Model bezwaarschrift/klacht Europese Commissie

Model-bezwaarschrift voor de Europese Commissie tegen de uitvoering door de Nederlandse overheid van de nieuwe Zorgverzekeringswet ten opzichte van Nederlanders die in het buitenland wonen.
Drs. Huub Frantzen heeft een model-bezwaarschrift/klacht gemaakt -ontleend aan een door de Commissie gepresenteerd voorbeeld - dat Nederlanders die in het buitenland wonen kunnen gebruiken en verzenden naar 'Brussel'.

De vet gedrukte passages kunnen bij het kopiëren en plakken naar bijvoorbeeld Word worden weggelaten.

Commissie van de Europese Gemeenschappen
(ter attentie van de Secretaris-generaal)
B-1049 Brussel
BELGIË
KLACHT
BIJ DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN WEGENS
NIET-NALEVING VAN HET GEMEENSCHAPSRECHT

1. Naam en voornaam van de klager/klaagster:

2. Nationaliteit:

3. Adres:

4. Telefoon/telefax/e-mail: 

5. Werkterrein en plaats(en) waar de werkzaamheid wordt uitgeoefend:
pensionado

6. Lidstaat of publiekrechtelijk lichaam die, respectievelijk dat het Gemeenschapsrecht volgens de klager/klaagster niet heeft nageleefd:
Koninkrijk der Nederlanden

6a. Reden om deze klacht in te dienen bij de Europese Commissie:
De klacht betreft het nieuwe Nederlandse zorgstelsel, dat berust op formele wetgeving. In het Koninkrijk der Nederlanden bepaalt de grondwet dat de (formele) wet onschendbaar is. Het is de Nederlandse rechter derhalve verboden om de litigieuze wetten te toetsen aan het grondwettelijk discriminatieverbod, om maar iets te noemen.
Weliswaar is elke Lidstaat vrij zijn zorgstelsel naar eigen inzicht in te richten, maar dat dient te geschieden met inachtneming van de algemene beginselen en regels van EU-recht. De klacht stoelt op schending hiervan.
Essentiële bezwaren zijn onder andere: ongelijkheid van behandeling, dwangverzekering, afwezigheid van keuzebevoegdheid voor de burger, afwezigheid van mededinging, feitelijke belemmering voor de burger in diens afweging omtrent het al dan niet gebruik maken van het recht op vrij personenverkeer, incl. het recht op vrije vestiging binnen de EU.
Voor klager zal slechts een Europese rechtsweg soelaas kunnen bieden. Een snelle toetsing aan de beginselen en regels van de EU is ook nodig om precedentwerking te blokkeren. Met een geslaagd experiment t.a.v. het zorgstelsel zou een soortgelijke ont-rechting op het vlak van de oudedags/pensioenvoorziening in de toekomst zeer wel denkbaar zijn.

7. Zo nauwkeurig mogelijke uiteenzetting van de feiten die tot de klacht hebben geleid:
De klacht betreft dat deel van de Zorgverzekeringswet (Zvw), die per 1 januari 2006 van kracht is geworden, en de daarmee samenhangende wetten en besluiten (waaronder met name de Invoerings- en Aanpassingwet- IA), dat betrekking heeft op een zeer groot aantal buiten Nederland, maar voorzover het deze klacht betreft binnen de EU wonende Nederlanders. Het zijn veelal oudere burgers, die een wettelijke uitkering krijgen vanuit Nederland (waarbij zelfs het ambtenarenpensioen hiermee gelijk wordt gesteld) en die geen ander inkomen hebben uit woonland-bron.
Niet geheel correct, maar wel voor het gemak zal klager in het vervolg deze groep Nederlanders aanduiden als ‘NL-pensionados’.Het geheel van formele en materiële wetgeving kan aangeduid worden als het ‘nieuwe zorgstelsel’. Voor de Nederlanders die in Nederland wonen is dit nieuwe zorgstelsel gebaseerd op de fundamentele keuze voor een volledig private (of particuliere) verzekering. Het meer publieke ziekenfonds is afgeschaft. De bedoeling is, dat met het nieuwe zorgstelsel de ‘marktwerking’ zal leiden tot een beter en goedkoper/minder snel duurder wordend geheel van zorgvoorzieningen. Elke in Nederland woonachtige Nederlander is ingevolge het nieuwe stelsel zorgplichtig, d.w.z. dat hij/zij verplicht is een zorgverzekering af te sluiten. De (private) verzekeraars hebben een acceptatieplicht voor wat betreft het wettelijk vastgestelde basispakket. Voor het eerste jaar heeft de wetgever hiervoor een maximum prijs vastgesteld. De keuze die de wetgever gemaakt heeft voor wat betreft de ‘NL- pensionados’ is hieraan volledig tegenovergesteld: zij worden gedwongen ondergebracht (althans, moeten daarvoor een bijdrage betalen) bij het publieke zorgstelsel zoals dat bestaat in hun woonland, ongeacht de vraag of zij, bij welke verzekeraar van welke nationaliteit dan ook, al voldoende verzekerd waren/zijn. Zie hiervoor art.69, leden 1t/m 3 Wzv:

1. In het buitenland wonende personen die met toepassing van een verordening van de Raad van de Europese Gemeenschappen dan wel toepassing van zodanige verordening krachtens de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of een verdrag inzake sociale zekerheid in geval van behoefte aan zorg recht hebben op zorg of vergoeding van de kosten daarvan, zoals voorzien in de wetgeving over de verzekering voor zorg van hun woonland, melden zich, tenzij zij op grond van deze wet verzekeringsplichtig zijn, bij het College zorgverzekeringen aan.

2. De in het eerste lid bedoelde personen zijn een bij ministeriële regeling te bepalen bijdrage verschuldigd die voor de toepassing van artikel 22 alsmede, voor een bij die regeling te bepalen gedeelte van de bijdrage, voor de toepassing van de Wet op de zorgtoeslag als premie voor een zorgverzekering wordt beschouwd.

3. Indien de melding niet is geschied binnen vier maanden nadat het recht, bedoeld in het eerste lid, is ontstaan, legt het College zorgverzekeringen degene die de melding had moeten doen een boete op die gelijk is aan 130% van een bij ministeriële regeling te bepalen gedeelte van de bijdrage, bedoeld in het tweede lid, etc.etc.
Het publieke zorgstelsel van het woonland wordt niet getoetst aan het voor Nederland wettelijk vastgestelde basispakket. De Nederlandse regering heeft herhaaldelijk als argument voor deze wettelijke regeling aangegeven hiertoe verplicht te zijn op grond van (EU, voorheen EEG) Verordening 1408/71. In het nieuwe zorgstelsel zijn de NL pensionados verplicht zich te laten registreren bij een overheidsinstelling, het College voor Zorgverzekeringen (verder: College Zv). Vervolgens zijn zij verplicht om, ongeacht de vraag of zij zich inschrijven voor deelname aan het publieke zorgstelsel van hun woonland, een vaste premie te betalen aan dit College Zv. Bovenop deze vaste en uniforme jaarpremie komen nog bijdragen die geheven worden naar rato van het gezinsinkomen tot ruim 30.000€ per jaar. Tot slot, en eigenlijk als probleem (klacht) apart, wordt een premie geheven voor de Bijzondere Ziektekosten als bedoeld in de AWBZ, zonder dat de betreffende wet ( de AWBZ) op hen van toepassing is en ongeacht de vraag of het sociale zorgstelsel van het woonland vergelijkbare voorzieningen biedt als het AWBZ-stelsel. Omdat de wetgever zeer wel wist, dat dit laatste in meerdere landen niet het geval is (m.a.w. dat meerdere landen geen met de AWBZ vergelijkbare voorzieningen kennen als onderdeel van hun publieke zorgstelsel) bepaalde de wetgever grootmoedig dat de NL-pensionados een korting op de AWBZ-premie werd verleend van (naar klager meent) 30%. In de grote meerderheid (en ook in het geval van klager zelf, die in Andalucía, Spanje woont) betekent dit dus dat 70% van de AWBZ-premie betaald moet worden met als tegenprestatie niets.
In netto-termen zal dit ‘prijsvoordeel’ geheel verdwijnen indien er geen fiscale heffingskorting wordt verleend wegens betaalde AWBZ-premies. De door de NL-pensionados te betalen premies worden, zo ziet het er nu naar uit, door de belastingdienst namelijk niet aangemerkt als ‘heffing’. De ‘buitenlanders’ vallen immers niet onder de AWBZ. Voorzover klager weet worden al deze premies aangeduid als ‘bijdragen’ en worden zij door de uitkeringsinstantie ingehouden op uitkeringen als WAO (thans WIA), AOW, maar ook op pensioenuitkeringen als van het ambtenarenpensioenfonds Abp. Deze zogenaamde bijdragen worden vervolgens via de belastingdienst doorgesluisd naar het College Zv, dat op zijn beurt uit deze opbrengst per persoon een vast, per woonland verschillend (!), bedrag afdraagt aan de betreffende instelling voor sociale zekerheid in het betreffende woonland, mits deze persoon zich daar als deelnemer heeft laten inschrijven natuurlijk. Deze betaling vindt plaats zonder dat aan de omvang van het door de betreffende instelling geboden zorgpakket eisen worden gesteld. Kijkt men door de formele schijn heen en probeert men derhalve in materiële termen het nieuwe zorgstelsel, voorzover het de ‘pensionados’ betreft, te duiden dan komt men tot de volgende karakterisering:
Het Koninkrijk der Nederlanden heeft op publiekrechtelijke basis een staatsverzekeraar in het leven geroepen als onderdeel van een bestaande overheidsinstelling, het College Zv. Van deze staatsverzekeraar vormt een deel van de Nederlandse staatsburgers, namelijk en met name de NL-pensionados, de verplichte clientèle. Premies voor deze staatsverzekering worden van overheidswege ingehouden op de diverse uitkeringen die deze verzekerden op grond van eerder betaalde premies of bijdragen genieten.
Zie bijv. Art.69,2. Zvw:
“De in het eerste lid bedoelde personen zijn een bij ministeriele regeling te bepalen bijdrage verschuldigd, die voor de toepassing van artikel 22 alsmede, voor een bij die regeling te bepalen gedeelte van de bijdrage, voor de toepassing van de Wet op de zorgtoeslag als premie voor een zorgverzekering wordt beschouwd."
Wie zich niet aanmeldt bij het College Zv krijgt een boete. Of er al dan niet tegenprestaties in de vorm van geleverde en te leveren zorg tegenoverstaan is irrelevant. Het Koninkrijk der Nederlanden heeft de uitvoering van deze staatszorgverzekering tegen een uniforme vergoeding per Cvz-verzekerde in handen gelegd van de lokale staatsorganen van de verschillende EU-woonlanden, belast met de sociale zekerheid op het gebied van ‘de zorg’, klaarblijkelijk zonder zich vergewist te hebben van de omvang van de verschillende sociale zekerheidspakketten, ongeacht de verschillen daartussen en de verschillen met het Nederlandse basispakket en zonder aan deze zorg enige minimum-eis te stellen. Zelfs het inmiddels bekende gegeven dat sommige van die lokale zekerheidspakketten uitgaan van een fundamenteel anders ingerichte zorg dan die in Nederland (bijv. door het ontbreken van een centrale figuur in de zorg vergelijkbaar met de Nederlandse huisarts) was hierbij voor het Koninkrijk der Nederlanden geen argument.
Even weinig heeft het Koninkrijk der Nederlanden zich gelegen laten liggen aan de (administratieve) overbelasting waarmee menige sociale zekerheidsinstantie al kampte voordat Nederland dit nieuwe stelsel invoerde.
Een concreet voorbeeld:
In Spanje behoort de seguridad social tot de competentie van de 17 autonome gemeenschappen (comunidades). De grootste hiervan is Andalucía. De seguridad social in deze comunidad vormt het publieke vangnet in een overigens voortreffelijk stelsel van gezondheidszorg. Elke Spanjaard heeft als eerste wens, zodra hij of zij iets ruimere financiën krijgt, om een particuliere (private) ziektekostenverzekering af te sluiten. (Volgens krantenkoppen hebben in het jaar 2004 meer dan 190.000 huishoudens in de provincie Málaga deze stap gezet). Ook de Spanjaarden zelf beschouwen het publieke vangnet dus blijkbaar als onvoldoende, als een soort armenzorg. Men is afhankelijk van de lokale urgencias (eerstehulpposten) en die van de publieke ziekenhuizen, de wachtlijsten zijn enorm (het kost in een niet direct levensbedreigende situatie ongeveer zes maanden voordat er een hartecho wordt gemaakt, om maar iets te noemen) en men heeft het idee dat men niet de echte topzorg krijgt die in Spanje voor particulier verzekerden (privados) beschikbaar is. Nederlanders werden in dit geheel van publieke plus private zorg altijd als privado beschouwd en behandeld, ongeacht de vraag of zij particulier verzekerd waren of in het ziekenfonds zaten: de rekening werd immers altijd betaald. Het Andalusische apparaat van de sociale zekerheid was al overbelast, niet alleen door de zorg voor de (nog) niet particulier verzekerde Spaanse bevolking maar daarenboven met de administratieve rompslomp veroorzaakt door honderdduizenden resident-buitenlanders (zoals de Engelsen met hun E-111 formulieren) en miljoenen toeristen. (Hetzelfde geldt natuurlijk voor de autonomieën Valencia en Cataluña).
In het nieuwe Nederlandse zorgstelsel zijn de NL-pensionados aangewezen op dit ook in Spaanse ogen volstrekt ontoereikende en overbelaste apparaat, tegen gigantische premies. Aleen al de overbelasting gaat voor doden zorgen, tenzij al die pensionados bovenop deze verplichte staatsverzekering een nieuwe (alle Nederlandse verzekeraars hebben met een beroep op de nieuwe wetgeving hun bestaande polissen opgezegd) particuliere verzekering afsluiten (noot 2, slot 8) Spaanse verzekeraars willen wel een collectief aanbod doen zonder leeftijdsgrenzen, maar zo’n polis zou dan na één jaar eenzijdig door de verzekeraar opgezegd kunnen worden.
Afgezien van de acceptatieproblemen is het nu al duidelijk dat de meeste Nederlandse verzekeraars voor een dergelijke EU/EER-polis enorme prijsverhogingen doorvoeren, sommigen tot wel 1000€ per (echt)paar per maand tegen slechtere voorwaarden dan voorheen, terwijl er aan de kostenkant, met name op het punt van de vergoedingen, in wezen niets in hun nadeel verandert.
Bovendien is het zeer de vraag of de voormalige ziekenfondsverzekerden geaccepteerd zullen worden voor een dergelijke particuliere verzekering.
Echter, zelfs met een waterdichte particuliere verzekering die een ruimere dekking biedt (per definitie) dan het Nederlandse basispakket blijft de verplichte deelname en betaling aan de nieuwe staatsverzekeraar, het College Zv onverkort bestaan.

Als men het nieuwe stelsel voor de NL-pensionados als geheel beoordeelt dan ziet men onmiddellijk de volgende kenmerken:
- betalingsdwang, zelfs als er geen tegenprestaties tegenover staan
- geen enkele keuzevrijheid voor de betrokken burgers
- geen enkel overleg met en al helemaal geen instemming van de betrokken burgers
- volledig in handen van en uitgevoerd door de staat
- een enorme administratieve overbelasting en overhead
- geen enkele aandacht voor de omvang en kwaliteit van de daadwerkelijk te leveren zorg
- extreem duur en inefficiënt

Kortom, het is een stelsel met alle kenmerken die wij in de tijd van de Koude Oorlog toeschreven aan een communistisch regime. Het kan dus niet anders of dit stelsel moet wel in strijd zijn (en is dit ook, prima facie!) met de fundamentele beginselen zelve waarop de Europese Unie en haar voorganger de EEG gebaseerd zijn.

Noot 1. Het private karakter van het nieuwe zorgstelsel.
Tot voor kort was dit geen karakterisering waaraan enige twijfel bestond. De keuze voor een privaat stelsel was voor de Nederlandse regering een principiële en een van de belangrijkste gronden voor afwijzing van het stelsel door de oppositie. Iedereen zou voortaan particulier (verzekerd) zijn was een van de verkoopargumenten van de voorstanders van het nieuwe stelsel. Wie het miljoenen verslindende reclamecircus ziet dat de afgelopen maanden door de verzekeraars via elk denkbaar medium aan het volk werd opgedrongen zal geen moment aan het door en door private karakter twijfelen.
Wellicht omdat de Nederlandse regering ineens bang is geworden zich blootgesteld te hebben aan schadeclaims van verzekeraars op gronden van Europees recht (bijv. het verbod tot het stellen van minimum-eisen aan verzekeraars, zoals de Wet Zv deze bevat) is in elk geval de betrokken minister vrijwel onopgemerkt overstag gegaan. In zijn brief aan de betreffende Kamercommissie ter voorbereiding van de beraadslaging op woensdag 25 januari 2006 betoogt mnister Hoogervorst nu ineens, dat de nieuwe zorgverzekering gezien moet worden als een sociale verzekering (brief ten behoeve van het Algemeen Overleg Voortgang Zorgverzekeringswet op 25 januari 2006, kenmerk PTZ/265389, para. 5).
Dit ‘konijn uit de hoge hoed’ komt ook van pas om de soms gigantische prijsverhogingen van o.a. EU-polissen te rechtvaardigen. Immers, de verzekeraars zouden, aldus de minister, ruim vijf miljoen particuliere verzekerden verloren hebben door het nieuwe stelsel. Zodoende zou het getalsmatige draagvlak voor de particuliere polissen zo ongunstig geworden zijn, dat prijsverhogingen de minister als logisch en onvermijdelijk voorkomen (ibidem).
In werkelijkheid hebben de verzekeraars er miljoenen klanten bijgekregen, nl. alle voormalige ziekenfondsverzekerden, en zouden de overheadkosten mutatis mutandis dus lager moeten zijn. Aan de kostenkant (betaling voor de zorg als ‘privado’ in het EU-woonland) is er niets veranderd, zodat een premieverdubbeling op geen enkele wijze te rechtvaardigen valt.

Noot 2. Het taalprobleem is slechts een klein onderdeel van de totale problematiek.
In Nederland wordt allerwegen de indruk gewekt dat het probleem van de NL-pensionados enkel veroorzaakt zou worden doordat zij de (bijv. Spaanse) taal niet machtig zijn. In de Spaanse zon liggen (het allerwegen als het ware gepropageerde beeld is er een van aan de rand van het zwembad liggen en cocktails drinken met een riante villa op de achtergrond, het aloude ‘divide et impera’), dan ook integreren en Spaans leren, zo is de stemming. Nog afgezien van de vraag of men dit zo rigoreus mag verlangen van de gewone vaders en moeders, opa’s en oma’s die in een klein appartementje wonen maar wel degelijk, en vaak om medische redenen van de zon genieten (welke 70-plusser leert nog makkelijk een geheel vreemde taal?), is dit een waarschijnlijk bewuste vertekening van de hierboven beschreven systeem-problematiek: met tolken (meestal vrijwilligers) bereikt men dan al veel. Het is vooral de huisarts als vertrouwenspersoon en spil van het systeem, die gemist wordt in vele buitenlandse publieke zorgstelsels.Verder is het een onbetaalbare opeenstapeling van lasten als men van een AOW-pensioen moet leven. Tot slot gaat elke keuzevrijheid voor de burger verloren (keuze huisarts, specialist, ziekenhuis).

8. Vermeld, zo mogelijk, de bepaling(en) van het Gemeenschapsrecht (verdragen, verordeningen, richtlijnen, beschikkingen, besluiten, enz.) waarop volgens de klager/klaagster inbreuk is gemaakt:
Het Koninkrijk der Nederlanden maakt zich conform het in 7 beschrevene schuldig aan:

1. Discriminatie tussen Nederlandse burgers, naargelang zij in Nederland zelf
wonen of in een ander EU-land.

1.1 In Nederland wonende Nederlanders zullen particulier verzekerd zijn, hun in het buitenland wonende (uitkeringstrekkende) medeburgers worden gedwongen ondergebracht in publieke stelsels van sociale zekerheid, althans, moeten daarvoor betalen (art.69 Wzv).

1.2 Terwijl de wetgever voor de in Nederland wonenden een wettelijk basiszorgpakket heeft vastgesteld wordt aan de sociale zekerheidsstelsels van andere EU-landen, waarvoor in NL een betalingsverplichting bestaat, geen enkele minimum-eis gesteld.

1.3 Discriminerend is ook de AWBZ-regeling:

1.3.A. Op het punt van de af te dragen premie, waar de Nederlander die in Nederland woont van de eerste 30.000€ belastbaar inkomen 12,55% moet betalen, de NL-pensionado 8,8%.
1.3.B. Daarentegen worden fiscaal de ‘normale’ AWBZ-premies via de heffingskorting in mindering gebracht op het belastbare inkomen, dit in tegenstelling tot de ‘bijdragen’ van de NL-pensionados.
1.3.C. Op het punt van de prestatie in de vorm van te leveren zorg: de in NL wonende Nederlander krijgt de volledige AWBZ-zorg, de NL-pensionado zal in de meeste EU-landen niets krijgen omdat de plaatselijke sociale zekerheid geen met de AWBZ vergelijkbare zorg kent. Concreet geldt het laatste voor klager, die in Andalucía, Spanje woont.

2. Ernstige inbreuk op het fundamentele beginsel van het vrije verkeer van personen, met name de vrijheid van vestiging binnen de EU.

2.1 Inleiding:
Volgens vaste jurisprudentie leveren (overheids)bepalingen die een onderdaan van een lidstaat beletten of ervan weerhouden zijn land van herkomst te verlaten om zijn recht van vrij verkeer uit te oefenen, belemmeringen van die vrijheid op.
Een dergelijke formulering levert een toets op die puur feitelijk van aard kan zijn, maar toch geobjectiveerd moet worden. Men zou het als volgt kunnen zeggen: als redelijkerwijs verwacht mag worden dat ten gevolge van overheidsbeleid (vaak een wijziging van regels) van een EU-land burgers in hun besluitvorming over het al dan niet emigreren naar een ander EU-land negatief beïnvloed worden en a fortiori, wanneer reeds geëmigreerde burgers te kennen geven als gevolg van dit overheidsbeleid ernstig te overwegen (en dit ook in daden omzetten) te remigreren, dan staat een belemmering van het vrije personenverkeer buiten kijf.
Dat men door hoge verzekeringskosten te maken de gevolgen van het litigieuze overheidsbeleid kan ontlopen ( voor de meeste burgers trouwens financieel een niet haalbare kaart en dus evenzeer belemmerend) doet niet terzake.

2.2 De NL-pensionados zijn bijna allen senioren en velen van hen hebben zich in het land van hun keuze, bijv. Spanje gevestigd in de hoop en verwachting zich hier wel te voelen, onder invloed van licht en zon, of in een iets meer ontspannen maatschappij. Velen hebben zelfs expliciet medische beweegredenen: CARA, reuma, artritis e.d. Voor allen, zonder enige uitzondering, zal gelden dat zij zich voor hun emigratie terdege hebben laten informeren over levensbelangrijke zaken als hun ziektekostenverzekering en voor velen zal gelden, dat zij in Nederland waren gebleven indien zij geweten hadden dat zij zouden moeten terugvallen tot de Spaanse vangnetten van overheidszorg.
Met als reden het nieuwe zorgstelsel zijn velen al teruggegaan naar Nederland en velen zullen volgen (Operación Retorno). Er is buitengewoon veel vindingrijkheid voor nodig om een soort belemmering voor emigratie (ook naar een ander EU-land dus) te ontwerpen en vast te stellen, die effectiever is dan de dreiging van een aanzienlijke achteruitgang op het punt van de gezondheidszorg. Om nogmaals het voorbeeld van Andalucía, Spanje te nemen: het gaat er – als gezegd - niet om dat de totale gezondheidszorg (publiek plus privaat) daar slecht zou zijn, slechter dan in Nederland. Volgens klager is het tegendeel waar. Maar men moet al ziende blind zijn om te ontkennen, dat de seguridad social een minimaal vangnet is met een slechte toegankelijkheid van en lange wachtlijsten voor zelfs de gewoonste onderzoeken. De Spanjaard zelf neemt er geen genoegen mee en sluit een particuliere verzekering zodra hij/zij daar het geld voor heeft. Het is veel en veel meer dan enkel een taal- en luxeprobleem.
Als dit de zorg wordt, waar men in zijn laatste jaren aan wordt overgelaten, dan ziet men af van emigratie.

2.3 Hieraan doet niet af, dat men zich particulier kan bijverzekeren. De rekening die de NL-pensionado gepresenteerd krijgt namens het College Zv is voor velen al nauwelijks op te brengen, als daarbovenop nog moet komen een particuliere buitenlandpolis tegen de prijzen die de Nederlandse ziektekostenverzekeraars daar nu ineens voor (mogen) vragen (soms wel bijna 1000€ per maand per echtpaar) dan is het kostenplaatje prohibitief. Nogmaals, het Koninkrijk der Nederlanden had geen effectievere belemmering van het vrije personenverkeer, in casu de vrije vestiging binnen de EU, kunnen invoeren voor een kwetsbaarder groep burgers.

2.4 Hetzelfde geldt voor de AWBZ-kwestie: als het de keuze is om honderd procent van een aanzienlijk bedrag (meer dan 12% van het gezinsinkomen tot ruim 30.000€) te betalen voor daadwerkelijk bestaande voorzieningen of 70% van dat grote bedrag te betalen voor niets, dan is deze diabolische keuze op zich een belemmering voor iemands beslissing om zich in een ander EU-land te vestigen en dus een inbreuk op het vrije personenverkeer. Dit geldt a fortiori voor ‘senior citizens’ en al helemaal als het zogenaamde voordeeltje ook nog eens verloren gaat bij de belastingheffing.

3. Het inhouden van premies, bijdragen genaamd, op pensioenuitkeringen zonder dat daar prestaties tegenover staan.
Het Koninkrijk der Nederlanden int – door rechtstreekse inhoudingen op pensioenuitkeringen - premies zelfs in gevallen waarin tegenover die premies in het geheel geen tegenprestaties staan. Dit gebeurt voor wat betreft het volledig ontbreken van AWBZ-achtige zorg in vele EU-landen, maar ook in die gevallen waarin burgers –zoals uitdrukkelijk klager- weigeren zich in te schrijven bij het College Zv en/of bij de betreffende overheidsinstelling in het woonland.
Klager meent dat dit beleid strijdt met de jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie terzake.

4. Ernstige inbreuk op het fundamentele beginsel van het vrije verkeer van diensten.
Dit gebeurt door de gedwongen verzekering bij het College Zv, door de wettelijke beperking van het werkgebied van de Nederlandse zorgverzekeraars tot het Nederlandse grondgebied én door het onderbrengen van de te leveren zorg (de feitelijke verzekering dus) bij lokale overheidsinstellingen in andere EU-landen. Gedwongen (zelfs bij bewijs van volledig verzekerd zijn op particuliere basis), zonder enige keuzemogelijkheid, tegen prohibitieve kosten.

5. Ernstige inbreuk op het fundamentele beginsel van een vrije en onbelemmerde mededinging
Door de verzekeringsdwang voor NL-pensionados in combinatie met het staatsmonopolie van het College Zv als verzekeraar voor deze groep (meer dan honderdduizend in getal) gooit het Koninkrijk der Nederlanden alle principes van een vrije en onbelemmerde mededinging tussen ondernemingen (of dit nu staatsbedrijven zijn of privé-ondernemingen) overboord.

6. Schending van de de verplichting tot een openbare Europese aanbesteding, die ook voor overheidsprojecten geldt.
Deze verplichting wordt met voeten getreden in het nieuwe zorgstelsel voor NL-pensionados. De monopolistische staatsverzekeraar, het College Zv besteedt de feitelijke dienstverlening uit aan generaal daartoe aangewezen overheidsorganen in andere EU-landen, tegen een door hemzelf vastgestelde eenheidsprijs. Het particuliere bedrijfsleven is uitgesloten en er is geen enkele vorm van prijsconcurrentie mogelijk.

7. Onjuiste interpretatie van verordening 1408/71 door het Koninkrijk der Nederlanden, dat ten onrechte als argument voor de discriminerende behandeling van de NL-pensionados in het nieuwe zorgstelsel heeft gesteld hiertoe verplicht te zijn op grond van genoemde verordening. Men zou kunnen zeggen dat, als dit argument juist zou zijn, de verordening zelve ongetwijfeld zou strijden met beginselen van EU-recht.
Volgens klager geeft de verordening echter een bevoegdheid, geen verplichting. In het geval van Spanje is het de Spaanse wet zelve die de sociale zekerheid openstelt voor eenieder die in Spanje woonachtig is en is toepassing van de verodening 1408/71 dus volstrekt onjuist, c.q.onnodig, zeker waar het gaat om tienduizenden burgers met een volledige particuliere zorgdekking.
Het feit dat de betrokken Minister naderhand schijnt te hebben toegegeven dat hij de verordening onjuist heeft geïnterpreteerd (let wel: waarschijnlijk als doorslaggevend argument in de parlementaire discussie!) doet hieraan niet af.
De vrijheid die een Lidstaat terzake heeft om zijn eigen zorgstelsel in te richten is niet onbeperkt. Maatgevend zijn de algemene principes en regels van de EU.

9. Vermeld in voorkomend geval de financiële steun van de Gemeenschap (indien mogelijk met opgave van de referenties) die aan de betrokken lidstaat is of kan worden toegekend, en die met de aangeklaagde feiten verband houdt:

10. Vermeld in voorkomend geval welke stappen reeds bij de diensten van de Commissie zijn ondernomen (indien mogelijk een kopie van de briefwisseling bijvoegen):

11. Vermeld in voorkomend geval welke stappen reeds bij andere instellingen of instanties van de Gemeenschap (bijvoorbeeld bij de Commissie Verzoekschriften van het Europees Parlement, bij de Europese ombudsman) zijn ondernomen; vermeld zo mogelijk de door deze instellingen, respectievelijk instanties aan de door de klager/klaagster ondernomen stappen gegeven referenties:

12. Vermeld de reeds bij nationale instanties ? op centraal, regionaal of lokaal niveau ? ondernomen stappen (indien mogelijk een kopie van gevoerde briefwisseling bijvoegen):

12.1. administratieve stappen (bijvoorbeeld: klacht bij de bevoegde nationale administratieve instanties ? op centraal, regionaal of lokaal niveau ? en/of bij een nationale of regionale ombudsman):

12.2. beroep bij nationale rechterlijke instanties of andere gevolgde procedures (bijvoorbeeld arbitrage of verzoening). (Vermeld of de uitspraak reeds is gevallen of een besluit reeds is genomen en voeg als bijlage de tekst daarvan bij):

13. Vermeld in voorkomend geval ter staving van de klacht documenten en bewijsstukken, alsook de desbetreffende bepalingen van de nationale wetgeving; voeg deze stukken en bepalingen als bijlage toe:
Zie met name de Zorgverzekeringswet en de Invoerings- en Aanpassingswet, passim.

14. Vertrouwelijkheid (kruis één van beide onderstaande vakjes aan) :

X “Ik geef de Commissie toestemming om bij de instanties van de lidstaat waartegen de klacht is gericht, mijn identiteit bekend te maken.

”Ik verzoek de Commissie om bij de instanties van de lidstaat waartegen de klacht is gericht, mijn identiteit niet bekend te maken.”

15. Plaats, datum en handtekening van de klager/klaagster, respectievelijk van zijn of haar vertegenwoordiger:

Print Print dit artikel

Toon alle artikelen (19)

Deze pagina is laatst gewijzigd op 30-01-2008 om 16:24.


het weer in Frankrijk
het weer in Frankrijk
21 nov 2008