Franse rekening openen, geld overmaken

Er zijn twee vormen van bankinstellingen: de nationale en de regionale. De eerste, waaronder BNP-Parisbas, CLC (het vroegere Crédit Lyonnais), Société Générale, voeren elk een identiek beleid en kennen een hoofdkantoor dat de baas is van de vestigingen en waartoe de cliënt zich kan wenden bij conflicten. De regionale banken (Crédit Agricole, Bred, Crédit mutuel, Caisse d’épargne, CIC) werken  afzonderlijk en zijn autonoom in beleid en tarieven. En dan is er natuurlijk de bankdienst van het staatsbedrijf La Poste, La Banque postale. Het is de enige bankdienst die bijna gratis is.

Het openen van een Franse bankrekening, een compte de dépôt officieel geheten, maar iedereen zegt compte bancaire, is niet  ingewikkeld. Gewapend met legitimatiepapieren vervoeg je je bij het uitverkoren – of aanbevolen – bankkantoor (vaak op maandag gesloten maar op zaterdagmorgen soms geopend) en een behulpzame mevrouw of meneer maakt de zaak in orde. Maar let wel op bij het ondertekenen van de overeenkomst met de bank. Het wil nogal eens voorkomen dat de ijverige employé ook bijkomende zaken min of meer stilzwijgend meeneemt in een package en alzo diensten verkoopt (verzekering, bankpas) waar niet om is gevraagd.

De diensten van de grote Franse banken ontlopen elkaar nauwelijks, de meeste instellingen accepteren ook tweedehuizenbezitters als nieuwe bankklant en zijn bereid het rekeningafschrift (relevé de compte) naar het Nederlandse adres te sturen. Algemene aanbeveling bij het openen van een Franse bankrekening: het is verstandig als echtpaar, maar ook als ongehuwd samenwonenden, een gezamenlijke rekening (compte joint) te nemen (in Nederland 'en/of' geheten; in Frankrijk Mr. ou Mme, Mr. et Mme of Mr et/ou Mme). Erg handig is de rekening met 'et' niet, want bij elke transactie moeten beiden tekenen. Als later een van de partners overlijdt en de rekening staat alleen op zijn of haar naam, dan is het bijzonder lastig voor de overblijvende partner om spoedig over het geblokkeerde saldo te beschikken.

Met de komst van de euro is het geldverkeer wel een stuk overzichtelijker geworden. Maar het is allemaal toch net een tikje anders, dat omgaan met geld in Frankrijk. Een overschrijving (virement) naar een andere rekening kan wel, maar kost per keer altijd een paar euro’s. Overschrijvingen naar eigen bankrekeningen zijn gratis. Tot enkele jaren geleden was het betalen met cheques heel gewoon in Frankrijk, maar nu is ook in dit land het betalen met plastic, bijvoorbeeld aan de kassa’s van winkels, meer usance geworden. De bankpas heeft de cheque overvleugeld. De Europese Unie heeft besloten dat het Europese betalingsverkeer even duur moet zijn als het binnenlandse betalingsverkeer.

Via het invullen van de IBAN en de BIC (te vinden op de RIB of RIP) zal een overmaking door Postbank en andere banken in vijf dagen zijn geregeld. In het land van de afkortingen staan deze letters voor Relevé d’Identité Bancaire, dan wel Relevé d’Identité Postal. Die strookjes krijgt men van de bank; meestal zitten ze ook in het chequeboekje. Extra RIB’s print je zelf als je elektronisch bankiert. De IBAN (International Bank Account Number) met ook veel cijfers is nodig bij internationale overboekingen. Verder is nog de BIC (Bank Identifier Code) verplicht (de vroegere SWIFT-code), een code die de identiteit weergeeft van de bank waar de begunstigde bankiert. Wie de twee nummers niet correct invult, zal merken dat de overschrijving langer duurt en dat daarvoor kosten in rekening worden gebracht. Internetbankieren naar het buitenland is in Frankrijk vrijwel nog onmogelijk. Het land is op dit punt ronduit achterlijk. De Europese banken hebben begin 2008 afgesproken dat het in drie jaar overal in Europa mogelijk moet zijn tegen dezelfde kosten als in het binnenland internationale overschrijvingen te doen via internet.

De Franse banken kennen een keur aan diverse kosten, maar liefst 180 vormen van betaling voor diensten. Er zijn nogal wat verschillen in de kosten die de verschillende banken in rekening brengen. De internetbanken zijn het goedkoopst. Van de landelijk opererende banken is de Banque postale de voordeligste, gevolgd door de Société Générale en BNP-Parisbas. Bij de regionale banken zijn vaak de zelfstandig werkende vestigingen van Crédit Agricole en Crédit mutuel erg duur. 

Al jarenlang pleiten Franse consumentenorganisaties voor het vergemakkelijken van de procedures om van bank te wisselen. De Fédération bancaire française (FBF) heeft nu aangekondigd dat particuliere cliënten in de loop van 2009 kunnen gaan profiteren van de mobilité bancaire. Dit houdt in dat de nieuwe bank op grond van de door de klant verstrekte gegeven de automatische en periodieke betalingen zal invoeren op de nieuwe rekening. Het sluiten van de oude bankrekening zal binnen tien dagen gebeuren. Mochten er nog cheques worden aangeboden op de oude rekening, dan zal de ex-client worden gewaarschuwd.

Buitenlandse betalingen met La Poste
De Franse post (La Poste) kent eendienst om regelmatig geld over te maken van de Franse postrekening (CCP) naar het buitenland (70 landen). Het gaat hierbij om periodieke betalingen met vaste bedragen (maandelijkse betalingen aan kinderen, abonnementen bijvoorbeeld). De kosten van regelmatige overmakingen naar EU-landen zijn gelijk aan die binnen Frankrijk en bedragen iets minder dan € 1 per virement voor een storting die lager is dan € 7500 en wat meer voor hogere bedragen. Voor stortingen boven de € 12.5000 gelden andere tarieven. Op de site van La Poste zijn ook de voorwaarden te vinden voor gewone internationale overmakingen en spoedeisende stortingen naar het buitenland (Western Union).

Print Print dit artikel

 
De Franse bankpas

In Frankrijk geven de banken en postkantoren betaalpassen uit, waarmee óf alleen geld uit de automaten kan worden opgenomen óf ook kan worden betaald. Het geld opnemen (retirer) aan het loket wordt steeds lastiger gemaakt en kost vaak al geld. De eenvoudige pasjes heten cartes de retrait (met het logo van de eigen bank, dus alleen daar pinnen, of met het logo CB om ook bij andere banken geld op te nemen) en de tweede categorie cartes de paiement et de retrait, in de volksmond carte bancaire geheten.

De meeste passen zijn betaalpassen (carte bleue), waarmee je boodschappen kunt afrekenen, geld opnemen en bellen in telefooncellen. De pincode heet de code secret of code confidentiel en de chip noemen de Fransen la puce. Veel Nederlanders in Frankrijk gebruiken de bankdiensten van de Crédit Agricole (CA), die verschillende soorten bankpassen hanteert: de eenvoudigste betaalpas (carte de paiement et de retrait nationale) is geldig in Frankrijk en zijn overzeese gebiedsdelen. Het maximumbedrag dat men ermee kan opnemen, varieert per bank en per type kaart. Veel gebruikers weten niet dat de kaart ook verzekeringsvormen kent, zoals reisverzekering, hulp bij autopech, ongevallenverzekering e.d. Hoe mooier de kaart, hoe meer mag worden opgenomen of betaald.

De 'gewone' kaart kent beperkte diensten (pinnen, betalen in de winkel, maar geen péage); tegen extra betaling is ook een deftiger kaart te krijgen (ziet eruit als een echte creditcard – en is het ook) met meer diensten. De wat duurdere, ook in het buitenland te gebruiken kaart werkt samen met Visa en Eurocard/MasterCard en is ook creditcard. Een nog meer opgeleukte internationale kaart van circa € 300 per jaar heet Visa Infinite of Platinum MasterCard, waarmee de houder meer geld uit de distributeur kan halen, de betalingslimieten hoger zijn en in het buitenland allerhande diensten kunnen worden betaald. Ten slotte zijn er de talrijke kredietpassen (cartes privatives de crédit) van het grootwinkelbedrijf. De rente die wordt berekend bij het gebruiken van het koopkrediet is duizelingwekkend hoog.

Bankpas of creditcard kwijt?
Er zijn telefoonnummers (naast die van de eigen lokale bank) waar men verlies of diefstal van een bankpas of creditcard kan melden: het algemene nummer 0892 705 705 of, afhankelijk van de soort kaart:
• Centre d’appel carte bleue et Visa: 02 54 42 12 12 (01 42 77 11 90 voor Parijs en omgeving);
• Centre d’appel Eurocard, MasterCard en Crédit Agricole: 01 45 67 84 84;
• Centre d’appel La Poste: 0825 809 803, vanuit het buitenland 0033 555 42 51 96.
Daarna moet je bij de plaatselijke politie of de gendarmerie aangifte doen van de vermissing en de bank via een aangetekende brief op de hoogte brengen van de vermissing, zeker als er al afschrijvingen hebben plaatsgevonden. Je moet dan wel ergens de 16 nummers van de kaart hebben genoteerd. Stuur een kopie mee van het bankafschrift (relevé de compte), alsmede een kopie van de aangifte (dépôt de plainte). De banken hanteren een eigen risico bij het vergoeden van schade als gevolg van diefstal en het frauduleus opnemen van geld via de pincode. Dat risico bedraagt € 150 als langer dan twee dagen is gewacht met het melden van het verlies of de diefstal. De bank vergoedt geen schade als het misbruik het gevolg is van onvoorzichtig omgaan met de pincode. Wettelijk heeft de benadeelde pashouder 70 dagen na het constateren van fraude de tijd om te reclameren bij de bank.
Als een bankpas verloren of gestolen is en er blijkt geld mee te zijn opgenomen door vreemden, dan is het aan de bank om te bewijzen dat de kaarthouder onzorgvuldig is geweest bij het beschermen van de pincode. Een arrest van het Cour de Cassation heeft dat in oktober 2007 vastgelegd. Daarvóór moest de cliënt vaak aantonen dat hij goed op de bescherming van zijn code had gelet.

En dan is er nog Monéo, de elektronische portemonnee die op grote schaal moest worden ingevoerd. Erg populair is deze Franse variant van de chipknip nog niet. De betaalkaart met Monéo kan worden opgeladen bij de banken en soms bij aangesloten winkeliers. Op de kaart moet ergens een ‘M’ staan en men moet de bank vragen de dienst Monéo te activeren. De kosten van het gebruik liggen tussen ongeveer € 5 en € 12 per jaar. Naast de gewone Monéo, die tot een tegoed van € 10 gaat, is er de wat duurdere Monéo Bleu, waarmee betalingen tot € 30 kunnen worden gedaan. De Monéo Vert ten slotte is niet aan een bankpas gekoppeld en is handig voor het zakgeld van de kinderen. De ouders kunnen deze kaart steeds opladen. La Poste hanteert ook drie vormen van de elektronische portemonnee, maar het succes in Frankrijk is te vergelijken met die van de Nederlandse chipknip: vrijwel niemand gebruikt hem. 
Geld kan ook automatisch worden geïncasseerd. De rekeningen van de EDF, de waterleverancier en France Télécom worden bij voorkeur automatisch afgeschreven. Dat kan via een TIP, een soort acceptgiro (dat staat voor Titre Interbancaire de Paiement): een strookje onder aan de nota dat al geheel is ingevuld; er moeten alleen nog een handtekening en datum op en dan worden opgestuurd. Ook kun je een machtiging geven voor een automatische afschrijving, de prélèvement. Maar dat kost in Frankrijk weer geld. Ook bestaat de mogelijkheid om zelf automatisch vaste periodieke betalingen te doen: een virement permanent. Per afschrijving rekent de bank € 1,20 en het regelen van deze dienst vergt ook weer €  8,95. Als een automatische overschrijving of een prélèvement wegens ontoereikend saldo niet mogelijk is, rekent de bank kosten (€ 18,20) om de zaak later weer in orde te maken. Wie niet akkoord gaat met een automatische afschrijving, kan vragen de afgehouden som weer terug te storten. Kosten rond de € 11.
 
'Bankpassen en betaalkaarten te duur'
'Brussel' meent dat de grote banken in Frankrijk met hun hoge prijzen voor hun bankkaarten de consumenten benadelen. Bovendien maken zij het concurrenten vrijwel onmogelijk om met lagere bankkaarten te komen, doordat de Groupement Cartes Bancaires, uitvoerder van het bankpassensysteem, hoge - financiële - eisen stelt aan nieuwe toetreders. De groep is in handen van de grote banken. Na vijf jaar van onderhandelen en steeds weer uitstellen heeft de Europese Commissie het huidige systeem scherp veroordeeld. De grote banken maken misbruik van hun machtspositite en houden de tarieven van bankkaarten op een kunstmatig hoog niveau. Kleinere banken, zoals die van Auchan en Carrefour of die alleen via internet werken, is het vrijwel onmogelijk om met goedkopere bankpassen te komen. Volgens de consumentenorganisatie Que Choisir valt de beslissing van de Europese Commissie om straffen aan de grootbanken op te leggen als zijn nieuwe toetreders oneerlijk beconcurreren, toe te juichen. Zij verwacht zelfs dat de beslissing zal leiden tot goedkopere betaalpassen, uitgegeven door de grote banken.
 

Print Print dit artikel

 
Hypotheken

Enkele Nederlandse banken maken het mogelijk om een hypothecaire lening af te sluiten op Frans onroerend goed van Nederlanders. Bij de meeste Nederlandse banken lukt dat niet, zo heeft menig Frankrijkganger de laatste jaren ondervonden.

Van de vrij schaarse aanbieders kent de ING een Frankrijk Hypotheek, beschikbaar voor mensen met een minimaal bruto inkomen van € 50.000. Financiering is mogelijk tot 75% van de executiewaarde en de minimumlening is € 75.000. En ook Van Lanschot kan hypotheken op Frans onroerend goed regelen met KroonWonen. Met de Rabobank, die in deze zaken samenwerkt met de Crédit Agricole en de Banque Patrimoine & Immobilier, is het vrij gemakkelijk zelf een Frankrijkhypotheek af te sluiten op Frans onroerend goed. De ABN AMRO heeft een speciale Frankrijkafdeling in Groningen en eist niet dat je bankiert bij de bank. Over het algemeen geldt dat een Frankrijkhypotheek bij een Nederlandse bank interessant kan zijn als het gaat om de financiering van een tweede huis en de geldvrager in Nederland woont. Voordelen van een Nederlandse bank zijn dat alles in het Nederlands gaat en een aflossingsvrije hypotheek vaak mogelijk is. Nadelen: aanzienlijk hogere kosten (alleen al de hypotheekakte die vertaald moet worden in het Frans kost meestal € 1500); daarnaast zijn er dubbele notariskosten en veel hogere afsluitprovisie in vergelijking met de dossierkosten van een Franse bank. De rente is in Frankrijk bovendien over het algemeen lager. Naast de grote banken opereren in Nederland en in Frankrijk nog enkele kleine kantoren die bemiddelen bij het verkrijgen van leningen, in Nederland of in Frankrijk

Uiteraard is het mogelijk en in de meeste gevallen gemakkelijker om bij een Franse bank een 'hypotheek' – men spreekt meestal van een emprunt immobilier of prêt immobilier – af te sluiten op het huis dat men wil kopen of verbouwen. Sinds enige tijd mag ook La Poste onroerendgoedleningen verstrekken. Ook bestaat de mogelijkheid om een bemiddelaar –  courtier – in te schakelen. Steeds meer Fransen kiezen hiervoor. Een courtier zoekt de beste lening uit en ontvangt zijn beloning uit de betaling van de circa 1% 'afsluitprovisie' (frais de dossier) die anders naar de bank zou zijn gegaan. La Poste hanteert geen frais de dossier.

Hypotheekrente boven de 5%
De Franse markt van onroerendgoedleningen is in het derde kwartaal met 26,3% in waarde gedaald, vergeleken met dezelfde periode van 2007. In de eerste negen maanden is het aantal leningen aan particulieren met 16,4% naar beneden gegaan, aldus een studie van het Observatoire Crédit Logement/CSA.
Voor geheel 2008 zal de waarde van het aantal verstrekte leningen met ruim 20% zijn gedaald, een vermindering die sinds 1974 bij de start van deze statistieken niet is voorgekomen. Belangrijkste oorzaak van het teruglopen van het aantal hypotheken is het beperkte aanbod van de banken als gevolg van de financiële crisis. Daarbij komt ook een gestadige renteverhoging die de laatste maanden gemiddeld 0,1 procentpunt per maand bedroeg. Aan het eind van het derde kwartaal lag de gemiddelde rente op 5,04%. Terughoudendheid bij de banken en de stijgende rente veroorzaakten een dramatische terugval van het aantal verkopen in de nieuwbouw. Dit jaar zal het aantal huizen in aanbouw zich beperken tot 360.000 tegen 435.000 in 2007. Om aan de vraag naar woningen te voldoen zouden er jaarlijks 500.000 huizen in aanbouw moeten worden genomen, de doelstelling van president Sarkozy.
(22.10.08)

De banken verlangen uiteraard een garantie voor de terugbetaling van de rente en de aflossing van de onroerendgoedlening. In veel gevallen moet de lening op 75-jarige leeftijd zijn afgelost. Het is gebruik, zelfs wettelijk voorgeschreven, dat een buitenlander die nog niet belastingplichtig is in Frankrijk, maximaal 80% mag financieren, tenzij er vermogensbestanddelen zijn die meer zekerheid kunnen bieden. De traditionele hypotheek, waarbij het te kopen onroerend goed als onderpand dient, vindt steeds minder toepassing in Frankrijk. De procedure is complex en de (notaris)kosten zijn hoog; banken en bemiddelaars raden deze wat archaïsche financieringsvorm af. Een onroerendgoedlening krijg je als je een bestaand huis koopt, bij een grote restauratie of bij de bouw van een nieuw huis – later niet meer.

Ten slotte kent Frankrijk ook het fenomeen van het overbruggingskrediet, een korte lening om het aan te kopen huis te kunnen betalen terwijl het bestaande huis nog niet is verkocht.  Zo’n lening heet een crédit relais en bedraagt maximaal 60 tot 80% van de waarde van het te verkopen huis. De rentevergoedingen voor deze  kredieten zijn wat hoger dan die van de 'gewone' onroerendgoedleningen, maar lager dan wat Nederlandse banken menen te mogen vragen voor een overbruggingskrediet, zeker als de overbrugging enerzijds een Nederlands huis en anderzijds een Frans huis betreft. Een dergelijke lening is meestal alleen te regelen als er ook nog een gewone lening met wat loopjaren erbij wordt afgesloten. Als gevolg van de neergaande onroerendgoedmarkt en de stijgende rente zijn de Franse banken minder toeschietelijk geworden in het verstrekken van overbruggingskredieten. Zo gaat het percentage van de waarde van het te verkopen huis om de hoogte van het krediet te bepalen naar beneden tot 60 à 70. Sommige banken laten deze waardebepaling al niet meer over aan de courtiers (hypotheekbemiddelaars) of makelaars. Zij verlangen dat er een taxateur (expert) aan te pas komt of een notaris.

De hoogte van de rente was, zonder dossierkosten en verzekeringen, in het eerste kwartaal van 2008 volgens de officiële lijstjes (dus zonder nog te hebben onderhandeld) tegen de 5% met een neiging tot verdere stijging (4,75% voor een vaste rente – prêt à taux fixe – en 4,65% voor een lening van 15 jaar met een variabele rente – prêt à taux variable of révisable). Vergeleken met Nederland zijn de percentages ruim een half procentpunt lager. Bij langere looptijden (tot 25 jaar) zijn de percentages wat hoger, maar weer interessanter bij kortere looptijden, mogelijk van 7 tot 12 jaar. De traditionele looptijd van hypotheken was 15 jaar, nu gemiddeld 22 jaar.

Voor een periode van vijf jaar kan iedere eigenaar die voor het eerst een onroerendgoedlening heeft afgesloten (startdatum 7 mei 2007) voor de bouw of aankoop van de hoofdwoning 20% (maximaal € 750 per jaar voor een alleenstaande) aftrekken van de te betalen belasting (crédit d'impôt). In het eerste jaar is die aftrek 40% (maximaal € 1500 voor een alleenstaande.)

Renteverlaging niet direct zichtbaar in hypotheekrente







Dat de Europese Centrale Bank in een maand tijd twee renteverlagingen heeft doorgevoerd (nu 3,25%), wil niet zeggen dat ook de rente voor onroerendgoedleningen in Frankrijk spoedig zal dalen. Volgens deskundigen zal men daarop waarschijnlijk moeten wachten tot begin 2009. Nogal wat banken hebben de jongste renteverlaging verwacht en deze al meegenomen in hun kredieten op langere termijn. Sommige bankinstellingen zijn zelfs enigszins teleurgesteld over de omvang van de verlagingen van elk een half procentpunt. Sinds november 2006 is het verstrekken van hypotheken onophoudelijk gedaald, vooral in het voorjaar van dit jaar. Eind augustus hadden de banken over de afgelopen twaalf maanden voor ruim € 125 miljard aan onroerendgoedleningen uitgegeven, bijna 16% minder dat over dezelfde periode van 2007. De totale daling zal dit jaar rond de 20% liggen en in 2009 nog scherper worden voortgezet. In oktober was de gemiddelde rente op deze leningen 5,15%. De hoogte daarvan zou volgens
courtier Emprunits 20% van de potentiële kopers hebben weerhouden om daadwerkelijk een lening af te sluiten voor een huis. Kopers blijven door de duurte van de leningen - 5% blijkt een psychologische drempel - en de hoge huizenprijzen voorlopig nog aan de kant staan. Het aantal transacties in bestaand onroerend goed is tot nu toe met 25% gedaald en de verkopen van nieuwe huizen zakten met 35%. De makelaarsorganisatie FNAIM meent dat de banken niet echt meewerken, ze blijven erg zuinig en afwachtend. Onder druk van de minister van Economische Zaken zijn ze wel iets royaler geworden bij het verlopen van overbruggingskredieten.
(07.11.08)


De meeste Fransen die een onroerendgoedlening afsluiten kiezen daarbij voor een vaste rente. Maar het aantal huishoudens dat in de laatste jaren een lening met een variabele rente afsloot is sterk gegroeid. Een aantal van deze meestal jonge gezinnen heeft zich begin 2008 geplaatst gezien voor forse hogere maandlasten toen de rente begon te stijgen. De vereniging van bankenconsumenten sloeg toen alarm en zag honderden klachten binnenkomen van mensen die plotseling de duur van hun hypotheek met vijf of zes jaar verlengd zagen of maandelijks fors meer aan rente en aflossing moesten betalen. Het ministerie van Economische Zaken neemt de zaak ernstig op en heeft de banken gevraagd soepel op te treden. Driekwart van de geldverstrekkers heeft bij klachten een regeling kunnen treffen, maar zijn bij nieuwe leningen wat meer op hun hoede, indachtig de Amerikaanse hypothekencrisis. Het wordt moeilijk om overbruggingskredieten te krijgen en ook 100%-leningen zullen vrijwel niet meer worden verstrekt. De looptijden zullen voorlopig bij de meeste banken niet verder gaan dan dertig jaar. Daarmee is een voorlopig einde gekomen aan de moderniseringen van het Franse kredietwezen voor onroerend goed, zoals het tussentijds opnemen van nieuw geld op het huis of de overwaarde te gebruiken voor consumptieve doeleinden.

Om de aanbiedingen van de sterk met elkaar concurrerende banken goed te kunnen vergelijken, kan men het best uitgaan van de veel gehanteerde taux effectif global (TEG of TAEG, taux annuel effectif global): de kosten van rente, dossierkosten ('afsluitprovisie') en de premie van de verplichte overlijdensrisicoverzekering samen. Voor de afsluiting van een prêt, een gewone lening dus, is een overlijdens/invaliditeitsverzekering altijd verplicht. Voor een hypothecaire lening moet het onroerend goed in onderpand worden gegeven en hierbij is een verzekering niet altijd verplicht, maar er zijn wel notariskosten voor de hypotheekakte en voor registratiekosten en belastingen. De overlijdensverzekering staat bekend onder assurance DIIT (décès-invalidité-incapacité de travail) en gaat wat verder dan de Nederlandse variant. De premies daarvoor zijn bescheiden, 0,3 tot 0,4% van het geleende bedrag. Goed opletten is hierbij geboden, omdat de meeste banken bij overlijden de lening alleen schrappen als dat overlijden een gevolg is van een ongeluk, le décès accidentel. Overlijden als gevolg van een ziekte is dan niet gedekt. Er geldt een akkoord tussen banken en verzekeraars (la convention Belorgey), dat bepaalt dat een voormalige ziekte geen reden meer mag zijn om een onroerendgoedlening af te wijzen. De meeste banken 'vergeten' deze conventie overigens nog.

Bemiddelaars in hypotheken (courtiers) doen goede zaken via internet. Belangrijke zijn Meilleur taux, Cafpi en Empruntis). Het gaat snel en de kosten zijn niet zo hoog, minder dan de 1% dossierkosten (afsluitprovisie) die de banken meestal berekenen. Maar als het een beetje lastig is (vrije beroepen of lage inkomens), dan lopen de jongens niet zo hard en gaan zelfs niet op onderzoek uit. Leuk voor een eerste indruk deze internetberekeningen, maar beter is het, als je de taal redelijk beheerst, om naar het plaatselijke bankkantoor te stappen en gewapend met gegevens van internet en andere banken het onderhandelingsgesprek aan te gaan. De ervaring leert dat men bij verschillende banken moet 'shoppen' teneinde acceptabele voorwaarden te verkrijgen. De banken zijn daar niet zo blij mee en lijken onderling afspraken te maken over de rente op onroerendgoedleningen. Justitie is in maart 2008 in ieder geval een onderzoek gestart. Wie nog in Nederland woont, kan ook de hulp inroepen van Nederlandse hypotheekbemiddelaars die de weg in Frankrijk kennen en er een behoorlijk netwerk op na houden. De praktijk is dat banken waar je geen rekening hebt lopen over het algemeen leukere rentepercentages bieden dan de eigen bank. Met een dergelijke offerte is het prettig onderhandelen met je eigen bank.

Het belangrijkste criterium voor de banken om de lening te verstrekken is niet zozeer de waarde van het huis, het onderpand, als wel de mogelijkheid van de schuldenaar om aan de toekomstige financiële verplichtingen te voldoen, bekend als de taux d’endettement. Men moet dus kunnen aantonen dat men goed is voor de betaling van de maandelijkse bedragen, die samen met eventuele andere schulden over het algemeen niet hoger mogen zijn dan 30% van het maandinkomen. Bij de verlening van welk krediet dan ook is het noodzakelijk dat de geldvrager beschikt over een vast inkomen in de vorm van salaris, pensioen of een doorlopende uitkering uit bijvoorbeeld een lijfrentepolis. Een mogelijkheid is ook het leenbedrag gedekt te laten zijn door een vermogen.

Voor Nederlandse belastingplichtigen: de betaalde hypotheekrente voor een tweede huis is fiscaal niet aftrekbaar. De rente van de hypotheek voor de hoofdverblijfplaats in Frankrijk kan aftrekbaar blijven als men kiest voor een belastingheffing door Nederland. Dat is een nogal ingewikkelde, meestal theoretische zaak, want wie in Frankrijk leeft, is daar ook belastingplichtig. In de praktijk geldt die mogelijkheid alleen voor gepensioneerden die een staatspensioen ontvangen en niet belastingplichting in Frankrijk kunnen worden.

De renteontwikkeling voor onroerendgoedleningen (Bron: Meilleur Taux)

Print Print dit artikel

 

Cheques en rood staan

Hoewel de cheque wat van zijn glans verliest, blijft hij veel in gebruik om af te rekenen in de hypermarché of om rekeningen van bijvoorbeeld artisans (timmerman, loodgieter en dergelijken) te betalen. Particulieren moeten bedragen van meer dan € 3000 altijd per cheque of via een overschrijving betalen. Contant mag niet. Maar de banken zijn de cheques liever kwijt dan rijk. Jaarlijks neemt het gebruik van cheques met ruim 2,% af. Het verwerken van meer dan 3,5 miljard cheques kost te veel geld. Daarom propageert het Franse bankwezen het gebruik van de betaalpassen en het automatisch afschrijven van vaste betalingen.

Bij een cheque is het een kwestie van uitschrijven (is nog gratis) met de naam van de begunstigde en overhandigen of opsturen (dan kost het een postzegel, dat wel). Een chequeboekje (chéquier) wordt uitgereikt aan klanten van 16 jaar en ouder. Het krijgen van zo’n chequeboekje is geen recht, wie niet goed bekend staat bij het Franse equivalent van het BKR in Tiel (fichier central des chèques) zal niet in het bezit worden gesteld van het boekje. Dat staat zo in de wet. En ook de banken kunnen om andere redenen weigeren de cheques uit te reiken, zoals  in geval van misbruik van bankkaarten, bij het niet netjes terugbetalen van leningen of bij te laag of te onregelmatig inkomen. Sommige winkeliers vragen om een identiteitskaart bij het accepteren van een cheque, soms zelfs twee bij aankopen van meer dan € 150. 

Men werkt met de chèque barré, te herkennen aan de twee horizontale strepen. Er zijn dus ook chèques non barrés die wel contant kunnen worden verzilverd, maar deze kosten € 1,50 per stuk. De fiscus wordt overigens wel ingelicht over het uitgeven van deze cheques, vooral gebruikt door ondernemingen. En dan zijn er de chèques de banque voor de gevallen dat flinke betalingen moeten worden gedaan (een auto kopen bijvoorbeeld) en de verkoper zeker wil zijn van de deugdelijkheid van ’s kopers banktegoed. De bank geeft dan zelf zo’n cheque uit op naam van de begunstigde, die er dan zeker van is dat de cheque is gedekt en zal worden betaald.

Verloren
Bij verlies van het chequeboekje moet men direct de bank bellen, het liefst met een bevestiging per fax of e-mail. Als de bank dicht is, kun je bellen naar het Centre national d’appel pour les chèques perdus ou volés: 0892 705 705. Vervolgens moet men ook de politie op de hoogte stellen. Ten slotte moet een en ander per aangetekende brief aan de bank nog eens worden gemeld met een uitleg van de omstandigheden van het verlies of de diefstal. Ook de eventuele verzekeraar moet op deze manier in kennis worden gesteld.

Bij het betalen met cheques moet je erop bedacht zijn dat je altijd voldoende saldo (provision) op je rekening hebt. Als niet met de bank is afgesproken dat je voor een bepaald bedrag rood mag staan (être à découvert), kan overschrijding van het saldo zeer vervelende gevolgen hebben. Dat rood staan, gebruik maken van de facilité de caisse, kost een pittige rente, variërend van 10 tot 17%, en sommige banken vragen eenmalig geld voor deze vorm van dienstverlening. En wie meer banktekort heeft dan afgesproken, betaalt voor elke keer dat zoiets gebeurt extra kosten. Als de zaak, de beruchte interdiction bancaire, na een schriftelijke waarschuwing van de bank vervolgens niet binnen twee maanden is geregeld (door bijvoorbeeld aan te tonen dat de twee partijen de zaak inmiddels contant hebben geregeld), is het 5 jaar lang bij geen enkele bank meer mogelijk een rekening te openen. Dit wordt gemeld aan de Banque de France en alle andere bankinstellingen. Alle bankzaken worden dan onmogelijk (bankpassen gelden niet meer bijvoorbeeld), maar er blijft wel altijd een mogelijkheid om de meeste simpele zaken te blijven doen zoals geld opnemen.

Inmiddels zijn de strafmaatregelen wat versoepeld. Er wordt nu gewerkt met boetes bij het uitschrijven van ongedekte cheques (chèques en bois). De bank brengt maximaal € 30 aan kosten in rekening voor elke ongedekte cheque van minder dan € 50. Bij het ongedekt uitschrijven van cheques van meer dan € 50 gelden is de boete maximaal € 50. Het vriendelijkst is nog La Poste, die in dergelijke gevallen € 35 per geweigerde cheque rekent. Zware straffen hangen mensen boven het hoofd die moedwillig op bedrog uit zijn: het saldo van de rekening halen en vervolgens een cheque uitschrijven of betalen met een cheque in de periode dat er een verbod geldt omdat men al eerder ongedekt heeft betaald. De Franse wet voorziet in straffen van 5 jaar gevangenis en/of een boete tot € 375.000.

Beperking geldopname met bankpassen
Wie ruim voldoende saldo op zijn bankrekening heeft staan en met een carte bancaire een tv van € 1200 koopt, kan onaangenaam worden verrast als hij de volgende dag € 70 opneemt. De kaart weigert de poging tot betalen te accepteren. De maandelijks toegelaten opnamemogelijkheid blijkt te zijn overschreden. Ook het opnemen van geld uit een betaalautomaat is aan een maximum per periode geboden. Elke bank hanteert zo haar eigen maxima en voorkomt daarmee dat ze voor elke opname het tegoed moet controleren. Ook is het een middel om de schade bij fraude te beperken. Op dure kaarten (tot € 315 per jaar en uitgereikt aan klanten met hoge inkomens) is het mogelijk de limieten aanzienlijk te verhogen.

Print Print dit artikel

 

Sparen en lenen

Veel inwoners van Frankrijk (ook de buitenlanders) hebben een spaarrekening waarop belastingvrij 4,5% rente wordt vergoed, de zogenaamde LEP, Livret d’Epargne Populaire. Zo’n rekening kan worden geopend bij een belastingaanslag van € 732 of lager. Men – ieder gezinslid afzonderlijk – kan tot een tegoed van € 7700 sparen. Op de zeer populaire Livret A, ook toegankelijk voor kinderen, wordt een rente van 4% betaald, belastingvrij. Ongeveer 37 miljoen Fransen hebben zo’n Livret A (plafond van € 15.300) en bezitten samen een tegoed van een dikke € 120 miljard.

Populair zijn ook de spaarmogelijkheden om later geld beschikbaar te hebben voor het kopen of verbouwen van een huis, de voor Fransen bekende CEL (compte d’épargne logement). De overheid geeft bij deze bouwspaarregeling een premie als het gespaarde geld wordt besteed bij de aankoop van een woning. De inleg is vrij en variabel en ook probleemloos opvraagbaar. De rente is 2,75% (wel sociale heffingen) en de maximale inleg bedraagt € 15.300 per gezinslid. Bij de iets populairdere PEL (plan d’épargne logement) is de rente 2,5% (wel sociale heffingen) en er mag tot € 61.200 worden gespaard. De spaarduur is minimaal vier jaar en maximaal tien jaar. Weinig van de 16 miljoen spaarders gebruiken de PEL daadwerkelijk om er een huis mee aan te betalen. Daarom is besloten de belastingvrijdom op rekeningen die ouder zijn dan 12 jaar op te heffen. 

'Fraude' met spaarbankboekjes
Het ministerie van Financiën gaat een onderzoek instellen naar het bezit van de populaire spaarbankboekjes Livret A. Deze fiscaal onbelaste spaarvorm (4%) met een maximum tegoed van € 15.300 is bedoeld als financieringsbon voor de sociale woningbouw. Per persoon mag één rekening worden aangehouden, maar de praktijk leert dat vele spaarders er meer boekjes op nahouden. Bij de 37 miljoen spaarders blijken 45 miljoen boekjes in omloop. Vanaf 2009 moeten de banken bij het openen van een nieuwe spaarrekening van het type Livret A zelf controleren of de aanvrager al een dergelijk boekje bezit. Met ingang van dat jaar is het uitgeven van het boekje niet meer voorbehouden aan de Banque Postale, de Caisse d'Epargne en de Crédit mutuel (livret bleu). Op last van 'Brussel' heeft de Franse overheid moeten besluiten de uitgifte van de spaarbankboekjes ook toe te staan aan de andere banken.

In 2005 is een nieuwe vorm van geld lenen geïntroduceerd voor huishoudens met bescheiden inkomens (belastbaar inkomen  tot maximaal ruim € 44.000 voor gezinnen met zes kinderen of meer op het platteland; ruim € 20.000 voor alleenstaanden) die voor de eerste keer een huis willen kopen voor eigen bewoning - bestaand (inclusief grote verbouwing) of nieuw. De rente bedraagt 0%. Deze NPTZ (nouveau prêt à taux zéro), waarmee aanvullend tot 20% van de aankoop op het platteland kan worden gefinancierd, blijkt een succes. De banken vragen geen afsluitprovisie, maar wel een overlijdensrisicoverzekering. Later kan ook boetevrij worden afgelost.

Ook Frankrijk kent de persoonlijke lening (prêt personnel), die een rente vergt van 7 à 9%. Wie goed bekend staat bij zijn bank kan onderhandelen over de voorwaarden van een dergelijke lening. Voor leningen tot € 21.500 geldt de bekende Franse bedenktijd van 7 dagen waarbinnen nog kan worden afgezien van het aangaan de lening. 25% van maximaal € 600 betaalde rente is  fisaaal aftrekbaar, derhalve een reductie van € 150.

Een door de overheid aan de banken opgelegde verplichting om langdurig zieken ook kredieten en leningen te verschaffen is nauwelijks nageleefd. Daarom is een nieuwe conventie ingegaan, die het de banken verbiedt om leningen te weigeren aan personen met ernstige gezondheidsrisico's (kanker, hartkwaal, aids). Ook persoonlijke leningen moeten worden verleend en zelfs zonder dat naar een gezondheidsverklaring mag worden gevraagd. Dit geldt voor leningen tot € 15.000 met een maximale duur van 4 jaar en toegekend aan personen jonger dan 50 jaar. Onroerendgoedleningen kunnen gaan tot € 300.000. Hierbij wordt geen speciale termijn gehanteerd. Als de verzekerden een overlijdensrisico kunnen afsluiten, moeten ze wel rekenen op torenhoge premies. Een alternatief hiervoor is het in onderpand geven van een levensverzekeringscontract of een aandelenporteuille. 

Rente van spaargelden, ondergebracht bij een niet-Franse Europese bank, moet men opgeven aan de Franse belastingdienst als men belastingplichtig is in Frankrijk. De EU-banken zijn verplicht de uitbetaalde rente op te geven aan de belastingdienst waaronder de rekeninghouder valt. Landen als België, Luxemburg en Oostenrijk handhaven hun bankgeheim nog, maar heffen wel 20% bronbelasting. Dat percentage zal oplopen tot 35 in 2011. Ook andere bekende landen die veel spaartegoeden kennen gaan op dit systeem over (Monaco, Zwitserland, Liechtenstein e.a.). De belasting in Frankrijk op ontvangen spaarrente en dividenden is 18% plus 11% sociale premies.

Uitvoerige informatie over deze onderwerpen is te vinden in La Maison, uitg. Het Spectrum.

Print Print dit artikel

 


het weer in Frankrijk
het weer in Frankrijk
19 nov 2008