|
|
Werken in Frankrijk
De werkloosheid is nog hoog in Frankrijk (iets boven de 8% voorjaar 2008), zodat het niet gemakkelijk zal zijn om zomaar ‘een baantje’ te krijgen. Wel is er een schreeuwend tekort aan bouwvakpersoneel en aan werkers in de dienstverlening, vooral in de horeca. Ook op verpleegkundig gebied zijn er nog voldoende banen te krijgen, ook voor buitenlanders. De arbeidsbureaus in Frankrijk kunnen wellicht iets betekenen; men kan zich in elk geval laten inschrijven bij een vestiging van de Pôle d'Emploi. EU-onderdanen hebben geen verblijfsvergunning meer nodig als zij in Frankrijk gaan wonen of werken. Wie een zelfstandig beroep uitoefent (dat geldt niet voor artsen, advocaten, kunstenaars en dergelijken), moet desgevraagd aantonen dat hij of zij in het eigen onderhoud kan voorzien en beschikt over een ziektekostenverzekering. Banen bij de Franse overheid zijn in principe niet weggelegd voor niet-Fransen. Vragen en antwoorden over de meest uiteenlopende zaken staan op de website Service-Public. In het Frans, dat wel. Ondernemende Nederlanders die klaar zijn met de verbouwing van het Franse onderkomen en zich afvragen ‘wat nu?’, kunnen denken aan het opzetten van een eigen bedrijf(je) en kunnen daarbij de hulp inroepen van een aantal raadgevende instanties. Zo is er de EGEE, Entente des Générations pour l’Emploi et l’Entreprise. In elke regio en elk departement zijn afdelingen van deze organisatie gevestigd, die starters adviseren bij het opzetten van een eigen bedrijf, daadwerkelijk kunnen meedoen met de voorbereiding en ook financieringsmogelijkheden kunnen aanreiken. Nieuwe banen nodig
Franse werknemers zijn niet lui, maar houden niet van hun directies ![]() Franse werknemers zijn vergeleken met hun Britse, Amerikaanse en Duitse collega's erg ontevreden over de steun die ze krijgen van hun managers. Toch wordt in een rapport van het World Economic Forum beweerd dat Fransen een betere werkethiek hebben dan Britten, Amerikanen en Nederlanders. De reden dat hun input niet leidt tot een even sterke output is dat de ondersteuning van Franse managers te wensen overlaat. Fransen zijn dan ook doorgaans weinig enthousiast over hun bedrijf. Hielden in 2005 nog 79% van de Franse werknemers van hun bedrijf, dat cijfer is nu gedaald tot 64%. President Nicolas Sarkozy zei vorige maand nog dat de Franse bevolking zich moet spiegelen aan Duitsland en harder moet gaan werken. Maar in plaats van de werkethiek van Franse arbeiders in twijfel te trekken, kan de president zich beter richten op de methodiek van de Franse managers, schrijft The Economist, dat onder de titel 'The French way of work' een kritisch artikel publiceerde over de stijl van leiding geven in de grote Franse ondernemingen. Franse managers wordt te snel geparachuteerd in de top van de bedrijven, hebben een te grote afstand tot de werkvloer en houden nauwelijks voeling met de concrete, dagelijkse taken in een onderneming. Een groot deel van de Franse directeuren is afgestudeerd aan een 'Grande Ecole', zoals de befaamde Polytechnique. Daar wordt hun een zeer theoretische blik op management voorgeschoteld. Zaken als medewerkers motiveren en een hechte teamgeest smeden, zijn minder belangrijk. Door deze academische achtergrond komen Franse managers autoritair over. Ook in Franse familiebedrijven maken niet-familieleden nauwelijks kans om tot het management toe te treden. Franse werknemers zijn niet luier dan andere werknemers in vergelijkbare Europese landen, maar zij worden slecht geleid. Het carrière maken of het opklimmen naar functies op directieniveau is zelfs voor competente werknemers moeilijk. De belangrijkste posten zijn weggelegd voor de theoretici van de grandes écoles. En dat motiveert niet echt. Bovendien houden de geparachuteerden nog een strikte hiërarchie in stand, belissingen worden aan de top genomen, voorstellen van de werkvloer bereiken de directiekamers moeilijk. Twee van de vijf Franse werknemers koesteren een negatief beeld over hun leiders, minder dat eenderde onderhoudt vriendschappelijke betrekkingen met directeuren. Dat is tweederde in Amerikan, Engeland en Duitsland. 'De Fransen vinden een grote bevrediging in hun werk, maar zijn ten diepste ontevreden over de manier waarop hun ondernemingen functioneren, stelt The Economist vast. Het Britse weekblad ziet echter in bedrijven als Danone en Alcatel voorbeelden van Franse ondernemingen die hun managementstijl duidelijk aan het moderniseren zijn en meer de Angelsaksische stijl van leidinggeven beginnen toe te passen. (01.12.11)
Solliciteren in Frankrijk Het doen van open sollicitaties is niet ongewoon, maar een echte sollicitatiebrief behoort tot de gebruikelijke procedure. Bij voorkeur is de korte brief met de hand geschreven en vermeldt vooral zaken als genoten opleiding en opgedane ervaring. Een CV (curriculum vitae) bestaat vooral uit het netjes opsommen van de levensloop, waarbij wordt begonnen met de laatste baan of functie. De Nederlandse instelling UWV WERKbedrijf heeft de sollicitatieprocedures in Frankrijk onderzocht en komen daarbij tot enkele nuttige tips: 'Benadruk uw talenkennis, de Fransen beheersen zelden één of meer talen. Pas afgestudeerden moeten hun stages onder 'werkervaring' vermelden. Hebt u minder dan vier jaar werkervaring, dan moet u uw stages vermelden. Een Franse werkgever zal bepaalde Nederlandse termen niet begrijpen. Dat geldt voor opleidingen (bijvoorbeeld 'havo') en voor functies. In Frankrijk kan de functie 'officemanager' bijvoorbeeld uit andere werkzaamheden bestaan dan in Nederland. Het is daarom belangrijk om de inhoud van de opleiding en werkervaring te beschrijven. Probeer waar mogelijk ook een vergelijkbare benaming voor de opleidingen en functies te vinden. Bij sollicitaties via internet wordt vaak een elektronische levensloop (ECV) toegevoegd. Een gewoon CV bestaat uit een korte opsomming van gegevens. In het ECV kunt u de gegevens uitgebreider omschrijven. Bijvoorbeeld uw eigenschappen en de persoonlijke doelen die u wilt bereiken. In Frankrijk schrijven steeds meer mensen een projet professionnel. Dat is een beschrijving van de carrière die u wilt maken. Het bevat informatie over de functie die u wilt, de verantwoordelijkheid die u wilt dragen en het gewenste salarisniveau. Ook beschrijft het de bedrijfstak en het type onderneming waarin u wilt werken. Hoe preciezer de werkzaamheden worden omschreven, hoe beter. Een projet professionnel vervangt het CV niet, maar voegt extra informatie toe aan uw sollicitatie. Het is ook een goede manier om uw eigen wensen en kwaliteiten op een rij te zetten.'
De Franse arbeidsongeschiktheid Er bestaan, anders dan in Nederland bij de WAO, nogal verschillende vormen van voorzieningen tegen arbeidsongeschiktheid. Werknemers die langdurig ziek worden, krijgen drie jaar lang een uitkering van de Sécurité sociale als het laatste kwartaal voorafgaande aan de ziekte ten minste 200 uren is gewerkt bij ziekteperioden van ten minste een halfjaar of 800 uren over het voorafgaande jaar. De werknemers ontvangen dan een dagvergoeding (indemnité journalière - IJ) van de helft van het gemiddelde salaris (gerekend over de laatste drie maanden). Het maximum is een IJ van € 41,93. Na die drie jaar krijgt men een invaliditeitspensioen (pension d'invalidité) als de arbeidsongeschiktheid is vastgesteld op twee derden. De uitkering bedraagt dan 30% van het gemiddelde jaarsalaris over de afgelopen tien beste jaren in het geval van gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid en 50% bij een volledige. De meeste werkgevers vullen die vergoedingen aan, zodat in de praktijk 90 tot 100% van het salaris wordt ontvangen. Wie bij kleine ondernemingen werkt, doet er goed aan een individuele verzekering (assurance de prévoyance) af te sluiten. Onafhankelijke beroepsbeoefenaren kunnen aanspraak maken op dagvergoedingen waarop zij recht hebben dankzij de verplichte ziektekostenverzekering; deze zijn te vergelijken met die van werknemers. Men moet dan wel ten minste een jaar verzekerd zijn bij de URSSAF of RSI. Artisans (aannemers, timmerlieden en ander ambachtsvolk) die geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt worden, ontvangen een uitkering van 50% over het gemiddelde inkomen van de voorafgaande drie jaar en daarna 30%. Winkeliers ontvangen bij volledige arbeidsongeschiktheid een uitkering van 50% en bij gedeeltelijke 30%.
Werken en ziek thuis blijven Scherpere controle op werkverzuim Controles door werkgevers op ziekteverzuim zijn vanaf 2010 uitgebreid. Deze contre-visites patronales mogen na een week worden afgelegd door controle-artsen van buiten de onderneming. De komst valt normaal gesproken binnen de verplichte periodes van thuisblijven: van 9 tot 11 en van 14 tot 16 uur. in deze perioden mag niets worden uitgevoerd, noch betaald noch onbetaald. Wie vrijgesteld is van deze verplichting moet wel melden op welke tijdstippen hij of zij thuis is. Nieuw is dat de Assurance maladie (de Sécu) het advies van deze controlerende geneesheer moet respecteren. Binnen 48 uur moet een zieke werknemer zijn verzuim aan werkgever en caisse primaire melden, op straffe van boetes. Vanaf de vierde dag ontvangt hij 50% van zijn loon (gemiddelde van de laatste drie maanden.) Na acht dagen ontvangt hij, als hij ten minste een jaar in dienst is, van zijn werkgever een aanvulling op de vergoeding van de Sécu, zodat hij dan 90% van zijn bruto salaris over de eerste 30 dagen en 2/3 van zijn bruto loon over de volgende 30 dagen ontvangt. (19.01.10)
Links
CFE
Deze pagina is laatst gewijzigd op 24-12-2011 om 17:14.
|
Uit de fora: |