|
|
De huisarts, de specialist
Ook in Frankrijk bestaat de vrijheid om zelf de huisarts te kiezen, of het ziekenhuis waar je wilt worden opgenomen. Het is niet ongewoon dat men nogal eens wisselt van huisarts. Wil men de specialistkosten vergoed krijgen, dan zal iedereen die ouder is dan zestien jaar ook in Frankrijk een verwijsbriefje nodig hebben van de médecin traitant, zeg maar behandelend geneesheer, meestal de huisarts. De verzekering zal derhalve ook het verwijsconsult van de huisarts vergoeden. Wie geen médecin traitant aanwijst, zal minder vergoed krijgen van de verzekering, 30% bij een eigenmachtig consult bij een specialist. Geen verwijzing is nodig voor een bezoek aan de kinderarts, de oogarts, de vrouwenarts of de tandarts, bij dringende gevallen of bij behandeling van chronische ziekten. Wegens het chronische tekort aan oogartsen, de ophtalmos, mogen opticiens nu ook zelf oogonderzoek doen en correcties aanbrengen. Het wijzigen van de sterkte van brillenglazen bij de vervanging van een bril is alleen mogelijk voor personen van zestien jaar en ouder en onder de voorwaarde dat de oogarts deze mogelijkheid niet heeft uitgesloten op een recept dat niet ouder is dan drie jaar. Als de opticien de sterkte van de glazen wijzigt, moet hij de oogarts daarvan op de hoogte stellen. Het raadplegen van deze specialist blijft nodig bij het voor de eerste keer voorschrijven van glazen voor verziendheid. In de grote steden is het niet gebruikelijk dat de huisarts visites (visite à domicile) rijdt, zoals à la campagne nog wel gebeurt. De kosten van een huisartsvisite aan huis worden vergoed voor mensen van 75 jaar en ouder die aan een langdurige ziekte lijden (affection de longue durée (ALD) en daarbij een 100% vergoeding kennen. Verder komen voor vergoeding in aanmerking de ouderen die steun genieten onder de APA (allocation personnalisée d'autonomie), patiënten die zich niet kunnen verplaatsen als gevolg van een hersenattaque (accident vasculaire cérébral), lijden aan MS en patiënten die thuis herstellen van een operatie. Het is verder aan de arts zelf te beoordelen of bij uitzondering een volledige vergoeding moet worden toegekend, zoals bij het slecht ter been zijn of het in afzondering leven. In normale gevallen is de extra vergoeding voor de visite rijdende arts € 10. Die bijtelling op het gewone tarief van € 22 is € 38,50 voor de avond en vroege ochtend en € 43,50 voor nachtelijke bezoeken. Een visite op zaterdagmiddag, zondag of op feestdagen kost € 22,60 extra.
Bij plotselinge ziekteproblemen bel je het dichtstbijzijnde ziekenhuis of het alarmnummer 15. Huisartsen houden vaak ook spreekuur (visite médicale) ’s avonds en op zaterdagmorgen. Veel solo-huisartsen zijn soms moeilijk te bereiken, want zij beschikken niet over een een fulltime werkende assistente, dus een afspraak maken is lastig. Ook zit je daar soms heel lang in de wachtkamer. In een groepspraktijk (cabinet médical) is dat beter geregeld en zijn er korte wachttijden.
Gezondheidswerkers moeten meer met Carte vitale werken Het is al sinds eind 1998 verplicht: ziekenhuizen en artsen moeten de Carte vitale accepteren. In de praktijk blijken alleen de apothekers de papieren rompslomp vrijwel geheel te hebben afgeschaft en werken met het bekende groene plastic kaartje. Het gebruik ervan door de fysiotherapeuten is 80%, 78% door de wijkverplegers, 76% door de tandartsen en 68% door de overige artsen. De ziekenkassen verwerken jaarlijk 1,1 miljard verzoeken tot terugbetaling en ontvangen nog steeds 150 miljoen feuilles de soins, waarvan 100 miljoen door de (huis)artsen. Met deze procedure duurt het 10 tot 25 dagen voordat de voorgeschoten dokterskosten zijn terugbetaald tegen 7 dagen bij gebruikmaking van de Carte vitale. Niet alleen de patiënten hebben last van de laksigheid van de artsen, ook de Sécu moet meer kosten maken. Afhandeling van een feuille de soins kost gemiddeld € 1,74 tegen € 0,27 bij het werken met de elektronische Carte vitale. Als het papier verdwijnt, zou een besparing zijn bereikt van € 200 miljoen per jaar. Het totaal afschaffen van de feuilles de soins zal niet mogelijk zijn, omdat een patiënt de Carte een keer kan vergeten. Ook bij de visites aan huis is het werken met de carte niet mogelijk. Inmiddels zijn de ziekenkassen gemachtigd om de artsen met ingang van volgend jaar te beboeten met enkele tientallen centimes per 'onnodige' feuille. De werkers in de gezondheidszorg die al gebruik maken van de carte ontvangen een tegemoetkoming. Zo ontvangen tandartsen € 275 per jaar als zij meer dan 70% van de aanvragen tot remboursement elektronisch via de carte verzenden. Bij de zelfstandige verpleegsters is dat zelfs € 300.(23.10.09) Specialisten met weer een nieuw tarief De Franse medisch specialisten hanteren sinds jaar en dag twee tarieven: die van secteur 1 (zoals omschreven door de ziekenfondsen) en die van secteur 2 (overschrijdingen zijn toegestaan). Omdat de praktijken van overschrijdingen van honoraria de spuigaten begonnen uit te lopen, hebben de Franse ziekenkassen en de aanbieders van aanvullende verzekeringen met de vrij gevestigde artsen overlegd op aandrang van de overheid. Besloten is tot de invoering van een nieuwe tariefsector, de secteur optionnel, waarbij de overschrijdingen worden beperkt. Wanneer het nieuwe stelsel zal ingaan is nog onduidelijk. De tarieven in de nieuwe sector zouden voor 30% van de medische handelingen gelijk moeten zijn aan het Sécu-tarief, terwijl het honorarium voor de overige handelingen 50% hoger mag zijn dan het tarief van de Sécu (Sécurite sociale). De mutuelles zullen deze beperktere overschrijdingen voor hun rekening nemen, terwijl de ziekenfondsen het grootste deel van de sociale premies over deze dépassements zullen blijven betalen.(18.10.09) Huisartsen ontvangen extraatje Franse huisartsen die meewerken aan een bezuinigingsplan in hun praktijken zullen een beloning per patiënt ontvangen. Het gaat om het verhogen van activiteiten als het laten inenten van ouderen of het stimuleren van onderzoeken als borstonderzoek bij vrouwen. De actie is gedoopt als Capi, contrat d'amélioration des pratiques individuelles. Nu al zouden 10.000 huisartsen, een kleine 20%, een contract hebben afgesloten met de ziektekostenverzekering. Het actiever optreden van de huisarts wordt beloond met een jaarlijkse premie van maximaal € 7 per patiënt; dat kan bij een gemiddelde huisartsenpraktijk van 5600 patiënten aardig oplopen. Naast het stimuleren van onderzoeken naar bijvoorbeeld borstkanker gelden de beloningen ook als de huisartsen meer generieke geneesmiddelen voorschrijven. Artsen die het contract hebben getekend voor drie jaar zijn onder meer verplicht om 75% van de 65-jarigen een anti-griepprik voor te schrijven en zal van de anti-bioticarecepten 90% generiek moeten zijn. Ook medicijnen tegen hoge bloeddruk en anti-depressiva zullen hoofdzakelijk generiek moeten zijn en aspirine moet in de plaats komen van de gebruikelijke bloedverdunners. Het Franse huisartsensyndicaat en andere artsenorganisaties zijn niet blij met deze als technocratisering omschreven contracten tussen verzekering en huisartsenpraktijk. Men begrijpt daar wel dat het initiatief vooral is bedoeld om de kosten van de Sécu te drukken, maar in plaats van formuliertjes invullen en patiënten domweg verwijzen naar onderzoekcentra, zou de huisarts meer middelen moeten krijgen om patiënten individueel te begeleiden. Principiëler is echter het bezwaar dat de Franse caisses zich gaan bemoeien met de manier waarop een huisarts zijn relaties met de patiënten moet gaan onderhouden. Ondertussen blijkt wel dat veel artsen het Capi-contract hebben ondertekend. De caisses rekenden op 5000 afspraken, het zullen er dit jaar tussen 10.000 en 15.000 kunnen worden.(28.09.09) Praktijkverpleegkundigen bestaan niet in Frankrijk en assistenten doen geen medische verrichtingen zoals bloeddruk opnemen en vaccinaties. Dat doet de dokter allemaal zelf en hij werkt over het algemeen wat minder protocollair dan zijn Nederlandse collega. Veel Franse artsen spreken alleen Frans en onderscheiden zich daarbij niet negatief van andere universitair geschoolden. Een consult op zaterdagmiddag bij de arts van dienst (médecin de garde) kost € 44,60 en er zijn ook nog flink hogere tarieven voor nachtelijke visites en die tijdens zon- en feestdagen. Het is de gewoonte de huisarts (le médecin généraliste, ook wel médecin de famille of omnipracticien genoemd en vaak in het argot toubib) na een bezoek op het spreekuur contant of per cheque te betalen: € 22 en € 24 voor een onderzoek van een kind van twee tot zes jaar (prijspeil 2008); de verzekering of het ziekenfonds betaalt € 15,40 terug van het gewone honorarium minus de € 1 die iedereen als eigen bijdrage moet betalen bij elk bezoek aan een arts; het restant komt van de aanvullende verzekering. Veel huisartsen gebruiken nu de carte vitale, waardoor de terugbetalingen snel geschieden. Ook zijn er nog dokters met het bordje aan de deur: non conventionné. Deze geneesheer acht zijn bekwaamheden zo hoog dat hij eigen tarieven berekent. Het ziekenfonds vergoedt enkele euro’s daarvan, de rest moet komen van de mutuelle of gedeeltelijk uit eigen portemonnee. Alternatieve geneeswijzen worden niet of nauwelijks vergoed in Frankrijk. Artsentarieven weer ter discussie Verzekeraars en artsenorganisaties werken aan nieuwe afspraken om een nieuwe tarievensector in te voeren. Nu werkt men met secteur 1 (vaste tarieven, goedgekeurd door het ziekenfonds) en secteur 2 (vrije tarieven). In de nieuwe sector kunnen tarieven worden berekend die nu nog als overschrijdingen worden gezien. Vooral bij specialisten is het honorariumsysteem onduidelijk en wordt steeds meer onder de tafel betaald. De nieuwe sector, waarmee de hogere tarieven worden gelegaliseerd, zou moeten gelden voor chirurgen, anesthesisten en vrouwenartsen. De consumentenorganisatie Que Choisir vreest dat tal van specialisten zullen kiezen voor de nieuwe sector waardoor de patiënten meer op kosten worden gejaagd. Zo zal het steeds moeilijker worden om artsen in sector 1 te vinden, de aanvullende verzekeringen zullen duurder worden en in sommige gebieden zal ongelijkheid staan. De bond acht de plannen om de secteur optionnel in te voeren in strijd met het beleid van minister Bachelot van Volksgezondheid, die juist het systeem van solidariteit wenst te handhaven, zodat ook in de toekomst iedereen toegang blijft houden op kwaliteitsgezondheidszorg. De minister zou er volgens de bond beter aan doen om het huidige honorariumsysteem te herzien (tarieven verhogen dan wel verlagen) en ten strijde te trekken tegen de exorbitante overschrijdingen die groepen specialisten erop nahouden. (27.01.09) De papieren rompslomp neemt de laatste jaren aanzienlijk af, doordat artsen en apothekers steeds meer gebruikmaken van onlineverbindingen, waarbij de carte vitale een belangrijke rol speelt. Voordeel van het gebruik van de kaart is dat de terugbetaling door ziekenfonds en verzekeraar veel sneller verloopt; men claimt een terugbetaling binnen een week. Bijna alle Franse apothekers werken inmiddels met de kaart, maar lang nog niet alle huisartsen en specialisten. Alle Franse verzekerden bezitten inmiddels zo’n groene kaart, die alleen administratieve gegevens bevat, dus geen medische. Bij wijziging van de gegevens moet de kaart in een van de 6000 bornes vitales worden gestoken om opnieuw te worden geactiveerd. Updaten van de kaart is nodig als de gezinssituatie verandert (trouwen, overlijden), als er veranderingen komen in de rechten bij de aanvullende CMU, bij langdurige ziekten die voor 100% voor vergoeding in aanmerking komen, als er zwangerschapsuitkeringen komen en bij verhuizingen naar een ander district van een CPAM. Gewerkt wordt aan de uitgifte van de tweede generatie van de carte die meer gegevens zal bevatten. Bovendien komen er een pasfoto van de houder op en een chip, dit alles om te trachten fraude met de kaart te voorkomen. Gezondheidszorg op internet Een bezoek aan een specialist kost € 28 tot € 41 aan een psychiater of neuroloog en zelfs € 49 aan een cardioloog. Medische specialisten die het recht hebben om hogere tarieven te noteren (niet vergoed door de Sécu), blijken steeds meer te berekenen. De niet vergoede overschrijdingen zijn tot 15% van de totale honoraria gestegen. De mutuelles vergoeden meestel een derde van de overschrijdingen. Vanaf 1 februari 2009 zullen specialisten in sector 2 (vrij om de tarieven te bepalen) een offerte moeten uitbrengen als een consult duurder wordt dan € 70.
Nieuwe eigen bijdragen zijn per 1 januari 2008 ingevoerd en moeten de kosten van het systeem Sécurité sociale verminderen bij de bestrijding van ziekten als kanker en die van Alzheimer en middelen vrijmaken voor de pijn verzachtende zorg en het kankeronderzoek. Jaarlijks zou op deze manier € 850 miljoen worden binnengehaald. Bij de koop van medicijnen en het inroepen van paramedische zorg (fysio, verpleegster thuis) wordt € 0,50 niet meer vergoed. Bij het vervoer van zieken per ambulance of taxi is de eigen bijdrage € 2. Per persoon is een plafond vastgesteld van € 50 per jaar aan eigen bijdragen. Vrijgesteld zijn ingeschrevenen bij de CMU (couverture maladie universelle), zwangere vrouwen en minderjarige kinderen. Jaarlijks kunnen personen ouder dan 70 jaar zich gratis door een huisarts preventief laten onderzoeken. En er is de jaarlijkse anti-griepprik. Het Franse ziekenfonds kent de campagne om gratis anti-griepprikken te verstrekken aan mensen van 65 jaar en ouder. Het vaccin is bij de apotheek verkrijgbaar voor een kleine € 7 en wordt volledig vergoed. Astmapatiënten en personen die jonger zijn en aan een langdurige ziekte lijden, komen in aanmerking voor de vergoeding. Jaarlijks overlijden in Frankrijk ongeveer 2500 personen van 75 jaar en ouder aan de gevolgen van griep. De jaarlijkse inenting in oktober is het enige doelmatige middel om de griep te voorkomen, zegt men. De prik heeft geen effect als men al griep heeft opgelopen. Dan zullen er antivirale medicijnen aan te pas moeten komen. De infirmiers en infirmières mogen voortaan zelf de gratis anti-griepprik geven zonder dat daarvoor nog een recept van de dokter nodig is. Alleen voor de eerste keer is nog wel een recept nodig in deze risicogroep.
Vaccinatiekalender
Tekort aan huisartsen op het platteland groeit nog ![]() Het wordt, vooral op het Franse platteland, steeds moeilijker om een dokter te vinden. De artsenorganisatie heeft het fenomeen al enige tijd geleden geconstateerd en houdt sindsdien de statistieken nauwkeuriger bij: op 1 januari van dit jaar praktizeerden 290,3 artsen per 100.000 inwoners tegen 300,2 begin 2008. In absolute getallen: begin 2009 werkten 199.736 artsen full time, een daling van 2%. De groei met 5,5% van het aantal vervangers (9999) kon die daling maar voor een kleine deel goedmaken. Deze vervangers maken over het algemeen minder uren. Nieuw fenomeen hierbij is dat sommige artsen hun cabinet sluiten en verder als vervangers gaan werken om aldus wat te ontsnappen aan de lange werkweken.
Regionaal blijven de verschillen van de artsendichtheid groot. De regio Paca telt 375 full time werkende artsen op 100.000 inwoners, in en rond Parijs zijn dat er 373 en slechts 240 in Picardië. Ook het centrum van het land, de beide Normandië, Champagne-Ardenne, Pays de la Loire en Bourgondië zijn schaars bedeeld. Initiatieven om (jonge) artsen te bewegen zich in de dunbevolkte gebieden te vestigen, hebben nog niet veel effect opgeleverd. In deze streken blijken bovendien de artsen gemiddeld veel ouder te zijn en zullen over niet al te lange tijd met pensioen gaan. Het laatste jaar is 5,2% van de artsenstand met retraite gegaan. De gemiddelde leeftijd van een Franse huisarts of specialist is 51 jaar. Het aandeel van de toubibs die ouder zijn dan 50 jaar is vorig jaar met 53% toegenomen. Jongeren kiezen na zo'n tien jaar als arts te hebben gewerkt meer en meer voor andere vormen van arbeid in de gezondheidszorg, een verschijnsel dat in de hand wordt gewerkt door de almaar toenemende administratieve paperassenwinkel. Deze generatie artsen werkt liever in de wat rustiger specialiteiten zoals de homeopathie of kiest ervoor om 'gewoon' huisarts te blijven in plaats van een veeleisender vak als medisch specialist. Tweederde van de nieuwe inschrijvingen in het artsenregister blijkt afkomstig van artsen in loondienst bij ziekenhuizen en ziekenfondsen. En de artsenstudie wordt ook steeds vaker door meisjes aangevat die later meestal part time gaan werken. Een andere groep jongere artsen verkiest het beoefenen van de geneeskunst in Canada of Groot-Brittannië, aldus het onderzoek van de artsenorganisatie. Ziekenhuizen, dokterspraktijken en gemeentehuizen zijn vaker op zoek naar buitenlandse artsen om de tekorten op te vangen. Er zijn er nu ruim 9000: 16,4% zijn Belgen, 12% Roemenen, 10,9% Duitsers, 10,3% Algerijnen. De statistieken geven niet een zuiver beeld van het aantal buitenlandse artsen, omdat de niet-Europese dokters niet in het artsenregister worden ingeschreven. Een zorgpunt voor de Orde van artsen hierbij is het vaak ontoereikende niveau van met name Roemeense en Bulgaarse artsen. Het valt volgens deze organisatie te betreuren dat de Europse diploma-erkenning alleen spreekt van de duur van een artsenstudie en niet over de inhoud daarvan. Artsentekort per regio Als er niets verandert aan het beleid, zal het aantal beschikbare artsen op het platteland en in de voorsteden (banlieues) in 2030 met 10% zijn gedaald. Minister Bachelot heeft de ernst van deze zaak erkend en heeft in haar nieuwe, onlangs aangenomen wet Hôpital, patients, santé, territoire wat maatregelen aangekondigd, zoals financiële en fiscale prikkels aan jonge artsen om zich in de schaars bedeelde gebieden te vestigen. Ook is er het plan om sommige studiebeperkingen (numerus clausus) op te heffen. De consumentenorganisatie Que Choisir heeft de laatste cijfers over de verwachte artsenpopulatie tot 2030 tegen het licht gehouden en komt tot de slotsom dat bij een bevolkingsgroei van 10% tot 2030 het aantal artsen inderdaad verder zal blijven dalen. De situatie heet verontrustend, omdat een sterk vergrijzende bevolking juist meer medici verlangt. De verschillen per regio blijken groot. De grote stedelijke gebieden die beschikken over een academisch ziekenhuis, centre hospitalo-universitaires (CHU), zullen het minst worden getroffen door de dalende artsendichtheid, terwijl de buitengebieden, de voorsteden en de middelgrote steden sterker worden getroffen. De verwachtingen zijn dat in 2030 het aantal plattelandsdokters met ruim 25% zal zijn gedaald, in de kleinere dorpen met meer dan 10% en in de steden zonder een CHU met ruim 6%. Regionaal bezien zijn de onevenwichtigheden in de bereikbaarheid van artsen niet dezelfde: in Languedoc-Roussillon zal de artsendichtheid met ruim 30% teruglopen, op Corsica met 35% en in PACA (Alpen, Côte d'Azur) met 25%, terwijl in de Auvergne, Bretagne en Lotharingen er meer artsen en specialisten bijkomen, ongeveer 10%. (31.03.09) Infirmières beter spreiden De vrij gevestigde verpleegkundigen (infirmières, 90% is vrouw) kunnen zich niet meer vrij vestigen. De nieuwe maatregel wil bevorderen dat er een betere spreiding komt van deze beroepsgroep, waarvan de dichtheid varieert van 1 tot 7 per regio. In september vorig jaar is hierover een akkoord bereikt tussen de ziektekostenverzekering en de bonden van verpleegkundigen. De regeling is nu ingegaan. In ruil voor de beperking van hun vrije vestiging hebben de bonden een verhoging van de tarieven bedongen en verkregen, neerkomende op 5,33% over geheel 2009. In gebieden waar sprake is van een overbezetting (rond de Middellandse Zeekust, Corsica en Bretagne) kunnen geen nieuwe cabinets meer komen op straffe van uitsluiting bij het ziekenfonds. Een infirmière kan zich daar pas vestigen bij vertrek van een collega. Verpleegsters die een cabinet openen in gebieden met weinig vestigingen, kunnen rekenen op hulp bij vestiging of bij aanblijven. Overheid en parlement zouden willen dat een vergelijkbare regeling wordt gemaakt voor de huisartsen. (18.04.09)
Hulp bij bezoek aan Franse dokter De vier PDF-bestanden zijn te printen en kunnen vervolgens worden ingevuld. Reden van uw komst in het Frans Beantwoording medische vragen in het Nederlands Beantwoording medische vragen in het Frans
Fransen worden steeds dikker
(10.11.09)
Links
Deze pagina is laatst gewijzigd op 07-06-2010 om 18:22.
|
Uit de fora: 'Mijn zoontje van negen maanden kreeg 'uit voorzorg' een antibioticakuur voorgeschreven. Uit voorzorg, omdat de arts niet goed in het oor kon kijken, en ja, je weet maar nooit dus antibiotica. Mijn vrouw heeft hem toen gevraagd of dat nou echt nodig was en de arts ging meteen op zijn achterste benen staan. Hij was toch arts, had hij niet al drie kinderen grootgebracht? We waren niet echt overtuigd van zijn 'argumenten' en zijn toen naar een KNO-arts gegaan die wel een diagnose kon stellen en tot de conclusie kwam dat er niets aan de hand was.' ‘Ik heb enige tijd geleden mijn tandarts in NL bezocht. Bij terugkomst in Frankrijk kreeg ik in eerste instantie geen vergoeding door CPAM en mutuelle. Ik had van te voren toestemming moeten vragen voor de behandelingen. Uiteindelijk is men toch tot vergoeding overgegaan. Voor het volgende bezoek heb ik toestemming aangevraagd. De dame van CPAM heeft het uitgezocht en wat blijkt: ik hoef geen toestemming aan te vragen voor een tandartsbezoek in NL. Voorwaarden zijn wel: een gespecificeerde rekening van de tandarts en een ingevuld formulier voor zorg in het buitenland (soins reçus à l'étranger, déclaration). Vergoeding vindt plaats op basis van de franse tarieven voor dezelfde behandeling.’ |