De briefwisseling van Vijverberg en Cornelissen

Geachte Heer Cornelissen,

Gaarne zeg ik U dank voor Uw reactie van 6 december j.l. op mijn commentaar/opmerkingen op de nieuwe Zorgverzekeringswet. Ik heb het met waardering gelezen.Grote delen van Uw betoog zijn mij bekend en kan ik mede onderschrijven, met name dat Verordening 1408/71 niet de nationale sociale zekerheidsstelsels harmoniseert, doch slechts coördineert, dat elke lidsaat bevoegd blijft om naar eigen goeddunken zijn zekerheidsstelsel te organiseren, dat een werknemer c.q. gepensioneerde bij migratie naar een EU-lidstaat dankzij die Verordening het recht verkrijgt deel te nemen aan het zekerheidsstelsel van die lidstaat (die lidstaat kan eventueel bepalen of betrokkene als inwoner de plicht heeft zich daar te verzekeren, bijvoorbeeld voor actieve werknemers).
Zoals ook U stelt, heeft een in België woonachtige gepensioneerde, die een pensioen ten laste van Nederland ontvangt, het recht zich bij een Belgische mutualiteit te laten inschrijven en vervolgens verstrekkingen bij ziekte te ontvangen, waartegenover Nederland enerzijds de Belgische mutualiteit forfaitair dient te vergoeden en anderzijds premie mag heffen van de gepensioneerde conform Verordening 1408/71.

Dus, als de gepensioneerde Nederlander van dat recht gebruik maakt en zich in zijn woonland België, Frankrijk, Griekenland of enig ander EU-land laat inschrijven, treedt het hele (coördinatie-)mechanisme van Verordening 1408/71 in werking (met veelal het zeer nadelige effect voor de gepensioneerde dat hij voor zijn hoge Nederlandse ZVW- en AWBZ- premies in België, Frankrijk en vooral Griekenland een in vergelijking met Nederland minderwaardig verzorgingspakket krijgt en al helemaal geen AWBZ-zorg).

Dus, als de gepensioneerde Nederlander zich daarentegen niet in zijn woonland – voor mij is dat België – laat inschrijven, treedt het coordinatie-mechanisme van Verordening 1408/71 t.a.v. hem niet in werking.
De vraag rijst dan, is de Nederlandse gepensioneerde verplicht zich te laten inschrijven in zijn woonland?
Anders dan in het geval van actieve werknemers en ondernemers, verplicht België, d.w.z. de Belgische wet mij niet tot inschrijving, evenmin als Verordening 1408/71, die immers alleen coördinatie en geen harmonisatie regelt en daartoe dan ook geen verplichting bevat.
Het is evenwel de Nederlandse overheid, d.w.z. het College voor Zorgverzekeringen dat – ten onrechte – meent dat ik mij in België zou moeten laten inschrijven en verzekeren, stellende dat zulks een verplichting is conform Verordening 1408/71. Quod non.
Terecht merkt U in de vierde en de voorlaatste alinea van uw brief daarover op, dat “de lidstaten dus vrij blijven om hun eigen sociale zekerheidsstelsel/regiem naar eigen goeddunken te organiseren en te financieren” en dat het de Nederlandse autoriteiten vrij staat een groep personen die voorheen buiten het wettelijk stelsel vielen, al of niet onder de toepassing van dat stelsel te brengen. Dat kan ik onderschrijven, met name t.a.v. Nederlanders en andere ingezetenen binnen Nederland (d.w.z. binnen het Nederlandse rechtsgebied).

Kortom, Verordening 1408/71 laat de vrijheid van handelen van Nederland in dat opzicht onverlet (behoudens enkele specifieke gevallen, b ijvoorbeeld de grensarbeiders). De verordening houdt zich ten principale dus niet bezig met de personele werkingssfeer die Nederland aan zijn zekerheidsstelsel wenst te geven. De Verordening legt Nederland dan ook geen verplichtingen op om die of die groep Nederlanders in zijn wettelijk stelsel in te sluiten, zoals de Verordening evenmin expressis verbis specifieke rechten aan Nederland verleent om die of die groep in zijn stelsel in te sluiten.

Daarmee komen wij aan de kernvraag: kan de Nederlandse overheid – souverein - de in het buitenland, d.w.z. in de EU woonachtige (gepensioneerde) Nederlanders verplicht insluiten in zijn wettelijk zekerheidsstelselstelsel? De Nederlandse overheid meent die vraag bevestigend te kunnen beantwoorden. M.a.w. daar, waar noch de Belgische noch de Europese wetgeving een verplichting tot inschrijving kent, doch uitsluitend een recht voor de gepensioneerde Nederlander, pretendeert Nederland zulk een verplichting tot inschrijving in een andere EU-lidstaat (in casu België) te kunnen opleggen aan Nederlanders, woonachtig buiten het Nederlandse grondgebied .
Zulk een bevoegdheid tot het uitoefenen van extra-territoriale werking behoeft evenwel een bijzondere rechtsgrondslag/rechtsbasis, gelegen in het internationale recht, waaronder het Europese recht (doch niet in Verordening 1408/71, zoals wij hierboven zagen).

Concluderend
dient gesteld te worden dat de Nederlandse overheid binnen Nederland de volledige vrijheid heeft om zijn sociale zekerheidsstelsel naar eigen goeddunken in te richten,doch geen specifieke bevoegdheid/rechtsgrondslag kan ontlenen aan Verordening 1408/71 om (gepensioneerde) Nederlanders, woonachtig in andere EU-lidstaten, te verplichten zich aan te sluiten bij het zekerheidsstelsel van een andere EU-lidstaat.B ijgevolg ontstaat bij niet-aansluiting voor de gepensioneerde Nederlander weliswaar geen recht op ziekteverzorging, doch er ontstaat ook geen verplichting voor Nederland aan het woonland een forfaitaire vergoeding te betalen en ontstaat er bijgevolg geen recht voor Nederland premies te heffen ten laste van de gepensioneerde Nederlander.


Gaarne zie ik Uw reactie op het bovengestelde tegemoet.
Hoogachtend,
Mr H.A.L.Vijverberg
Oud-ambassadeur

 

Geachte heer Vijverberg,

U stelt dat Verordening 1408/71 als doel heeft het vrije verkeer van werknemers te bevorderen door hen in geval van migratie het recht toe te kennen deel te nemen aan het sociale zekerheidstelsel van het woonland. Een Nederlandse ziekenfondsverzekerde verkrijgt daartoe het recht om zich, bij migratie naar bijvoorbeeld België, bij een Belgische mutualiteit te laten inschrijven en zijn ziekenkosten vergoed te krijgen als ware hij een Belgische verzekerde. U stelt dat verordening 1408/71 niet tot doel heeft een geharmoniseerd Europees sociaal zekerheidstelsel in te voeren, maar enkel voorziet in een coördinatie van de nationale sociale zekerheidstelsels.

Inderdaad, Verordening 1408/71 harmoniseert nationale sociale zekerheidstelsels niet, maar coördineert enkel deze stelsels met het doel ervoor te zorgen dat personen, wanneer zij hun recht op vrij verkeer uitoefenen, geen (of zo weinig mogelijk) sociale zekerheidsrechten verliezen. Elke Lidstaat blijft dus bevoegd om naar eigen goeddunken zijn sociale zekerheidstelsel te organiseren en te financieren, daarbij rekening houdend met de algemene principes en regels van het gemeenschapsrecht. Verordening 1408/71 bepaalt namelijk dat een persoon maar onder de sociale zekerheidsstelsel van één Lidstaat kan/mag vallen en stelt tevens een aantal regels vast om te bepalen welke Lidstaat de bevoegde staat is. Wat actieve personen betreft, is de algemene regel dat een persoon valt onder de wetgeving van de Lidstaat op wiens grondgebied hij zijn beroepsactiviteit uitoefent. Dit betekent dat een Nederlander die in België werkt, onderworpen is aan de Belgische sociale zekerheidswetgeving. De Verordening bevat een reeks uitzonderingen op deze algemene regel, bijvoorbeeld detachering, maar die worden hier niet in beschouwing genomen omdat ze geen invloed hebben op de in uw brief aangehaalde problematiek.

 

De situatie van gepensioneerden is ingewikkelder. Verordening 1408/71 bevat een reeks bepalingen om de Lidstaat die bevoegd is voor de ziekteverzekering van een gepensioneerde vast te stellen (artikel 27 tot 34). Het stelt dat een gepensioneerde die woont in een andere Lidstaat dan de Lidstaat die het pensioen betaalt, recht heeft uitkeringen en verstrekkingen bij ziekte ten laste van het bevoegde orgaan van de Lidstaat die het pensioen betaalt. Wat verstrekkingen bij ziekte betreft, worden deze verstrekt in het woonland volgens de wetgeving van het woonland maar ten laste van het bevoegde orgaan van de Lidstaat die het pensioen betaalt. Verordening 1408/71 bepaalt verder dat het orgaan van de Lidstaat dat het pensioen betaalt, bijdragen of premies kan inhouden om de kosten van de uitkeringen en verstrekkingen bij ziekte te dekken. Deze bijdragen of premies worden berekend overeenkomstig de wettelijke regeling van de Lidstaat dat het pensioen betaalt. Dit betekent dat een in België wonende Nederlandse gepensioneerde die enkel een pensioen ten laste van Nederland ontvangt, in zijn woonland - België - recht heeft op verstrekkingen bij ziekte volgens de Belgische wetgeving - het woonlandpakket - maar ten laste van Nederland. Het Nederlandse bevoegde orgaan zal hiervoor jaarlijks een forfaitaire vergoeding aan het Belgische orgaan betalen en de gepensioneerde zal volgens de Nederlandse wetgeving berekende premies in Nederland betalen.

Het kan dus gebeuren dat een gepensioneerde in verhouding hoge premies dient te betalen in de bevoegde Lidstaat om recht te hebben op een relatief beperkt woonlandpakket in de Lidstaat waar hij woont. Omgekeerd kan ook. Dit is het gevolg van het feit dat verordening 1408/71 enkel voorziet in een coördinatie en niet in een harmonisatie van de nationale sociale zekerheidstelsels.

Wat betreft uw opmerking dat deze migrerende personen zijn toegetreden tot het ziekteverzekeringstelsel van het woonland, zou ik willen verwijzen naar mijn bovenvermelde uiteenzetting over de regels van Verordening 1408/71 inzake de bevoegde Lidstaat. Tot op heden is in Nederland de ziekteverzekering op een bijzondere wijze georganiseerd. Enerzijds zijn er de ziekenfondsverzekerden en anderzijds de particulier verzekerden. De situatie van gepensioneerden die ziekenfonds verzekerd zijn, wijzigt niet door de invoering van de nieuwe zorgverzekeringswet. Zij vielen onder de toepassingsveld van Verordening 1408/71 en de hierboven vermelde principes werden reeds toegepast wanneer ze zich vestigden in een andere Lidstaat.

De situatie van particulier verzekerden is verschillend. Daar de particuliere ziekteverzekering een private verzekering is die buiten het toepassingsveld van Verordening 1408/71 valt, kunnen gepensioneerden die particulier verzekerd zijn, zich niet beroepen op de regels van de verordening wanneer ze gebruik maken van hun recht op vrij verkeer en zich in een andere Lidstaat vestigen. Zij moeten ofwel een private verzekering afsluiten die de kosten van medische zorgen in het buitenland dekt ofwel zich aansluiten bij het wettelijk ziektekostenverzekeringstelsel van het nieuwe woonland. Naar wat ik uit uw brief en vele andere brieven van die ik van in Frankrijk wonende Nederlandse gepensioneerden heb ontvangen, kan afleiden, kunnen gepensioneerden die zich niet kunnen beroepen op de regels van Verordening 1408/71 zich vrijwillig aansluiten bij het wettelijk Franse ziekteverzekeringstelsel.

Vanaf 1 januari 2006 verdwijnt het verschil tussen ziekenfonds en particuliere verzekering. Er komt één wettelijke zorgverzekering voor iedereen. Dit nieuwe stelsel valt onder de toepassingsfeer van Verordening 1408/71. Bijgevolg kan Frankrijk niet langer gepensioneerden met een Nederlands pensioen, verzekeren onder zijn ziekteverzekeringstelsel. Frankrijk dient immers de bepalingen van de verordening inzake de aanwijzing van de toepasselijke wetgeving toe te passen. Deze bepalingen wijzen, zoals ik hierboven reeds heb aangegeven, de Nederlandse wetgeving aan als de bevoegde Lidstaat in het geval van gepensioneerden met uitsluitend een Nederlands pensioen.

U stelt dat de Nederlandse zorgverzekeringswet niet verplicht kan worden opgelegd aan duizenden in het buitenland wonende gepensioneerden met een Nederlands pensioen.

Zoals ik hierboven reeds heb uitgelegd, voorziet Verordening 1408/71 enkel in een coördinatie van de wettelijke sociale zekerheidstelsels van de Lidstaten. De Lidstaten blijven dus vrij om hun eigen regime naar goeddunken te organiseren en te financieren. Het staat dus de Nederlandse autoriteiten vrij om hun wetgeving zodanig te wijzigen dat een groep personen die voorheen buiten het wettelijke stelsel vielen, onder de toepassingsfeer van het wettelijk stelsel en daardoor ook onder de toepassingsfeer van Verordening 1408/71 komen. Door de toepassing van de regels van Verordening 1408/71 inzake toepasselijke wetgeving, worden in sommige situaties de sociale zekerheidswetten van de Lidstaten extraterritoriaal toegepast, zoals bijvoorbeeld in het geval van grensarbeiders of andere categorieën van verzekerden die in een andere Lidstaat dan de bevoegde staat wonen.

Ik ben van mening dat de nieuwe Nederlandse zorgverzekeringswet wat de door u aangehaalde punten betreft, niet strijdig met het gemeenschapsrecht, en in het bijzonder Verordening 1408/71, is.

Hoogachtend,

Rob Cornelissen
Afdelingshoofd
Directoraat Generaal Werkgelegenheid en Sociale Zaken van de Europese Commissie 

Print Print dit artikel

Toon alle artikelen (19)

Deze pagina is laatst gewijzigd op 30-01-2008 om 16:24.


het weer in Frankrijk
het weer in Frankrijk
21 nov 2008