|
|
Wanden van gipskarton
Voorzetwanden of lichte (niet dragende) scheidingswanden van gipskarton op regelwerk (des doublages, des cloisons en placoplâtre sur ossature). Normaliter willen wij in traditionele Franse huizen juist af van die kleine hokkerige vertrekken. Wij willen ruime lichte kamers. Waarom dus nieuwe scheidingswanden? Het kan zijn dat wij de oude scheidingswanden verwijderd hebben en op een andere plaats nieuwe willen hebben. Als wij een schuur omtoveren tot gastenverblijf moet daar natuurlijk een binnenindeling komen. Binnenisolatie van buitenmuren moet met een voorzetwand afgewerkt worden. Of wij willen een onregelmatige lelijke muur achter een voorzetwand verbergen? De aangewezen technieken hiervoor zijn:
In dit artikel worden de basisstappen bij het plaatsen van een gipsplatenwand op een regelwerk behandeld. Hierbij zijn vier of vijf stappen te onderscheiden:
1. Plaatsen van het regelwerk En, omdat dit bijzondere gevallen zijn die op bijna alle voorgenoemde stappen van invloed zijn, nog een aantal hints voor: 6. Geluiddichte wanden 7. Iets ophangen aan gipskartonwanden 8. hoeken van gipskartonwanden Deze stappen worden in de volgende hoofdstukken 1 t/m 8 behandeld. Aan het einde zijn een aantal nuttige websites vermeld.
1. Het stijl- en regelwerk (l’ossature) Wanden van gipskarton, of het nu om niet dragende scheidingswanden (des cloisons) of om voorzetwanden (doublages) voor lelijke muren gaat, hebben een geraamte als ondersteunende constructie nodig. Dit kan van hout of beter van dunne gegalvaniseerde ijzeren profielen zijn. Gebruikt men hout, dan zijn tot normale kamerhoogtes van rondweg 2,70 m panlatten van 27x40 of 30x40 mm geschikt die om de 50 à 60 cm ondersteund en uitgeklost moeten worden; voor grotere hoogtes zou ik zwaardere profielen kiezen, bijv. 50x75 mm. Maar ik vind een onderconstructie van stalen profielen, die uit zichzelf recht en voldoende stabiel is, doelmatiger. De profielen voor deze onderconstructie bestaan in breedtes van 36, 48, 62, 70, 90 en 100 mm, alle gezet uit gegalvaniseerde plaat van 0,6 mm.
De eerste stap is het kiezen van de juiste profielbreedte, dus de dikte van het geraamte. Voor voorzetwanden is tot een hoogte van ca.3 m een 48 mm-profiel voldoende. Bij scheidingswanden waar aan de geluidsdemping hogere eisen gesteld worden, zijn bredere profielen of twee rijen van normale profielen nodig. Zie hoofdstuk 6.
De opbouw van het geraamte (ossature) is in de folders en websites van de fabrikanten van gipskarton beschreven, zie bijv. de referenties 7-12 in hoofdstuk 10. De essentie is steeds dat op de vloer een U-profiel (rail) bevestigd wordt en tegen het plafond een tweede U-profiel loodrecht boven het eerste profiel en dat de C-staanders in deze profielen gezet worden. Meestal is het het handigste eerst het bovenprofiel te plaatsen en van daaruit met een schietlood de plaats van het basisprofiel vast te leggen.Deze U-profielen worden met gebruikmaking van Compriband tegen vloer en plafond geschroefd. Het Compriband, dat op de rol op 20% van zijn dikte samengeperst is, vult dan door langzame uitzetting alle onregelmatigheden van de ondergrond op; hierdoor worden geluidslekken vermeden en ook de kans op geluidsoverdracht van de vloer (loopgeluid) vermindert. De zelfklevende zijde van het band altijd op de vlakste voegzijde kleven, dus meestal op het stalen profiel. Bij Rigips (merknaam van het St.Gobain-concern) heet dit band Riband. Gebruikelijke maten zijn (na volle uitzetting) 20x20 en 20x40 mm, op de rol samengeperst tot 4x20 resp. 4x40 mm. Gebruik voor het vastzetten van de profielen de aan het materiaal aangepaste schroeven, bij beton of metselwerk ook pluggen, en plaats die om de 60 à 75 cm. Bij erg onregelmatige vloeren zou ik eerst een houten drukbalk van bijv. 48x50 mm plaatsen en de ontstane holtes onder deze balk afsmeren of volspuiten. Natuurlijk moet bij het onderprofiel rekening worden gehouden met eventuele deuren, zie 1.2. Tussen deze boven- en onderprofielen plaatst men dan de staanders met C-profiel (les montants) op een onderlinge afstand van 60 cm, want de platen hebben een breedte van 120 cm en dienen halverwege ondersteund te worden. Men begint het beste bij een muur en werkt van daaruit in de richting van de tegenover liggende muur. Ook de eerste staander die tegen de wand ligt, wordt op schuimband gezet om geluidsproblemen te voorkomen. Ik plaats steeds de eerste staander op 50 cm afstand van de wand en de tweede op 110 cm omdat ik van de eerste plaat de afgeschuinde rand afsnijd (zie onder 3.1). Natuurlijk komen ook rechts en links van een deuropening staanders, en men kan dan van daaruit de plaatsing van de overige staanders bepalen. De staanders worden ca.10 mm korter genomen dan de afstand tussen vloer en plafond, binnenin de reeds geplaatste U-profielen gemeten. Regel voor plaatsing van de profielen is steeds:
Gipsplaten van 9,5 mm dik of 60 cm breed zijn in Frankrijk minder gebruikelijk. De 12,5 mm-platen worden overigens 13 mm genoemd, de 9,5 mm-platen 10 mm. Lengtes van 2,4 2,6 2,8 3,0 3,2 en 3,8 m zijn gebruikelijk (maar niet overal op voorraad). De meest courante maat is 1,2x2,6 m, 12,5 mm dik. 15 mm dikte bestaat ook. Hier nog eens de bevestigingsmiddelen voor de profielen en de platen op de profielen op een rijtje:
1.2 Deuropening in de ossature Waar in de nieuwe scheidingswand een deur komt te zitten, moet in de ossature met de deuropening rekening gehouden worden. De onderste ligger wordt op de plaats van de kozijnstaanders ingeknipt en er worden stukken van 15 à 20 cm omhoog gebogen, zie afbeelding 3. Op de kozijnligger wordt dan tussen deze twee C-profielen een U-profiel gezet ; dit is van te voren ingesneden en om 90° opgebogen. Het wordt door schroeven op het kozijnhout vastgezet, zie afb. 5. Tussen deze traverse en het plafond verdubbelt men het staanderprofiel om een betere stabiliteit te verkrijgen, zie afb.6.
Voor andere openingen in en aanpassingen van ossatures zijn soortgelijke oplossingen te bedenken. Het aanbrengen van stalen kozijnen werkt anders. De stijlen van stalen kozijnen grijpen als het ware om de gipswand heen. De gipsplaten moet u dan aan beide zijden tussen kozijn en staander schuiven.
Afbeelding 8 1.3 Problemen met een ossature in oude huizen De handleidingen van de fabrikanten en ook de beschrijvingen onder 1.1 en 1.2 gaan alle uit van een rechttoe-rechtaansituatie, dus een kamer met rechte muren en een glad plafond. Maar wat te doen als je in een vertrek met mooie zichtbare plafondbalken een voorzetwand wilt plaatsen? Hier pas ik de volgende werkwijze toe:
![]()
U-Rail tegen plafondbalken, latjes tegen plafond
Hierbij nog een opmerking: op afb. 9, 10 en 11 is te zien dat ik daar waar de naden van de platen komen te liggen, dubbele C-profielen rug tegen rug geplaatst en met elkaar verschroefd heb; dit omdat de betreffende vertrekken betrekkelijk hoog waren. Onder schuine daken wordt gewoon een U-profiel in het schuine geplaatst en de C-staanders worden, schuin afgesneden, hierin geplaatst, zie afb. 11. Afbeelding 11 Ossature onder een schuin dak
De hier onder de punten 1.1 t/m 1.3 beschreven werkwijze geldt voor voorzetwanden en scheidingswanden waaraan geen bijzondere eisen aan geluidsdemping gesteld worden. Geluidswerende tussenwanden worden in hoofdstuk 6 beschreven. 2. Plaatsen van leidingen en isolatie Holle wanden en voorzetwanden zijn uitermate geschikt om leidingen te plaatsen: elektra, water- of CV-leidingen. Flexibele buizen voor elektrische leidingen kunnen gewoon door de gaten van de staanders geregen worden, zie afb. 14 en 15. Water- en CV-leidingen kunnen beter achter de ossature geplaatst worden, zie afb.16. Warmwaterleidingen worden geïsoleerd om het warmteverlies te beperken. Koudwaterleidingen zou ik ook isoleren, dit om condensvorming te voorkomen, CV-leidingen niet, laat die maar rustig een beetje warmte achter de gipskartonplaten afgeven. Waar isolatie gewenst is (bijv. bij een voorzetwand voor een buitenmuur) zou ik de voorzetwand zo ver voor de muur plaatsen dat er voldoende ruimte is voor 100 à 150 mm glas- of steenwolmat. Denk ook aan het misschien nodige vochtscherm zoals aangegeven in het stuk over isolatie. Bij binnenwanden gaat het meestal niet om thermische isolatie maar om geluidsdemping. Dit wordt in hoofdstuk 6 behandeld. Voorzetwanden voor vochtige muren dienen van achteren belucht te worden. Dampremmende lagen zijn hier uit den boze! Zie op deze website onder Isolatie, Elektrabuizen ingeregen in de gaten van de ossature ![]() Afbeelding 16 Waterleidingen achter een ossature. De warmwaterleiding is hier reeds geïsoleerd, de koudwaterleiding wordt nog geïsoleerd om condensatie te voorkomen. 3. Bekleden met gipskartonplaten
3.1 Platen op maat maken Als de ossature staat en de nodige leidingen geplaatst zijn, is het aanbrengen van de gipsplaten de volgende stap. Dat de onderlinge afstand van de staanders aan de breedte van de platen aangepast moet worden, is al genoemd. De platen worden 1-1,5 cm korter gemaakt dan de afstand tussen vloer en plafond. Deze kier, die het opzuigen van vocht voorkomt, wordt later door de plint afgedekt. Gipsplaten snijdt u met een Stanleymes op de zichtkant langs een stalen liniaal of een van de profielen die voor de ossature gebruikt worden goed diep in, vervolgens breekt u de plaat en snijdt het karton aan de achterkant door, eveneens met een Stanleymes. Uitsparingen voor balken etc. zaag je er men met een decoupeerzaag of een fijngetande schrobzaag uit. Boringen voor de inbouwdozen van stopcontacten en lichtschakelaars boort men met een gatenzaag (scie cloche).
Ik snijd van de eerste plaat die aan een bestaande wand aansluit steeds het afgeschuinde stuk af om dat niet op te moeten vullen. Bij het plaatsen van de ossature heb ik hiermee reeds rekening gehouden, zie 1.1. De plaat wordt dan met een brede beitel als hefboom, (3) in afb.18, strak tegen het plafond opgewipt, en de platen worden met hun zijkant strak tegen elkaar geplaatst. Als de eerste vier schroeven geplaatst zijn blijft de plaat reeds op zijn plaats. Er bestaan ook speciale plaatlifters, afb. 17, en men kan hiervoor ook een deurlifter gebruiken, (1) in afb. 18; wiggen of andere hulpmiddelen zijn minder geschikt. Ik heb ook al eens een steekwagen gebruikt. 1 deurlifter 2 the Irish carpenter’s tool, een houten dubbelwig 3 beitel en klosje
Details over de te gebruiken schroeven en gereedschappen zijn in 3.3 beschreven. Naden bij voorkeur niet in het verlengde van de deurstijlen 3.2 Beplating in oude huizen Problemen die in oude huizen bij de ossature op kunnen treden zijn onder 1.3 behandeld. Als er plafondbalken zijn die in het zicht blijven, moeten de gipskartonplaten op de plaats van de plafondbalken uitgesneden worden. Als men dit goed wil doen, met spleten van 5 mm of minder, dan is het maken van een kartonnen mal vaak handig. Bij erg onregelmatige balken is het makkelijker de spleten iets groter te laten (5-10 mm, zie afb. 20) en deze dan op een geëigende manier op te vullen. Beplating rond een balk Afbeelding 21 Afbeelding 22 Afbeelding 23 Afbeelding 24 Het aftekenen van een onregelmatige Naadafwerking met acrylaatkit muuraansluiting
De gipskartonplaten worden met speciale zelftappende schroeven met trompetkop op de ossature vastgeschroefd, 3,5x25 (=3,5 mmø en 25 mm lang) voor metalen profielen, 3,5x35 voor hout, zie afb. 25. De normale afstand tussen de schroeven is 250 à 300 mm, bij deurkozijnen 150 à 200 mm. Het is goed de schroeven links en rechts van een naad te laten verspringen, de schroeven als het ware in een zigzaglijn te plaatsen, en niet dichter dan 10 mm van de rand. Op de boven- en onderliggers worden de platen met een schroefafstand van 300 mm vastgeschroefd. Trompet Bits voor trompetkop-
Voor de plaatschroeven bestaan speciale bits, een soort kruiskopbit met een kraag. Als de kraag op de plaat opzet, laat de bit los. Zo komen de schroefkoppen 0,3 à 0,5 mm onder het oppervlak te liggen; zij trekken de papierlaag iets naar binnen zonder deze te laten scheuren. In grotere verpakkingen gipsplaatschroeven zit meestal een gratis bit. Deze bits zijn uit een stuk en zij laten op de gipsplaat meestal een lelijke kring achter. Beter dan deze gratis bits zijn de tweedelige exemplaren, een metalen bit met een daarop draaiende metalen of kunststofring; deze ring blijft op het plaatoppervlak rusten terwijl de bit nog even doordraait, zie afb. 26 . Maar soms gebeurd het ook met deze bit dat de schroefkop nog niet helemaal 'onder niveau' is, dan helpt alleen nog een beetje met een gewone PZ-bit aandraaien. Voor de professionals bestaan ook speciale (accu-) schroefmachines voor gipsplaatschroeven met een ingenieuze instelbare ratelkop en automatische toevoer van de schroeven – zijn tegenwoordig redelijk betaalbaar, zie. de relevante websites, bijv die van Makita.
Er bestaan ook watervaste platen voor vochtige ruimtes, die betegeld kunnen worden. Deze zijn meestal groen en heten hydrofugé of placoplâtre marin. De verwerking ervan is net zo als de gewone platen, het betegelen (lijmen) gaat net zo als op andere ondergronden; men dient wel op een goede naadafdichting tussen vloer en wandplaten door middel van kimband etc. te letten. 4. Naden en schroefgaten van gipskartonplaten afwerken Om zonder verdere afwerklaag, alleen met verven, een goed resultaat te bereiken, moet men de naden van de platen platvol afwerken. Hiervoor gebruikt u platen met afgeschuinde zijkanten. De Franse aanduiding is BA = bords amincies; een 12,5 mm dikke plaat met afgeschuinde kanten, die 2,5 m lang is, heet dan BA13-2500. Deze plaat heet bij Knauf HRAK = Half Ronde Afgeschuinde Kant. De zijkanten van deze platen zijn op 50 mm breedte afgeschuind tot ca. 80% van de plaatdikte. Deze platen worden, zoals eerder beschreven, op het regelwerk strak tegen elkaar geplaatst, dus zonder spleet ertussen.
Moeten gipsplaten met hun kopse kanten tegen elkaar gelegd worden, bijv. als de te bekleden wanden hoger zijn dan de plaatlengte, of bij grote plafonds, dan moet aan de kopse kant van beide platen een afschuining aangebracht worden, bijv. 10x10 mm of 45o Naden nooit in elkaars verlengde, steeds versprongen (baksteensgewijs)
Schroeven en alle kleine beschadigingen worden met hetzelfde voegmateriaal, maar natuurlijk zonder voegband, afgewerkt en dan geschuurd – ook dit zo nodig in meerdere arbeidsgangen. Als bij het schuren een schroefkop vrij komt moet men deze onmiddellijk iets dieper indraaien en dan goed afsmeren. Zoals bij alle oppervlakteafwerkingen geldt ook hier: bij twijfel nog een laag!
Op de website van een fabrikant van voeg- en vulmiddelen heb ik gevonden: De naadafwerking is het visitekaartje van de gipskartonplaatverwerker. Deze techniek vormt het sluitstuk van het werk en weerspiegelt de kwaliteit daarvan. Het doel van de naadafwerking is een gelijkmatig en volkomen vlak wand- of plafondoppervlak, ook bij strijklicht (lumière rasante).
Waar de gipsplaten van muur en plafond elkaar raken, is een elastische afdichting met overschilderbare acrylaat-voegenvuller (uit een koker, met kitspuit te gebruiken) beter dan afgipsen, omdat muren en houten plafonds andere uitzettings- en krimpbewegingen maken waardoor later scheuren kunnen ontstaan. Vooral bij een oud huis zijn de verschillen in uitzettingscoëfficiënt van de diverse materialen niet verwaarloosbaar en voral niet voorspelbaar, en er kunnen ook zettingverschijnselen optreden. Siliconevuller zoals die voor betegelingen toegepast wordt, is hiervoor niet geschikt, want die is niet overschilderbaar. De meest voorkomende fouten bij de naadafwerking zijn:
Afwerken van binnen- en buitenhoeken Bij buitenhoeken (angle sortant) is de kans op beschadigingen steeds groot. Daarom bestaan hiervoor naast gewone niet-verstevigde ook verstevigde hoekbanden. De verstevigde banden dragen aan weerskanten van de breuklijn metalen strippen, zie afb. 30. Ook dit band is zelfklevend of niet. Een andere mogelijkheid is geëxponeerde buitenhoeken met opgespijkerde profiellatjes (L-profiel) af te werken, zie afb. 31. Die vallen natuurlijk op; latjes die bij de stijl van het vertrek passen en de hoek juist accentueren zijn een oplossing.
5. Oppervlakteafwerking Gipsplatenwanden worden meestal met een van de gebruikelijke muurverven afgewerkt. Maar rol- of sierpleister is ook mogelijk (crépi décollable). Vóór het verven of een andere afwerking moet een gipskartonwand of -plafond met de stofzuiger of een vochtig doek stofvrij worden gemaakt. Gipskartonplaten (placoplâtre) steeds voorstrijken met diepgrond (soucouche, enduit, couche primaire pour placoplâtre), dat neemt de zuigwerking van het gips weg. U bespaart op verf en het resultaat wordt veel mooier, gelijkmatiger. Behangen van gipskartonplaten is ook mogelijk; maar let op: behang kan van gipsplaten niet door afstomen verwijderd worden! De kartonlaag zou dan van de gipsmassa los kunnen laten. Breng, als u wilt behangen, op de naadafwerking (waar immers geen karton zit) een dag van tevoren verdunde behanglijm aan. Dit past de zuiging aan die van het karton aan en voorkomt dat het behang op de naden minder goed hecht of zelfs gaat loszitten. Behangen met glasvezeldoek is ook een optie – kwestie van smaak; hierbij worden kleine onregelmatigheden gecamoufleerd. De onderkant van de beplating wordt na het verven of behangen met een plint afgewerkt die qua vorm en grootte bij de stijl van de kamer past. De plinten worden niet voor niets pas na het verven of behangen geplaatst, en de plinten worden vanzelfsprekend eerst geschilderd, dan op maat gezaagd en geplaatst. De plinten schroeft men bij voorkeur op de staanders van de ossature vast. Bij de moderne ca. 12 mm dunne plinten zijn schroeven van 3,5x35 mm voldoende, bij dikkere plinten moet men langere schroeven nemen. Waar niet op de staanders geschroefd wordt, moeten gipsplaatpluggen geplaatst worden, zie hier. Plinten kunnen ook met montagekit worden gelijmd.
Als men gipskartonwanden wil betegelen dienen watervaste platen toegepast te worden. Zie de opmerkingen onder 3.3. De werkwijze bij het tegelzetten is zoals gewoon: tegels lijmen en watervast afvoegen, hoek-naden elastisch afkitten. Nog een tip: 6. Geluidsdemping Bij voorzetwanden voor buitenmuren is thermische isolatie geboden. Maar bij scheidingswanden binnenshuis gaat het om geluidsdemping. In alle gevallen waar geluidsdemping gewenst is, moet bijna iedere stap met zorg worden gekozen en uitgevoerd. Dat omvat de opbouw van de ossature, de vulling ervan, en de beplating en afwerking. De gipskartonplaten kunnen namelijk als klankbord werken, en de staanders als geluidsbrug. Klankbordwerking wordt vermeden door een buigslappe constructie, en meer massa betekent gewoon meer demping en een hogere eigenfrequentie. Sommige van de hier beschreven technieken zijn beproefd bij klaslokalen in scholen en tussen patiëntenkamers in ziekenhuizen. De te nemen maatregelen zijn (oplopend van ‘een beetje verbetering’ naar ‘sterk geluidswerend’):
Het summum zijn om en om geplaatste staanders met spouwvulling en dubbele beplating. Als men ‘net een beetje meer’ aandacht aan geluidsoverdracht wil besteden, kan men speciaal hiervoor gemaakte staanders toepassen, bijv. Montant STIL® MSP 48-50 van Saint-Gobin, no. 15 in hoofdstuk 10.
Meer geluidsdemping wordt verkregen door het plaatsen van geluiddempende matten tussen de gipsplaten. Men moet wel erop letten een isolation phonique en niet een gewone (goedkopere) isolation thermique te kopen. Maar het beste middel voor ultieme geluidsdemping is steeds de ontkoppeling van voor- en achterkant van een wand en een zwaardere beplating ervan. Voor een complete ontkoppeling is het nodig een dubbele ossature toe te passen. Er worden dus twee boven- en twee onderrails, de bekende U-profielen van 48 mm, met een onderlinge afstand van 50 à 60 mm naast elkaar geplaatst, en natuurlijk op compriband. De schroeven van de rails zou ik niet te vast aantrekken, het band moet niet weer totaal gecomprimeerd worden. De staanders worden dan om en om in de rails geplaatst; men begint dus aan de ene kant met een afstand van 30 cm en dan met steeds 60 cm verder, en aan de andere kant met 60 cm. Zie afb. 33. Hiertussen wordt dan een zigzaggende laag steenwol van 100 mm gezet, zie afb. 34. Ik zou hiervoor de halfstugge matten van isolation phonique nemen, die zakken niet uit. Afbeelding 33 Geluidswerende binnenwand, geluidsisolatie geplaatst
Twee ossatures van 48 mm, een tussenruimte van 50 mm en vier platen van 13 mm resulteren in een totale wanddikte van rond 200 mm. Voelt en klinkt bijna massief! En een dempingswaarde Rw van 60dB is hiermee mogelijk, beter dan die van 300 mm kalkzandsteen (55 dB). Natuurlijk vraagt deze wanddikte ook om passende kozijnen, als in deze wand een deur geplaatst wordt, zie bijv. afb. 35. De naad- en randafwerkung kan dan zo gebeuren als in hoofdstuk 4 beschreven is. Alleen zou ik hier bijzondere aandacht besteden aan het vullen van de kieren bij de aansluitende wanden en het plafond. Die spuit ik vol met acrylaatkit (niet met siliconenkit, want die is niet over te schilderen). Natuurlijk kan het ook wat minder. Bijvoorbeeld één ossature van 100 mm i.p.v. twee van elk 48. Ik geef alleen de bovenstaande oplossing aan, het beste dat met bekende technieken te bereiken is. 7. Iets ophangen aan gipskartonwanden Lichtere voorwerpen (tot 5 kg) kunnen met schilderijhaken met schuin geplaatste RVS spijkers opgehangen worden. Afb. 36. Opgelet: in gipswanden nooit gewone ijzeren spijkers gebruiken, binnen de kortste tijd hebt u een roestplek rondom de spijker, en de spijker kan binnen een paar jaren doorgeroest zijn. Voor het ophangen van iets zwaardere voorwerpen aan gipskartonwanden bestaan speciale pluggen, zgn. plaatpluggen van nylon of metaal (afb. 37) en de bekende expansiepluggen die met een speciale pluggenzettang gezet moeten worden, zie afb.1 (6) in het artikel Even iets aan de muur ophangen. Ophangingen aan een gipsplaatwand Hollewandpluggen voor gipsplaten (plastic) (boven) en gipsblokken (onder) Deze pluggen kunnen volgens de opgave van de fabrikanten bij 12,5 mm-wanden tot 30 kg dragen (in het plafond ongeveer de helft hiervan). Opgaven voor dubbele beplating zoals onder 6. beschreven ben ik nog niet tegen gekomen. Als men aan een gipskartonnen wand iets echt zwaars op wilt hangen, bijv. een wastafel of keukenkast, moet men er bij de onderconstructie rekening mee houden. Je plaatst óf dwarsprofielen, óf je brengt tussen de staanders een houten plank aan (bijv. 18 mm multiplex), het zgn. achterhout. Zie ook hier. 8. Aanvullende tips Het is ook mogelijk twee gipskartonwanden haaks op elkaar te zetten. Afb. 38 toont de hiervoor te gebruiken plaatsing van de profielen. Als in een gipsplatenwand een deur geplaatst wordt, kiest men kozijnen van een passende maat, zie hoofdstuk 1.2 en afb. 3 - 8. Plaatst men voor een bestaande wand een voorzetwand, dan moet het kozijn van een daarin gelegen deur aangepast worden. Dit is op een esthetisch bevredigende wijze mogelijk met aangepaste planken en beleglatten, zie afb. 39 en 40. Afbeelding 38 Hoekverbinding van twee gipsplaatwanden
Wanden van cellenbetonblokken bieden enige warmte-isolatie maar hun geluidsisolatie is matig. De benodigde specialgereedschappen zijn een grof getande zaag met hardmetalen punten, een U-vormige lijmtroffel, en een rasp, zie afb. 41. De blokken worden aan twee kanten, de lintvoeg en de stootvoeg, met behulp van de lijmtroffel van een aantal repen blokkenlijm voorzien, met een schuivende beweging geplaatst en met een rubberen hamer vastgezet. Voor meer details van de uitvoering kan ik verwijzen naar de websites ref. 16 en 17 in hoofdstuk 10.
Gereedschappen voor gasbeton
Gasbetonblokken bestaan in de formaten 50x20 cm en 60x20 cm, en deze zijn 5, 7 of 10 cm dik. Er bestaat ook een aantal vormblokken, bijv. kwartronde. Voor scheidingswanden gebruikt men 7 of 10 cm dikke blokken, 5 cm is meer bedoeld voor kleine bouwsels zoals een badombouw. De eerste laag van een cellenbetonwand plaatst men op een plastic U-profiel van de juiste breedte. Dit profiel vergemakkelijkt het leggen van de eerste laag en voorkomt ook het optrekken van vocht, als de ondergrond niet helemaal droog is. Dit profiel wordt op de ondergrond geplakt, geschroefd of gespijkerd. Nu komt het in oude huizen vaak voor dat de ondergrond niet egaal is. Als men dit niet bij de eerste laag corrigeert, houdt men bij alle volgende lagen moeilijkheden. De eerste laag komt goed horizontaal te liggen als men deze op een drukbalk plaatst, die goed uitgeklost en op compriband gelegd is. Men kan ook de blokken van de eerste laag aanpassen zoals op afb. 42 aangegeven. Men legt de eerste laag eerst droog op de vloer en tekent een rechte horizontale lijn af, groen (1) in afb. 42 . Dan worden de blokken langs deze lijn afgezaagd of bijgeschaafd en ondersteboven neergezet, (2) in afb. 42. Het doorhangen van de vloer is op de tekening overdreven om het principe duidelijk te maken. Afbeelding 42 Afbeelding 43 Afbeelding 44 Veeranker Kozijnankers
Gaten in gasbetonblokken kan men het beste met een oude houtboor boren. Sleuven, bijvoorbeeld voor leidingen, krabt men met een verfkrabber of een speciaal gleufijzer. Door zijn zachtheid is cellenbeton uitermate geschikt voor het aanbrengen van sleuven voor alle soorten leidingen. Anderzijds zijn cellenbetonblokken zo sterk dat een wastafel daaraan kan worden opgehangen. Wel de speciale gasbetonpluggen (afb. 45) voor de stokschroeven gebruiken! Gasbetonplug met ‘vleugels’ 10. Nuttige websites, meer informatie
Websites over gipskarton: 5. http://www.placo.fr/ Saint-Gobain met onder meer veel speciale profielen en hulpstukken. 6. http://www.rigips.nl Ga naar ‘Download onze gratis Tipgids’. 7. http://www.knaufinsulation.fr 8. www.knauf.nl 9. http://www.lafargegips.nl/Voegproducten.1050.0.html 10. www.gamma.com 11. www.bpbplaco.com 12. www.xella.de de fabrikant van fermacell Voor speciale profielen (schaduwline, geluidsdempend): Beknopte handleidingen voor scheidingswanden van gipsplaat en cellenbeton: 16. http://www.werkspot.nl/klustips/tip/47/scheidingswanden/213 Handleiding en video voor scheidingswanden van cellenbeton: Nuttige hints en belangrijke regels voor gipsplaten, onder meer gevonden in de folders en websites van diverse fabrikanten (Gyproc, Knauf, Lafarge, Norgips, Xella): Kunnen gipsplaten ook buiten toegepast worden? Welke schroeven en schroevenafstand adviseert men? Moeten in een natte ruimte ook aan het plafond platen van hydrofugé kwaliteit (de groene platen) gebruikt worden? Welke hulpmiddelen bestaan er voor de kopse kanten? Kan ik die net zo als de zijkanten die van fabriekswege afgeschuind zijn (bords amincies) ietsje afschuinen en dan met naadband bezetten? Kan ik, als ik op een buitenmuur gipsplaten en isolatie aan wil brengen, ook platen met een daarop aangebrachte dikke laag polystyreenschuim gebruiken? 11. Foto’s van uitgevoerde projecten Hier nog een aantal foto’s uit mijn archief.
Hier heb ik, omdat het plafond toch verwijderd is, eerst de muurplaten geplaatst.
Afbeelding 47 Achter de platen wordt op hoogte bovenkant van de balken een C-profiel geschroefd en de wandplaat wordt op deze hoogte afgezaagd. Dit profiel dient als verbinding met de later opgelegde plafondplaten.
Afbeelding 48 Hier wordt voor een voorzetwand gekozen omdat de muur bol staat, uit drie soorten materiaal bestaat en de leemlaag niet draagkrachtig is. De muur helt zo veel over dat onderin verwarmingsbuizen gelegd kunnen worden. Deze blijven ongeïsoleerd.
Afbeelding 49 De muur is beplaat, naden en schroefkoppen zijn afgewerkt, klaar om te worden geverfd (eerst natuurlijk voorbehandeld). Links wijkt de muur zo veel dat er ruimte is voor en radiatornis. Het dak waarvan het beschot hier te zien is, wordt aansluitend geïsoleerd en ook met gipsplaten afgewerkt.
Afbeelding 50
Ik ben Rob van der Meulen (Robert du Moulin) dankbaar voor zijn bijdragen en kritische opmerkingen. Sommige toelichtingen zijn gebaseerd op vragen en antwoorden op het Forum van deze website Wonen en leven in Frankrijk www.infofrankrijk.com
Deze pagina is laatst gewijzigd op 27-02-2011 om 22:26.
|
|