Inter-FranceCampings, hotels, gîtes: Inter-France is een vooraanstaande Nederlandse organisatie die in samenwerking met ervaren makelaars vanuit haar vestigingen in Frankrijk een uniek aanbod van leuke objecten in Frankrijk presenteert.

Aankoopadvies: indien u elders een passend object heeft gevonden, staan we graag voor u klaar en bieden wij in geheel Frankrijk een volledige aankoopbegeleiding voor onroerend goed of bedrijfsoverdrachten.
Droomhuizen: vanuit onze eigen vestigingen in Frankrijk bieden wij een geselecteerd aanbod van leuke en betaalbare huizen in een van de mooiste gebieden in het zuidwesten van Frankrijk.

 

Neem contact met ons op voor een interessante aanbieding. Inter-France Advies & Services. info@interfrance.nl - www.interfrance.nl


Gîtes verhuren


Wettelijke regelingen of voorschriften voor het tijdelijk verhuren van (vakantie)huizen, zoals gîtes,  bestaan er eigenlijk niet. Een gîte (meublé de tourisme) wordt gezien als separate woonruimte. Een groot gebouw met daarin zes gîtes met elk twee slaapkamers zou in theorie 30 personen kunnen onderbrengen, maar valt toch niet onder de hierboven regeling van ERP, zoals bij chambres d'hôtes vermeld. Maar dan moet wel aan de eisen van gîtes zijn voldaan: separate opgang en aanwezigheid van bad/douchegelegenheid, keukengelegenheid, wc en verwarming per gîte.

Er bestaan nogal wat organisaties en netwerken die diensten verlenen aan toeristische entrepreneurs. Aansluiting bij een dergelijke organisatie garandeert een zekere kwaliteit. Men moet zich tevoren wel goed informeren over de gevolgen van een aansluiting bij een merk. Sommige netwerken bieden service aan in de vorm van adviezen over marketing, reclame en bedrijfsvoering, verlenen subsidies bij bouwwerkzaamheden, maar leggen ook verplichtingen op, andere leveren alleen het bord dat aan de gevel kan worden geschroefd. Een bekend groot netwerk is dat van Gîtes de France, een federatie die ooit viel onder het ministerie van Landbouw en het staatssecretariaat voor Toerisme. De club gedroeg zich lange tijd als ware hij een overheidsorgaan, maar een rechterlijke uitspraak bepaalt nu dat de puur private organisatie haar eisen niet aan alle exploitanten onder wie ook niet-leden, kan opleggen.

Frankrijk kent verschillende classificaties voor vakantiehuizen, de officiële van de prefectuur en de commerciële van de verschillende organisaties die Franse vakantiehuizen aanbieden, zoals de particuliere organisatie Gîtes de France. De prefectuur werkt met sterren en de particuliere verhuurorganisaties met aren, sleutels e.d. Zonder een classificatie kan de maximale omzet om als micro-entreprise te worden aangemerkt € 31.600 per jaar zijn. Na de vaste aftrek voor kosten van 50% moet over de overblijvende winst 50% belasting en sociale premies worden betaald, dus neerkomende op 23% van de omzet. Mét een classifcatie is hoogste toegelaten omzet voor het regime van de micro-entreprise € 81.500 met een kostenaftrek van 71% en 45% over de aldus vastgesteld winst. Dus in totaal 13% afdracht van de omzet. Dit regime is ook van toepassing voor de chambres d'hôtes.

In sommige regio’s die het toerisme willen bevorderen zijn er beperkte mogelijkheden om subsidie te ontvangen bij het opzetten van een gîte rural, vaak in samenwerking met de genoemde verhuurorganisatie Gîtes de France. Belangrijke subsidieverstrekkers bij de verbouwing van een mooi gelegen huis tot gîte kunnen verder zijn de afdelingen toerisme van het departement (direction du tourisme du conseil général), de regio en Europese ontwikkelingsfondsen. Om zo’n niet onaardige financiële steun in de wacht te slepen moet de gîte wel zijn aangesloten bij een erkende verhuurinstelling: de al genoemde Gîtes de France of de daaraan ondergeschikte Clévacances, Fleurs de Soleil of Accueil Paysan. De uitvoering van de subsidieregeling verschilt per departement of regio, dus men moet goed de tijd nemen om een en ander uit te zoeken – en er ook rekening mee houden dat de ambtenaren zich strikt aan de regels houden; het gaat er nogal bureaucratisch aan toe.

Wie meer bedrijfsmatig met de verhuur van gîtes en/of chambres d’hôtes in de weer gaat, zal zich moeten melden bij één van de Kamers van Koophandel via de CFE (Centre de Formalités des Entreprises) die ook alle andere vormen van inschrijving van de verplichte instanties voor zijn rekening neemt. Wie een goede passieve beheersing van het Frans heeft en al wat thuis is in de materie, kan de inschrijving ook on-line proberen te regelen via de website. Er zijn maar liefst zeven inschrijfinstellingen, zoals Chambre de Commerce, Chambre des Métiers, Chambre d'Agriculture, Impôts en RSI. De CFE van de Chambre de Commerce neemt veel meer van de papierwinkel voor zijn rekening.

Kandidaten voor inschrijving zullen bij enkele beschermde beroepen of als zij niet voldoen aan de vestigingseisen een cursus in het Frans moeten volgen om hun inschrijving (de begeerde immatriculation) te verkrijgen. Deze stage de formation is voor personen die niet aan de vestigingseisen voldoen. In deze stage van drie of vier dagen krijg je informatie van mensen uit de praktijk over de ondernemingsvorm, juridische zaken, bank- en geldzaken (ook verzekeringen en mogelijke subsidies), de sociale en fiscale wetgeving, boekhouding en administratie, werken met de computer en nog het een en ander meer. Het afleggen van een examen is niet nodig. In sommige gebieden (Dordogne, Parijs) is het ook mogelijk een Engelstalige cursus te volgen. De stage varieert in kosten van ongeveer € 200 tot soms € 400.

Mensen die een deel van hun huis min of meer permanent verhuren (langer dan een half jaar), moeten de huurpenningen opgeven voor de inkomstenbelasting. Gîtes, campings en chambres d’hôtes vallen onder de ’kortetermijnverhuur’ van gemeubileerd onroerend goed (minder dan zes maanden per jaar.) Als het gaat om chambres d'hôtes geldt er een vrijstelling van belasting betalen tot € 760 (grenzen van 2010). In alle andere gevallen is het nodig opgaven te doen. Wie minder huur ontvangt dan  € 81.500 kan kiezen of hij in aanmerking wil komen voor het regime van de micro-entreprise of voor het régime du réel simplifié d’imposition. Wie als startende ondernemer kiest voor een micro-entreprise kan soms meer kosten maken dan het forfait van 71%. Dan kan het voordeliger zijn om het bedrijf fiscaal onder het régime normal te laten inschrijven. Over de overblijvende 29% wil de fiscus circa 20%, zodat over de huuropbrengsten 5,8% belasting wordt berekend. Mocht de zo becijferde heffing lager uitvallen dan ruim € 300, dan hoeft er niet te worden betaald. Deze laatste becijfering geldt uitsluitend voor gîtesverhuurders die in Nederland belastingplichtig zijn en aantoonbaar in Nederland sociale lasten afdragen  en een ziektekostenverzekering hebben. Zij moeten in mei de aangifte naar de belastingdienst in 'Parijs' sturen:

Centre des impôts des non-résidents
10 rue du centre - 93160 Noisy le Grand

Tel. 0810 467687 - cinr.paris@dgi.finances.gouv.fr.
Gîtesverhuurders die in Frankrijk wonen betalen minimaal 13% van de omzet (in het micro-regime en alleen als de gîte geclassificeerd is.)


Nieuwe regels voor  exploitanten van chambres d'hôtes en gîtes

 
ontbijt

De talrijke Nederlanders die vooral als bijverdienste of als aanvulling op hun pensioen chambres d'hôtes (B&B) en/of gîtes exploiteren, moeten rekening houden met een aantal veranderingen in de uitbundig Franse regelgeving. Het wordt weer een stukje ingewikkelder.


Slechts een enkeling kan leven van het uitbaten van deregelijke toeristische accommodaties. Hoewel Frankrijk al ten minste 50.000 chambres d’hôtes telt en naar schatting een kleine 90.000 huizen of appartementen die als vakantiehuis verhuurd worden, zijn de meeste nieuwe ondernemers uit Nederland en België succesvol. Er is overweldigend bewijs dat zij bestaande, vaak slechtlopende ondernemingen uit de markt drukken. Over het algemeen bieden Nederlanders en Belgen in Frankrijk meer of betere gastvrijheid dan hun Franse concurrenten. Tel daarbij op dat ze beter zijn in communiceren (kennen meer dan één taal) en ook beter in marketing. Hun nadeel (een bedrijf beginnen in een nieuw land, met een nieuwe cultuur en taal) blijkt snel overwonnen. Ook het luxeniveau van accommodatie van Nederlandse en Belgische chambres d’hôtes-aanbieders en gîtesverhuurders sluit vaak beter aan bij de wensen van de huidige generatie toeristen. Aldus een constatering van adviseur Wim van Teeffelen van Ondernemen-Frankrijk.

  • Op de website Francofiel.nl legt hij nog eens uit dat ter bestrijding van de zwarte verhuur zowel chambres d’hôtes als gîtes aangemeld moeten worden bij de gemeente. Over het algemeen weet de gemeente precies wat er aan vakantieverhuur wordt aangeboden in hun dorp en dus kunnen ze antwoord geven op de vraag van de belastingdienst wie zich niet gemeld heeft. Een aanvullende methode om zwarte verhuur te bestrijden is de ‘vrijwillige’ keuring voor gîtes. De Préfecture organiseert de keuring (al wordt hij vaak door instanties als Gîtes de France uitgevoerd) en weet daardoor precies wie gîtes aanbiedt. Ongeacht het aantal sterren dat er uit de keuring komt, krijgt de uitbater van een gekeurde gîte een belangrijke korting op de te betalen sociale lasten en belasting (in geval hij heeft gekozen voor het gunstige ‘micro-régime’.) Voor chambres d’hôtes bestaat de keuring nog niet. Een commissie is al een paar jaar bezig met het samenstellen van een beoordelingssysteem voor chambres d’hôtes. Als die klaar is kun je er op wachten totdat chambres d’hôtes ook ‘vrijwillig’ gekeurd worden.
  • Kleine toeristische exploitanten die dit werk doen als nevenactiviteit hebben de keuze uit de drie meest voorkomende administratieve vormen: bijverdienste, auto-entrepreneur en entreprise individuelle. Deze activiteit uitvoeren als bijverdienste is administratief de meest simpele (alleen maar bijverdienste aangeven op de aangifte inkomstenbelasting), maar is lang niet altijd de voordeligste. De omzet gaat namelijk meetellen in de schijven voor de inkomstenbelasting en kan daarmee oplopen tot 42% belasting + 12% sociale lasten. Uit angst voor de administratieve rompslomp rondom de oprichting van een entreprise individuelle, kiezen veel ondernemers vaak voor een van de andere vormen. Lang niet altijd verstandig, in veel gevallen is het uiteindelijke netto-inkomen uit een entreprise individuelle juist het gunstigst, zo waarschuwt Van Teeffelen
  • Door afschaffing van de dranklicentie I is er veel veranderd. Voor nagenoeg alle ondernemers in deze bedrijfstak die meer willen bieden dan alleen onderdak (en ontbijt) is nu een exploitatievergunning onontbeerlijk geworden. Om een drankvergunning te mogen exploiteren, moeten ze zijn ingeschreven bij de Chambre de Commerce en een  2,5-daagse cursus hebben doorlopen.
  • Ondernemende exploitanten gaan samenwerkingsverbanden aan met andere ondernemers, stellen pakketten samen (wandel- en fietsroutes, bergklimtochten enz.) en komen daarmee gevaarlijk dicht bij (of over de grens van) de gereglementeerde activiteit ‘tour-operator’. De DDCCRF (de Franse fraudebestrijdingdienst) is een onderzoek gestart naar toeristische ondernemers die optreden als tour-operator zonder aan het reglement te voldoen. De DDCCRF kijkt ook of men tegen betaling transport aanbiedt (bijvoorbeeld van en naar het vliegveld of TGV-station). Dat kan namelijk worden geïnterpreteerd als een illegale taxidienst.   
  • Steeds meer overnachtingen worden aangeboden in de vorm van een cadeau-bon (coffret cadeau). Zie websites zoals: www.coffret-online.com, www.altazeo.com en www.mon-coffret-cadeau.com. Een moderne manier van marketing, maar deze websites bieden ook mogelijkheden tot beoordeling van de aangeboden diensten. Minder dan spectaculair gastheerschap kan dan ook genadeloos worden afgebrand op zo’n site. Zo is een reputatie snel vernietigd in deze tijd waarin al 80% van de boekingen tot stand komt na een intensieve internet-zoektocht door de gast.
  • Steeds meer gemeentes stellen een taxe de séjour in. Des te meer reden voor de gemeente om alle aanbieders te registreren. De toeristische ondernemer treedt dan op als inner van de toeristenbelasting. Veel gemeentes verzinnen hun eigen regels, dus een ondernemer kan er meer of minder last van hebben. Maar het kost altijd werk en ergernis van klanten, zonder dat de ondernemer daarvoor iets terug krijgt van de gemeente, aldus de blog van Van Teeffelen.
    09.10.11

Gîtes: classificeren of toch maar niet

gite4

Nogal wat Nederlanders die in Frankrijk gîtes of chambres d'hôtes verhuren, doen dat fiscaal in het geniep. Zij geven de huurinkomsten niet aan de belastingdienst op.
De belasting die op dergelijke inkomsten worden gegevens is overigens niet hoog, in principe neerkomende op 5,8% van de omzet. Of anders geformuleerd: 20% van 29% na de forfaitaire kostenaftrek van 71%. 


Het ontduiken van deze inkomstenbelasting is sterk te ontraden. De pakkans wordt groter en de boetes zijn hoog. De Franse fiscus zit ook op Internet en heeft geen moeite om een Nederlandse website of de pagina op een internetplatform te vinden.  Als de belastingontduiker wordt gepakt, gaat men uit van de gemiddelde jaaromzet van gîtes in zijn omgeving (en dat  met 5 jaar terugwerkende kracht), zo meldt de Nederlandse adviseur Bram van Zanten (Bourgogne) op zijn weblog.

Wim van Teeffelen van Ondernemen-Frankrijk meldt hierover op de website Francofiel nog dat de departementale fraudebestrijdingdiensten (DDCCRF) sinds 2005 controles uitvoeren bij gîtesverhuurders en exploitanten van chambres d'hôtes. Deze controles zijn bedoeld om vast te stellen of deze ondernemers zich houden aan de regels. 'Sinds 2005 zijn al meer dan 90.000 gîtes en chambres d’hôtes gecontroleerd. U komt allemaal aan de beurt', aldus Van Teeffelen. Over de belastingheffingen meldt hij nog: zonder classificatie betaalt een verhuurder 23% van de omzet aan belasting en sociale lasten (10% als men belastingplichtig is in Nederland) in plaats van 13% (5,8% voor Nederlandse belastingplichtigen). 'U kunt zich voorstellen dat nagenoeg iedere legale gîteverhuurder zijn gîte zal laten classificeren, alleen al wegens het forse belastingvoordeel. Hierdoor zullen de zwarte verhuurders nog meer opvallen. Overigens, als die betrapt worden vallen ze altijd onder het 23% regime en kunnen ze een boete tegemoet zien van 100%, dus de aanslag wordt dan 46% van de door de overheid geschatte omzet', zo schrijft Wim van Teeffelen.

Met instemming publiceren wij de bevindingen van Bram van Zanten, die zelf ook drie gîtes beheert. Hij constateert dat de Franse overheid meer grip wil krijgen op de wildgroei van gîtes. Een eerste aanzet daartoe was de in 2010 verplichte aanmelding van de te verhuren woning als meublée de tourisme bij de Mairie van de commune. Nalaten daarvan kan worden bestraft met een forse boete. Had deze eerste maatregel nog geen directe financiële consequenties voor de verhuurder, de fiscale maatregel die per 2010 definitief is ingevoerd, heeft dat wel: voor de verhuur van een vakantiewoning, die niet door een door de overheid erkende instantie (Gîtes de France, Clévacances e.a.) is geclassificeerd, is de forfaitaire kostenaftrek van 71% van de bruto omzet verlaagd naar 50%. Eigenlijk was deze maatregel al in 2009 van kracht, maar hij werd door veel inspecties niet toegepast wegens de onduidelijke toelichting bij het aangifteformulier, die tot veel verwarring bij belastinginspecties, fiscalisten en belastingplichtigen heeft geleid. Een decreet van augustus 2010 heeft aan die onduidelijkheid een einde gemaakt: alleen bij classificatie mag men nog van de 71% kostenaftrek gebruik maken. Wie over 2010 nog de 71% aftrek hanteert terwil de gîte niet is geclassificeerd, loopt kans dat de inspecteur ambtshalve de aangifte zal corrigeren.

De kosten van een classificatie zijn snel terugverdiend, zelfs bij een bescheiden huuromzet, aldus van Zanten op zijn weblog.  De overheersende positie van Gîtes de France en Clévacances in vele departementen is doorbroken, zo lijkt het. Ook is de objectieve puntenlijst gepubliceerd, zodat elke verhuurder kan inschatten of en hoe men aan het maximum van 5 sterren kan komen. 'Wel moet worden opgemerkt dat er een aantal in onze ogen volledig achterhaalde criteria in de puntenlijst voorkomen en er bijvoorbeeld ook geen recht wordt gedaan aan de lichaamslengte van de Europese huurder. Zo houden de criteria voor afmetingen van de bedden het bij 190 cm. bedlengte. Maar om aan het maximale aantal sterren te komen, moet er wel een snelkookpan in de keuken zijn! Vanaf 3 sterren moet men op aanvraag een mobiele telefoon ter beschikking kunnen stellen. In de afgelopen jaren hebben wij nimmer een huurder zonder eigen mobiel telefoon kunnen verwelkomen', aldus Van Zanten.

In de meeste departementen staat Gîtes de France bovenaan het lijstje van erkende keuringsinstanties. 'Gelukkig mag je ook je gîte laten keuren zonder verplichting je bij die organisatie aan te sluiten.' De keuringskosten kunnen flink uiteen lopen (van € 40 tot € 400). 'In de Nièvre kost de prefectorale classificatie € 70 maar tijdens de keuring van onze gîtes deze maand bleek dat de prefectuur de keuringen binnenkort toch geheel gaat uitbesteden en de kosten fors omhoog zullen gaan.'
De uitslag van een keuring moet binnen 2 weken  zijn ontvangen en daarna moet het Cerfa-formulier nr. 11819*02 met het rapport van de keuringsinstantie naar de prefectuur worden verzonden om het Classement aan te vragen.
Een vrije Nederlandse vertaling van de keuringscriteria en de ervaring van Bram van Zanten daarmee zijn te vinden op zijn
weblog.

 


Lage inkomsten bij chambres d'hôtes nu 'bijverdienste'

chambres-d-Voor de Franse belastingdienst bestaat er onderscheid tussen de inkomsten die exploitanten van gîtes uit de verhuur verkrijgen en die van chambres d'hôtes (Bed&Breakfast). De grens voor professionele gîtesverhuurders ligt bij een omzet van € 23.000 per jaar. Nu zijn er ook fiscale inkomensgrenzen vastgesteld voor uitbaters van chambres d'hôtes. Bij een omzet die lager is dan € 4740 per jaar kan een exploitant ervoor kiezen dit als 'bijverdienste' aan te merken. Dat betekent dat hij als ondernemer niets hoeft te regelen, zelfs niet een inschrijving als auto-entrepreneur. Hij valt ook niet onder de sociale zekerheid voor onafhankelijken (de RSI). Hij geeft deze omzet aan op het aangifteformulier inkomstenbelasting onder 'micro-BIC'. Op dit soort inkomsten worden sociale lasten en belasting geheven. De sociale lasten komen dan uit op 12,1% van de bijverdienste. Immers over al het inkomen boven de € 760 per jaar betaalt men sociale premies in Frankrijk, of je dat nu verdient als werknemer, als ondernemer, als uitkeringsgerechtigde of in de vorm van een bijverdienste. Bij een omzet boven € 4740 per jaar uit de chambres d'hôtes dient de exploitant zich in te schrijven als bedrijf. De meest simpele vorm is dan de auto-entrepreneur, maar hij kan ook een andere bedrijfsvorm kiezen. In alle gevallen wordt deze omzet belast via de RSI, de bekende 13% van de omzet (premies en belasting).
(15.03.11)


Gîtes ook aanmelden bij de gemeente
Sinds 2009 is het verplicht om het uitbaten van chambres d'hôtes aan te melden bij de gemeente. Nu geldt deze verplichting ook voor de bezitters van gîtes e.d. Dat moet gebeuren voor 10 juli van dit jaar. De formulieren zijn bij de gemeente op te vragen of te downloaden. Het gaat om gemeubileerde toeristische lokaliteiten zoals woningen, appartementen of  studio's die voor kortere tijd worden verhuurd. De verklaring moet o.m. bevatten het aantal verhuurde kamers, het maximaal aantal te ontvangen gasten en de verwachte verhuurperioden.

Verhuur vakantiewoningen: ook asbestbewijs nodig
Woningen waarvoor vóór 1 juli 1997 een bouwvergunning is afgegeven en die als vakantiehuis worden verhuurd, zijn ook onderworpen aan de regels bij het rapporteren van de mogelijke aanwezigheid van asbest. Er moet een dossier technique amiante (DTA) aanwezig zijn, waarin is vermeld dat een uitgebreide opsporing heeft plaatsgevonden. Huurders van vakantiewoningen moeten desgevraagd inzage krijgen in het dossier.
Rép. min. JO Sénat, 4 juin 2009 p. 1369.

Print Print dit artikel

 

Chambres d'hôtes beginnen

Er zijn naar schatting 65.000 chambres d'hotes in Frankrijk, verdeeld over 23.000 adressen,  min of meer officieel bekend. Zij zijn
ooit opgezet door boeren die wat bijverdienden bij vertrek van de kinderen de lege kamers gingen verhuren en ook eigen producten verkochten. De gemiddelde huurprijs is € 58 per nacht incl. ontbijt. De meeste exploitanten kunnen er niet van leven en blijft het niet meer dan een aardige bijverdienste. Wie vijf kamers verhuurt, het maximaal toelaatbare, en erin slaagt € 5000 omzet per kamer te halen, mag zich een redelijk geslaagde uitbater noemen. In die omzet zitten dan wel ook de verkoop van drankjes en het verstrekken van maaltijden.


De categorie betere chambres d’hôtes zijn vaak luxe verblijfsoorden en vereisten flinke investeringenchambre d’hôte al een stuk moeilijker. En ook omgekeerd: voor de financiering van bedrijfsmatig gerunde chambres d’hôtes zullen verreweg de meeste banken geen lening vertrekken.

Wie meer wil en meer kamers zou willen verhuren, valt onder de regeling van publieke etablissementen. De regeling staat bekend als ERP, établissements recevant du public. Alle gebouwen waar overnacht kan worden met theoretisch meer dan vijftien personen, moeten aan de regeling voldoen. Gerekend wordt met het daadwerkelijk aanwezige aantal bedden of tweeëneenhalf personen per slaapkamer. Voor chambres d'hotes in de privésfeer behoeft overigens geen bedrijf opgericht te worden. De inkomsten eruit worden als bijverdienste gezien. Professionele verhuurders moeten zich wel laten inschrijven en mogen ook meer diensten leveren.

Sinds 2007 moeten eigenaren van chambres d'hôtes en gîtes hun activiteit melden op het gemeentehuis (de déclaration - (Cerfa 13566*02.) Men ontvangt dan de attestation en er wordt bekend of er toeristenbelasting moet worden betaald. Dat is in elke gemeente verschillend. Volgens de nieuw geformuleerde regels moet een chambre d'hôtes slaapgelegenheid bieden alsmede een ontbijt. Elke kamer moet toegang geven tot een badkamer en een wc en in de huur moet ook het (schone) linnengoed zijn begrepen, alsmede een kleine schoonmaakbeurt van de kamer. Kortom, wat meer regelgeving en misschien zelfs een classificatie met sterren en al.

Schenken mag als het bij de maaltijd hoort, aperitief en digestief weer niet als de vereiste vergunningen ontbreken. Het is verplicht om een ontbijt te serveren, maar de gasten kunnen er ook van afzien en betalen het ontbijt dan niet. Die mogelijkheid moet duidelijk zijn aangegeven. Sinds 1 januari 2011 worden dranklicenties niet meer uitgegeven door de Dienst der Douane, maar door de burgemeester.
Per 1 september 2011 is de dranklicentie 1 afgeschaft. Voor kleine toeristische bedrijven (chambres dhôtes, gîtesverhuurders) die table d'hôtes aanbieden heeft dit nogal wat consequenties. Waar ze vroeger toe konden met een licentie 1, dienen ze nu ten minste een dranklicentie 2 of 3 te hebben. Het verkrijgen van zo'n licentie is meestal geen probleem. Ze worden gratis uitgereikt door de Mairie. Alleen als er geen licentie meer voorhanden is in de gemeente moet er een procedure worden gestart om een licentie te laten verhuizen van een naburige gemeente of om een te creëren, in samenwerking met de Préfecture. Licentie 4 ('volledige vergunning') en moet de vrije markt worden gekocht.

Voor alle dranklicenties is een Franse 2,5 daagse cursus verplicht (ruim € 700.) Tegelijkertijd zijn ook de restaurantregels aangepast. Voortaan kan een ‘Restaurant Rapide’ (meestal liefkozend
‘snack’ genoemd) alleen nog maar worden gecombineerd met een Licentie 2. Dat heet dan een ‘Petite Licence Restaurant.’ Een ‘Licence Restaurant Traditionel’ kan worden gecombineerd met elke dranklicentie, maar die krijgt dan met aanzienlijk strengere regels te maken voor de keukeninrichting.

(Met dank voor deze informatie aan forumlid Wim van Teeffelen)

Wettelijke regelingen of voorschriften voor het tijdelijk verhuren van (vakantie)huizen bestaan er niet. Er bestaan wel nogal wat organisaties en netwerken die diensten verlenen aan toeristische entrepreneurs. Aansluiting bij een dergelijke organisatie garandeert een zekere kwaliteit. Men moet zich tevoren wel goed informeren over de gevolgen van een aansluiting bij een merk. Sommige netwerken bieden service in de vorm van adviezen over marketing, reclame en bedrijfsvoering, verlenen subsidies bij bouwwerkzaamheden, maar leggen ook verplichtingen op, andere leveren alleen het bord dat aan de gevel kan worden geschroefd. Een bekend groot netwerk is dat van Gîtes de France, een federatie die valt onder het ministerie van Landbouw en het staatssecretariaat voor toerisme.

 In sommige regio's die het toerisme willen bevorderen zijn er beperkte mogelijkheden om subsidie te ontvangen bij het opzetten van een gîte rural, vaak in samenwerking met de grote verhuurorganisatie Gîtes de France. Veel Nederlanders verhuren ook zonder een organisatie en zetten hun huisje op internet. De grootste website op dit gebied is die van gites.nl gevolgd door Bonjour.

Belangrijke subsidieverstrekkers bij de verbouw van een mooi gelegen huis tot gîte kunnen verder zijn de afdelingen toerisme van het departement (direction du tourisme du conseil général), de regio en Europese ontwikkelingsfondsen. Om zo'n niet onaardige financiële steun in de wacht te slepen moet de gîte of de chambre d'hôte zijn aangesloten bij een erkende verhuurinstelling: de al genoemde Gîtes de France, Clévacances, Fleurs de Soleil of Accueil paysan. Het lidmaatschap is vrij kostbaar en je moet aan tal van eisen voldoen. De uitvoering van de subsidieregeling verschilt per departement of regio, dus men moet goed de tijd nemen om een en ander uit te zoeken. En er ook rekening mee houden dat de ambtenaren zich strikt aan de regels houden; het gaat er nogal bureacratisch aan toe. Ten slotte zijn er nog belastingvoordelen te behalen in plattelandsgebieden die ontwikkeld worden. Eigenaren van woningen die voor het toerisme worden gekocht, geschikt gemaakt, uitgebreid, verbouwd e.d. kunnen aardige belastingvrijstellingen genieten: 25% voor investeringen in nieuwbouw en 20% voor verbouwingen en verbeteringen aan een bestaande woning.

Als eigenaar van een gîte of chambre d'hôte moet ook iets omtrent de verzekering zijn geregeld. Meestal volstaat de WA van de gewone verzekering op huis en inboedel, de assurance multirisque. Als na raadpleging van je verzekeringsagent die WA (responsabilité civile) niet toereikend blijkt, bijvoorbeeld in geval van overstromingen of ander natuurlijk ongerief, kan een bijverzekering nodig zijn. Het is in ieder geval verstandig om de verzekeringsman te melden dat een deel van het huis of een andere opstal op je grond in de zomer wordt verhuurd. In het huurcontract kan kan worden gemeld hoe de verzekering bij brand of overstroming is geregeld: of helemaal niet of (gedeeltelijk) via de assurantie van de verhuurder. Detailinformatie over dit niet onbelangrijke, maar vaak 'vergeten' onderwerp, is te vinden op de website van het voorlichtingscentrum van de Franse verzekeraars (Centre de documentation et d'informatie de l'assurance in Parijs
).

Sociale premies: bij een omzet onder de € 16.000 is 12,3% af te dragen aan sociale premies. Daarboven wordt de activiteit als een onderneming beschouwd (entreprise individuelle, auto-entrepreneur) en is aansluiting  bij de RSI nodig en worden de volledige premies geheven. Voor de belastingen wort de activiteit als een micro-BIC beschouwd en is bij een omzet tot € 760 geen belasting te betalen. Voor 2011 geldt bij omzetten tot € 81.500 een vrijstelling van 71% zodat 29% belasting wordt betaald.
 


Fransen koesteren hun 2,7 miljoen vakantiehuizen

vakantiehuisje

De Fransen komen graag in hun tweede huis, hun résidence secondaire. Direct na de Tweede Wereldoorlog konden 250.000 gezinnen hun vakantie in hun eigen huisje buiten doorbrengen, nu is het aantal vakantiehuizen drie miljoen, niet meegerekend de gîtes en chambres d'hôtes. Van de privé vakantiehuizen zijn er 2,7 miljoen in het bezit van de Fransen zelf en 300.000 zijn eigendom van buitenlanders, aldus een rapport van het bureau voor de ontwikkeling van het toerisme Atout France.

Een kwart van het aantal toeristische overnachtingen in Frankrijk vindt plaats in het eigen vakantiehuis. In de 300.000 vakantiewoningen van de buitenlanders - 30% is Brits - telt men 20 miljoen overnachtingen, iets minder dan 10% van het totaal aantal van het internationale vakantiebezoek aan Frankrijk. Mensen uit Parijs en omgeving bezitten de meeste vakantiehuizen.

De meeste bezitters van een vakantiehuis zijn meestal wat ouder en goed gesitueerd en vrijwel alle ook eigenaar van hun résidence principale. Zes van de tien vakantiehuizen zijn vrijstaand en de overige verblijven zijn appartementen. De gemiddelde afstand naar het zomerverblijf is 361 kilometer, ruim vier uur rijden. De eigenaren zelf verblijven jaarlijks 30 dagen in hun optrek, waarbij nog 12 overnachtingen komen van familie en vrienden. De bezettingsgraad is daarmee 11,5%, niet hoog vergeleken bij de 55% van de toeristische onderkomens als gîtes en chambres d'hôtes en 61% bij de hotels.

De studie van Atout France probeert het vooroordeel weg te nemen dat de matig bezette vakantiehuizen weinig bijdragen aan de plaatselijke economie en de lokale overheden geld kosten. Volgens de becijferingen leveren de 314 miljoen overnachtingen € 8,8 miljard aan uitgaven op, gedaan in restaurants en winkels. Daarnaast wordt jaarlijks € 4,5 miljard besteed aan de aankoop en verbouwingen van vakantiehuizen en € 2,6 miljard aan vaste kosten zoals water, elektriciteit en onderhoud. Bovendien ontvangt de schatkist nog € 3,6 miljard aan belastingen. Een eigenaar van een vakantiehuis spendeert jaarlijks bijna € 4000 om van zijn vakantie in eigen huis en eigen land te genieten. Weinig bezitters proberen iets van de kosten terug te verdienen door het huis te verhuren. Slechts 12% verhuurt regelmatig en 8% soms.



Verzekeren tegen brand en slordige huurders
Als eigenaar van een gîte of chambre d’hôtes moet je ook iets omtrent de verzekering hebben geregeld. Meestal volstaat de WA van de gewone verzekering op huis en inboedel, de assurance d’habitation multirisque. Als na raadpleging van je verzekeringsagent die WA (responsabilité civile) niet toereikend blijkt voor de verhuurde gîte, bijvoorbeeld in geval van overstromingen of ander natuurlijk ongerief, kan een bijverzekering nodig zijn. Het is in elk geval verstandig om de verzekeringsman te melden dat een deel van het huis of een andere opstal op je grond wordt verhuurd. In het huurcontract kan dan worden gemeld hoe de verzekering bij brand of overstroming is geregeld: helemaal niet of (gedeeltelijk) via de assurantie van de verhuurder. Een rechtsbijstandsverzekering afsluiten lijkt niet onverstandig. Officieel moet het zo: de verhuurder dient zich te verzekeren tegen brand, ontploffingen, terroristische acties, natuurrampen, waterschade en soms ook stormschade en diefstal. Bij brand, diefstal en dergelijke die de schuld is van de huurder, wordt de verhuurder dan schadeloos gesteld. Zijn verzekeraar gaat dan wel proberen de schade op de huurder te verhalen. De verhuurder kan vragen om af te zien van dit verhaalsrecht (abandon de recours), maar als de verzekeraar dat niet wil, moet de verhuurder de huurders daarvan wel op de hoogte stellen, zodat zij in hun polis de garantie villégiature kunnen laten opnemen (schade die wordt berokkend tijdens de huur van een vakantieonderkomen). Uiteraard kan de huurder ook proberen om de schade via zijn eigen WA-verzekering uit te laten keren. Grote verzekeraars zoals AXA en Crédit Agricole kennen aparte polissen voor verhuurders van vakantiewoningen.

Print Print dit artikel

 
Droombeeld: camping runnen


Het is hard werken geblazen voor die talrijke Nederlanders die een camping zijn begonnen of hebben overgenomen. De kost moet je in enkele maanden tijd verdienen en het onderhoud en de verzorging van de camping vragen tijd en geld. Bovendien kamp je als eigenaar, vooral in de startperiode, met de Franse bureaucratie en regelgeving. Voor vrijwel elk onderdeel van de camping – sanitaire voorzieningen, veiligheid, horeca, zwembad – hebben de Fransen regels bedacht, die tot overmaat van ramp ook nog dienen te worden nageleefd.

Een camping à la ferme behoeft geen vergunning en heet officieel een camping déclaré, omdat zij wel bij de gemeente moet zijn gemeld en is een permis d'aménagement verplicht, tenzij je een bewijs kunt leveren dat je bent ingeschreven bij de Chambre d'Agriculture. Het maximum aantal (eenvoudige) plaatsen bedraagt zes (er mogen niet meer dan twintig personen tegelijk aanwezig zijn) en er zijn weinig vereisten aan sanitair. Bovendien zijn geen ‘vaste’ constructies toegestaan. De daaropvolgende vorm is de aire naturelle (camping rural) met maximaal 25 plaatsen en een eenvoudig niveau van voorzieningen met eisen aan het sanitrair en aan de ’natuurlijke’ inrichting van de camping. Een aire naturelle kent, evenals de ‘gewone’ campings, een classificatie in vier sterren.
Een vergunning voor een aire naturelle wordt afgegeven door de Préfecture (het bestuur van het departement), na advies van de gemeente. De regels zijn overal in Frankrijk gelijk, met enkele lokale aanvullingen (zoals bosbandpreventemaatregelen in het zuiden.) Er zijn behoorlijke investeringen nodig in afvalwaterverwerking, zelfs voor een simpele aire naturelle. Dit zijn de belangrijkste eisen (met dank aan Wim van Teeffelen van Ondernemen-Frankrijk):

1. Het terrein moet natuurlijk zijn ingericht (gras, struiken, bomen) met respect voor de bestaande beplanting op het terrein zelf en moet in een natuurlijke omgeving liggen.
2. Per eenheid van eigendom mag er slechts één camping aire naturelle worden ingericht.
3. Er mag geen stalling voor caravans worden aangeboden.
4. Maximale grootte van een camping aire naturelle is 1 ha.
5. Maximaal aantal kampeerplekken is 25.
6. Het midden van een kampeerplek moet worden gemerkt met een markeerpunt (niet aangegeven wat dat moet zijn: een steen, een paaltje, o.i.d.) De markeerpunten moeten ten minste 20 meter uit elkaar liggen. Buiten de gemarkeerde kampeerplaatsen mogen geen tenten, caravans of eigendommen van gasten worden geïnstalleerd of opgeslagen.
7. Er moeten sanitaire voorzieningen worden aangeboden, die mogen worden ingericht in een bestaand gebouw of een speciaal voor dit doel gebouwd onderkomen. In het laatste geval moet het gebouw aan het zicht (vanaf de openbare weg) onttrokken worden, bij voorkeur door een groene haag of andere beplanting.
8. Sanitaire voorzieningen moeten met regelmaat worden schoongemaakt en onderhouden gedurende de periode dat de camping open is.
9. De volgende voorzieningen moeten minimaal worden aangeboden (bij 25 plekken):
- 3 punten waar schoon drinkwater beschikbaar is
- minimaal twee wc’s
- een stortbak voor afvalwater
- minimaal twee wastafels
- een afvalemmer van tenminste 75 liter met een deksel.
Echter, de overheid raadt aan om tenminste 3 wastafels en een douche met warm en koud water te installeren.
10. Dagelijks ophalen van vuilnis is verplicht, of anders het inrichten van een afsluitbare plek waar vuilnis kan worden opgeslagen voor de wekelijkse ophaalbeurt.
11. Alleen indien de inrichting, ligging en fysieke omstandigheden van het terrein de toegang voor gehandicapten mogelijk maakt, moet een wc, een drinkwaterpunt en een wasbak geschikt zijn voor gehandicapte personen.
12. Aan alle lokale eisen en voorschriften ten aanzien van veiligheid en (bos)brandpreventie moet worden voldaan.
13. De camping mag maximaal gedurende een aaneengesloten periode van 6 maanden geopend zijn. De openingsperioden mogen dus niet over het jaar worden verdeeld.
14. Gasten moet gewezen worden op het natuurlijke karakter van de camping, waarbij geluidsoverlast te allen tijde moet worden vermeden. Geluidsinstallaties van de camping zelf of van gasten moeten strikt voldoen aan deze regel. Er moet absolute stilte heersen tussen 22h00 en 07h00.
15. Er mag geen verhard parkeerterrein worden ingericht bij de camping, tenzij daar specifiek toestemming voor is gegeven door de gemeente.

Medewerking van de gemeente is geheel afhankelijk van de aard en ligging van het terrein en het beleid van de gemeente. Op voorhand is daar niets over te zeggen. Zodra je een geschikt pand hebt gevonden moet je het plan voorleggen aan de gemeente, dan hoor je vanzelf of ze het zien zitten of niet. Zo niet, kun je beter op zoek gaan naar een ander pand. Een gevecht aangaan met de gemeente levert meestal maar één verliezer op....

Er zijn enkele Nederlandse bemiddelaars actief bij het helpen zoeken en starten van een Franse camping en die wijzen over het algemeen wel op de  risico’s en valkuilen. Met name op het punt van de financiering is het zaak té enthousiasten uit de droom te helpen. Banken in Frankrijk zijn zeer terughoudend en financieringen worden alleen verstrekt als men ervan overtuigd is dat er voldoende aflossingscapaciteit zal zijn. Men raakt hiervan wat gemakkelijker overtuigd als het bedrijf voldoende kan opbrengen om de jaarlijkse lasten voor rente en
aflossingen te voldoen.

Ervan uitgaande dat de koper inkomensafhankelijk wordt van het aan te kopen bedrijf, geldt voor campings in de
prijsklassen onder het miljoen, dat tot een koopsom van € 200.000 tot € 250.000 geen financiering kan worden verkregen voor de enkele camping die in deze lage prijsklasse wordt aangeboden; voor de categorie tussen € 250.000 en € 500.000 geldt dat het te verkrijgen percentage meestal ligt tussen 0 en 35 en voor de prijsklasse vanaf € 500.000 loopt dit percentage op tot 50, bij hoge uitzondering wat hoger. Deze opstelling van de banken, ook in Frankrijk allerminst liefdadigheidsinstellingen, betekent dat voor de aankoop van een stuk grond en het vervolgens opzetten van een nieuwe camping evenzeer dat zelden of nooit financiering kan worden verkregen. Bovendien zijn de kosten om aan alle verplichte normen te voldoen, extreem hoog en is het opzetten van een geheel nieuwe camping slechts bij uitzondering een rendabele activiteit. 

In de praktijk zal de koopsom van een camping bepaald zijn door de waarde van het onroerend goed (les murs)
en door de waarde van de bedrijfsactiviteit, het fonds de commerce. Bij gîtes en chambres d’hôtes speelt dat begrip nauwelijks een rol. De waarde van het goodwill-gedeelte van het fonds de commerce wordt voornamelijk bepaald door de aantoonbare bedrijfsresultaten van de afgelopen jaren. De inventaris heeft zijn eigen waarde en staat op de balans en is niet echt afhankelijk van de bedrijfsresultaten. In het algemeen leidt een hogere gerealiseerde jaaromzet tot een hogere waarde van de bedrijfsactiviteit en dus tot een hogere koopsom. Een hogere prijsklasse betekent dus vaak een hogere aantoonbare omzet en een beter resultaat.

 

Bij een gebrek aan financiering wil het nogal eens gebeuren dat een belangstellende alleen het fonds de commerce koopt (geen overdrachtskosten) en het onroerend goed (het woonhuis bijvoorbeeld) vervolgens pacht. Wie uitsluitend een fonds de commerce van een camping wil kopen,  zal ervaren dat financiering vaak, in tegenstelling tot andere bedrijfsactiviteiten, ook vrijwel onmogelijk is om dezelfde al genoemde redenen, met daarbij het ontbreken van onderpand in onroerend goed. Conclusie uit de minder romantische praktijk: als de koper niet beschikt over ten minste € 250.000 à € 3000.000 eigen kapitaal, zal de aankoop van een camping, ook in de lagere prijsklasse, niet haalbaar zijn.

Er is een Frans tijdschrift dat informatie biedt bij het starten van een Frans kampeerterrein: l’OT, Officiel des terrains de camping, 12, Rue Rouget de Lisle, 94442 Issy les Moulineaux, CEDEX, tel. 01 41 33 47 47. In het blad van deze organisatie staan ook campings te koop. Jaarlijks zijn er 150 à 200 campings te koop in geheel Frankrijk, niet steeds andere maar ook flink wat campings die enkele jaren te koop staan. Ook l’OT ontmoet te vaak enthousiastelingen die veronderstellen met enkele tienduizenden euro’s een Franse camping te kunnen kopen. Die tijd is definitief voorbij: er worden veel te hoge prijzen gevraagd. Het aanbod van campings is  nog wel behoorlijk, maar  de vraagprijzen zijn niet zelden exorbitant hoog.

De nieuwe bezitter van een camping in Frankrijk zal ook bestand moeten zijn tegen de Franse bureaucratie. Vaak voldoet het overschrijven van de naam van de eigenaar bij de talrijke instanties in de eerste periode. Maar daarna komen de controleurs: van de brandweer, de keuringsdienst, de douane (alcoholverkoop), de belastingen. Je bent nog niet jarig als er zaken niet blijken te kloppen. En wie erop wordt betrapt te sjoemelen met de omzetcijfers of de BTW-boekhouding, loopt op tegen onverbiddelijke sanctiemaatregelen. Verder moet er veel van het ‘verdiende’ geld worden afgedragen aan ziekenfondspremie, verplichte pensioenverzekering, kijkbelasting, muziekrechten, vuilophaaldienst, taxe professionnelle, taxe foncière, taxe d’habitation, arbeidsongeschiktheidsverzekering, advertentiekosten, en bouw en onderhoud van de website.

 

In winter en voorjaar wordt veel tijdelijk personeel gevraagd voor de Franse campings e.d. Er is een speciale website waarop vraag en aanbod bij elkaar komen.


Nieuwe classificaties voor campings

De nieuwe wet op het Tourisme van 22 juli 2009 is in werking getreden en daarmee is de classificatie van campings aangepast. Frankrijk telt bijna 11.000 kampeerterreinen. Het nieuwe classificatiesysteem kent vijf categorieën en varieert van 1 tot 5 sterren, gebaseerd op verschillende niveaus in dienstverlening, zoals opgenomen in de wet. De classificatie NN blijft voor campings die zich niet hebben aangemeld bij de préfecture. Ook onder de nieuwe wet blijft de classificatie vrijwillig.

Er is een nieuwe categorie ingesteld: 1 ster. De minimale grootte van een ‘emplacement nu’ (een naakte kampeerplek) ten behoeve van tenten of vouwcaravans is 70 m² voor een camping met 1 of 2 sterren en 80 m² voor elke camping met meer sterren. Voor ingerichte plekken (bijvoorbeeldmet een stacaravan of een châlet) of voor plekken waar ruimte wordt geboden aan tourcaravans of campers geldt een minimale grootte van 35 m², ongeacht het aantal sterren. Een toegekende classificatie aan een campinghouder heeft een geldigheidsduur van 5 jaar. De campingvergunning zal ook aangeven of het gaat om een seizoenscamping of een camping die het hele jaar open mag zijn. De préfecture kan, na overleg met de gemeente, de openstelling beperken, bijvoorbeeld als de camping grenst aan een rivier, waarbij in de winter een reëel overstromingsgevaar bestaat.

Naast de aanduiding van het aantal sterren, kunnen campings ook kiezen voor verschillende vormen van naamgeving. Een ‘camping du tourisme’ stelt ten minste 50% van het aantal plaatsen beschikbaar voor trekkers, d.w.z. gasten die enkele nachten tot maximaal een maand op de camping zullen verblijven. De term ‘camping de loisirs’ is gereserveerd voor een camping waarbij meer dan 50% van het aantal plaatsen wordt ingenomen door gasten met een langdurig verblijfscontract (langer dan een maand). Alle geclassificeerde camping zijn verplicht op het kantoor of bij de ingang, in elk geval zichtbaar voor gasten, de volgende informatie aan te brengen:
- totaal aantal plekken, met daarbij de verdeling tussen ‘tourisme’ en ‘loisirs'
- aantal plekken ‘grand confort’ voor toercaravans of campers
- aantal plekken ‘confort’ voor toercaravans of campers
- aantal plekken voor tenten of vouwcaravans
- aantal parkeerplekken
- een plattegrond van de camping met daarop genummerde plaatsen
- de tarieven
- het reglement

Fransen houden zelf ook wel van kamperen

kamperen

De Franse camping heeft het tij weer mee. Ook steeds meer Fransen brengen hun vakantie in tent of caravan door; het zijn niet alleen de Hollanders die met hun sleurhutten de Franse campings bevolken en de meegevoerde aardappels en plein air verorberen. De Franse campingbazen verwachten deze zomer een belangrijke opleving van de bezoeken.


Vorig jaar al gingen meer Fransen (plus 7%) erop uit om ergens in hun land te kamperen. Het aantal overnachtingen groeide met 4,2%, terwijl dat bij de hotels met 4% daalde. Een klein onderzoek probeert wat misverstanden uit de weg te ruimen over het typische campingpubliek.

  • Vaak wordt gedacht dat de kampeerders steeds naar hetzelfde plekje terugkeren. Nee. De kampeerders gaan niet systematisch naar dezelfde camping, 62% verandert regelmatig. In werkelijkheid blijkt slechts 11% elk jaar naar dezelfde camping te trekken.
  • Een camping is meer iets voor oude mensen. Klopt ook niet. Zes van de tien Franse kampeerders zijn tussen de 25 en 49 jaar. De nieuwkomers zijn over het algemeen jonger dan 35 jaar. Gepensioneerden maken 17% uit van de tent- en caravanbewoners.
  • Een camping is het hotel voor de armen. Fout. Kampeerders genieten een meer dan gemiddeld maandinkomen. Dat geldt vooral voor de verstokte kampeerders. Jongeren die voor het eerst kiezen voor een vakantie in de open lucht, hebben lagere inkomens. Ook het aantal beter opgeleiden is bij kampeerders groter dan het landelijk gemiddeld.
  • Je gaat naar een camping als je niets beters weet te verzinnen. Niet goed. Negen van de tien Franse kampeerders hebben de laatste vijf jaar op een andere manier hun vakantie doorgebracht: bij familie, appartementje huren, in een hotel of een vakantieclub. Zeventien procent van de kampeerders bezit zelfs een vakantiehuis.
Verschillen per regio

Vorig jaar hebben Ile-de-France, Nord-Pas-de-Calais, de Midi-Pyrénées en de Côte d'Azur het meest te lijden gehad van dalend kampeerbezoek. Bretagne, Aquitaine, Languedoc-Roussillon en Corsica daarentegen hadden een beter seizoen. In het noorden bleven vooral de Britten weg. In 2008 was het druk in de Midi-Pyrénées wegens de massale trek naar Lourdes om de 150e verjaardag te beleven van de vermeende Maria-verschijning en de komst daarbij van
pape Benoît XVI aan het bedevaartsoord. In 2009 daalde het bezoek weer tot normalere waarden.
Uitvoerige informatie over deze onderwerpen is te vinden in La Maison, uitg. Het Spectrum.

Print Print dit artikel

 


het weer in Frankrijk
het weer in Frankrijk
08 feb 2012

Uit de fora:

'In de regels voor chambres d'hôtes, zoals vastgesteld per decreet van 4 augustus 2007, staat dat exploitanten verplicht zijn dagelijks een kleine schoonmaak te doen. Het is dus wel degelijk verplicht voor chambres d'hôtes. Wat dan precies een kleine schoonmaak is, daarover kan nog gedebateerd worden, maar de meeste mensen beschouwen dit ertoe te behoren: badkamer een beurtje, toilet schoonmaken, bed rechttrekken of opmaken, handdoeken vervangen voorzover gewenst. stogzuigen. Picknicken op de kamer zou ontmoedigd moeten worden lijkt me. Wat veel exploitanten met succes doen: een 'Tafeltje-dekje' service: Als mensen meegebrachte (of op de plaatselijke markt gekochte) etenswaren willen nuttigen, dek dan een tafel voor ze en nodig ze daar uit. Grote kans dat ze er dan bij jou een flesje wijn bij bestellen...'


***
 

Table d'hôtes is altijd mogelijk in combinatie met chambres d'hôtes. In combinatie met gîtesverhuur is het mogelijk, als bij de inschrijving  'services hotelières' worden aangegeven.
Een
table d'hôtes in combinatie met een camping is alleen mogelijk in de vorm van een restaurant-licentie 'grand restaurant' of 'petit restaurant' naar keuze in combinatie met een dranklicentie II of III, als je alcohol schenkt of in combinatie met een licentie I (maar dan alleen een petit restaurant) als je geen alcohol schenkt. In het eerste geval moet je dan ook de cursus doen.'

***


'Gîtes de France had en heeft een grote stok achter de deur doordat verhuurders subsidies kunnen krijgen op de verbouwingskosten van een gîte of chambre d'hôtes, mits ze via GdF verhuren. Zo hebben ze een soort overheidgesteund monopolie. Dat is trouwens een echt Frans verschijnsel: feitelijk private bedrijven (al dan niet met de staat of een regio als mede-aandeelhouder) die een quasi-overheidsfunctie uitoefenen, als enigen gecertificeerd zijn of anderszins profiteren van een vorm van verplichte winkelnering, en daar dik aan verdienen...'

***


'Wij hebben onlangs een uitgebreide controle gehad en de controleurs hebben ons nogal de oren gewassen over het feit dat we onze kleine camping 'camping a la ferme' noemen en dat dat absoluut niet kan als we geen agriculteur zijn. Kortom: volgens deze mensen kun je absoluut geen camping à la ferme beginnen als je geen (oud)boer bent. Wel heeft men aangegeven de benaming van de camping te veranderen in Camp de tourisme Aire Naturelle.' 'Noem het geen Air Naturelle. Dat leidt tot allerlei nieuwe eisen. De term 'mini-camping' is nu overal geaccepteerd.'

***


'
Het oprekken van de mogelijkheden van een mini-camping is een gebruikelijke vrijetijdsvesteding van Nederlanders in Frankrijk. Sommige burgemeesters zijn daarin heel laconiek, anderen vinden de aanloop van toeristen misschien wel interessant. Maar als er klachten komen van buren worden de regels gewoon toegepast. En dan zijn we snel klaar: vaste structuren zijn verboden voor een mini-camping. Maximale openingstijd is overigens 3 maanden aaneengesloten per jaar, daarvoor en daarna mag er niets van te zien zijn....'