragen, die de witte bloedlichaampjes kan aantasten. Via bloedonderzoek kan worden vastgesteld dat het om deze nare en soms dodelijke ziekte gaat. De incubatietijd is lang, soms zelfs een jaar. Bij klachten als loomheid, vermagering, opgezette klieren en huidproblemen is het zaak de dierenarts een bloedtest te laten doen. Bescherming is niet goed mogelijk en er bestaat geen vaccin. De hond vooral in de maanden maart en september 's nachts niet buiten laten en hem tegen vliegen beschermen (insecticide bijvoorbeeld), zou een advies kunnen zijn. De ziekte komt voor in Zuid-Frankrijk en in landen rond de Middellandse Zee. Er bestaat een tekenband, Scalibor genaamd, verkrijgbaar bij dierenarts en pharmacie, die zes maanden tegen teken én Leishmaniose werkt. Vooral in de regio's rond de Middellandse Zee worden ze erg veel gebruikt. Kosten: € 15 euro. Er is ook een shampoo te verkrijgen van hetzelfde merk, die wat korter werkzaam is. Het nieuwste op gebied van ellendige ziektes voor huisdieren (en dan met name honden) is: hartworm. Inderdaad een worm die in de hartspier of het hart huist met alle gevolgen van dien. Sinds enige tijd lopen in Europa dieren bezuiden de lijn Parijs-Milaan gevaar besmet te worden. Dit gebeurt via besmette larven van muggen. Afdoende zijn middelen met als werkzame stof selamectine.
Bijen, les abeilles, strijken in mei regelmatig in een zwerm ergens neer. Hoe nuttig ze ook zijn: zo’n volk dicht bij huis is niet aan te bevelen. De zwerm hecht zich aan de tak van een boom of struik. Het is niet nodig om zenuwachtig te worden; kijk in de gele gids (pages jaunes) en bel de departementale vereniging van apiculteurs of zoek onder apiculture. Meld dat er een essaim (zwerm) is komen logeren en men komt met vrijwilligers langs om de kluit bijen weg te halen. Als dank voor het bellen krijg je vaak zelfs een potje honing cadeau. Er bromt ook nog de houtbij, de abeille charpentière, die zwaar bromt en zwart-paars is. Hij ‘nestelt’ in hout en kan daaraan flinke schade toebrengen.
In het zuiden van Frankrijk komen schorpioenen voor die soms lelijk kunnen steken en wonden veroorzaken. Een schorpioen zal niet op eigen initiatief steken, hij doet dat pas als hij opschrikt. Wat tips om de beten, die vooral voor kinderen en oude mensen heel vervelend zijn: kijk goed waar je loopt, maak stevige stapgeluiden in gebieden waar schorpioenen voorkomen, loop daar niet met blote voeten maar met stevig schoeisel, ga niet me je handen voeten in stenen of bladeren wroeten, als je buiten op de grond gaat zitten of liggen, kijk dan eerst goed, bescherm ramen en deuren met horren, ga niet lopen spelen met de beesten of probeer er een te vangen, controleer bij kamperen eerst de slaapzak en kijk ook thuis goed in je bed. Wie gestoken is door een gevaarlijke soort (scorpion centaurus, leiurus - beesten groter dan 3 centimeter) moet zo snel mogelijk een serum laten inspuiten, te verkrijgen bij de apotheek. Symptomen van een schorpioenenbeet zijn hoesten, misselijkheid, buikpijn, verward raken of zelfs, bij het uitblijven van een behandeling, in coma.
Print dit artikel
De hond en de kat
Meer dan de helft van de Franse gezinnen bezit een huisdier, meestal een kat (10 miljoen) of een hond (9 miljoen). De rest zijn vooral vogeltjes (8 miljoen), vissen (28 miljoen), marmotten, muizen en ander knagend gedierte (2,3 miljoen). En er lopen ongeveer een miljoen paarden, pony’s en ezels rond. Jaarlijks besteden de Fransen ruim € 3 miljard aan dierenvoeders.
De meeste Fransen kopen hun huisdier niet, maar krijgen het cadeau, van familie of vrienden. Wie in Frankrijk een hond wil kopen, kan naar een dierenwinkel (animalerie) gaan of een kennel (chenil) bezoeken, zich in verbinding stellen met de plaatselijke afdeling van de dierenbescherming (SPA – Société protectrice des animaux), kijken naar advertenties in de lokale krant of – als je een rashond wilt aanschaffen – wat surfen op internet en via de bekende zoekmachines naar de Franse fokkers van het begeerde hondenras gaan.
Officieel moet de verkoper een papier overhandigen dat door beide partijen wordt ondertekend en waarin aankoopdatum, ras, type en prijs zijn vermeld. Verder moet hij een gezondheidscertificaat van de dierenarts leveren en de tatoeagepapieren. Honden die ouder zijn dan vier maanden, moeten een tatoeage hebben. En bij rashonden moeten uiteraard ook de stamboompapieren aan de nieuwe eigenaar worden overhandigd. Hondjes en katjes die jonger zijn dan acht weken, mogen nog niet worden verkocht. Kom je via het amicale circuit aan een puppy (chiot, spreek uit: sjoo) of een katje (chaton), dan zul je bij de dierenarts de nodige zaken moeten regelen, zoals inentingen en het aanbrengen van een tatoeage of chip. Voor de lokale dierenarts zijn dat routinezaken.
De Société Centrale Canine (SCC), de instelling die te vergelijken is met de Nederlandse Raad van Beheer op kynologisch gebied, houdt zich onder meer bezig met de administratie van de identificatiepapieren van de hond en het bijhouden van de stamboeken. Raskatten worden geregistreerd in de cat clubs binnen de Fédération féline française (FFF).
Bij het zoekraken van de hond kan men de tatoeage (drie letters en drie cijfers, meestal aangebracht in het oor) melden op de Mairie of bij de politie. Mensen die een verdwaalde hond hebben gevonden, kunnen via de tatoeage achter het adres van het baasje komen. De registratie van honden en katten is een zaak voor Fichier national canin, (honden) 155 avenue Jean-Jaurès, 93535 Aubervilliers. Tel. 01 49 37 54 54 en Fichier national félin (katten), 112-114 avenue Gabriel-Péri, 94246 L'Haÿ-les-Roses. Tel. 01 55 01 08 08. Wanneer men een in Nederland gemerkt huisdier meeneemt naar het definitieve of tweede huis in Frankrijk, moet men contact opnemen met de Stichting Nederlandse Databank Gezelschapsdieren, de NDG, Postbus 74025, 1070 BA Amsterdam om ervoor te zorgen dat alle gegevens worden doorgegeven aan een Franse databank (SCC of FFF). In de praktijk werkt dat nog niet echt goed.
Als men een rashond wil laten dekken en de nakomelingen ook wil laten registreren als rashond (inschrijving in LOF – Livre français d’origine), moet dat vóór de dekking (accouplement) worden gemeld. Een jaar na de voorlopige inschrijving in het stamboek volgt de definitieve als de jonge rashond is getoond aan de deskundigen van de vereniging. Wanneer een Nederlandse rashond in Frankrijk wordt verkocht, zal een verklaring van de Raad van Beheer moeten worden overgelegd. Het stamboek bij katten heet LOOF (Livre officiel des origines félines).
|
Huisdieren en vakantie Voor wie in Frankrijk woont en niettemin op vakantie wil, bestaan er verschillende mogelijkheden om de hond of de kat goed verzorgd achter te laten. De meest gebruikte methode is om het huisdier onder te brengen bij vrienden, familie of buren. De Fransen laten bij deze oplossing het dier vaak vóór de vakantie een paar dagen vertoeven op het logeeradres. Het is nuttig om de polis van de WA (zit in de opstalverzekering) na te lezen, voor het geval eventuele schade tijdens het logeren niet wordt vergoed. Een andere mogelijkheid is om de hond of de poes onder te brengen in een pension (kijk onder Pensions in de pages jaunes). De uitbaters daarvan verlangen een bewijs van inenting en het huisdier moet een tatoeage hebben. Het dierenpension vraagt € 18 tot € 25 per dag voor een hond en € 13 voor een kat. Ten slotte is het mogelijk mensen thuis te laten komen (garde d'animaux à domicile, Homesitting op z'n Engels), die op de huisdieren passen en en passant ook de planten water geven en op het huis passen. De kosten van een dergelijke oppas zijn wat hoger dan die van een pension. Er zijn gepensioneerden die op deze manier nuttige diensten kunnen verlenen. Er is een organisatie Ani Senior Services, die over geheel Frankrijk werkt. Wie slechts een weekendje weggaat kan ook voor ongeveer € 14 per halfuur iemand laten langskomen, die de geliefde viervoeters uitlaat en verzorgt. |
Print dit artikel
|

het weer in Frankrijk
21 nov 2008
|