|
|
Certificat d'urbanisme
Veel gebruikt is ook de afkorting COS, coefficient d’occupation du sol. Deze COS geeft aan welk gedeelte van een terrein mag worden bebouwd: een coëfficiënt van 0,30 op een stuk bouwgrond van 1000 m² betekent dat men 300 m² kan bebouwen inclusief al het buitenwerk. Het woondeel daarvan mag hooguit 80% zijn, derhalve 240 m²aan ‘huis’.
Bouwvergunning
Wanneer is een bouwvergunning nodig en wanneer een simpele déclaration?
Kamer akkoord met meer bouwruimte voor woningbouw Het Franse parlement heeft een wetsvoorstel aangenomen om de bouwrechten met 30% uit te breiden voor een periode van drie jaar, en wel van 1 januari 2013 tot 31 december 2015. De regering wil daarmee de stagnerende nieuwbouwactiviteiten een impuls geven. De maatregel kan niet eerder ingaan, omdat de Franse burgemeesters nog niet hun oordeel hebben kunnen uitspreken. Zij krijgen daarvoor negen maanden de tijd. Daarna moet de bevolking binnen een maand worden geraadpleegd, waarna de gemeenteraad kan besluiten om al dan niet akkoord te gaan of de uitbreiding van het het bouwareaal lager te doen zijn dan de 30%. De uitbreiding van de ruimte om te bouwen geldt niet voor natuurgebieden en andere gebieden waar uitbreiding ongewenst is (geluidsoverlast bijvoorbeeld.) De maatregel betekent in de praktijk dat de oppervlakte van de bouwterreinen in een gemeente met 30% kan worden verhoogd. In Frankrijk hanteert men bij het toestaan van bouwoppervlakte de COS, de coefficients d'occupation des sols. Voorbeeld: voor een terrein van 1000 m² waar een COS geldt van 0,4 is het nu mogelijk om 400 m² te bebouwen. Met de verhoging van 30% kan dat dus 520 m² worden. De maatregel geldt ook voor bestaande bebouwing, waarvoor een vergunning tot uitbreiding is gevraagd of voor nieuwbouwaanvragen die al zijn ingediend. (15.03.12)
Nieuwe formulieren bouwvergunning te downloaden Vanaf 1 maart zullen via internet de nieuwe formulieren voor het aanvragen van een bouwvergunning beschikbaar zijn. Het gaat hierbij om de vijf verschillende vergunningaanvragen:la déclaration prélable de travaux (gevraagd voor het doen van kleine verbouwingen en aanpassingen), le permis de construire (de gewone bouwvergunning voor het doen van nieuwbouw en grote verbouwingen) le permis de construire modificatif (voor het aanbrengen van kleine wijzigingen op een al afgegeven bouwvergunning) le permis d’aménager (aanlegvergunning voor het doen van grondwerk) le permis de démolir (sloopvergunning, nodig in gevoelige en beschermde gebieden.) Nieuw is verder de beschikbaarbeid en ligne van drie andere papieren, nodig voor de bouw: Het aanvragen van een certificat d’urbanisme, la déclaration d’ouverture de chantier (de verklaring dat met de bouw is begonnen) la déclaration d’achèvement des travaux (de verklaring dat de bouw is voltooid.) (25.02.12)
Voorbeeldbrief als de buurman zonder vergunning gaat (ver)bouwen Voor bijna alle bouwwerken en bouwwerkjes is een vergunning nodig, een permis de construire of een 'kleine bouwvergunning', de déclaration. Als de buurman een verdieping op zijn huis gaat zetten zonder vergunning, kan de gemeente worden gevraagd de bouw te verhinderen.
De technische aspecten van een bouwaanvraag gaan op het platteland overigens altijd voor onderzoek naar de zeer machtige DDT’s in de departementen (Directions départementales des Territoires), een verzameling diensten zoals provinciale waterstaat, milieudienst, dienst ruimtelijke ordening en nog veel meer, kortweg vergelijkbaar met een Nederlandse Dienst Openbare Werken. In middelgrote en grote steden wordt de volledige afhandeling van de bouwvergunning gedaan door de Mairie. In gemeenten waarin men geen bestemmingsplan (POS of PLU) of carte communale kent, zal de bouwvergunning worden verstrekt door de prefect van het departement. Verbouwingen aan woningen die in de buurt staan van monumenten, moeten ook nog worden goedgekeurd door de Architecte des Bâtiments (ABF), een overheidsdienaar.
Alle acties van vergunningen verstrekkende burgemeesters worden overigens getoetst door de DDT en de prefectuur, want er zijn vele kleine gemeenten die niet altijd alle expertise in huis hebben. Hogere eisen aan energieonderzoek woonhuizen Vanaf 1 januari 2012 worden nieuwe maatregelen van kracht waarmee het energieonderzoek aan woonhuizen betrouwbaarder wordt. Het ministerie van Ecologie wil daarmee bereiken dat particulieren beter worden geínformeerd over de resultaten van deze DPE, Diagnostic de performance énergétique. Eén van de nieuwe eisen aan de onderzoekbureaus is dat zij verplicht worden om de verzamelde onderzoeksgegeven gedetailleerd weer te geven en uit te leggen en welke onderzoeksmethoden daarbij zijn gebruikt. Verder moeten de berekeningsmethoden worden verbeterd door het aantal te analyseren gegevens uit te breiden. De daarbij gebruikte software moet zijn goedgekeurd door het ministerie en zijn milieu- en energieagenschap Ademe. Het personeel van de onderzoekbureaus zal beter moeten worden opgeleid en kan online gaan beschikken over een voor hen bijgehouden database met nuttige informatie. Het ministerie heeft al enige tijd een website in gebruik waarop de adressen zijn te vinden van de erkende bureaus. Gezocht kan worden op gemeente, postcode en type onderzoek (asbest, elektriciteit, gas, energiehuishouding, lood, termieten.) De DPE is een informatief document waarop een overzicht is gegeven van het energieverbruik van een onroerend goed en van de uitstoot daarbij van CO2. Het papier wordt opgemaakt op initiatief van de huiseigenaar bij het plan het huis te verkopen of te verhuren.(29.09.11)
Belastingen en heffingen
Lage btw op verbouwingen gespaard bij bezuinigingen
Leveranciers maken weinig reclame voor premies bij energiebesparing
Subsidiemogelijkheden, belastingvoordelen
Anah (Agence nationale pour l’améloration de l’habitat – nationaal agentschap voor de verbetering van de woonomgeving) kan subsidies toekennen voor het verbeteren van onder meer particulier verhuurde woonhuizen en ook van particuliere woningen. Het gaat om werkzaamheden die de veiligheid of gezondheid (weghalen van asbest bijvoorbeeld, of behandeling van hout tegen termieten) moeten verbeteren, om energiebesparingen en om bouwtechnische veranderingen die de toegankelijkheid bevorderen, bijvoorbeeld voor rolstoelrijders.
Deze Anah kent nogal wat regels alvorens een subsidie wordt toegekend. Het huis moet ten minste 15 jaar oud zijn, de eigenaren mogen niet te veel inkomen hebben. De subsidies gelden niet voor herbouw of renovaties. Het huis moet de hoofdbewoning zijn. De subsidies kunnen gaan tot 20 à 35% van de kosten met een maximum van € 13.000. Normaal gesproken wordt de subsidie betaald na afloop van de werkzaamheden, maar het is ook mogelijk om tijdens de werkzaamheden al gedeelten te ontvangen. Er zijn ook nog andere instellingen die met subsidies op de proppen kunnen komen: de gezinsbijstand (CAF - Caisse d’allocations familiales), de beheerders van '1% logement', Ademe, GDF en EDF, gemeenten, departementen en regio's. Men moet er wel rekening mee houden dat de ontvangen subsidie als inkomen op het aangifteformulier van de belastingen moet worden gemeld. In september 1999 heeft de Franse overheid het besluit genomen om de btw (TVA) op renovatie enwoningverbetering ‘tijdelijk’ te verlagen van (toen) 20,6 naar 5,5% (in 2012 7%.) De maatregel was bedoeld om zwart werken tegen te gaan, de werkgelegenheid in de bouw en aanverwante beroepen te bevorderen en ook zorg te dragen voor een kwaliteitsverbetering van het woningbestand. Het normale tarief van 19,6% wordt onder meer geheven bij de aankoop van bouwgrond en de verkoop binnen vijf jaar van een nieuw gebouwd of geheel gerenoveerd huis. Om te profiteren van het lage TVA-tarief moeten de huizen ouder zijn dan twee jaar. Vanaf 2012 geldt een tarief van 7%.
Op vrijwel alle materialen en op het arbeidsloon (main d’œuvre) geldt het lage tarief als wordt gewerkt met erkende bedrijven. De lage btw geldt alleen voor vernieuwing van woonruimten en bouwsels die daar echt bij horen, zoals balkons, kelders, zolders, berghokken, garages. Het moet derhalve gaan om verbetering, verandering (het verbouwen van een zolder tot kinderkamer bijvoorbeeld) of onderhoud (pleisterwerk, schilderwerk, nieuw behangetje of vloerbedekking). De materialen worden met 5,5% belast als de artisan of aannemer deze spullen koopt. Uitbreiding van woonruimte in de vorm van de bouw van een terras, veranda of garage valt niet onder het vriendelijke btw-tarief. Luxe zaken, zoals de bouw van een zwembad, blijven onder het hoge tarief van 19,6% vallen. De fisc heeft later wat roet in het eten gegooid: niet in alle gevallen kunnen eigenaren van op te knappen huizen profiteren van de lage btw. De regels zijn wat aangescherpt en er zijn nieuwe richtlijnen uitgevaardigd. In de oude situatie behoefden de eigenaren slechts een verklaring te ondertekenen dat de woning ouder is dan twee jaar. Het verhaal gaat niet meer op als de restauratie of renovatie in feite zo uitgebreid is, dat gesproken kan worden van nieuwbouw. Wie een oude schuur verbouwt tot een woning, kan niet in alle gevallen een beroep doen op de lage btw. De normen zijn nader gepreciseerd: als meer dan de helft van de gevels en de fundering met inbegrip van dragende binnenmuren wordt vernieuwd, is sprake van nieuwbouw en geldt het hoge tarief. Een derde van de volgende voorzieningen moet blijven bestaan voor het toepassen van het lage tarief: (houten)vloeren, deurlijsten buiten, binnenmuren en voorzieningen als loodgieterswerk, elektriciteit en verwarming. Nieuwe formulieren die de klant moet invullen zijn te vinden op internet* (administration fiscale). Er is een eenvoudig formulier als het om kleinere werkzaamheden gaat. Bouwers waren altijd al wat voorzichtig geworden, want als de fiscus constateerde dat van nieuwbouw sprake was en de artisan het lage btw-tarief had berekend, dan moest de artisan het verschil bijbetalen en kon dat niet verhalen op de eigenaar. Later werd de eigenaar daarvoor zelf aansprakelijk en moest hij het verschil aanvullen als is vastgesteld dat hij een onjuiste opgave heeft gedaan. Bij cassatie in juni 2011 is de zaak weer teruggedraaid en blijft de artisan verantwoordelijk en zal het verschil uit eigen zak moeten aanvullen. Op de website van Ademe zijn alle nieuwe belastingkortingen op milieuinvesteringen aan de eigen woning te vinden. Voor 2011 zijn de crédits d'impôt 10% lager geworden en is het belastingvoordeel bij de aanleg van zonnepanelen verlaagd van 50 naar 25% van de investeringskosten bij een erkende onderneming. Leveranciers maken weinig reclame voor premies bij energiebesparing Naast de slooppremie voor verwarmingsketels en het crédit d'impôt voor duurzame enerigie-investeringen zijn er ook nog de CEE's, de Certificats d'économie d'énergie, die via premies de rekening voor het aanbrengen van isolatie en de aanschaf van een nieuwe cv-ketel kunnen verlichten. Het kan enkele honderden euro's schelen. Maar de regeling is wat ingewikkeld en ondoorzichtig en wordt niet erg gepropageerd. Het grootwinkelbedrijf en energieleveranciers die met deze certificaten werken (de regeling bestaat sinds 2005) doen er nogal geheimzinnig over. Leveranciers van energieapparaten moeten volgens de wet meewerken om de nationale energieconsumptie te beperken, op straffe van boetes. Sommige bedrijven kiezen voor het betalen van de boetes als ze niet aan hun quotum van certificaten komen. De grote leveranciers brengen de regeling onder bij hun partners, zoals Bleu Ciel voor EDF en Dolce Vita voor GDF Suez. De maatregel van CEE is gebaseerd op de verplichting om energiebesparingen te bereiken: 2% per jaar tot 2015 en daarna 2,5% per jaar. De verplichting geldt voor de leveranciers van energie, zoals elektriciteit, gas, warmte, koude, huisbrandolie, autobrandstoffen. Zij worden aangespoord om actief een doelmatig energiegebruik te promoten bij hun klanten, de huishoudens, de lokale overheden en bedrijfsleven. Elke drie jaar moeten de leveranciers aantonen dat zij aan hun verplichtingen hebben voldaan. Is dat niet geval, dan zullen zij een boete moeten betalen van 2 centimes per tekort komend kWh. Hoe de energieleveranciers te werk gaan is door henzelf te bepalen: zij kunnen klanten financieel belonen via premies bij de aankoop, hulp bieden bij het uitvoeren van werkzaamheden of de financiering daarvan regelen of gratis diagnoses uitvoeren. Als tegenprestatie ontvangen de verkopers dan de certificaten die passen bij de soort dienstverlening die is verricht. Zij kunnen ook certificaten 'verdienen' door in eigen onderneming energiebesparende extra investeringen te doen die uitgaan boven de wettelijke beperking tot vermindering van de uitstoot van kooldioxyde. Ook kunnen zij certificaten kopen van andere partijen die al voldoende certificaten hebben verkregen. Wie als particulier zelf de CEE wenst te verzilveren bij aankoop van duurzaam energiebesparende spullen of de levering van fioul, moet vanaf het begin van de opdracht goed opletten voordat een devis is getekend. Ook moet men er zich van vergewissen dat de premie niet door de leverancier zal worden opgestreken. De procedure is dat men zich eerst moet inschrijven op de website van een leverancier - Leclerc of Auchan bijvoorbeeld - alvorens een offerte te tekenen. De professioneel die heeft geleverd zal na het werk een verklaring moeten afgeven dat het werk is voltooid. Opletten dat de firma de prijzen niet heeft opgehoogd om de premie daarmee te 'financieren'. Verschillende offertes aanvragen derhalve. De praktijk leert dat EDF alleen de leverancier laat profiteren van de premies. Dat geldt ook voor GDF Suez, die echter wel bescheiden tegemoetkomingen biedt bij de aanschaf van een condensatieketel (€ 110.) Oliereus Total laat de premies ten goede komen aan de bouw en de bedrijven in deze sector die bij levering van huisbrandolie of gas (Totalgaz) direct de cheques krijgen uitbetaald. De circa 2000 leveranciers van fioul hebben gekozen voor een premie (onlangs verdubbeld) van € 500 bij de aanschaf van een nieuwe condensatie cv-ketel. Via een speciale website bij Leclerc is inschrijving mogelijk en liggen de premies bij dergelijk aankopen tussen de € 400 en € 500 en wordt € 174 uitgekeerd via koopbonnen bij de koop van een houtkachel. Bij Carrefour doet men niets, maar voldoet men aan zijn verplichting door besparingen in het eigen bedrijf door te voeren. Auchan werkt ongeveer op dezelfde manier als Leclerc en biedt de klant de premie aan via zijn klantenkaart. (20.04.12) Duurzame investeringen aan je Franse huis: hogere btw, minder fiscaal voordeel ![]() Voor investeringen in het eigen huis aan duurzame voorzieningen is de fiscale aantrekkelijkheid dit jaar enigszins afgenomen. De overheid, ooit vol goede bedoelingen om duurzame energiebesparingen in de particuliere sector te bevorderen, heeft voor het tweede achtereenvolgende jaar de schaaf gehaald over de belastingteruggaven, de crédits d'impôts. De fiscale voordelen zijn gemiddeld wederom gedaald voor investeringen die een matige energiebesparing opleveren. De teruggave is 10% (was 13% in 2011). De meer interessante verbouwingen en aanpassingen kennen een crédit écolo van 32% (was 45%). Daarnaast is het lage btw-tarief van 5,5 naar 7% gegaan. Wie per jaar in zijn eengezinswoning (hoofdbewoning) slechts één investering doet - bijvoorbeeld het aanbrengen van dubbel glas in de ramen - moet rekenen op een lagere of geen belastingteruggave. De crédits worden nog wel verleend als meer vernieuwingen op energiegebied tegelijkertijd worden uitgevoerd. De kosten voor het aanbrengen van zonnecellen - zowel de fotovoltaïsche voor de opwekking van elektriciteit als die voor de verwarming van water - worden geplafonneerd bij de berekening van het belastingvoordeel. De hervorming van het systeem heeft niet alleen slecht nieuws opgeleverd. Wie ten minste twee werkzaamheden laat uitvoeren, kan profiteren van een hogere belastingteruggave. Voorbeeld: een koppel zonder kinderen liet vorig jaar een cv-condensatieketel installeren voor € 4000 (crédit d'impôt 13%) en liet ook de muren voor € 6000 isoleren (belastingteruggave 22%), in totaal neerkomende om een besparing van € 1840. Als deze zelfde werkzaamheden in 2012 wordten uitgevoerd, komt de fiscale tegemoetkoming op € 2100. Bij de uitvoering van meer werkzaamheden komen de percentages voor 2012 op 18 en 23. Wie niet belastingplichtig is in Frankrijk en er toch zijn hoofdbewoning heeft - een niet veel voorkomende constructie - ontvangt de crédit d'impôt via een cheque van de belastingdienst. Men moet dan wel jaarlijks een pro forma aangifteformulier inkomstenbelasting hebben ingediend (belastbaar inkomen € 0.) Daarnaast is er nog de renteloze lening voor de bouw van nieuwe huizen, éco-PTZ (prêt à taux zéro.) Het stapelen van de crédit d'impôt en deze renteloze lening is voorbehouden aan gezinnen waarvan het belastbaar inkomen in 2010 de € 30.000 niet te boven ging. Wie boven dit plafond uitkomt, kan een keuze maken uit twee maatregelen: óf belastingteruggave óf éco-PTZ. Wie wel in aanmerking komt voor deze cumul kan een lening van maximaal € 20.000 afsluiten voor ten ministe twee duurzame investeringen (€ 30.000 voor een bouquet van drie werken) en daarna kunnen zij in het volgende belastingjaar hun crédits d'impôt incasseren. De constructie van het dubbele voordeel blijft wat theoretisch omdat zij geldt voor grote investering bij gezinnen met lagere inkomens. De andere nieuwigheid dit jaar jaar is de verhoging van het lage btw-tarief. Er is een overgangsregeling voor de werken die in 2012 beginnen, terwijl de offertes en contracten in 2011 zijn getekend. Als vóór 20 december een eerste betaling is gedaan, geldt nog het oude tarief van 5,5%. De rest van de stortingen worden dan met 7% belast. Of preciezer: een aanbetaling die tussen 20 december en 31 december 2011 is geïncasseerd profiteert nog van de 5,5% btw, maar de rest van de latere betalingen vallen onder de 7%, ondanks dat de offerte vóór 20 december is getekend. 'Incasseren' betekent hier dat het geld is ontvangen of de cheque is gecrediteerd op de rekening van de aannemer. Antedateren van de cheque heeft dus geen zin. Wie een bouwklus eind 2011 heeft geprogammeerd met een aannemer zonder voor 20 december een aanbetaling te hebben gedaan, zal niet ontkomen aan de 7% btw. Sommige bouwbedrijven zullen via onderhandelingen in dit soort gevallen bereid kunnen zijn om iets van hun marge te laten vallen. Enkele voorbeelden van de crëdits d'impôts:
* 26% bij vervanging ** toe te kennen bij uitvoering méér werkzaamheden (09.03.12) Renteloze huizenlening alleen voor nieuwe huizen ![]() De oude renteloze leningen en de beperkte hypotheekrente-aftrek hebben begin 2011 plaatsgemaakt voor een nieuwe vorm van een overheidsvergoeding aan Franse inwoners die voor het eerst een huis kopen, de PTZ+ - prêt à taux zéro. Maar ook deze regeling is al weer geschiedenis. Begin november 2011 is de lening alleen nog beschikbaar verklaard voor de financiering van de aankoop van een nieuw huis. Bovendien zijn de inkomensplafonds om in aanmerking te komen voor de renteloze lening verlaagd, zodat minder adspirant-huizenkopers een beroep kunnen doen op de door de overheid gefinancierde regeling. De grens ligt nu op € 60.900 per koppel voor bewoners van Parijs en directe omgeving, op € 42.700 voor de rest van Ile de France en op € 37.100 in overig Frankrijk. De bedragen gaan flink omhoog als er ook kinderen zijn en het nieuwe huis wordt gebouwd volgens de norm BBC - bâtiment basse consommation, energiezuinige huizen. Rekenvoorbeeld: Een koppel laat een nieuw huis bouwen in zone C, ergens buiten op het platteland. Het gezin met twee kinderen heeft een jaarinkomen van € 36.000 en de bouw van het huis zal € 200.000 vergen. Als het huis volgens de norm BBC wordt gebouwd zullen zijn aan PTZ+ de som van € 37.920 ontvangen (€ 158.000 inkomensplafond x 24%, het percentage voor zone C en BBC.) De lening moet in 12 jaar worden afgelost, derhalve € 263,33 per maand. Het leenbedrag is 14% van het inkomensplafond bij een huis dat niet voldoet aan de BBC-norm.
Lage BTW bij verbouwingen
Oude huizen en termieten Bij het opknappen of restaureren van oude Franse huizen moet men bijzonder goed letten op de conditie van de balken van de dakconstructie: zijn er termieten of andere schadelijke beestjes? Het is absoluut noodzakelijk om er bij het kopen van een huis in een besmette zone op toe te zien dat een deskundige is ingeschakeld. Als de aanwezigheid van termieten is geconstateerd, ligt het aan de koper hoe hij, eventueel samen met de verkoper, de zaak regelt: samen de termieten laten bestrijden of zakken met de vraagprijs. Termieten (en andere larven van insecten die verwoestend te werk kunnen gaan) kunnen ook later in het huis opduiken. Dat geldt ookvoor de vraatzuchtige larven van boktorren (capricornes des maisons en vooral de capricorne de chêne, die zich ook tegoed doet aan het harde eikenhout) en boorkevers (vrillettes). De eigenaar is verplicht de aanwezigheid van termieten onverwijld te melden op het gemeentehuis. Er zijn nu ruim 6 miljoen woningen aangetast. Inmiddels zijn rond 60 departementen besmet verklaard, vooral in het zuidwesten op de warme en vochtige plaatsen. De termieten zijn ook bedreigend in de gebieden langs de rivieren de Rhône, Garonne, Loire en rond en in Parijs. De op mieren lijkende insecten komen binnen via de grond en knagen zich via meterslange gangen door het hout steeds verder naar binnen. Ze vreten alles: dakhout, plinten, isolatiemateriaal, papier, karton. Niets verraadt hun aanwezigheid, want zij knagen in het binnenste van het hout. Signalen zijn er wel bij andere houtvreters, die sporen nalaten in de vorm van hoopjes zaagsel. Als het hout erg hard is, zie je soms zwarte 'stalactieten' en kleine gangetjes (cordonnets). Altijd opletten dus. Er zijn speciale bedrijven (traitement du bois) om een huis onder handen te nemen en de beestjes te bestrijden. Die bedrijven moeten zijn voorzien van het keurmerk CTBA+ (Centre technique dus bois et de l'ameublement) en moeten een garantie voor vijf jaar afgeven. Ook zijn er middelen in de handel (Xylophène bijvoorbeeld) die goed werken bij de bestrijding. Op internet zijn namen te vinden. De behandeling van een huis van ongeveer 100 m² kan ruim € 5.000 kosten; de kosten van een eventueel herstel van schade of vervanging komen daar nog bij. Men moet wel goed opletten bij de keuze van een deskundige. Er is maar een kleine honderd professionelen met een CTBA-erkenning. De overige 'onderzoekers' schermen met termen als 'ons personeel is opgeleid via de normen van de CTBA.' In door de overheid aangewezen risicogebieden is een inspectie gratis te laten uitvoeren, maar het is onverstandig om in zee te gaan met lieden die via de telefoon aanbieden een gratis en vrijblijvend onderzoek te laten doen. Fiscaal: bestrijding door een erkende onderneming betekent een laag BTW-tarief en de kosten zijn voor 20% aftrekbaar. En ook bij de Anah (Agence nationale pour l’améloration de l’habitat) is om een subsidie te vragen, die wel geldt voor huizen ouder dan 15 jaar of voor ten minste 10 jaar zijn verhuurd. Bovendien gelden er de al genoemde inkomensgrenzen. Doet men niets aan termieten, dan kunnen problemen rijzen met de verzekering, die de veroorzaakte schade niet zal vergoeden. Meer over de termieten en de verklaringen rond een te verkopen huis (asbest, loodhoudende verf, energie) is te vinden op de website over de Notaris. Zo zien die enge houtvreters eruit:
Zwembaden
Er zijn nu ruim 1,1 miljoen particuliere baden en jaarlijks komen er nog ruim 100.000 van deze baden bij. Frankrijk is het Europese land met de meeste zwembaden. Voor het (laten) bouwen van een zwembad (la piscine) – en dan niet een kinderbadje boven de grond (hors-terre of hors-sol) – is een 'kleine' bouwvergunning nodig. Alleen voor overdekte baden van meer dan 100 m² is een permis de construire nodig. Het is verstandig om een aanvraag voor een piscine creusée mee te nemen bij die voor het te bouwen of te verbouwen huis. Het is zeer aan te raden om verschillende offertes (ten minste vier of vijf) te vragen, want prijzen en kwaliteiten kunnen flink uiteenlopen. Een geprefabriceerd zwembad van niet al te grote afmetingen (4 x 9 meter en een diepte van 1,50 meter) kost rond de € 15.000. Een 'gewoon' zwembad (van beton en gemetselde wanden van 11 x 5 meter, gemiddeld 1,50 meter diep) zal ruim € 30.000 gaan kosten; met een flink terras erbij en vrolijke accessoires moet je toch rekenen op een totaal van € 35.000 à € 45.000. Ook is aan te raden om bij het elektriciteitsbedrijf het voordeligste abonnement aan te vragen, want het schoonhouden van een zwembad (pomp, eventueel robot, automatische stofzuiger) kost wel wat kilowatt. Bij het gebruik van twee pompen (filter en robot) van gemiddeld vermogen, zeg samen 1500 watt, berekent de EDF bij normaal stroomtarief € 200 per seizoen (van 1 april tot 1 oktober.) Abonnees op het nu moeilijk verkrijgbare tarief Tempo betalen rond de € 125. Wie het zwembadwater wil verwarmen moet uiteraard rekening houden met hogere kosten van bijvoorbeeld de warmtepomp (pompe à chaleur, aanschaf zo’n € 3500), de warmtewisselaars (échangeurs, kosten vanaf € 1.200) of verwarmingsketels (vanaf € 2500.) Zonnecollectoren worden ook wel toegepast voor de opwarming van het water, maar het vergt nogal wat ruimte om de panelen op te stellen, ongeveer 30 m² voor een bad van circa 50 m². Sommigen willen voor de zwembaddouche ook zonnecollectoren gebruiken voor de verwarming van het water. Stilstaand warm water kan echter de oorzaak zijn van de ontwikkeling van de gevreesde legionellabacterie. Overige vaste kosten zijn: het regelmatig bijvullen van het water en het toevoegen van producten (pH plus of pH moins, chloortabletten of zout bij elektrolysesysteem, anti-kalk, anti-alg, floculants voor het binden van de zeer fijne stofdeeltjes die de robot laat liggen, hivernage-spul om de winter door te komen.) Veel van deze producten zijn duur bij de gespecialiseerde ‘zwembadwinkels’; in het voorjaar hebben de grandes surfaces enkele weken lang aanbiedingen van al die producten tegen aanzienlijk lagere prijzen. Ook de pH-verminderaars (pH moins) die in de gespecialiseerde zwembadzaken ruim € 7 per emmertje van 5 kilo kosten, zijn te vervangen door een fles gewoon zoutzuur (acide chlorhydriquee), voor ruim € 1 per liter te koop in de hypermarché. Bovendien erg effectief. Ten slotte nog: de beste tijd om een zwembad te laten bouwen is de winterperiode. In die tijd zijn de aannemers minder jachtig en kunnen de zaken beter plannen. Van september tot december is het grondwaterpeil meestal lager en is het terrein beter toegankelijk. Bovendien is het een goede periode om de beplantingen rondom het zwembad aan te leggen en te zorgen voor het in orde maken van het terras en de overige voorzieningen. In mei kan dan de eerste duik worden genomen. Een kostenverhogende factor is de wet om het zwembad te voorzien van een beveiliging. De verplichte beveiliging geldt voor echte zwembaden, dus ingegraven, en voor de grotere opbouwbaden die niet zomaar zijn te verplaatsen (enterrées en semi-enterrées). Wie de vereiste voorzieningen niet aanbrengt, riskeert een boete van maximaal € 45.000. De wet laat vier vormen van beveiliging toe: • een afrastering van 1,10 meter hoog als deze op een muurtje staat of 1,22 meter van de grond, voorzien van een toegangshekje van minstens een meter breed; • alarmsysteem; • degelijke afsluiting, afdekking zoals een beloopbaar rolluik (dus geen gewoon zomer- of winterdek); • gehele afsluiting via een (inschuifbare) overkapping (abri). De Franse normalisatieorganisatie AFNOR (met het vignet NF) heeft de normen vastgesteld waaraan de verschillende systemen moeten voldoen: • NF P90-306: aanbevolen wordt de afrastering, het hek (men spreekt van een barrière de protection of clôture) niet te ver te plaatsen vanaf de rand van het bad, de minimumafstand moet 1 meter zijn. De afsluiting moet zo zijn gemaakt dat kinderen jonger dan 5 jaar worden tegengehouden en ook het afsluithek niet kunnen openen. De kosten van een hek kunnen zeer uiteenlopen: een eenvoudig hek van geplastificeerd gaas zou vanaf € 50 per meter (exclusief toegangshekje met slot van € 500) geleverd kunnen worden. De prijzen kunnen, afhankelijk van de kwaliteit en de kosten van arbeidsloon, oplopen tot € 200 per meter of zelfs meer. Gemiddeld komen de kosten voor een bad van 4 x 8 meter neer op € 2000 tot € 3000. • NF P90-307 is de niet meer conforme norm bij de aanleg van een alarminstallatie: óf infrarood installatie of ander systeem dat signaleert of iemand de omgeving van het bad betreedt, óf een detectievoorziening die alarmeert in het geval iemand het water in gaat. De installatie moet 24 uur per dag in bedrijf zijn. De fabrikanten van deze spullen wijzen er met enige nadruk op dat deze alarminstallaties in feite als aanvullende middelen moeten worden beschouwd. Zij voorkomen niet dat kinderen in het water terecht kunnen komen. Een beveiliging rondom (alarme périphérique of périmétrique) met bijvoorbeeld infrarood komt voor een gemiddeld zwembad uit op ruim € 4000, maar de prijzen lopen zeer uiteen. De apparaatjes die afgesteld zijn op het signaleren van het te water gaan (alarmes d’immersion), variëren in prijs van € 350 tot soms zelfs € 2500. Sinds januari 2010 moeten deze apparaten aan nieuwe veiligheidseisen voldoen. Zo moeten zij een signaal geven bij het te water raken van een kind van minder dan 6 kg, beschikken over een krachtige sirene, 24 uur per etmaal in bedrijf zijn en niet te snel afgaan bij harde wind. De fabrikanten moeten een bewijs overleggen dat het apparaat conform de nieuwe normen is. • NF P90-308: via deze norm is vastgesteld aan welke eisen een zwembadafdekking en de verankering ervan moeten voldoen om aangemerkt te kunnen worden als toegelaten beveiligingsmiddel. Het dek moet tot over de randtegels (margelles) reiken en een gewicht van 100 kilo kunnen dragen en de verankering moet bestand zijn tegen een schok van 50 kilo. Het winterzeil is voor deze vorm van afsluiting vaak ook geschikt. Er zijn verschillende modellen in omloop, zoals afdekking van pvc of van latten en handmatig of automatisch te bedienen. Het bedienen ervan moet zo zijn geregeld dat kleine kinderen niet zelfstandig de afdekking kunnen weghalen. Een eenvoudige vorm van een afsluitbaar dek zou rond de € 12 per vierkante meter moeten kosten. Een rolluik dat zich automatisch inschuift kost € 10.000 tot € 15.000, en is bij voorkeur aan te leggen bij een nieuw te bouwen zwembad. • NF P90-309: deze norm geldt voor al dan niet verrijdbare vormen van abri’s, complete doorzichtige afdekkingen, overkappingen die ook zijn te gebruiken als het bad in gebruik is. Ook hier geldt dat de bediening van de toegang en de afsluiting niet door kleine kinderen mogelijk zijn. Deze vorm van beveiliging is het kostbaarst. Reken voor een handmatige schuifbare abri voor een 'gewoon' zwembad (10 x 5 meter) op een investering van globaal € 12.500. Erg luxe voorzieningen kunnen tot € 30.000 oplopen. Zwembaden met abri ontmoeten vaak veel problemen door de te hoge temperaturen, waardoor het water in groene soep verandert door de algengroei. Dit verschijnsel komt vooral voor bij vakantiehuizen die langere tijd niet zijn bewoond. De bovengrondse 'zwembaden' kunnen zonder vergunning of veiligheidssystemen worden neergezet in de tuin. Maar als deze baden half zijn ingegraven moet weer wel een systeem zijn aangelegd. De kleine bouwvergunning, de déclaration préalable is nodig als het bovengrondse bad permanent blijft staan, of dat nu van hout, metaal of opgepompt plastic is. Dergelijke baden die na drie maanden weer worden gedemonteerd hebben geen vergunning nodig. Strengere eisen aan zwembadalarms
het zomerseizoen 12 kinderen van die leeftijd, 43 konden in het ziekenhuis nog worden gered. In 2009 waren deze cijfers 13 en 47. Hierbij dient te worden aangetekend, dat het aantal zwembaden in de tussenliggende periode met een kleine 30% is gestegen. Anderzijds loopt de gemeten periode in 2009 van juni tot september tegen een viermaandsperiode in 2004. De vraag blijft of strengere voorschriften het aantal verdrinksgevallen zal terugdringen, wetende dat een ongeluk altijd kan gebeuren en dat een deel van het leed voorkomen kan worden door een grotere oplettendheid van ouders en gezinsleden. Studies hierover hebben uitgewezen dat hekken om het zwembad de waakzaamheid bij ouders heeft doen afnemen.
Bij de oplevering van het bad zal de bouwer een verzekeringsbewijs moeten overleggen. Bij zwembaden gaat het dan om een garantie van 10 jaar, de décennale genie civil. Maar andere zaken zoals de liner en de machinerie moeten weer afzonderlijk worden verzekerd. Enige zekerheid over de kwaliteit van de zwembadbouwer is te verkrijgen door te informeren bij de Fédération des professionnels de la piscine. Bij deze FPP zijn ongeveer 600 bouwers aangesloten, te vinden op internet, die zich hebben verbonden aan een kwaliteitskeurmerk. Bij deze bouwers en de overigen moet ook worden gelet op de drie vormen van garantie: la garantie de parfait achèvement (kleine fouten regelen bij de oplevering), la garantie de bon fonctionnement (verhelpen van grotere storingen en gebreken binnen twee jaar) en de genoemde garantie décennale (de tienjarige garantie op de constructie).
Bij nieuwbouw of grote verbouwingen, waarvoor een bouwvergunning is vereist, moet de aanleg van een fosse toutes eaux worden meegenomen. Een dergelijke verzamelbak van al het huishoudelijke afvalwater (nogmaals, geen regenwater) moet ten minste 3000 liter kunnen bevatten en ligt op meer dan 10 meter afstand van het huis. In de aanvraag moet duidelijk zijn hoe de leidingen van het huis naar de fosse worden gelegd, hoe een eventuele voorbehandeling van het huishoudelijk afvalwater geschiedt en op welke wijze de vaste stoffen worden behandeld. Ten slotte moet duidelijk zijn aangegeven waar het behandelde afvalwater uiteindelijk terechtkomt (de ¨¦pandage): infiltratie in de grond of, bij hoge uitzondering, lozend op (openbaar) oppervlaktewater. Toestemming is verder nog nodig van de DDASS (Direction d¨¦partementale des affaires sanitaires et sociales). Die verleent een accord de principe en laat weten welk type is geoorloofd.
Deze pagina is laatst gewijzigd op 15-05-2012 om 16:07.
|
Het Frans Onroerend Goed Woordenboek. Woordenboek voor aankoop en bouw van een huis in Frankrijk. T. van Arkel. Uitg. VanDorp Educatief. ISBN 978 90 77698 56 3 (€ 14,95). Voor de Nederlanders die in Frankrijk gaan bouwen, verbouwen, klussen, laten bouwen is het boekje erg handig. Het verklarend woordenboek bevat vertalingen en uitleg van woorden en vaktermen die behoren bij de verschillende activiteiten rond aankoop en bouw van onroerend goed in Frankrijk. Zie verder de rubriek Boeken over Frankrijk
|