|
|
Bouwvergunning De technische aspecten van een bouwaanvraag gaan op het platteland overigens altijd voor onderzoek naar de zeer machtige DDE’s in de departementen (Directions départementales de l’équipement), een verzameling diensten zoals provinciale waterstaat, milieudienst, dienst ruimtelijke ordening en nog veel meer, kortweg vergelijkbaar met een Nederlandse Dienst Openbare Werken. In middelgrote en grote steden wordt de volledige afhandeling van de bouwvergunning gedaan door de Mairie. In gemeenten waarin men geen bestemmingsplan (POS of PLU) of carte communale kent, zal de bouwvergunning worden verstrekt door de prefect van het departement. Verbouwingen aan woningen die in de buurt staan van monumenten, moeten ook nog worden goedgekeurd door de Architecte des Bâtiments (ABF), een overheidsdienaar.
Belastingen en heffingen
Subsidiemogelijkheden, belastingvoordelen Anah (Agence nationale pour l’améloration de l’habitat – nationaal agentschap voor de verbetering van de woonomgeving) kan subsidies toekennen voor het verbeteren van onder meer particulier verhuurde woonhuizen en ook van particuliere woningen. Het gaat om werkzaamheden die de veiligheid of gezondheid (weghalen van asbest bijvoorbeeld, of behandeling van hout tegen termieten) moeten verbeteren, om energiebesparingen en om bouwtechnische veranderingen die de toegankelijkheid bevorderen, bijvoorbeeld voor rolstoelrijders.
Deze Anah kent nogal wat regels alvorens een subsidie wordt toegekend. Het huis moet ten minste 15 jaar oud zijn, de eigenaren mogen niet te veel inkomen hebben. De subsidies gelden niet voor herbouw of renovaties. Het plafond de base (inkomensgrenzen) zijn in de provincie de inkomensgrenzen achtereenvolgens: € 8560 voor een alleenstaande en € 12.532 voor een koppel. Met kinderen gaan die plafonds nog omhoog. Het huis moet de hoofdbewoning zijn. Er zijn ook nog andere instellingen die met subsidies op de proppen kunnen komen: de gezinsbijstand (CAF - Caisse d’allocations familiales), de beheerders van '1% logement', Ademe, GDF en EDF, gemeenten, departementen en regio's. Men moet er wel rekening mee houden dat de ontvangen subsidie als inkomen op het aangifteformulier van de belastingen moet worden gemeld. In september 1999 heeft de Franse overheid het besluit genomen om de btw (TVA) op renovatie en
woningverbetering ‘tijdelijk’ te verlagen van (toen) 20,6 naar 5,5%. De maatregel – de werking ervan is verlengd tot 1 januari 2010 – is bedoeld om zwart werken tegen te gaan, de werkgelegenheid in de bouw en aanverwante beroepen te bevorderen en ook zorg te dragen voor een kwaliteitsverbetering van het woningbestand. Het normale tarief van 19,6% wordt onder meer geheven bij de aankoop van bouwgrond en de verkoop binnen vijf jaar van een nieuw gebouwd of geheel gerenoveerd huis. Om te profiteren van het lage TVA-tarief moeten de huizen
ouder zijn dan twee jaar.
Op vrijwel alle materialen en op het arbeidsloon (main d’œuvre) geldt het lage tarief als wordt gewerkt met erkende bedrijven. De lage btw geldt alleen voor vernieuwing van woonruimten en bouwsels die daar echt bij horen, zoals balkons, kelders, zolders, berghokken, garages. Het moet derhalve gaan om verbetering, verandering (het verbouwen van een zolder tot kinderkamer bijvoorbeeld) of onderhoud (pleisterwerk, schilderwerk, nieuw behangetje of vloerbedekking). De materialen worden met 5,5% belast als de artisan of aannemer deze spullen koopt. Uitbreiding
van woonruimte in de vorm van de bouw van een terras, veranda of garage valt niet onder het vriendelijke btw-tarief. Luxe zaken, zoals de bouw van een zwembad, blijven onder het hoge tarief van 19,6% vallen.
De fisc heeft later wat roet in het eten gegooid: niet in alle gevallen kunnen eigenaren van op te knappen huizen profiteren van de lage btw. De regels zijn wat aangescherpt en er zijn nieuwe richtlijnen uitgevaardigd. In de oude situatie behoefden de eigenaren slechts een verklaring te ondertekenen dat de woning ouder is dan twee jaar. Het verhaal gaat niet meer op als de restauratie of renovatie in feite zo uitgebreid is, dat gesproken kan worden van nieuwbouw. Wie een oude schuur verbouwt tot een woning, kan niet in alle gevallen een beroep doen op de lage btw. De normen zijn nader gepreciseerd: als meer dan de helft van de gevels en de fundering met inbegrip van dragende binnenmuren wordt vernieuwd, is sprake van nieuwbouw en geldt het hoge tarief. Een derde van de volgende voorzieningen moet blijven bestaan voor het toepassen van het lage tarief: (houten)vloeren, deurlijsten buiten, binnenmuren en voorzieningen als loodgieterswerk, elektriciteit en verwarming. Nieuwe formulieren die de klant moet invullen zijn te vinden op internet* (administration fiscale). Er is een eenvoudig formulier als het om kleinere werkzaamheden gaat. Bouwers waren altijd al wat voorzichtig geworden, want als de fiscus constateerde dat van nieuwbouw sprake was en de artisan het lage btw-tarief had berekend, dan moest de artisan het verschil bijbetalen en kon dat niet verhalen op de eigenaar. Nu is de eigenaar daarvoor zelf aansprakelijk en zal hij het verschil moeten aanvullen als is vastgesteld dat hij een onjuiste opgave heeft gedaan.
Het aantal aftrekposten voor de inkomstenbelasting bij het onderhoud of verbeteren van het eigen huis is verminderd doordat de btw op verbouwingen/restauraties in 1999 is verlaagd. In het algemeen komen nog wel de kosten van energiebesparende investeringen (bijvoorbeeld isolatiemateriaal en besparende verwarmingsinstallaties) voor belastingteruggave (crédit d’impôt) in aanmerking. De regeling duurt tot en met 2009. De fiscale tegemoetkoming geldt alleen voor de
materiaalkosten, dus niet voor het arbeidsloon bij de installatie. In het algemeen komen voor belastingteruggave in aanmerking de investeringen voor energiebesparende werken in de hoofdbewoning en wel voor huizen ouder dan twee jaar; dan gelden de voorzieningen die met 15 tot zelfs 50% worden vergoed. De percentages op een rij: 15% voor een gewone cv-ketel 25% voor een condensatieketel 25% voor muur- en dakisolatie (40% bij oude huizen en wanneer het materiaal wordt geleverd door het bedrijf dat de isolatie ook aanbrengt) 25% voor isolatie van ramen 25% voor isolerende luiken 25% voor energiebesparende regelapparatuur 40 tot 50% voor duurzame energieopwekking (zonnewarmte, ingebouwde haarden (inserts), kachels op hout of andere biomassa, zelf opgewekte stroom) 50% voor warmtepompen.
Lage BTW bij verbouwingen
Oude huizen en termieten Bij het opknappen of restaureren van oude Franse huizen moet men bijzonder goed letten op de conditie van de balken van de dakconstructie: zijn er termieten of andere schadelijke beestjes? Het is absoluut noodzakelijk om er bij het kopen van een huis in een besmette zone op toe te zien dat een deskundige is ingeschakeld. Als de aanwezigheid van termieten is geconstateerd, ligt het aan de koper hoe hij, eventueel samen met de verkoper, de zaak regelt: samen de termieten laten bestrijden of zakken met de vraagprijs. Termieten (en andere larven van insecten die verwoestend te werk kunnen gaan) kunnen ook later in het huis opduiken. Dat geldt ookvoor de vraatzuchtige larven van boktorren (capricornes des maisons en vooral de capricorne de chêne, die zich ook tegoed doet aan het harde eikenhout) en boorkevers (vrillettes). De eigenaar is verplicht de aanwezigheid van termieten onverwijld te melden op het gemeentehuis. Er zijn nu ruim 6 miljoen woningen aangetast. Inmiddels zijn rond 60 departementen besmet verklaard, vooral in het zuidwesten op de warme en vochtige plaatsen. De termieten zijn ook bedreigend in de gebieden langs de rivieren de Rhône, Garonne, Loire en rond en in Parijs. De op mieren lijkende insecten komen binnen via de grond en knagen zich via meterslange gangen door het hout steeds verder naar binnen. Ze vreten alles: dakhout, plinten, isolatiemateriaal, papier, karton. Niets verraadt hun aanwezigheid, want zij knagen in het binnenste van het hout. Signalen zijn er wel bij andere houtvreters, die sporen nalaten in de vorm van hoopjes zaagsel. Als het hout erg hard is, zie je soms zwarte 'stalactieten' en kleine gangetjes (cordonnets). Altijd opletten dus. Er zijn speciale bedrijven (traitement du bois) om een huis onder handen te nemen en de beestjes te bestrijden. Die bedrijven moeten zijn voorzien van het keurmerk CTBA+ (Centre technique dus bois et de l'ameublement) en moeten een garantie voor vijf jaar afgeven. Ook zijn er middelen in de handel (Xylophène bijvoorbeeld) die goed werken bij de bestrijding. Op internet zijn namen te vinden. De behandeling van een huis van ongeveer 100 m² kan ruim € 5.000 kosten; de kosten van een eventueel herstel van schade of vervanging komen daar nog bij. Men moet wel goed opletten bij de keuze van een deskundige. Er is maar een kleine honderd professionelen met een CTBA-erkenning. De overige 'onderzoekers' schermen met termen als 'ons personeel is opgeleid via de normen van de CTBA.' In door de overheid aangewezen risicogebieden is een inspectie gratis te laten uitvoeren, maar het is onverstandig om in zee te gaan met lieden die via de telefoon aanbieden een gratis en vrijblijvend onderzoek te laten doen. Fiscaal: bestrijding door een erkende onderneming betekent een laag BTW-tarief en de kosten zijn voor 20% aftrekbaar. En ook bij de Anah (Agence nationale pour l’améloration de l’habitat) is om een subsidie te vragen, die wel geldt voor huizen ouder dan 15 jaar of voor ten minste 10 jaar zijn verhuurd. Bovendien gelden er de al genoemde inkomensgrenzen. Doet men niets aan termieten, dan kunnen problemen rijzen met de verzekering, die de veroorzaakte schade niet zal vergoeden. Meer over de termieten en de verklaringen rond een te verkopen huis (asbest, loodhoudende verf, energie) is te vinden op de website over de Notaris. Zo zien die enge houtvreters eruit:
Zwembaden
Er zijn nu ruim 1,1 miljoen particuliere baden en jaarlijks komen er nog ruim 100.000 van deze baden bij. Frankrijk is het Europese land met de meeste zwembaden. Voor het (laten) bouwen van een zwembad (la piscine) – en dan niet een kinderbadje boven de grond (hors-terre of hors-sol) – is een 'kleine' bouwvergunning nodig. Alleen voor overdekte baden van meer dan 100 m² is een permis de construire nodig. Het is verstandig om een aanvraag voor een piscine creusée mee te nemen bij die voor het te bouwen of te verbouwen huis. Het is zeer aan te raden om verschillende offertes (ten minste vier of vijf) te vragen, want prijzen en kwaliteiten kunnen flink uiteenlopen. Een geprefabriceerd zwembad van niet al te grote afmetingen (4 x 9 meter en een diepte van 1,50 meter) kost rond de € 15.000. Een 'gewoon' zwembad (van beton en gemetselde wanden van 11 x 5 meter, gemiddeld 1,50 meter diep) zal ruim € 30.000 gaan kosten; met een flink terras erbij en vrolijke accessoires moet je toch rekenen op een totaal van € 35.000 à € 45.000. Een kostenverhogende factor is de wet om het zwembad te voorzien van een beveiliging. De verplichte beveiliging geldt voor echte zwembaden, dus ingegraven, en voor de grotere opbouwbaden die niet zomaar zijn te verplaatsen (enterrées en semi-enterrées). Wie de vereiste voorzieningen niet aanbrengt, riskeert een boete van maximaal € 45.000. De wet laat vier vormen van beveiliging toe: • een afrastering van 1,10 meter hoog als deze op een muurtje staat of 1,22 meter van de grond, voorzien van een toegangshekje van minstens een meter breed; • alarmsysteem; • degelijke afsluiting, afdekking zoals een beloopbaar rolluik (dus geen gewoon zomer- of winterdek); • gehele afsluiting via een (inschuifbare) overkapping (abri). De Franse normalisatieorganisatie AFNOR (met het vignet NF) heeft de normen vastgesteld waaraan de verschillende systemen moeten voldoen: • NF P90-306: aanbevolen wordt de afrastering, het hek (men spreekt van een barrière de protection of clôture) niet te ver te plaatsen vanaf de rand van het bad, de minimumafstand moet 1 meter zijn. De afsluiting moet zo zijn gemaakt dat kinderen jonger dan 5 jaar worden tegengehouden en ook het afsluithek niet kunnen openen. De kosten van een hek kunnen zeer uiteenlopen: een eenvoudig hek van geplastificeerd gaas zou vanaf € 50 per meter (exclusief toegangshekje met slot van € 500) geleverd kunnen worden. De prijzen kunnen, afhankelijk van de kwaliteit en de kosten van arbeidsloon, oplopen tot € 200 per meter of zelfs meer. Gemiddeld komen de kosten vaoor een bad van 4 x 8 meter neer op € 2000 tot € 3000. • NF P90-307 is de norm bij de aanleg van een alarminstallatie: óf infrarood installatie of ander systeem dat signaleert of iemand de omgeving van het bad betreedt, óf een detectievoorziening die alarmeert in het geval iemand het water in gaat. De installatie moet 24 uur per dag in bedrijf zijn. De fabrikanten van deze spullen wijzen er met enige nadruk op dat deze alarminstallaties in feite als aanvullende middelen moeten worden beschouwd. Zij voorkomen niet dat kinderen in het water terecht kunnen komen. Een beveiliging rondom (alarme périphérique of périmétrique) met bijvoorbeeld infrarood komt voor een gemiddeld zwembad uit op ruim € 4000, maar de prijzen lopen zeer uiteen. De apparaatjes die afgesteld zijn op het signaleren van het te water gaan (alarmes d’immersion), variëren in prijs van € 450 tot soms zelfs € 2500.
• NF P90-308: via deze norm is vastgesteld aan welke eisen een zwembadafdekking en de verankering ervan moeten voldoen om aangemerkt te kunnen worden als toegelaten beveiligingsmiddel. Het dek moet tot over de randtegels (margelles) reiken en een gewicht van 100 kilo kunnen dragen. Het zomer- en winterzeil zijn voor deze vorm van afsluiting derhalve niet geschikt. Er zijn verschillende modellen in omloop, zoals afdekking van pvc of van latten en handmatig of automatisch te bedienen. Het bedienen ervan moet zo zijn geregeld dat kleine kinderen niet zelfstandig de afdekking kunnen weghalen. Een eenvoudige vorm van een afsluitbaar dek zou rond de € 100 per vierkante meter moeten kosten. Een rolluik dat zich automatisch inschuift kost € 6000 tot € 10.000, en is bij voorkeur aan te leggen bij een nieuw te bouwen zwembad. • NF P90-309: deze norm geldt voor al dan niet verrijdbare vormen van abri’s, complete doorzichtige afdekkingen, overkappingen die ook zijn te gebruiken als het bad in gebruik is. Ook hier geldt dat de bediening van de toegang en de afsluiting niet door kleine kinderen mogelijk zijn. Deze vorm van beveiliging is het kostbaarst. Reken voor een handmatige schuifbare abri voor een 'gewoon' zwembad (10 x 5 meter) op een investering van globaal € 12.500. Erg luxe voorzieningen kunnen tot € 30.000 oplopen. Zwembaden met abri ontmoeten vaak veel problemen door de te hoge temperaturen, waardoor het water in groene soep verandert door de algengroei. Dit verschijnsel komt vooral voor bij vakantiehuizen die langere tijd niet zijn bewoond.
Bij de oplevering van het bad zal de bouwer een verzekeringsbewijs moeten overleggen. Bij zwembaden gaat het dan om een garantie van 10 jaar, de décennale genie civil. Maar andere zaken zoals de liner en de machinerie moeten weer afzonderlijk worden verzekerd. Enige zekerheid over de kwaliteit van de zwembadbouwer is te verkrijgen door te informeren bij de Fédération des professionnels de la piscine. Bij deze FPP zijn ongeveer 600 bouwers aangesloten, te vinden op internet, die zich hebben verbonden aan een kwaliteitskeurmerk. Bij deze bouwers en de overigen moet ook worden gelet op de drie vormen van garantie: la garantie de parfait achèvement (kleine fouten regelen bij de oplevering), la garantie de bon fonctionnement (verhelpen van grotere storingen en gebreken binnen twee jaar) en de genoemde garantie décennale (de tienjarige garantie op de constructie).
Septic tank, de fosse De meeste Nederlanders met een (tweede) huis in Frankrijk wonen op het platteland of in een klein dorp en zijn dus meestal aangewezen op een septic tank (fosse septique, of deftiger: assainissement individuel of assainissement autonome en officieel zelfs assainissement non collectif). Ook wordt op het platteland nog wel op openbaar water geloosd. Ongeveer 13 miljoen Fransen, ofwel 30% van de plattelandsbevolking, zijn niet op het openbare riool aangesloten en beschikken dus over een système d'assainissement autonome. Enkele voorwaarden: de fosse moet zijn geplaatst door een erkend bedrijf en moet meer dan 35 meter afstand hebben van een bron waaruit drinkwater komt. Het behandelde afvalwater mag niet in een put worden geloosd of in een andere holle ruimte in de natuur. Een fosse moet ten minste één keer in de vier jaar worden geleegd. Bedrijven die deze werkjes uitvoeren zijn te vinden onder Assainissement, vidange, curage in de pages jaunes. Bij een dagelijkse 'productie' van huishoudelijk afvalwater door 4 personen is een tank van 3000 liter nodig. De oude fosses zijn de welbekende fosse septiques, maar nieuwe installaties worden als fosse toutes eaux omschreven, derhalve al het water van het huis komt in die fosse terecht, regenwater nadrukkelijk uitgezonderd. Het water dat uit de wc's komt, de eaux vannes, krijgt een eigen afvoer. De rest van het huishoudelijke afvalwater, eaux ménagères, gaat via een eigen leidingsysteem en een vetput (bac à graisse, bac dégraisseur) ook naar de fosse. De laatste jaren zijn de gemeenten bezig met onderzoek om zo veel mogelijk gemeentelijke riolering (tout-à-l'égout) aan te leggen. De kosten daarvan komen vooral voor rekening van de huiseigenaren. In 2005 moest er in gemeenten met meer dan 2000 inwoners zo'n openbare riolering zijn, maar daar is nog niet veel van terechtgekomen. Bij nieuwbouw of grote verbouwingen, waarvoor een bouwvergunning is vereist, moet de aanleg van een fosse toutes eaux worden meegenomen. Een dergelijke verzamelbak van al het huishoudelijke afvalwater (nogmaals, geen regenwater) moet ten minste 3000 liter kunnen bevatten en ligt op meer dan 10 meter afstand van het huis. In de aanvraag moet duidelijk zijn hoe de leidingen van het huis naar de fosse worden gelegd, hoe een eventuele voorbehandeling van het huishoudelijk afvalwater geschiedt en op welke wijze de vaste stoffen worden behandeld. Ten slotte moet duidelijk zijn aangegeven waar het behandelde afvalwater uiteindelijk terechtkomt (de ¨¦pandage): infiltratie in de grond of, bij hoge uitzondering, lozend op (openbaar) oppervlaktewater. Toestemming is verder nog nodig van de DDASS (Direction d¨¦partementale des affaires sanitaires et sociales). Die verleent een accord de principe en laat weten welk type is geoorloofd.
|
|