Nieuws

50.000 auto-entrepreneurs voor € 6 mln opgelicht

Hoewel met regelmaat is gewaarschuwd tegen oplichtingspraktijken blijken toch meer dan 50.000 auto-entrepreneurs het slachtoffer te zijn geworden van misleiding. De kleine ondernemers die een activiteit uitoefenen via het nieuwe regime van de auto-entrepreneur zijn in de val gelokt om een dure vermelding in gidsen te kopen die uitgegeven zouden zijn door de ziekenkas van de zelfstandige ondernemers. Al een jaar geleden meldden de media dat de oplichters gebruik maken van briefpapier van de RSI (régime social des indépendants) en het daarin lieten voorkomen dat vermelding in de gidsen verplicht zou zijn. De officieel ogende brieven ontvingen de auto-entrepreneurs als zij zich lieten inschrijven en betaalden de gevraagde bijdrage in de veronderstelling dat het om een verplichte bijdrage zou gaan. De flessentrekkerij zou zijn opgelopen tot ten minste € 6 miljoen. Wie de wervingsbrieven goed had bekeken, kon zien dat het om een commerciële wervingsbrief ging. Volgens de directie van RSI is het moeilijk de benadeling aan te tonen omdat de formuleringen juridisch nog net binnen de normen vallen. Bij de praktijken gaat het om bedragen voor vermeldingen in gids die lopen van € 250 tot € 600, voor tal van auto-entrepreneurs te weinig om daarvoor juridische procedures te beginnen. De frauders blijken inmiddels ook in België en Luxemburg te opereren en zelf in de Verenigde Staten. De RSI heeft inmiddels besloten strafrechtelijk en civiel de zaak aan te pakken in de hoop nog een schadeloosstelling voor de slachtoffers te verkrijgen.

 De inmiddels opgedane werkelijkheid van de auto-entrepreneur

auto-entrepreneur4

In de eerste maanden van dit jaar in het aantal inschrijven voor het regime van de auto-entrepreneur met 31% gedaald in vergelijking met dezelfde periode van 2010. Ook het aantal doorhalingen is groter. Het in 2009 ingevoerde statuut van de kleine zelfstandige die niet te veel gehinderd zou worden door administratie en hoge belastingen en sociale premies, heeft een vaste plaats verworven in het Franse kleinbedrijf.


Werknemers, werklozen, gepensioneerden en studenten kunnen profiteren van het regime dat bij de meeste Fransen wel bekend is. Frankrijk telt nu circa 700.000 auto-entrepreneurs en volgens een recent onderzoek meent 83% van de Fransen dat het regime een mooie opstap is om ideeën te testen alvorens een traditionele rechtsvorm voor een onderneming te kiezen. Ook denkt men dat de maatregel veel mensen uit de financiële problemen kan helpen.

Maar er zijn ook grenzen aan het systeem en veel beginfouten zijn gerepareerd. Ook blijkt dat van de ingeschrevenen 40% nog geen omzet heeft gemaakt en dat de bedrijvigheid blijft steken op een gemiddelde omzet van € 8350 per jaar. De club van auto-entrepreneurs verwacht niettemin dat dit jaar de kaap van een miljoen inschrijvingen zal worden bereikt, waarbij een omzet van € 5 miljard zal worden gegenereerd.

Wim van Teeffelen die zich veel met het fenomeen van de auto-entrepreneur bezighoudt en Nederlanders hierover adviseert, heeft uit Frans onderzoek de inmiddels gebleken tekortkomingen en ongemakken van het nieuwe instituut genoteerd. Hieronder de 20 punten die de Fransen hebben geconstateerd, afgesloten met nummer 21 van Wim van Teeffelen als Nederlandse betrokkene.

1. De omzetdrempels zijn nogal laag.  € 81.500 voor handel en € 32.600 voor dienstverlening zijn omzetten waar geen normaal salaris uit kan worden gehaald.
2. Geen inschrijving in het register van bedrijven, waardoor de vraag gesteld wordt door leveranciers of het wel gaat om een echt bedrijf. Zo mag een auto-entrepreneur geen commercieel huurcontract tekenen, geen fonds de commerce ('goodwill') pachten, geen commerciële naam gebruiken anders dan de eigen naam van de auto-entrepreneur en wordt de auto-entrepreneur in het buitenland (in elk geval in Nederland) niet geaccepteerd als bedrijf.
3. Geen btw-nummer. Dus ook geen btw-teruggave over de inkoop.
4. Boter bij de vis. Onmiddellijk na het realiseren van de omzet moet 13% of 23% worden afgerekend met de RSI, het ziekenfonds voor onafhankelijke beroepen. De auto-entrepreneur kan dus tegelijkertijd te maken krijgen met afrekening in het lopende jaar en in het voorgaande jaar. In geval er een nabetaling is in verband met te hoog persoonlijk inkomen, kan dat vervelend zijn
5. Geen aftrek van werkelijke kosten. In lang niet alle gevallen blijft een auto-entrepreneur met zijn kosten onder de veronderstelde drempels van 71% van de omzet voor commerce en 50% van de omzet voor dienstverlening.
6. Invloed op persoonlijke belastingen. In een entreprise individuelle of andere bedrijfsvorm kan vaak een betere persoonlijke belastingeffectiviteit worden gerealiseerd omdat meer inkomen onder een dergelijk bedrijf kan worden gebracht dan onder het statuut van auto-entrepreneur. Voordat wordt besloten om auto-entrepreneur te worden, verdient het aanbeveling het totaal aan inkomen en het totaal aan belastingbetaling in ogenschouw te nemen.
7. Het persoonlijk vermogen van de auto-entrepreneur is matig beschermd in geval van aansprakelijkheid tenzij hij zijn bezittingen openbaar maakt middels een auto-entreprise à responsabilité limitée (AERL.)
8. De auto-entrepreneur heeft geen recht op werkloosheidsuitkering in geval de onderneming geen succes is.
9. Een auto-entrepreneur die daarnaast een baan heeft of met pensioen is, betaalt in feite twee maal voor zijn ziektekostenverzekering. Er is immers geen ontheffing mogelijk voor de sociale lasten van de auto-entrepreneur.
10.Een auto-entrepreneur kan geen formele samenwerkingsverbanden aangaan met andere ondernemers, bijvoorbeeld met als doel: gezamenlijke offertes, gedeelde verantwoordelijkheid, gedeelde aansprakelijkheid.
11. Als je al ondernemer bent (mede-eigenaar van een SARL, EURL of SNC - société en nom collectif) kun je daarnaast geen auto-entrepreneur meer worden.
12. Alleen bedrijfsactiviteiten die zijn toegelaten onder de regels van micro-BIC en micro-BNC zijn toegestaan voor auto-entrepreneur. Dat betekent dat een groot aantal bedrijfsactiviteiten is uitgesloten van dit statuut.
13. Concurrentiebeding. Een werknemer hoeft zijn baas geen toestemming te vragen om daarnaast auto-entrepreneur te worden, maar het is hem specifiek verboden om zonder toestemming van de werkgever auto-entrepreneur te worden met een activiteit die door de werkgever als concurrerend kan worden ervaren.
14. Risico van verkapt salaris. Tenzij een auto-entrepreneur kan aantonen dat hij meerdere klanten heeft, kan de belastingdienst hem de facto beschouwen als werknemer en alsnog 'loonbelasting' opleggen aan de werkgever.
15. Naheffing.  Indien een auto-entrepreneur andere inkomsten heeft, loopt hij het risico op een naheffing inkomstenbelasting, waardoor het fiscale voordeel van de auto-entrepreneur in zijn geheel kan verdwijnen. In sommige gevallen kan de auto-entrepreneur veel meer kwijt zijn aan belasting dan wanneer hij had gekozen voor een andere bedrijfsvorm.
16. Naheffing 2. In geval de auto-entrepreneur daarnaast zeer wisselende inkomsten heeft, kan de naheffing zeer negatief uitpakken, omdat een onregelmatig ander inkomen voor de berekening van de naheffing niet over meerdere jaren mag worden uitgesmeerd.
17.Subsidies. De heffing van sociale lasten en belasting van een auto-entrepreneur houdt geen rekening met bijzondere subsidies voor jong ondernemers of in economisch achtergestelde gebieden.
18. Geen verliesverrekening.  Verliezen in andere bedrijven kunnen niet verrekend worden met winst als auto-entrepreneur, of omgekeerd. De auto-entrepreneur betaalt altijd een vast percentage van de omzet aan sociale lasten en belasting.
19. Diploma-eisen. Voor veel bedrijfsactiviteiten worden alsnog diploma- of werkervaringeisen gesteld, zodat een inschrijfprocedure bij bijvoorbeeld de Chambre des Métiers alsnog verplicht is. Het voordeel van de eenvoud van procedures van de auto-entrepreneur is dan meteen verdwenen.
20. De anti-auto-entrepreneurlobby van  organisaties van vakmensen is effectief gebleken. Vaklui die zich vrij willen vestigen als ondernemer kunnen veel beter kiezen voor een van de andere bedrijfsvormen.

mascotteWim van Teeffelen wil er zelf nog één aan toevoegen:

21. Imago. Door het grootschalige oneigenlijke gebruik van het statuut van auto-entrepreneur begint dit statuut langzamerhand een slechte naam te krijgen.  Een 'echte' ondernemer is beter af met een van de andere bedrijfsvormen.



Na publicatie van bovenstaande ervaringsgegevens is op het forum nog een discussie ontstaan. Wim van Teeffelen licht enkele punten nader toe.


Punt 1 gaat over de lage omzetdrempels. De 18,3% voor de vrije beroepen is niet het hele verhaal. Daar komt nog ongeveer 12% bij voor opbouw pensioen, om hem met de Smic (het Franse minimumloon van nu € 9 per uur bruto) te kunnen vergelijken. Dus de afdracht is dan afgerond 30% en blijft er netto € 21.500 per jaar over. Dat is inderdaad meer dan de €14.500 voor het minimumloon. De meeste ondernemers beginnen niet met ondernemen om maar net boven het gegarandeerde minimumloon uit te komen, al is dat vaak wel de praktijk. 

Punt 4 gaat over een éénmalig effect dat in de praktijk een drempel blijkt te zijn voor het starten als auto-entrepreneur. Als je bij voorbeeld in 2010 in dienst was, of een andere onderneming had, dan reken je pas inkomstenbelasting af in 2011. Dat is nu eenmaal de praktijk in Frankrijk.   In datzelfde jaar, 2011, moet je echter al gelijk de afrekeningen van  de auto-entrepreneur doen. Startende auto-entrepreneurs voelen  dit als ‘dubbele lasten,’ juist in het startjaar als ze dat het slechtst kunnen gebruiken. Immers in het startjaar zijn de investeringen het hoogst en is de omzet  vaak nog laag. Overigens heb je dit probleem niet als je je inschrijft als entreprise individuelle, dan kun je uitstel vragen voor  betaling van sociale lasten in het eerste jaar.  

Punt 8 noemt een nadeel van elke ondernemer, namelijk geen recht op werkloosheidsuitkering. Maar bedenk dat het statuut van auto-entrepreneurs voornamelijk mensen aantrekt die nooit eerder ondernemer zijn geweest en er nauwelijks moeite voor hoeven te doen (of voorstudie) om ondernemer te worden. Snel het internet-formuliertje invullen en hop, je bent ondernemer. Pas later beseffen veel auto-entrepreneurs dat er geen werkloosheidsuitkeringen zijn voor auto-
entrepreneurs
. Bedenk hierbij de Franse praktijk dat de overheid er alles aan doet om het sociale vangnet voor ondernemers zoveel mogelijk te laten lijken op dat van de werknemer. Geen werkloosheiduitkering blijkt dan een forse teleurstelling voor mensen die zich hebben laten verleiden auto-entrepreneur te worden, maar geen ondernemerstalenten bleken te hebben.

Punt 9 is wellicht niet helemaal duidelijk geformuleerd. Veronderstel, je hebt een baan en via die baan heb je recht op een ziektekostenverzekering. Als je ziek wordt, of dat nu tijdens de uitoefening van je beroep is, of daar buiten: je hebt recht op medische zorg.  Ook als dat gebeurt tijdens de uitoefening van zwart werk. Als je nu zwart werk ‘wit’ d.m.v. een inschrijving als auto-entrepreneur, betaal je middels de afdracht extra ziektekostenverzekering, zonder
dat je recht op zorg verandert. Dus voor veel auto-entrepreneurs voelt dit aan als ‘dubbel betalen’.

Punt 15 kan belangrijk zijn, zoals bijvoorbeeld in het volgende scenario:  Een stel leeft van een zeer riante prépensioenuitkering of verhuur van onroerend goed of van rente op een vermogen.  Laten we zeggen een inkomen in de hoogste schaal van de inkomstenbelasting.  Ze moeten dan een dure ziektekostenverzekering afsluiten. In plaats daarvan zouden ze kunnen bedenken dat ze zich beter kunnen inschrijven als auto-entrepreneur, waarmee ze recht hebben op een ziektekostenverzekering van de RSI. Laten we zeggen dat ze  €10.000 aan omzet maken in commerce,  dan zouden ze € 1300 per jaar voor hun ziektekostenverzekering betalen.  Ze krijgen echter een naheffing op hun inkomstenbelasting indien hun gezamenlijke inkomen meer is dan ongeveer  € 57.000 per jaar. De afdracht van 13% is dan niet langer de volledige betaling, maar de omzet van € 10.000 wordt bij hun inkomen geteld en daarover wordt dan alsnog de hoogste schijf inkomstenbelasting gerekend. Momenteel is dat 41%. De 13% afdracht is opgebouwd uit 12% sociale lasten en 1% belasting. Dit paar gaat dan 12% sociale lasten + 41% inkomstenbelasting betalen, dus 53% van de omzet, in plaats van 13%.   

Laat ik nog even het uitgangspunt van de auto-entrepreneur uitleggen: iemand heeft al een status, betaalt al sociale lasten en belasting, heeft dus al een ziektekostenverzekering en hoeft slechts een vast percentage te betalen, op een administratief eenvoudige manier, van het neveninkomen, dat hij verdient als auto-entrepreneur. Zo is het ooit bedoeld.
Gewoonlijk heeft de verse emigrant geen bestaande status, waardoor hij al geregistreerd is als belastingbetaler en hij al sociale lasten betaalt. Het is inderdaad mogelijk om in een dergelijke situatie zich in te schrijven als auto-entrepreneur. Dat doe je door allemaal negens in te vullen in het vakje waar gevraagd wordt naar het numéro de sécurité social. Als je niks invult, accepteert de website je niet. Je krijgt dan automatisch door de RSI een numéro de sécutié social toegewezen. Dit is dus de manier om voor heel weinig geld een ziektekostenverzekering te verkrijgen.

Inmiddels is deze loophole ook doorgedrongen tot de RSI en wordt speciaal gecontroleerd op 'les neufs' (verwijzing naar de reeks ingevulde negens). Om te beginnen wordt gekeken naar de bedrijfsactiviteiten; indien er ook maar even sprake is van gereglementeerde activiteiten, dan moet de auto-entrepreneur kunnen aangeven dat hij aan het reglement voldoet. Zo niet dan volgt ambtshalve de beëindiging van de inschrijving als auto-entrepreneur en vervalt dus de
ziektekostenverzekering. Ik ken een geval, waarbij er een oud reglement op tafel is gekomen voor schoonmaakwerk. Jazeker, schoonmaakwerk is formeel een gereglementeerd beroep waar je een diploma of drie jaar werkervaring voor moet hebben! Verder wordt er streng op toegezien dat de auto-entrepreneur meer dan één klant heeft (ook al in het eerste jaar) en moet hij zijn inkomen in het voorgaande jaar (ook als dat in NL was) aantonen. Een, toegegeven, lullige maatregel van de RSI is ook om de uitgifte van de carte vitale te vertragen. Officieel is dat niet, maar het is wel erg opvallend dat de uitgifte van een carte vitale, via de route van de auto-entrepreneur estreem traag is.

Kortom, een verse immigrant die zich inschrijft als auto-entrepreneur wordt toch al snel gezien als een buitenlandse profiteur, in plaats van als een echte ondernemer. Naar mijn mening niet geheel ten onrechte, want hij kan met iets meer administratieve inspanning gewoon een entreprise individuelle oprichten en kiezen voor het régime social/fiscal. Dan heeft hij wel een 'echt' bedrijf, met precies dezelfde fiscale voordelen.


Wijzigingen in regels rond de auto-entrepreneur


auto-entrepreneur2

Na de invoering van het nieuwe statuut van de auto-entrepreneur in 2009, is gebleken dat er nogal wat schoonheidsfoutjes en rommeligheden kleefden aan de zo succesvolle ondernemingsvorm, waar administratieve eenvoud en gemakkelijke toegankelijkheid de sleutelbegrippen zijn. Sinds januari van 2010 zijn hier en daar wat aanpassingen gekomen, die nogal te pas en te onpas werden gelanceerd. Men heeft nu geprobeerd de sindsdien opgetreden wijzigingen en aanpassingen op een rijtje te zetten.

Beoefenaren van een ambacht (de artisans) die kiezen voor het statuut van de auto-entrepreneur moeten zich verplicht inschrijven in het Répertoire des Métiers. Maar zij blijven vrijgesteld van de inschrijvingskosten en van het volgen van de stage voor nieuwe ondernemers, de stage de préparation à l’installation. Hun inschrijving moet bovendien vergezeld gaan van bewijsstukken dat zij in het bezit zijn van de vereiste vakbekwaamheid (ten minste een CAP - certificat d'aptitude professionnelle, een vorm van 'middenstandsdiploma' - of een beroepservaring van drie jaar in het vak).

Een andere maatregel is dat beoefenaren van vrije beroepen die werken onder het regime van de micro-entreprise (of beter: entreprise individuelle onder het micro-regime) tot 23 februari 2010 de tijd hebben om te kiezen voor het statuut auto-entrepreneur. Mensen die onder de pensioenkas Cipav vallen (Caisse interprofessionnelle de Prévoyance et d'Assurance Vieilesse, bedoeld voor de niet gereglementeerde vrije beroepen) kunnen opteren voor het nieuwe statuut.

Wim van Teeffelen van Ondernemen-Frankrijk die zich in deze zaak heeft verdiept, licht toe: iemand die 'normaal' is ingeschreven onder het micro-regime betaalt achteraf, in het volgende jaar, zijn premies (cotisations) voor sociale lasten en de opvolger van de gemeentelijke taxe professionnelle en daarna nog een voorschot gedurende de eerste twee jaar van bedrijfsvoering. Deze persoon heeft nu de kans om te kiezen voor het regime social/fiscal, waarbij hij op precies dezelfde manier als een auto-entrepreneur zal worden belast, namelijk met 18% van de omzet op basis van een kwartaalaangifte van de omzet (en geen voorschotten meer). De cotisations voor de pensioenbijdrage komen daar overigens bovenop en die worden nog op de ouderwetse manier achteraf bepaald. Verder verandert er niets voor deze personen. Ten overvloede is nog gemeld dat wie opteert voor deze mogelijkheid, die per 1 januari 2010 kan ingaan, nog wel de cotisations over 2009 moet betalen die nog op de andere manier achteraf worden berekend.

De auto-entrepreneur is vrijgesteld van enkele belastingen, waaronder de BTW (TVA), de CET (contribution économique territoriale), de opvolger van de taxe professionnelle, die per 1 januari 2010 is afgeschaft. Verder  nog van de belasting voor opleiding van werknemers en de contribution foncière.

Ten slotte zijn de grenzen van de omzetbedragen iets opgehoogd: € 32.600 voor dienstverlening en € 81.500 voor commerciële activiteiten. De periode waarin een auto-entrepreneur kan profiteren van het regime micro-social zonder omzet te hebben gemaakt, is verlengd van één tot drie jaar.

 


Diploma's voor sommige beroepen

diplomaOm een inschrijving te krijgen bij één van de Kamers van Koophandel is het bij sommige beroepen voortaan nodig een diploma of bewijs van kwalificatie over te leggen. Dat geldt ook voor de inschrijvingen als auto-entrepreneur. Als geen diploma kan worden overgelegd, moet een professionele werkervaring in het betreffende beroep worden aangetoond. Het gaat om de volgende beroepen: automonteur (ook carrosserie), alle beroepsvormen in de bouw, loodgieter, verwarmingsmonteur, elektricien, monteur air-conditioning, installateur waterleidingen en van gas en elektriciteit, schoorsteenveger, schoonheidsspecialiste, tandtechniker, bakker, banketbakker, slager, vishandelaar, ijsverkoper, hoefsmid en kapper.
(22.03.10)

 


Digitaal ondernemersloket


guichetOok Frankrijk kent sinds dit jaar een digitaal loket voor ondernemers. Het wordt gepresenteerd als een nieuwe Franse dienstverlening voor starters, die niet mogen worden afgeschrikt door de paperassenwinkel. Maar het was de EU die alle lidstaten heeft verplicht gesteld om zo'n onlineloket te openen. Het loket www.guichet-entreprises.fr is gericht op regelgeving voor ondernemers en op bedrijfsvestiging. Ondernemers kunnen via Guichet-Entreprises voldoen aan de formaliteiten die voor hun specifieke bedrijfsactiviteit worden voorgeschreven. Dit geldt voor alle ondernemingsvormen, van agrarisch en ambachtelijk, handel en industrie tot dienstverlening. Zo moeten bijvoorbeeld bepaalde vergunningen in Frankrijk stapsgewijs aangevraagd worden. Dat kan nu in één keer via het nieuwe ditigale loket. Er zijn verder 100 bestanden beschikbaar met informatie over de rijke regelgeving bij het uitoefenen van bedrijfsactiviteiten. Als men eenmaal is ingeschreven bij het CFE (Centre de formalités des entreprises) is het ook mogelijk het eigen dossier te volgen en de voortgang van de administratieve afhandeling te volgen.

Print Print dit artikel

 
Nieuw werkstatuut: auto-entrepreneur     

 

Om de economische groei een stimulans te geven en ook zwart werken te ontmoedigen, heeft het Franse parlement in de zomer van 2008 de wet op de modernisering van de Franse economie aangenomen die onder meer voorziet in de vorming van nieuwe regels waarbij werknemers, werklozen en anderen gemakkelijker betaalde activiteiten kunnen gaan uitvoeren. Het nieuwe statuut voor individuele personen (werknemers, studenten, werklozen, gepensioneerden e.a.), dus niet voor vennootschappen, is op 1 januari 2009 ingegaan.

Hervé Novelli, de toenmalige staatssecretaris voor het midden- en kleinbedrijf, verwachtte dat met het nieuwe systeem ten minste 400.000 nieuwe activiteiten zullen kunnen worden opgezet. En dat alles via een simpele klik op internet. Ook ingewikkelde inschrijvingen bij Kamers van Koophandel, wachtrijen en documenten in zoveel-voud  zouden voor deze activiteiten niet nodig zijn. Begin 2011 bleek het aantal inschrijvingen tot boven de 600.000 te zijn gestegen.

Het gaat om een nieuw stelsel van vereenvoudigde regels voor bedrijfsactiviteiten die zich tot nu toe buiten het zicht van de overheid afspeelden, of die mensen niet wilden opstarten wegens al het gedoe van een  bedrijfsinschrijving, op een zo simpel mogelijke manier binnen het stelsel te brengen. Het doel is mensen aan te zetten tot commerciële activiteiten en hen te ontlasten van de taaie inschrijfprocedure of om mensen aan te moedigen tot het legaliseren van wat tot nu toe zwart gebeurde.


Een simpele inschrijving bij het CFE volstaat (Centre de formalités des entreprises), maar in de loop van de tijd zijn voor talrijke beroepen toch inschrijvingen verplicht geworden. Een auto-entrepreneur die een beroep als artisen heeft, moet zich laten inschrijven in het répertoire des métiers. Hij is vrijgesteld als die activitiet minder dan de helft van zijn totale inkomen uitmaakt. Het nieuwe regime is bedoeld voor bescheiden activiteiten door Franse ingezetenen waarvan de jaaromzet kleiner is dan € 81.500 voor handelsactiviteiten (aan- en verkoop, verkoop van consumpties ter plaatse en verzorging van onderdak) en lager is dan € 32.600 voor overige vormen van dienstverlening. Bij dergelijke activiteiten is het voeren van een BTW-administratie niet nodig: de auto-entrepreneur betaalt gewoon TVA, maar kan betaalde TVA niet aftrekken.

Het werken onder het statuut van de auto-entrepreneur kan flink wat voordelen opleveren. De premie- en belastingbetaling gebeurt via het forfait van 13% voor handelsactiviteiten, 23% voor de commerciële dienstverlening en 23% voor vrije beroepen. Wie geen omzet heeft gedraaid, betaalt ook geen forfait, maar blijft wel verzekerd via zijn bestaande statuut (werknemer, werkloze, gepensioneerde.) Zelfs al is er geen statuut,  bijvoorbeeld de verse immigrant uit Nederland, dan nog is hij volledig verzekerd, ook al heeft hij geen of weinig omzet.



De termijn waarin een auto-entrepreneur de voordelen van aansluiting bij het régime micro-social kan genieten zonder dat hij omzet heeft gemaakt, is van één tot drie jaar verlengd. Ook is de procedure om onder het regime te vallen eenvoudig en behoeft er geen stage te worden gevolgd.

 


Belasting betalen kan op twee manieren: berekening en betaling van de belasting gebeuren in het jaar na het bereiken van een resultaat (régime de droit commun) of via het nieuwe regime van micro-fiscal simplifié. De laatste mogelijkheid geldt voor ondernemers die in het voorafgaande jaar een inkomen hadden dat lager was dan € 25.926 voor één persoon (inkomen van 2009 voor de activiteit van 2010).  Het betalen van belasting uit inkomsten/omzet gebeurt gelijktijdig met de betaling van de sociale premies, per maand of per kwartaal. Ook hier, wie in een periode geen omzet heeft, betaalt niets.

De cijfers op een rij: de omzetten zijn aan een maximum gebonden: € 80.300 voor handelsactiviteiten waarover de ondernemer 13% (12% sociale premies en 1% belasting) betaalt. De cijfers voor een dienstverlenende activiteit zijn 23% (21,3% sociale premies en 1,7% belasting) met een maximale omzet van € 32.100 en voor vrije beroepen gelden de percentages 20,5 (18,3 premies en 2,2 belasting).
 
Wim van Teeffelen van Ondernemen-Frankrijk tekent hierbij aan dat 'het nieuwe regime alleen maar kijkt naar dat gedeelte van je leven dat met de bedrijfsactiviteit te maken heeft. Iedereen die een onderneming start in een van deze regimes, heeft al een leven buiten de onderneming. Dat blijft in tact. Iemand die met pensioen is, betaalt al ziekenfondspremie en belasting en als hij een bedrijfje begint betaalt hij 13% of 23% van de omzet aan de overheid en de rest is voor hemzelf. Iemand die werkloos is, blijft in het ziekenfonds voor werklozen, iemand die van zijn vermogen leeft, betaalt al sociale lasten, ziektekostenverzekering. Dit is dus het grote verschil met het oprichten en inschrijven van een bedrijf onder een van de andere belastingregimes: die veranderen je status. Als je tot nu toe in een particuliere verzekering zat, maar je richt een bedrijf op dat je ook inschrijft onder het klassieke micro-regime of het regime réel, dan verandert je status: je wordt o.a. toegelaten in het ziekenfonds en het pensioenfonds voor ondernemers. De auto-entreprise verandert je status niet.' Wie geen status heeft, kan zich wel inschrijven als auto-entrepreneur, zelfs met een hoofdactiviteit 

Voorbeeld: een huishouden bestaat uit een koppel zonder kinderen. Meneer beschikt over een netto salaris van € 16.005. Mevrouw behaalt uit een micro BIC  een omzet van € 65.500, ofwel een belastbare opbrengst van € 18.995 na de bekende vrijstelling van 71% (die is 50% voor de commerciële dienstverlening en 34% voor de overige niet-commerciële activiteiten). Het belastbare inkomen van het stel (in Frankrijk worden de huishoudens aangeslagen) is dan € 35.000  (de € 16.005 van meneer en de € 18.995 van mevrouw. Belasting vóór de nieuwe wet: € 2346 volgens het gewone schijventarief. Belasting met de nieuwe wet  als mevrouw de activiteiten als auto-entrepreneuse gaat uitvoeren: de heffing  voor haar is € 655 (1% van € 65.500). Op het inkomen van meneer wordt het  gewone schijventarief losgelaten (€ 1072), zodat de totale belasting van het gezin uitkomt op € 1727 (€ 655 + € 1072), een besparing derhalve van € 619. Wel komen er nog de - hoge - sociale premies bij.   


Voor hen die al een micro-entreprise hebben, wordt ook de mogelijkheid geboden die de auto-entrepreneur heeft om sociale lasten en belasting in een vast percentage per maand of kwartaal af te rekenen (de genoemde 13% van de omzet voor verhuur en commerce, 23% voor diensten). Als je al een micro hebt, heeft oprichting van een auto-entreprise totaal geen zin, tenzij je in een nieuwe bedrijfsactiviteit stapt.

 
Informatie in het Frans op www.lautoentrepreneur.fr. Op deze site kunnen de nieuwe auto-entrepreneurs online hun activiteiten melden en maandelijks of per kwartaal hun omzetten doorgeven. 

Vrijstelling 'taxe professionnelle' voor auto-entrepreneurs
De aan de lokale overheid toekomende taxe professionnelle is op 1 januari 2010 afgeschaft en is opgevolgd door een nieuwe belasting, de contribution économique territoriale (CET). Deze nieuwe belasting  is opgebouwd uit twee elementen: een heffing op het onroerend goed van de onderneming en een heffing over de btw, respectievelijk op z'n Frans decotisation foncière des entreprises (CFE) en de cotisation sur la valeur ajoutée des entreprises (CVAE). Wat een en ander betekent voor de auto-entrepreneurs heeft minister Christine Lagarde van Economische Zaken uitgelegd aan kamerleden. De auto-entrepreneurs die hebben gekozen voor de betaling van de inkomstenbelasting via de voorheffingen zijn in het jaar van oprichting en de twee daarop volgende jaren vrijgesteld van de CET. Daarna moeten zij gewoon CET betalen en wel volgens de regels die voor overige ondernemingen gelden. De CFE wordt door de gemeenteraden vastgesteld en kan uiteenlopen van € 200 tot € 2000. De auto-entrepreneurs behoeven geen CVAE te betalen, want deze wordt alleen geheven bij ondernemingen met een omzet van meer dan € 152.500.



 Ruim 600.000 auto-entrepreneurs ingeschreven


menuisierTwee jaar na het instellen van het regime van de auto-entrepreneur blijken nu meer dan 600.000 personen (werknemers, studenten, werklozen, gepensioneerden) zich hebben laten inschrijven. Een kwart van hen staat klaar om zich geheel te wijden aan zijn of haar eigen auto-entreprise. Het instituut heeft zich een vaste plaats verworven in het Franse systeem van de onafhankelijke werkers. Van het totaal aantal ingeschrevenen heeft zich intussen 17% weer afgemeld. Belangrijkste redenen: het project lukte niet (35%) of het werk bleek niet rendabel te maken. 13% besloot van statuut te veranderen en koos voor een andere ondernemingsvorm zoals SARL, entreprise individuelle. Een kwart verwacht in de komende twee jaar deze stap ook te zullen zetten. Een van de vier auto-entrepreneurs is nog werknemer bij een ander bedrijf. Het ziet ernaar uit dat een deel van deze groep zijn baan op termijn zal opzeggen. De gemiddelde leeftijd van een auto-entrepreneur is 44 jaar en het aandeel van de vrouwen is 44%, 4 punten meer dan een jaar geleden. Gemiddeld besteedt een auto-entrepreneur 56% van zijn werktijd aan deze ondernemingsvorm en verdient daarmee 45% van zijn totale inkomen. De gemiddelde omzet ligt op € 7400 per jaar voor de 73% van de auto-entrepreneurs die werkelijk activiteiten hebben uitgevoerd. Men komt aan de opdrachten via mond-tot-mondreclame (86%) en één op de twee auto-entrepreneurs gebruikt de professionele of persoonlijke netwerken. Bijna 30% vergroot de bekendheid via internet en is actief op de sociale netwerken en op internetfora. Slechts 3% verkoopt rechtstreeks via internet.
(20.01.11)



Enkele wijzigingen in regelgeving voor auto-entrepreneurs

auto-entrepreneur3Auto-entrepreneurs die nog geen omzet hebben gemaakt, moeten toch per maand of kwartaal een opgave doen bij de URSSAF of RSI. Bij wet is ook vastgelegd dat het regime van auto-entrepreneur maximaal twee jaar kan bestaan als geen omzet is geboekt. Deze auto-entrepreneurs zullen automatisch overgaan naar het standaardregime van de micro-entreprise. Het online doen van de aangifte kan via www.net-entreprises.fr. Twee etmalen na de inschrijving (met SIRET-nummer en IBAN) is het account actief. Voor het laatste omzetkwartaal heeft men tot 31 januari de tijd om de déclaration in te vullen.
Sinds 2011 moeten personen die hebben gekozen voor het regime micro-social een bijdrage voor de beroepsopleiding betalen:


- 0,3 % van de omzet voor de artisans
- 0,1 % voor commerciële activiteiten
- 0,2 % voor dienstverlening
- 0,2 % voor de vrije beroepen.
Bij een omzet lager dan € 4740 geldt een vrijstelling voor deze contribution.
 


Boete als omzetcijfers niet worden gemeld

Elke Franse auto-entrepreneur moet periodiek zijn of haar omzetgegevens doorgeven, per maand of per kwartaal en wel via de website www.lautoentrepreneur.fr. Ook als er in de gekozen periode geen omzet is gedraaid, moet de opgave worden verstrekt. Sinds 1 januari van dit jaar worden boetes uitgedeeld (€ 46) als men nalaat die opgave te verstrekken. Bovendien kan er nog een aanslag worden opgelegd over een fictieve maximale omzet: 13% van € 81.500 voor de auto-entrepreneurs in 'commerce' en 23% van € 32.600 in de dienstverlening.  
Décret n°2011-1973 du 26 décembre 2011, Journal officiel du 28 décembre 2011, p.22 407



Overheid komt auto-entrepreneurs tegemoet 

auto-entrpreneur3Het ministerie van Financiën en Economische Zaken en de staatssecretaris voor het midden- en kleinbedrijf hebben na de storm van verontwaardiging over de nieuwe belasting voor auto-entrpreneurs nieuwe maatregelen aangekondigd. Vele auto-entrepreneurs, het nieuwe statuut met een vereenvoudigd regime van belastingen en sociale premies, zijn de afgelopen weken onaangenaam verrast door de nieuwe heffing CFE, cotisation foncière des entreprises, onderdeel van de CET, contribution économique territoriale. Deze bijdrage is in de plaats gekomen van de taxe professionnelle. De bewindslieden zeggen dat alle auto-entrepreneurs in principe de CFE moeten betalen, maar er zijn nu drie uitzonderingen gemaakt:
  • als de auto-entreprises geen omzet hebben gemaakt en geen werknemers in dienst hebben, zijn deze vrijgesteld van de CFE;
  • dat geldt ook voor het eerste jaar waarin wel een omzet is geboekt of wanneer men één werknemer in dienst had;
  • de CFE wordt twee jaar niet verlangd van de auto-entrepreneurs die hebben gekozen voor de bevrijdende voorheffing (prélèvement forfaitaire libératoire) en belasting en premies afrekenen via de inkomstenbelasting.
Degenen die in aanmerking komen voor de vrijstelling en al een aanslag hebben ontvangen, kunnen zich wenden tot de Direction générale des finances publiques (DGFiP). die de aanslag vervolgens zal doorhalen. Ook degenen die al betaald hebben, zullen hun geld terugkrijgen. De bewindslieden zullen een en ander per wetswijziging regelen en zullen ook nog voorstellen om vanaf 2011 winkeliers en artisans die een zeer kleine omzet boeken een CFE te laten betalen die meer in verhouding staat tot hun omzet.

Wellicht ander fiscaal regime voor zelfstandigen


Het ministerie van Financiën denkt aan de afschaffing van de bekende belastingvormen BIC en BNC voor de beoefenaren van vrije beroepen. Daarvoor in de plaats moet één enkel belastingstelsel komen ter veranging van de nu bestaande belasting op de bénéfices industriels et commerciaux (BIC) en op de bénéfices non commerciaux (BNC). De beroepsgroep kent nu een eenvoudig administratief systeem, gebaseerd op de simpele stroom van inkomsten en uitgaven.

Een nieuw systeem voor de BNC zou de vrije beroepsbeoefenaren verplichten om ook een jaarrekening met balans en verlies- en winstrekening op te maken, te verzorgen door een accountant. Zij zou daarmee bovendien worden uitgesloten van het nog jonge regime van auto-entrepreneur. Tot het nieuwe regime zou aan het einde van dit jaar moeten worden besloten, maar er rees met name van de kant van de artsenorganisaties het nodige verzet. Het uitstel bekent niet dat de plannen van de baan zijn, zo meldt het ministerie.

Wim van Teeffelen van ondernemen-frankrijk.nl die zich in deze materie heeft verdiept, zegt in een toelichting over de fiscale behandeling van deze Franse variant van de ZZP'ers, dat er op het ogenblik drie verschillende manieren zijn, waarop een zelfstandige zonder personeel belasting en sociale lasten betaalt over de inkomsten. Men moet zich eerst afvragen of de bedrijfsactiviteiten vallen onder 'profession libérale', onder 'service' of onder 'commerce'. Wie zich per uur laat betalen, beoefent een ‘profession libérale,’ laat men zich per project betalen, dan kan het ook ‘service’ zijn en wie verkoopt doet aan 'commerce'. Voor de laatste categorie verandert er niets: is de omzet hoger dan € 80.300 dan moet men belasting en sociale lasten afdragen volgens het régime réel; ligt de omzet daaronder, dan valt ook te kiezen voor het micro-régime of voor het statuut van  auto-entrepreneur. Men betaalt dan 13% van de omzet aan sociale lasten en bedrijfsbelasting.

Bij een dienstverlener is ook de omzet van belang. Boven de € 32.100 aan omzet per jaar geldt het régime réel, daaronder is eveneens te kiezen voor micro-régime of auto-entrepreneur en betaalt men 23% van de omzet aan sociale lasten en bedrijfsbelasting. De ZZP-ers die in de categorie  'professions libérales' vallen boven een  omzet van € 32.100 per jaar geldt  het régime réel. Het probleem zou beginnen bij omzetten onder deze grens voor ZZP-ers die gebruik willen maken van de voordelen van het micro-régime of het auto-entrepreneurschap. Om te beginnen moeten zij een onderscheid maken in 'commerciële winst uit bedrijfsuitoefening' of 'niet-commerciële winst uit bedrijfsuitoefening'. Een idioot onderscheid, volgens Wim van Teeffelen. Iedere ZZP-er probeert geld te verdienen met zijn kennis, handigheid of deskundigheid. Uiteindelijk is dat alles commercieel. Maar niet volgens de Franse wet: de omzet van bijvoorbeeld
advocaten, boekhouders, medisch personeel en nog vele andere beroepsbeoefenaars wordt geclassificeerd als 'niet-commercieel' en zij vallen daarmee in de categorie 'BNC' die de overheid heeft bedacht voor micro-entreprises en auto-entrepreneurs. Tot nu toe heeft dit onderscheid (nog) geen effect op de te betalen sociale lasten en belasting: 18% van de omzet, plus een bedrag (afhankelijk van de beroepsgroep) voor de pensioenbijdrage.

Iedereen die op dit moment werkt onder de BNC, of iedere Nederlander die zich in de nabije toekomst als ZZP-er in Frankrijk wil vestigen met een bedrijfsactiviteit die valt onder de BNC, doet er goed aan nog eens heel goed naar de omschrijving van zijn bedrijfsactiviteit te kijken en naar de keuze van de bedrijfsvorm, om te voorkomen dat hij verrast wordt door de mogelijke afschaffing van de BNC.  In sommige gevallen kan wellicht de omzet toch als BIC worden aangemerkt, in andere gevallen kan wellicht beter gekozen worden voor het régime réel in plaats van het micro-régime. En mocht de afschaffing van de BNC door gaan, dan wordt er wederom een grote groep beroepen uitgesloten van het auto-entrepreneurschap.



Auto-entrepreneurs mogen geen schijnwerknemers zijn

 


contrat de travailDe staatssecretaris die verantwoordelijk is voor het nog jonge regime van de auto-entrepreneur heeft op kamervragen duidelijk gemaakt, dat een auto-entrepreneur een zelfstandige en onafhankelijke ondernemer is. Hij waarschuwt bedrijven dat zij het risico lopen een auto-entrepreneur een arbeidscontract  te moeten bieden als deze in feite gewoon werknemer is. Zodra een auto-entrepreneur die via een tijdelijk contract met een concrete opdracht (contrat de mission) werk verricht en daarbij in feite werkt onder leiding van iemand van het bedrijf als een werknemer, loopt de onderneming de kans dat de auto-entrepreneur met succes bij de arbeidsrechter (conseil des prud'hommes) een arbeidscontract (contrat de travail) kan afdwingen. Als er sprake is van een gezagsverhouding, het werk tussentijds wordt gecontroleerd en er ook sancties bestaan bij slecht werk, geldt het contrat de mission niet meer. De 'werkgever' zal deze auto-entrepreneur in dienst moeten nemen, sociale premies afdragen en hij loopt zelfs het risico te worden beboet wegens het zwart laten werken. De staatssecretaris heeft al toegezegd dat hij de controle op deze vorm van illegaal werken strenger wil aanpakken. Arbeidsinspectie, sociale uitkeringsinstanties en belastingdiensten zullen extra gaan letten op de nieuwe vorm van het 'in dienst nemen' van auto-entrepreneurs als waren zij gewone werknemers.

Hij waarschuwt bedrijven dat zij het risico lopen een auto-entrepreneur een arbeidscontract  te moeten bieden als deze in feite gewoon werknemer is. Zodra een auto-entrepreneur die via een tijdelijk contract met een concrete opdracht (contrat de mission) werk verricht en daarbij in feite werkt onder leiding van iemand van het bedrijf als een werknemer, loopt de onderneming de kans dat de auto-entrepreneur met succes bij de arbeidsrechter (conseil des prud'hommes) een arbeidscontract (contrat de travail) kan afdwingen. Als er sprake is van een gezagsverhouding, het werk tussentijds wordt gecontroleerd en er ook sancties bestaan bij slecht werk, geldt het contrat de mission niet meer. De 'werkgever' zal deze auto-entrepreneur in dienst moeten nemen, sociale premies afdragen en hij loopt zelfs het risico te worden beboet wegens het zwart laten werken. De staatssecretaris heeft al toegezegd dat hij de controle op deze vorm van illegaal werken strenger wil aanpakken. Arbeidsinspectie, sociale uitkeringsinstanties en belastingdiensten zullen extra gaan letten op de nieuwe vorm van het 'in dienst nemen' van auto-entrepreneurs als waren zij gewone werknemers.

Print Print dit artikel

 
Bedrijf(je) beginnen: entreprise individuelle, micro-entreprise, auto-entrepreneur en wat al niet meer

Entreprise individuelle

Micro-entreprise

Auto-entrepreneur

Deze ondernemersvorm is één van de twee meest populaire  juridische vormen om een eigen onderneming in Frankrijk te beginnen:

Een entreprise individuelle heeft als kenmerk dat de oprichting en de werkwijze veel eenvoudiger zijn dan bij een vennootschap. Maar de ondernemer is, anders dan bij een vennootschap, met zijn gehele vermogen aansprakelijk. Maar per 1 januari 2011 is er de EIRL, waarbij de persoonlijke aansprakelijkheid aanzienlijk kan worden beperkt (entrepreneur individuel à responsabilité limitée).

 

De entrepreneur individuel  is fiscaal ondergebracht in de categorie BIC van de inkomstenbelasting (bénéfices industriels et commerciaux), BNC (bénéfices non commerciaux) of BA (bénéfices agricoles).


Er zijn hierbij twee methoden van winstberekening:
- het régime réel (met opvoering van de werkelijke bedrijfskosten en belastingheffing over de werkelijke winst)

- het régime de la micro-entreprise (werken met vaste aftrekpercentages voor de bedrijfskosten (de forfaits), waardoor belasting wordt geheven over de theoretische winst.

Dit is een entreprise individuelle die heeft gekozen voor het belastingsregime 'micro régime'. Het begrip micro-entreprise wordt ook wel in minder strakke betekenis gebruikt als synoniem voor een zeer klein bedrijf. Fiscaal gaat het om een uiterst eenvoudige manier om de gemaakte winst te belasten. Geen ingewikkelde administratie, zodat de entrepreneur zijn tijd vooral aan de klanten kan besteden, aldus de gedachte.

 

 

 

Een auto-entrepreneur is een zelfstandige zonder personeel, die commericiële activiteiten kan uitvoeren, zonder als bedrijf te zijn ingeschreven in het bedrijvenregister. 


Voor veel gereglementeerde bedrijfsactiviteiten is de status van auto-entrepreneur niet beschikbaar.
 

De belangrijkste kenmerken

Entreprise individuelle

Micro-entreprise 'classique'

Regime van de auto-entrepreneur

De belasting en de sociale premies worden berekend op basis van de opgegeven winsten.

Hier word je aangeslagen op basis van een winst die is vastgesteld via hantering van het forfait (dus niet via opgave van de werkelijk gemaakte kosten of de werkelijke gerealiseerde winst). Die berekening geldt ook voor de vaststelling van de sociale premies, de cotisations sociales. Er geldt altijd een minimum aan te betalen sociale lasten, ook bij een lage omzet.  Er geldt geen btw-verplichting, dus betaalde btw kan niet worden afgetrokken en aan klanten hoeft ook geen btw in rekening te worden gebracht.

 

De grote nieuwigheid is hier dat je sociale lasten en belastingen pas betaalt naarmate er ook werkelijk omzet is gemaakt. Echter, een auto-entrepreneur die lange tijd (3 jaar) geen omzet maakt, zal ambtshalve worden opgeheven. Bovendien wordt onder een bepaalde omzetgrens (ongeveer €24000/jaar) geen pensioen opgebouwd.

 

Ook hier geen BTW-verplichting


 

De omzetgrenzen

Elk bedrijf, hoe laag de omzet ook is, kan kiezen voor dit regime. Als men onder een jaaromzet van
€ 80.300 HT valt, kan men kiezen voor het micro-régime. Als de omzet boven deze drempel valt, dan is er geen keuze voor de ondernemers die bezig zijn met

- de verkoop van koopwaar, objecten en leveren van etenswaren om mee te nemen of ter plaatse te nuttigen

- het uitbaten van hotels, chambres d'hôtes, gîtes ruraux, vakantiehuisjes).

32. 100 HT voor:
- overige vormen van dienstverlening die vallen onder het regime BIC (bénéfices industriels et commerciaux)
- de vrije beroepen onder BNC (bénéfices non commerciaux).   

Deze regimes kunnen worden gekozen door de ondernemingen waarvan de jaaromzet lager is dan € 80.300 euros HT voor:

- de verkoop van koopwaar, objecten en leveren van etenswaren om mee te nemen of ter plaatse te nuttigen

- het uitbaten van hotels, chambres d'hôtes, gîtes ruraux, vakantiehuisjes).

32. 100 HT voor:
- overige vormen van dienstverlening die vallen onder het regime BIC (bénéfices industriels et commerciaux)
- de vrije beroepen onder BNC (bénéfices non commerciaux).


Men mag eenmalig 15% boven de omzetgrenzen uitkomen om de status van micro-entreprise niet te verliezen. In alle andere gevallen kan met niet in het micro-régime blijven.

De activiteiten

Alle activiteiten kunnen worden uitgeoefend in deze bedrijfsvorm.

Commerciales, artisanales of vrije beroepen.

Uitgesloten zijn:
- landbouwactiviteiten
- verhuur van materialen voor langdurig gebruik
- verhuur van niet gemeubileerd of bedrijfsonroerend goed
- handel in onroerend goed, in bouwgrond en makelaardij

- een aantal vrije beroepen zoals advocaat, expert-comptable, notaris e.a.

Commerciales, artisanales of vrije beroepen.

Belangrijkste uitsluitingen:
- landbouwactiviteiten onder het sociale regime van de MSA
- vrije beroepen die onder een ander pensioenregime vallen dan bij de Cipav of RSI: advocaten, notarissen, artsen, verzekeraars, accountants e.a.
- verhuur van materialen voor langdurig gebruik
- verhuur van niet gemeubileerd of bedrijfsonroerend goed
- kunstenaarsactiviteiten

- handel in onroerend goed, in bouwgrond en makelaardij

- agent commercial

Beroepskwalificatie wel of niet nodig

Voor sommige beroepen zijn beroepskwalificaties nodig, zoals diploma's. In deze gevallen verandert een statuut of een regime niets aan deze verplichting. Op de website van APCE is te vinden voor welke beroepen een kwalificatie nodig is.

Het aanmelden

Men moet een inschrijving  (immatriculation) aanvragen als entrepreneur individuel bij:
- registre national des entreprises, bijgehouden door de Insee (het Franse CBS); deze geldt voor all bedrijven. Daarnaast moet een bedrijf in een van de onderstaande registers worden opgenomen, indien van toepassing.
- registre du commerce et des sociétés (RCS), bij een commerciële activiteit
- répertoire des métiers (RM), als artisan
- registre spécial des agents commerciaux, als agent commercial (zoals bijvoorbeeld een huizenbemiddelaar).

De aanvraag wordt gedaan
- via bemiddeling bij één van de zeven verschillende CFE's, centre de formalités des entreprises compétent,
- of via internet bij de CEF's: www.guichet-entreprises.fr of www.cfenet.fr.

Een voorbereidende cursus (stage de préparation à l'installation) is verplicht voor vrijwel alle bedrijfsactiviteiten die vallen onder de Chambres de Métiers et Artisanat en vrijwillig voor andere beroepsactiviteiten.

 

Men moet een inschrijving  (immatriculation) aanvragen als entrepreneur individuel bij:
- registre national des entreprises, bijgehouden door de Insee (het Franse CBS),
- répertoire des métiers (RM), als de activiteit hoofdzakelijk die van een artisan is,
- registre spécial des agents commerciaux, als men agent commercial is.


Deze inschrijvingen gebeuren automatisch als men zich inschrijft via www.lauto-entrepreneur.fr.

Winkeliers en andere niet-gereglementeerde beroepen zijn vrijgesteld van de verplichting tot inschrijving.

Artisans zijn verijgesteld van de stage de préparation.


Deze déclaration d'activité is gratis.

De sociale premies*

Entreprise individuelle

Micro-entreprise

Auto-entrepreneur

Inkomsten uit de onderneming zijn belastbaar

Gerealiseerde bruto omzet van de afgelopen maand of kwartaal

Wanneer betalen?

Men betaalt over het eerste boekjaar  een voorlopige premie, die in het daaropvolgende jaar wordt verrekend op basis van de werkelijk gerealiseerde omzet en winst. Bij de start van de activiteiten worden deze voorlopige premies berekend op een forfaitaire basis, zelfs bij afwezigheid van omzet.

Men declareert de omzet en betaalt de premies naar keuze elk kwartaal of elke maand. Aangifte en betaling gebeuren op:
- de laatste dag van de maand als voor maandelijkse betaling is gekozen
- 30 april, 31 juli, 31 oktober en 31 januair als voor kwartaalbetalingen is gekozen.

Om welke bedragen gaat het?

Kijk op de lijst van APCE.

12% (handel), 21,3% (dienstverlening) of 18,3% (vrije beroepen) van de omzet. In de eerste twee gevallen dekt de premie ook de verplichte pensioenbijdrage, in het eerste geval niet.

Is het mogelijk om te opteren voor het regime micro-social?

Niet voor een entreprise individuelle onder het régime réel. Een micro-entreprise heeft de keuze tussen het micro-régime classique en het micro-régime social/fiscal.

Ja, het is zelfs verplicht

De belastingen

Entreprise individuelle

Micro-entreprise

Auto-entrepreneur

De winsten worden zelf vastgesteld of door een accountant. Er is een echte boekhouding nodig, niet verplicht maar wel sterk aan te raden. Ongeveer 45% van de winst gaat naar de sociale lasten en bedrijfsbelasting, de overige 55% wordt beschouwd als 'winst uit onderneming' en wordt opgeteld bij eventuele andere gezinsinkomsten. Over het totaal wordt dan inkomstenbelasting geheven.

De omzet wordt opgegeven op het aangiftebiljet voor de inkomstenbelasting. De Belastingdienst berekent dan zelf de theoretische winst:

- 71% van de omzet bij een activiteit als handel, fabricage van producten met directe grondstoffen (meel, metaal, hout), voedingswaren om ter plekke te worden genuttigd, gîtes, chambres d'hôtes geldt als bedrijfskosten. Dus 29% van de omzet geldt als theoretische winst. Daarover wordt 45% aan sociale lasten en bedrijfsbelasting berekend (13% van de omzet). Het restant van 16% wordt beschouwd als 'winst uit onderneming' en wordt opgeteld bij andere gezinsinkomsten. Over dat totaal wordt dan de inkomstenbelasting geheven.

- 50 % van de omzet bij een andere activiteit, vallende onder de BIC (bénéfices industriels et commerciaux) geldt als bedrijfskosten. Daarover wordt 45% aan sociale lasten en bedrijfsbelasting berekend (23% van de omzet). Het restant van 27%
wordt beschouwd als 'winst uit onderneming' en wordt opgeteld bij andere gezinsinkomsten. Over dat totaal wordt dan de inkomstenbelasting geheven.

- 34 % van de omzet bij een vrij beroep geldt als bedrijfskosten. Dus 66% van de omzet geldt als theoretische winst. De berekening van 'winst uit onderneming' is afhankelijke van de bedrijfsactiviteit en de daarmee samenhangende pensioenpremies. .

Deze inkomsten worden gemeld op het aangiftebiljet van de inkomstenbelasting, waarna de schijventabel wordt toegepast. Deze procedure geldt niet als is gekozen voor de voorheffing (versement libératoire, zie hieronder).

'Bevrijdende voorheffing'

Nee

Ja, maar alleen als is gekozen voor het regime micro-social simplifié.

 

 

Ja, op voorwaarde dat het inkomen van het fiscale huishouden niet hoger is dan € 26.030 (2011) per part van het quotient familial, ofwel: lager dan €  26.030 voor een alleenstaande,  € 51852 voor een koppel en € 78.090 voor een koppel met twee kinderen.

Onderworpen aan btw-verplichting?

Ja, behalve als men een activiteit beoefent die is vrijgesteld van TVA.


Als echter de omzet hoger is dan de hierboven genoemde plafonds en besloten is toch te kiezen voor het régime du bénéfice réel, kan voor het btw-regime worden gekozen. 

Nee
Men is verplicht vrijgesteld van de TVA:
als de aard van het werk dat met zich meebrengt, (zie lijst van belangrijkste vrijstellingen) of de situatie zich voordoet als hiernaast omschreven en de omzet  beneden de plafonds blijft. Meer hierover op deze website.


Onderworpen aan sociale premies?

Ja, maar men moet pas betalen in het jaar na het oprichten van de onderneming.

Meer hierover op deze website.


Wie niet voor een forfait kiest, maar voor de bevrijdende voorheffing, kan worden vrijgesteld onder bepaalde voorwaarden in de eerste drie jaren van de onderneming.

 

Meer hierover op deze website.

De belangrijkste voordelen

Entreprise individuelle
Micro-entreprise
Auto-entrepreneur

Bij de berekening van de winst kunnen de werkelijk gemaakte kosten worden opgevoerd om de sociale lasten en bedrijfsbelasting te kunnen berekenen.

 

Betaalde btw kan worden afgetrokken.

 

Toegang tot belastingvoordelen als een onderneming zich in een ontwikkelingszone vestigt.

 

Verliezen kunnen worden afgetrokken bij de aangifte van de inkomstenbelasting.

Beperkte boekhouding is mogelijk via een kasboek met alleen de omzet.

 

Geen btw-boekhouding nodig.

Beperkte boekhouding is mogelijk via een kasboek met alleen de omzet.

Geen btw-boekhouding nodig.


Mogelijkheid om belasting en premies per kwartaal te doen via de bevrijdende voorheffing

 

Eenvoudige berekening van de sociale premies, die niet behoeven te worden betaald als geen omzet is gemaakt.

 

Beoefenaars van niet-geregistreerde beroepen behoeven zich niet te laten inschrijven in het handelsregister.

 

Vrijstelling van inschrijving in het  répertoire des métiers bij  werk als artisan

 

Vrijstelling van het volgen van een voorbereidingsstage voor artisans.

De belangrijkste nadelen

Entreprise individuelle Micro-entreprise Auto-entrepreneur

Verplichting om er een boekhouding op na te houden.

Systeem van berekenen en betalen van de sociale premies in twee keer: storting aan het begin van het jaar op basis van het geldende forfait.

Er wordt geen rekening gehouden met de werkelijk gemaakte kosten en aankopen (verzekeringen, auto, voorraden).

 

De betaalde btw kan niet worden verrekend.

Met fiscaal verlies wordt geen rekening gehouden.

Systeem van berekenen en betalen van de sociale premies in twee keer: storting aan het begin van het jaar op basis van het geldende forfait.

Er wordt geen rekening gehouden met de werkelijk gemaakte kosten en aankopen (verzekeringen, auto, voorraden).

De betaalde btw kan niet worden verrekend.

De sociale lasten worden berekend op basis van de omzet en niet op de winst.
Met fiscaal verlies wordt geen rekening gehouden.


Kan men van regime wisselen?

Entreprise individuelle

Micro-entreprise

Auto-entrepreneur

Ja, als de omzet onder de hierboven genoemde grenzen blijft. Dan is het mogelijk om terug te gaan naar het régime fiscal van de micro-entreprise. Vervolgens kan desgewenst worden gekozen voor het micor-ré social/fiscal. Deze optie geldt dan twee jaar.

 

 

Ja, het is mogelijk om te opteren voor het régime fiscal du bénéfice réel (réel simplifié voor de  bedrijfsactiviteiten handel en dienstverlening,  déclaration contrôlée voor de vrije beroepen) en wel als men meent dat de aftrek van de werkelijk gemaakte kosten voordelig is of als men onderworpen wil zijn aan het btw-stelsel of als men auto-entrepreneur wil worden en dan kiest voor het régime micro-social.

 
Als de omzet in in de loop van het jaar de grens overschrijdt (€ 88.300 of € 34,100) gaat men verplicht over naar het het régime réel.

Ja, men kan afzien van het

régime micro-social simplifié en van het betalen van de bevrijdende voorheffing van de inkomstenbelasting en dat uiterlijk per 31 december aanvragen voor het volgende jaar.

Als de omzet in in de loop van het jaar de grens overschrijdt (€ 80.300 of € 32.100) verlaat men verplicht het régime fiscal de la micro-entreprise (of de storting van de bevrijdende voorheffing) en komt men in de sfeer van entreprise individuelle 'classique'. Daarbij loopt het régime micro-social door tot aan het einde van het kalenderjaar.


* Sinds 2011 moeten personen die hebben gekozen voor het regime micro-social een  bijdrage voor de beroepsopleiding betalen:
- 0,3 % van de omzet voor de artisans
- 0,1 % voor commerciële activiteiten
- 0,2 % voor dienstverlening
- 0,2 % voor de vrije beroepen.
Bij een omzet lager dan € 4740 geldt een vrijstelling voor deze contribution.


Op de website van APCE (Association pour la création d'entreprises) staat een handige simulator om te beoordelen welk regime het best bij een persoonlijke situatie past: auto-entrepreneur, micro-entreprise of entreprise individuelle classique. Enkele websites met nadere algemene informatie, een stappenplan en benodigde software. Ook is er een machine om simpel de belastingen en de te betalen sociale premies van de verschillende regimes uit te rekenen.
 

Print Print dit artikel

 

Een Frans bedrijf(je) oprichten
 

Erg vlot is de Franse regelgeving niet voor startende ondernemers. De bureaucratie tiert welig en de betrokken ambtenaren houden zichzelf en hun talrijke collega’s bezig met het toesturen van formulieren en het zetten van stempels. Je moet over een ijzeren uithoudingsvermogen beschikken om zaken van de grond te krijgen.

Om de persoonlijke aansprakelijkheid bij een bedrijf(je) te beperken, kan men vrij eenvoudig een BV oprichten (een SARL, Société à Responsabilité Limitée) en zelf werknemer worden. Bij het oprichten van zo'n vennootschap  - de bekende création d’entreprise - was de minimumstorting slechts € 750 (10% van het minimumkapitaal). Enkele regeringen geleden is besloten om het oprichten van een SARL aantrekkelijker maken door de storting op het vereiste minimumkapitaal terug te brengen tot € 1. De vennootschapsbelasting (IS, impôt sur les sociétés) bedraagt in Frankrijk 33,3% (15% voor zeer kleine ondernemingen met minder dan vijf man personeel). Naast de NV (SA Société Anonyme) en de SARL kennen we in Frankrijk ook nog de eenpersoons BV, de EURL (Entreprise Unipersonnelle à Responsabilité Limitée), vergelijkbaar met een Nederlandse BV met Directeur-Grootaandeelhouder (DGA). En sinds kort de EIRL (Entreprise Individuelle à Responsabilité Limitée.) Activiteiten op het gebied van de gezondheidszorg of juridische advisering mogen niet onder het regime van een EURL worden uitgevoerd. De oprichter/eigenaar van deze bedrijfsvormen is alleen aansprakelijk voor het kapitaal (eigen geld of in natura) dat hij heeft ingebracht.

Zoals ook al in 2003 was besloten met de SARL, zeg de Franse BV, kan nu ook gebeuren met de SAS (société par actions simplifiée): een vennootschap starten met een maatschappelijk kapitaal van € 1. Dat kan ook met de SASU (société par actions simplifiée unipersonnelle). Deze vormen passen in het plan van de modernisering van de Franse economie en zijn op 1 januari van dit jaar van kracht geworden. Gewoontegetrouw heeft het maatschappelijk kapitaal als doel om schuldeisers te beschermen, wetende dat het kapitaal een zekere garantie biedt voor de verplichtingen die de onderneming is aangegaan. Maar in de praktijk blijkt het kapitaal al snel door de - kleine - ondernemer te zijn gebruikt en vormt het geen echte garantie meer. Daarom wilde de wetgever de eis laten vervallen om een minimum kapitaal voor te schrijven voor naamloze vennootschappen. De aandeelhouders mogen besluiten tot een kapitaal van € 1, maar kunnen uiteraard ook voor hogere inbreng zorgen. Het zal in het laatste geval gemakkelijker en geloofwaardiger zijn te onderhandelen met bijvoorbeeld de banken of afnemers. Een nadeel van een zeer klein maatschappelijk kapitaal - weinig risico voor de storters derhalve - kan zijn dat buitenstaanders, leveranciers en banken niet erg worden bemoedigd. Banken willen pas lenen bij voldoende kapitaal is of bij gebrek daaraan, krachtige garanties vragen.

Bij de inmiddels ook veelgebruikte auto-entrepreneur en entreprise individuelle (ook genoemd entreprise en nom of entreprise en nom personnel) of de status van travailleur indépendant is geen eigen kapitaal nodig en evenmin is het noodzakelijk om een oprichtingspublicatie te laten verschijnen. Hier binnen zijn drie beroepsvormen te onderscheiden: de commerçant (vooral winkeliers en ook campingeigenaren vallen onder deze categorie), de artisan (bijvoorbeeld de timmerman of de klusjesman) en de libéral (degenen met een vrij beroep zoals de journalist). Er is nog een vierde categorie: de verhuurder (locateur), in de meeste gevallen gelijkgesteld met een commerçant, maar er gelden enkele afzonderlijke regeltjes. De eigenaar blijft persoonlijk aansprakelijk voor het wel en wee van zijn kleine onderneming.

Alle bedrijfsvormen en hun bijzonderheden staan overzichtelijk vermeld op een Franse website.


Winkeliers en artisans beter beschermd

winkelier2Kleine zelfstandigen die onder eigen naam een bedrijfje runnen, zullen bij een faillissement niet meer hun persoonlijke bezittingen kwijtraken. De hoofdelijke aansprakelijkheid wordt voor deze categorie werkers beperkt, zo wil een wetsontwerp dat naar het parlement wordt gestuurd. Het nieuwe regime moet in 2011 van kracht worden. Alleen de bedrijfsmiddelen (machines, bestelauto's, kantoor e.d.) worden als garantie beschouwd en niet meer het geheel aan bezittingen van de ondernemer. Spaargeld en hoofdwoningen blijven, als de wet er is, buiten schot. Ambachtsmensen en winkeliers zullen in een nieuw regime gaan werken, de entreprise individuelle avec responsabilité limitée (EIRL). Er bestaat al ongeveer 25 jaar de EURL (entreprise unipersonnelle à responsabilité limitée), maar deze vorm die ook de persoonlijke aansprakelijkheid beperkt, is te ingewikkeld gebleken. Er is veel administratie nodig, een verplichte boekhouder e.d. Eigenaren van een SARL (de Franse BV) profiteren van een bescherming van hun persoonlijke bezittingen tijdens een déconfiture, terwijl de beheerders van een entreprise individuelle altijd de dupe waren. De ondernemer in de nieuwe EIRL moet een lijst opstellen van de bedrijfsmiddelen, die zal worden gepubliceerd. Die lijst dient ertoe om schuldeisers (banken en leveranciers) te informeren over de financiële risico's die zij nemen. De banken kijken namelijk nog wat huiverig aan tegen de EIRL, omdat hun garanties afnemen. De staatssecretaris van Economische Zaken werkt aan een oplossing voor dit aspect. De ondernemers in de nieuwe constructie kunnen kiezen voor twee fiscale behandelingen: via de inkomstenbelasting of via de vennootschapsbelasting, te weten 15% over de inkomsten tot € 38.120 en 33,3% over het meerdere
.
(07.02.10)


 

 


Extra hulp voor zeer kleine bedrijfjes

apprentiMet ingang van dit jaar zijn twee nieuwe maatregelen van kracht geworden om kleine tot zeer kleine ondernemingen (minder dan 10 man personeel) financieel te ondersteunen bij het in dienst nemen van jong personeel. Er kan een vergoeding van € 3000 worden verstrekt voor ondernemers die een jongere van minder dan 26 jaar in vaste dienst neemt via de CDI (contrat de travail à durée indéterminée). Een afzonderlijke steun voor de zeer kleine ondernemingen wordt voortgezet: voor elke werknemer in vaste dienst of tijdelijke dienst CDD (contrat de travail à durée déterminée) behoeft de wergever 12 maanden lang geen sociale lasten af te dragen. Ook is er een regeling gekomen voor het 'in dienst nemen' van stagiaires, een mogelijkheid waarvan nogal wat campinghouders in de zomermaanden gebruik maken. Stagiaires die langer dan twee maanden aaneengesloten aan het werk waren, hebben recht op een betaling. Die termijn was drie maanden. De wettelijke minimum beloning voor een stagiaire is € 2,75 per uur en geldt vanaf de eerste stagedag en wordt maandelijks uitbetaald.
(28.01.10)


 
De SIRET- en SIREN-nummers
Wie werk laat uitvoeren aan zijn Franse huis zal er op moeten toezien dat de ingeschakelde aannemer, loodgieter, elektricien, charpentier en anderen legaal aan de slag gaan. Op zwart werken wordt streng gelet in Frankrijk. Een legaal bedrijf moet in het bezit zijn van het SIRET-nummer of het SIREN-nummer. Je ontvangt eerst een SIREN-nummer, en een maadje later wordt dat aangevuld tot het SIRET nummer (dan komen er vijf cijfers bij). Het systeem om bedrijven te kunnen identificeren dateert van 1973 en heet SIRENE (Répertoire national d'identification des entreprises et de leurs établissements), in beheer bij het Franse bureau voor de statistiek INSEE (Institut national de la statistique et des études economiques). Elk bedrijf of filiaal daarvan heeft een eigen nummer en ook zelfstandigen moeten in het bezit zijn van SIRET. De inschrijving gebeurt bij de Centres de formalités des entreprises. Voor de Nederlanders die een uitspanning à la chambre d’hôtes willen beginnen: een SIRET-nummer is alleen nodig bij de professionele exploitatie van een petit restaurant of in geval van gîtes
, als er ook aanvullende diensten worden geleverd.
Een SIRET nummer bestaat uit veertien cijfers en heeft twee delen: de eerste negen cijfers vormen het SIREN nummer (de aanduiding voor de identiteit) en de laatste vijf cijfers vormen de NIC (Numéro interne de classement). Als een onderneming verschillende bedrijven kent, zal de SIREN gelijk zijn, maar de NIC zal verschillen. Op de website van SIRENE zijn nadere bijzonderheden te vinden.

Print Print dit artikel

 
Micro-entreprise BIC of BNC

 

Er wordt bij een entreprise individuelle veel gewerkt met een vereenvoudigd belastingregime zonder al te veel papieren, de micro-entreprise BIC of -BNC. Er geldt dan een vrijstelling van het bijhouden van een ingewikkelde administratie of het verplicht aanstellen van een expert-comptable en er is geen TVA-administratie nodig. De BIC mag een omzet hebben van € 80.300 (handelsbedrijven en verhuurders) of € 32.100 (dienstverleners).

BIC staat voor bénéfices industriels et commerciaux. Dezelfde regels gelden voor micro-entreprises BNC (bénéfices non commerciaux) en gelden voor beoefenaren van vrije beroepen en dienstverleners. Deze micro-entreprises zijn geen vennootschapjes, maar fiscaal vriendelijk bejegende activiteiten. Er hoeft geen TVA te worden berekend en de TVA op gekochte materialen kan dan ook niet worden afgetrokken, een flink nadeel van de micro-entreprise. De inkomsten (omzet) worden gewoon op het aangiftebiljet voor de inkomstenbelasting opgegeven. De algemene aftrek van de micro-BIC is 71% voor commerçants (50% voor de dienstverleners, voor professions libérales en kunstenaars is dat 37%) van die omzet, chiffre d’affaires. Bij een BNC is de algemene aftrek 34%.

De standaard belasting voor buitenlanders die niet in Frankrijk belastingplichtig zijn, is 20%, hetgeen erop neer komt dat zij in Frankrijk slechts 5,8% belasting betalen (20% van 29%) over hun Franse huurinkomsten. De drempel voor inkomstenbelastingbetaling is € 305 per jaar. Wie minder dan dit bedrag aan belasting verschuldigd is, hoeft helemaal niets meer te betalen. Wel moet steeds aangifte worden gedaan, althans als de omzet boven de € 760 per jaar uitkomt. Even uitrekenen: pas als de huurinkomsten van je Franse gîte boven de € 5250 per jaar uitkomen zul je met de Franse fiscus te maken krijgen. Wie belastingplichtig is in Frankrijk valt uiteraard ook onder de grens van € 760 omzet per jaar. Als meer is 'verdiend' geef je dat op als  bijverdienste onder de micro-BIC of mico-BNC. Welk tarief dan zal worden gehanteerd hangt af van de overige inkomsten.

Wie minder huur ontvangt dan € 80.000 kan kiezen of hij in aanmerking wil komen voor het regime van de micro-entreprise of voor het regime du réel simplifié d’imposition. Wie als startende ondernemer kiest voor een micro-entreprise kan soms meer kosten maken dan het forfait van 71%. Dan kan het voordeliger zijn om het bedrijf fiscaal onder het régime normal te laten inschrijven. Voor professionele verhuurders gelden andere regels. Zij moeten staan ingeschreven in het handelsregister en zijn ook onderworpen aan vennootschapsbelasting.

Bij een entreprise individuelle vallen de eigenaar en zijn gezin automatisch onder het Franse sociale stelsel, tegen een premie voor een koppel van ongeveer  € 3500 in het eerste jaar. In het tweede jaar van de activiteiten worden de premies ruim € 4500 en daarna worden de bedragen van de eerste twee jaar herberekend op ongeveer 35% van de revenus (omzet minus bedrijfskosten). Het kan dus zijn dat na de eerste twee bedrijfsjaren nog moet worden bijbetaald over die  twee jaren. Wie een mooie omzet draait en goed verdient, moet rekenen op een premiedruk die tot de 45% kan oplopen.

Sinds de introductie van het statuur van de auto-entrepreneur is het nog wat ingewikkelder geworden. Specialist Wim van Teeffelen hierover: de hiervoor beschreven micro-entreprise wordt inmiddels ‘micro-entreprise classique’ genoemd. Er is namelijk nog een derde belastingregime ontwikkeld, het ‘régime micro social/fiscal’. Een micro-entreprise kan ook kiezen voor dit belastingregime en betaalt dan maandelijks of per kwartaal 12% van zijn omzet (handel en verhuur), 21,3%  (dienstverlening) of 18,3% (vrij beroepen) en heeft daarmee aan al zijn verplichtingen voldaan ten aanzien van belasting en sociale lasten. Het percentage van de vrije beroepen is zo laag, omdat daarmee nog niet de verplichte pensioenpremie is betaald, voor de andere bedrijfsactiviteiten is dat wel het geval. Een micro-entreprise die heeft gekozen voor het régime micro social/fiscal wordt ook wel ‘auto-entrepreneur’ genoemd. Betreft dit een bedrijfsactiviteit die niet gereglementeerd is, dan kan hij zijn bedrijfje redelijk eenvoudig  inschrijven via een website. Betreft het een bedrijfsactiviteit die wel gereglementeerd is, dan moet de inschrijving van de auto-entrepreneur worden geregeld via een van de zeven inschrijfinstanties.

Naast de algemene vormen van bedrijfsvoeringen is er nog een aantal die in het bijzonder zijn gericht op de eenpitters in de creatieve beroepen (websdesigners, vertalers, tekstschrijvers en anderen). Zo is er het fenomeen van de portage salarial, waarin ondernemingen de administratie en afdracht van sociale belastingen en premies voor hun rekening nemen. Daarmee kan de vrije beroeper zich concentreren op het werk zelf en ontvangt hij zijn 'salaris' maandelijks. De figuur houdt het midden tussen de onafhankelijke werker en iemand in loondienst. Je bepaalt je eigen werktijden en maandelijks stuur je een overzicht van de verrichte werkzaamheden. Ondertussen ben je verzekerd tegen ziektekosten, ongevallen, bedrijfsrisico's en arbeidsongeschiktheid. Zelfs is het mogelijk om bij een behoorlijk arbeidsverleden een beroep te doen op de werkloosheidskassen.  Nadeel van het systeem zijn de totale hoge kosten: fee voor de onderneming portage salarial, betaling van werkgever- en werknemerspremies. Van de omzet houd je dan ongeveer 50% over, waarover dan nog afzonderlijk inkomstenbelasting moet worden betaald.


Kleine bedrijven houden stand



De kleine bedrijfjes, de très petites entreprises (TPE) blijken de economische teruggang nog het beste te weerstaan. Ambachtslieden (artisans, zoals loodgieter, timmerman), winkeliers en dienstverleners draaien beter dan de grote ondernemingen.


De mensen van grond- en graafwerk, de travaux publics, hebben het meeste werk en boeken een omzetstijging dit jaar van 8,7%. En ook de loodgieters/verwarmingsbedrijven, elektriciens en timmerbedrijven hebben meer werk. De orderportefeuilles zijn weliswaar minder dik gevuld, maar het werk blijft, doordat veel mensen de artisans nu laten komen omdat er geen wachttijden meer zijn. Tot vorig jaar moest men soms maanden of langer voordat een artisan tijd had om te komen. En als hij kwam opdagen, verdween hij soms weer voor enige tijd omdat er nog andere klussen waren aangenomen.
De patroons van deze bedrijfjes hebben het dus druk met reparaties en renovatie, maar de onderaannemers in de huizenbouw hebben het moeilijk. De huishoudens hebben wel geld voor het laten doen van onderhoud en woningverbetering maar kunnen zich niet de aankoop van een nieuw huis veroorloven in deze onzekere tijden. Ook de kleine buurtwinkels voor levensmiddelen boeken een stijging van de omzet. Bij de slagers hebben de ambachtelijke bouchers minder problemen dan de slagerijen van de supermarkten. Een oorzaak van de grotere belangstelling voor de winkels in de buurt valt niet duidelijk aan te geven. Er zou minder vertrouwen bestaan in het grootbedrijf. Men gaat liever naar de vertrouwde slager om de hoek, zo zegt een vertegenwoordiger van de gezamenlijke Franse artisans.
Men heeft onderzoek gedaan onder 470.000 bedrijven (de helft van het totaal aantal zeer kleine bedrijven) en er zijn problemen geconstateerd bij het verkrijgen van leningen om te investeren of om nieuwe uitrustingen te kopen. Wel kampen nogal wat bedrijfjes en eenmanszaken met liquiditeitsproblemen, omdat de banken nogal moeilijk doen bij het uitgeven van normale bankkredieten. Als het hierbij te gek wordt, stapt men meestal met succes naar de kredietombudsman, een functionaris aangesteld door president Sarkozy om problemen met de banken op te lossen.
Hoewel de TPE-bedrijven de crisis minder voelen, worden toch niet alle middenstanders gespaard. Alles bijeen genomen is de omzet in 2008 met een magere 0,8% gestegen. De een draait nu eenmaal beter dan de ander. Het zwaarst getroffen zijn de makelaars, hun provisieomzetten daalden met bijna 15% na jaren achtereen van euforische omzetgroei en hoge inkomens. Slecht ging het ook in de winkels voor motorfietsen, maar de verkoop en reparatie van fietsen en brommers liepen weer goed. Minder goed ging het ook bij de bricolagewinkels en die van kleding en lederwaren.

 

 

Print Print dit artikel

Deze pagina is laatst gewijzigd op 01-02-2012 om 19:22.


het weer in Frankrijk
het weer in Frankrijk
08 feb 2012

Uit de fora:

'Een eenmanszaak is onlosmakelijk verbonden met de persoon. Slechts in uitzonderingsgevallen is het mogelijk dat een eenmanszaak achter blijft in Nederland, terwijl de eigenaar/ondernemer is geëmigreerd. Er zijn wel landgenoten die in zo’n geval proberen net te doen alsof ze nog in Nederland wonen, door zich in te schrijven op een postadres. Indien je in Frankrijk woont en nog ingeschreven staat in een Nederlandse gemeente is dat valsheid in geschrifte. Ook de persoon waar je wellicht een zogenaamd 'postadres' hebt is in overtreding. Een inschrijving in de gemeente betekent immers dat je 'metterwoon' moet verblijven op dat adres.'

'Om een bedrijf te kunnen starten in Frankrijk is de eerste vraag of het gaat om een gereglementeerde bedrijfsactiviteit. Bij bricolage ('klussen') is dat het geval. Zelfs de oprichting van een klein klussenbedrijf vereist dat men voldoet aan de reglementen voor een klein bouwbedrijf. Dat betekent: een relevant diploma voor het terrein van
bricolage of aantoonbaar en verifieerbaar drie jaar 'witte' werkervaring op dat specifieke gebied. Voldoet men aan dit criterium dan volgt een inschrijfprocedure van de Centre des Formalités des Entreprises van de Chambres des Métiers. Je betaalt dan 23% van de omzet aan sociale lasten en belastingen zolang de omzet lager is dan €31.500 per jaar. Er is wel ontheffing van het betalen van pensioenpremie aan te vragen, dan wordt dit percentage aanzienlijk minder. Wie kiest voor de bedrijfsvorm entreprise individuelle kan uit de ziektekostenverzekering van de CMU en betaal je een minimum van ongeveer € 3700 aan sociale lasten per jaar voor een koppel. Wie kiest voor het statuut van auto-entrepreneur blijft u in de CMU, maar betaalt dan geen minimum. Als er geen omzet is gemaakt, betaalt men geen sociale lasten vanuit het bedrijf. Men mag maximaal 2 jaar zonder omzet zijn in dit statuut. '