|
Uit het forum: 'Helaas kun je in Frankrijk niet zomaar bij een opticien een bril aan laten meten, dus afspraak gemaakt bij een oogarts: wachttijd 3 maanden en 2 weken van tevoren herbevestigen (het lijkt wel een lijnvlucht). De meting met een autorefractor in een hoekje van de wachtkamer 'en plain public' en daarna de boldrukmeting, afgehandeld in 1 minuut. Vervolgens een uur wachten waarna de oogarts snel even de automatische oogmeting herbevestigd en de ogen controleert. Geen wonder dat de Franse gezondheidszorg zo duur is: inefficientie in extremis. Gewapend met een recept stort ik mij niet op de lokale opticiëns, maar op internet. De reden: een bril met de gewenste opties, dus varifocaal, meekleuren, ontspiegeld, gehard etc. oftewel met álle opties komt op minimaal € 300. Ga ik naar een van de vele internetwebwinkels in de VS, dan kan dat ook voor ca. €40,-! Ik heb er in totaal twee besteld, een dure van €100 en een goedkope van €38,- De goedkope is voor in de auto:niet meekleurend, maar met een clip-on zonnebril. Let wel: magnetische clip-on, vrijwel onbekend in Europa, maar dus zonder pootjes die je bril beschadigen Beide brillen bevallen uitstekend. Gemelde prijzen zijn inclusief verzendkosten en de douane heeft geen heffing gedaan, dus ook nog btw vrij. Levertijd ca. 3 weken. |
De huisarts, de specialist
Ook in Frankrijk bestaat de vrijheid om zelf de huisarts te kiezen, of het ziekenhuis waar je wilt worden opgenomen. Het is niet ongewoon dat men nogal eens wisselt van huisarts. Wil men de specialistkosten vergoed krijgen, dan zal iedereen die ouder is dan zestien jaar ook in Frankrijk een verwijsbriefje nodig hebben van de médecin traitant, zeg maar behandelend geneesheer, meestal de huisarts. De verzekering zal derhalve ook het verwijsconsult van de huisarts vergoeden. Wie geen médecin traitant aanwijst, zal minder vergoed krijgen van de verzekering, 30% bij een eigenmachtig consult bij een specialist. Geen verwijzing is nodig voor een bezoek aan de kinderarts, de oogarts, de vrouwenarts of de tandarts, bij dringende gevallen of bij behandeling van chronische ziekten. Wegens het chronische tekort aan oogartsen, de ophtalmos, mogen opticiens nu ook zelf oogonderzoek doen en correcties aanbrengen. Het wijzigen van de sterkte van brillenglazen bij de vervanging van een bril is alleen mogelijk voor personen van zestien jaar en ouder en onder de voorwaarde dat de oogarts deze mogelijkheid niet heeft uitgesloten op een recept dat niet ouder is dan drie jaar. Als de opticien de sterkte van de glazen wijzigt, moet hij de oogarts daarvan op de hoogte stellen. Het raadplegen van deze specialist blijft nodig bij het voor de eerste keer voorschrijven van glazen voor verziendheid. In de grote steden is het niet gebruikelijk dat de huisarts visites (visite à domicile) rijdt, zoals à la campagne nog wel gebeurt. De kosten van een huisartsvisite aan huis worden vergoed voor mensen van 75 jaar en ouder die aan een langdurige ziekte lijden (affection de longue durée (ALD) en daarbij een 100% vergoeding kennen. Verder komen voor vergoeding in aanmerking de ouderen die steun genieten onder de APA (allocation personnalisée d'autonomie), patiënten die zich niet kunnen verplaatsen als gevolg van een hersenattaque (accident vasculaire cérébral), lijden aan MS en patiënten die thuis herstellen van een operatie. Het is verder aan de arts zelf te beoordelen of bij uitzondering een volledige vergoeding moet worden toegekend, zoals bij het slecht ter been zijn of het in afzondering leven. Tarief huisarts die thuis komt: € 32 (€ 60,50 's avonds, € 65,50 's nachts en € 44,60 in het weekeinde). De Sécu vergoedt dit als een consult bij de dokter niet mogelijk was.
Bij plotselinge ziekteproblemen bel je het dichtstbijzijnde ziekenhuis of het alarmnummer 15. Huisartsen houden vaak ook spreekuur (visite médicale) ’s avonds en op zaterdagmorgen. Veel solo-huisartsen zijn soms moeilijk te bereiken, want zij beschikken niet over een een fulltime werkende assistente, dus een afspraak maken is lastig. Ook zit je daar soms heel lang in de wachtkamer. In een groepspraktijk (cabinet médical) is dat beter geregeld en zijn er korte wachttijden.
Brilpassen voor ouderen met zeer lage inkomens De vereniging Optique solidaire heeft een brilpas gelanceerd, een pass lunettes, bedoeld voor ouderen met bescheiden inkomens. De pas moet het mogelijk maken dat deze personen gemakkelijker toegang krijgen tot de oogheelkundige zorg en brillen tegen kostprijs kunnen kopen. De vergoeding voor brillen door de Sécu is zeer matig. De pas geldt voor mensen die vallen onder de ACS (aide à la complémentaire santé) en een inkomen hebben tussen de € 648 en € 816. Zulke lage inkomens komen bij ouderen nog veelvuldig voor in Frankrijk. Mensen met inkomens beneden de € 648 vallen onder de CMU-C (complémentaire de la couverture maladie universelle) en kunnen een bril per jaar krijgen. De betrokken bevolkingsgroep wordt vaak dubbel getroffen doordat zij wegens de leeftijd vaak duurdere brillen moeten kopen en wegens de hoge kosten niet een aanvullende verzekering kunnen afsluiten. De pass lunettes maakt het mogelijk een bezoek aan een oogarts af te leggen tegen het Sécu-tarief en daarna een afspraak te maken bij de opticien, aangesloten bij de vereniging Optique solidaire. Deze biedt een keuze uit 11 monturen met multifocale glazen. Aan de brilpas werken 483 opticiens mee, 13 mutuelles (aanvullende verzekeringen) en de fabrikant Essilor. Ook de Franse oogartsen doen via hun beroepsorganisatie mee met de actie. (18.05.12) Leegloop artsenpraktijken: tandartsen verlaten steeds meer het platteland Het zijn niet alleen de huisartsen die de dunbevolkte regio's voor gezien houden. Bij pensionering worden tal van deze toubibs niet opgevolgd door jonge artsen, die de stedelijke gebieden verkiezen boven La France profonde. De beweging is nu ook waarneembaar bij de ruim 40.000 tandartsen en zelfs in nog versterkte mate. Ook de onevenwichtigheid van de verdeling over het land van de dentistes-chirurgiens is opmerkelijk. In Parijs zijn 152 tandartsen per 100.000 inwoners, in het departement Orne zijn dat er slechts 34. Het nationale gemiddelde ligt op 66. Sinds 2000 is de dichtheid van tandartsen aan het dalen, gemiddeld met 1% per jaar. De beroepsgroep veroudert, de gemiddelde leeftijd is 48 jaar. Bij vertrek wegens pensionering is het opvullen van de vrijkomende plaats steeds moeilijker. Grote schuldige: de numerus clausus, waarbij het aantal studieplaatsen wordt beperkt. In de zeventiger jaren lag het aantal toegestane studieplaatsen voor tandheelkunde op 1930 per jaar, nu zijn dat er ruim 1100. In de jaren negentig was de numerus clausus zelfs voor een periode van tien jaar gedaald tot 800. Sinds enige jaren blijkt het wegvallen van twee cabinets dentaires te worden gecompenseerd door één nieuwe vestiging. Naast het geringe aantal afgestudeerden blijkt ook de aantrekkelijkheid van het vak voor een uitoefening in de banlieues en op het platteland oorzaak van het tekort. In die gebieden komen de mensen vooral naar een tandarts voor de routine-zorg, maar ontbreekt het hun aan de financiële middelen om de winstgevende bruggen en kronen te laten plaatsen. Een aspect dat ook nog telt: lang niet alle echtgenoten van de tandartsen hebben zin om in de provincie te gaan wonen; zij hebben een baan in de stad en wensen dat hun kinderen goede scholen in de nabijheid kunnen bezoeken. Ook de pas afgestudeerden in de 16 faculteiten blijken zich het liefst in de buurt van de universiteitssteden te vestigen, Toulouse, Bordeaux, Straatsburg, Lyon e.a.) De tandartsenorganisatie pleit voor ficale en sociale maatregelen of extra premies om jonge artsen over te halen zich in gebieden te vestigen waar een tandartsentekort heerst. (22.03.12) Dokters en ziekenhuizen via internet vergeleken Na de vergelijkende websites voor verzekeringen en vliegreizen is het nu ook mogelijk om vergelijkende informatie te krijgen over de medische stand via een nieuwe website van de Franse ziekenfondsen. Deze Assurance maladie maakt het voor patiënten mogelijk inlichtingen in te winnen alvorens een keuze te maken. De website toont de kosten van een medische behandeling en de manier waarop deze in rekening worden gebracht. Zo is te zien welke ziekenhuizen en artsen vrije tarieven hanteren of zich houden aan de vergoedingen die met de ziekenfondsen zijn overeengekomen. De website laat ook zien welk deel van de kosten worden vergoed door de Sécu. De eerdere versie van de site was nog meer een adresboek, nu is het gemakkelijker om vergelijkingen te maken. De criteria voor de beoordeling zijn geleverd door de Hoge Autoriteit voor de Gezondheid die de gezondheidsinstellingen op vijf punten heeft beoordeeld: begeleiding van terminale patiënten, pijnbestrijding, kwaliteit van huisvesting en voeding, respect voor de patiëntenrechten en hygiëne en steriliteit. Nog niet alle instellingen zijn op deze punten gecontroleerd, maar dat zal zeer binnenkort het geval zijn. Of de artsen en ziekenhuizen zich werkelijk houden aan de opgegeven manier van kostenberekening en honorariumoverschrijding valt nog niet vast te stellen. De fondsen zijn hierbij afhankelijk van de informatie die de patiënten in de loop van de tijd zullen aanreiken.(02.08.11) Nieuwe afspraken over honoraria huisartsen en specialisten Het Franse ziekenfondswezen en een meerderheid van de artsenorganisaties hebben een akkoord bereikt over een nieuwe vorm van beloning van de huisartsen en specialisten. Zo zullen er premies komen voor artsen die voldoen aan kwaliteitseisen en zullen de overschrijdingen van honoria door medische specialisten aan banden worden gelegd. Consumentenorganisaties omschrijven het bereikte akkoord als 'desastreus' voor de patiënten, die hogere premies zullen moeten betalen voor de aanvullende verzekeringen. Er wordt al enkele jaren onderhandeld over een nieuwe vorm van honorering van de artsenstand, maar de verdeeldheid en ruzies binnen de vijf belangrijkste artsenorganisaties leidden niet tot overeenstemming met de belangrijkste 'tegenpartij', de assurance maladie van de Sécurité sociale ('Sécu'.) De met drie organisaties afgesproken conventie met een looptijd van vijf jaar moet nog worden goedgekeurd door de overheid en ook is het wachten nog op het groene licht van de aanbieders van de aanvullende verzekeringen, de mutuelles. Voor de huisartsen geldt al sinds enige tijd een prestatiebeloning, die nu ook zou moeten worden uitgebreid tot de specialisten. Het gaat om een dertigtal doelstellingen, die behaald moeten worden om punten te verdienen. Zo moet een dokter een vast aantal vrouwelijke patiënten van 50 tot 74 jaar laten onderzoeken op borstkanker, moet een bepaald deel van de voorgeschreven medicijnen generiek zijn en moeten de afrekeningen met de ziekenfondsen hoofdzakelijk elektronisch zijn. Verder komen er punten bij als de medische dossiers worden bijgehouden en patiënten met langdurige ziekten als suikerziekte en hoge bloeddruk, regelmatig worden gevolgd. Als alle 45.000 huisartsen de doelstellingen bereiken, zou dat neerkomen op een jaarlijkse beloning van ruim € 9000 per huisarts. Voorlopig verwacht de Sécu de helft van de doelstellingen te halen. Heikel punt is de uit de hand gelopen praktijk van specialisten om veel hogere honoraria te vragen dan het vergoedingentarief van de ziekenfondsen, de beruchte dépassements d'honoraires. Eerder al was besloten om een derde tarievensector in te voeren, de secteur optionnel, naast de bestaande sectoren 1 en 2. In sector 1 passen de artsen het tarief van de Sécu toe, in sector 2 zijn de tarieven vrij. Met de nieuwe sector moet worden voorkomen dat te veel patiënten buiten de boot vallen en dat de kosten voor de mutuelles uit de pan rijzen. Het nieuwe systeem geldt nu in theorie voor chirurgen, anestheisten en verloskundigen die zich verbinden om de overschrijdingen te maximaliseren tot 50% boven het ziekenfondstarief en voor 30% van de behandelingen het basistarief van de Sécu te hanteren. De aanvullende verzekeraars zouden de overschrijdingen moeten vergoeden, maar hebben het akkoord nog niet ondertekend. Zij wachten op tegemoetkomingen die van de overheid worden verlangd. Al met al is de in 2009 afgesproken invoering van de nieuwe secteur optionnel nog steeds niet van kracht. (21.07.11) Medisch dossier via internet van start gegaan Al aangekondigd in 2004, de Fransen kunnen nu beschikken over hun medisch dossier, door de medische stand via internet te raadplegen. Iedereen die een Carte vitale bezit, kan de openstelling van het dossier aanvragen. Het DMP (dossier médical personnel) - alleen via internet te raadplegen - is een bestand met de relevante medische gegevens, waarvan de uitwisseling tussen professionelen de kwaliteit van de informatie kan verbeteren en tot kostenbeparingen kan leiden door bijvoorbeeld dubbele onderzoeken en overbodige artsenbezoeken te vermijden. De informatie bestaat uit acht onderdelen: persoonlijke gegevens, behandelingen en recepten, verslagen van ziekenhuisbezoek en andere consulten, scans, foto's e.d., uitslagen laboratoriumonderzoek (bloed, urine), oproepen tot vaccinaties en preventieve onderzoeken, (sport)certificaten van gezondheid e.d. In een persoonlijke ruimte kan de kaarthouder zelf gegevens invoeren. Om veiligheidsredenen kan het - niet verplichte - dossier alleen worden aangemaakt via bemiddeling van de (huis)arts. Deze laatste heeft pas toegang tot internet als hij of zij een speciale toegangscode gebruikt. De procedure luidt verder als volgt: de arts overhandigt informatiemateriaal en als de patiënt zijn toestemming heeft gegeven, maakt de dokter op www.dmp.gouv.fr een dossier aan op basis van de gegevens op de Carte vitale. De operatie leidt tot de vaststelling van een nieuw nummer, de INS, Identification national de santé. Ten slotte ontvangt de patiënt een document met daarop de toegangscode en een wachtwoord. De laatste kan de kaarthouder zelf weer wijzigen en hij ontvangt het nieuwe password via de mobiele telefoon of per e-mail. De patiënt bepaalt wie het dossier mogen raadplegen. Bedrijfsartsen en controlerende geneesheren van de verzekeringen krijgen geen toegang tot het DMP. De overigen, zoals artsen, apothekers, tandartsen, infirmières, fysiotherapeuten, kunnen niet zien welk medische gegevens andere disciplines hebben gedeponeerd. Een fysio kan zien welke afspraken er zijn gemaakt, maar hij kan niet de afspraken zien die bijvoorbeeld bij de psycholoog zijn gemaakt. Een patiënt kan sommige gegevens verbergen, zoals een tijdelijke depressie, een zwangerschapsonderbreking. In noodgevallen kan personeel van de Samu of andere eerstehulpdiensten toegang krijgen tot het medische dossier. De patiënt kan dit later controleren. Hij heeft ten slotte nog de keus om het DMP te sluiten, de gegevens zullen 10 jaar worden bewaard. Binnen die periode kan hij ook weer vragen om het dossier te heropenen. Als hij echter vraagt zijn DMP te vernietigen, zullen alle opgeslagen gegevens definitief verloren zijn. (17.06.11) Steeds meer specialisten vragen hoge tarieven Tot verdriet en ergernis van het Franse ziekenfondswezen besluiten steeds meer medische specialisten om vrije tarieven te hanteren, waarbij de overschrijdingen bovendien steeds groter worden. De ziekenkassen hebben met regelmaat de noodklok geluid over de praktijken, die het Franse gezondheidssysteem ernstig nadeel berokkenen. In 2010 maakten zes van de tien specialisten die een praktijk begonnen deze keuze, tegen vier van de tien die al een praktijk uitoefenen. Deze categorie is ingedeeld in de zogenaamde 'secteur 2', waar de honoraria vrij zijn en niet meer de tarieven van de Sécu worden gehanteerd. Vooral bij anesthesisten is de neiging sterk om in sector 2 te gaan werken, 66% van de nieuw ingeschrevenen kiezen daarvoor. Voor de gehele discipline is dat 34%. Vorig jaar waren de percentages bij de nieuwe inschrijvingen 82% voor de vrouwenartsen, 84% voor de keel-, neus- en oorartsen en 63% voor de oogartsen. In 1980 werd de 'secteur 2' ingesteld om te vermijden dat de Sécu hogere tarieven moest vaststellen door toe te staan dat sommige artsen hogere tarieven konden berekenen. Het verschil tussen het Sécu-tarief en de hogere honoraria wordt niet door de Sécu vergoed, maar komt meestal uit de kas van de aanvullende verzekeringen, de mutuelles. In de loop van de tijd werd het voor patiënten steeds moeilijker om een arts te vinden die het basistarief hanteert, zodat in 1990 werd besloten de sector 2 alleen nog open te stellen voor de meest gediplomeerden. Twintig jaar later blijkt dat het aantal artsen met de dépassements d'honoraires, weer sterk is toegenomen tot 24% (tegen 31% in 1990 - huisartsen hebben geen toegang meer tot sector 2.) Bij de specialisten was het percentage in 2000 tot 37% gedaald, maar steeg vorig jaar weer tot 41%, ongeveer even veel als vóór de hervorming van sector 2. Bij KNO-artsen, oogartsen en vrouwenartsen is de grens van 50% nu al vaak overschreden en bij chirurgen ligt het percentage op 85. De overschrijdingen van de honoraria kostten vorig jaar € 2,5 miljard, waarvan € 2,1 miljard van de specialisten. De extra honoraria lopen op tot 54% van het Sécu-tarief, ofwel een factuur van € 154 voor een handeling die voor € 100 wordt vergoed. In en rond Parijs hanteert 90% van de artsen het vrije, hoge tarief tot soms 150%. Deze artsen verklaren hun gedrag door te wijzen op de te weinig verhoogde vergoedingen van de basistarieven van de Sécu. Er zijn pogingen ondernomen om een nieuwe middensector in te voeren, de 'secteur optionnel', maar deze is nog steeds niet goed van de grond gekomen. (17.05.11) Meer medici willen zich aansluiten bij netwerk 'mutuelles' Brildragers en bezitters van implantaten zijn al bekend met het systeem van de zorgnetwerken van de aanvullende verzekeringen. Zonder het soms te weten zijn zij geholpen en behandeld binnen deze 'réseaux de soins', waarin men zich kan wenden tot een door een mutuelle of particuliere verzekeraar erkende opticien of tandarts. In dergelijk netwerken zijn de tarieven soms wat redelijker, zijn de vergoedingen hoger en wordt de afrekening direct door de mutuelle of verzekeraar geregeld, het systeem van le tiers payant. Andere medische beroepsgroepen studeren op de mogelijkheid om ook binnen het systeem van de zorgnetwerken te komen. Het gaat hierbij om chirurgen, anesthseisten en verloskundigen in de privé ziekenhuizen. Deze groep van de vrije specialisten, verenigd in Le Bloc, is onderhandelingen hierover begonnen met artsenorganisatie, de Sécu en de aanbieders van de aanvullende verzekeringen. Als de nieuwe beroepsgroepen een contract afsluiten met een mutuelle, zullen zij gehouden zijn de toegestane tariefsoverschrijdingen te plafonneren, zodat de mutuelles de overschrijdingen volledig kunnen blijven vergoeden. Want op dit punt is het een rommeltje geworden in Frankrijk, waarbij de overschrijdingen van de honoraria in sommige gebieden de pan uitrijzen en de mutuelles de verschillen tussen de Sécu-tarieven en de hoge honoraria niet altijd meer integraal vergoeden. Met name in en rond Parijs, in PACA (Provence, Alpes, Côte d'Azur) maar ook al in Rhône-Alpes en de Elzas vragen de specialisten steeds hogere honoraria. De overschrijdingen die Le Bloc voorstelt, zouden zich moeten bewegen tussen de 50 en 150% van het Sécu-tarief.(06.04.11) In de komende jaren zal het mogelijk worden om via internet de (huis)arts te raadplegen. Doktersrecepten kunnen dan ook per e-mail worden verzonden. Een decreet van de Franse overheid heeft hiertoe de weg vrijgemaakt. De ontwikkeling van deze télémédecine moet het mogelijk maken dat een patiënt op afstand een consult heeft met een arts, de téléconsultation. De téléexpertise is bedoeld om medici onderling online te laten overleggen over het stellen van een diagnose en de télésurveillance biedt de mogelijkheid om op afstand de noodzakelijke patiëntgegevens te raadplegen. Het gebruikmaken van de internetmogelijkheden kan een oplossing betekenen voor de gebieden die slecht zijn voorzien van artsen. Vooral in dunbevolkte regio's is het weinig aantrekkelijk voor jonge artsen om daar een praktijk op te bouwen. Een voordeel kan ook zijn dat patiënten die in een ziekenhuis zijn behandeld spoediger naar huis komen en daar via télésurveillance worden gevolgd. Het heen en weer rijden naar het ziekenhuis of visites thuis zullen daardoor minder vaak noodzakelijk zijn. Het toepassen van het nieuwe medium vereist wel de toestemming van de zieke en de uitwisseling van gegevens kan pas gebeuren na authentificatie van arts en patiënt. Elke medicus die via internet optreedt, zal beschikken over het medisch dossier van de patiënt. Daarin staan de resultaten van het online consult vermeld, de verrichte handelingen en voorgeschreven medicijnen en de identiteit van de medici. Praktijkverpleegkundigen bestaan niet in Frankrijk en assistenten doen geen medische verrichtingen zoals bloeddruk opnemen en vaccinaties. Dat doet de dokter allemaal zelf en hij werkt over het algemeen wat minder protocollair dan zijn Nederlandse collega. Veel Franse artsen spreken alleen Frans en onderscheiden zich daarbij niet negatief van andere universitair geschoolden. Een consult op zaterdagmiddag bij de arts van dienst (médecin de garde) kost € 44,60 en er zijn ook nog flink hogere tarieven voor nachtelijke visites en die tijdens zon- en feestdagen. Het is de gewoonte de huisarts (le médecin généraliste, ook wel médecin de famille of omnipracticien genoemd en vaak in het argot toubib) na een bezoek op het spreekuur contant of per cheque te betalen: € 23 en € 26 voor een onderzoek van een kind van twee tot zes jaar, € 28 voor kindjes tot 2 jaar (prijspeil 2012); de verzekering of het ziekenfonds betaalt € 16,10 terug van het gewone honorarium minus de € 1 die iedereen als eigen bijdrage moet betalen bij elk bezoek aan een arts; het restant komt van de aanvullende verzekering. Veel huisartsen gebruiken nu de carte vitale, waardoor de terugbetalingen snel geschieden. Ook zijn er nog dokters met het bordje aan de deur: non conventionné. Deze geneesheer acht zijn bekwaamheden zo hoog dat hij eigen tarieven berekent. Het ziekenfonds vergoedt enkele euro’s daarvan, de rest moet komen van de mutuelle of gedeeltelijk uit eigen portemonnee. Alternatieve geneeswijzen worden niet of nauwelijks vergoed in Frankrijk.
De papieren rompslomp neemt de laatste jaren aanzienlijk af, doordat artsen en apothekers steeds meer gebruikmaken van onlineverbindingen, waarbij de carte vitale een belangrijke rol speelt. Voordeel van het gebruik van de kaart is dat de terugbetaling door ziekenfonds en verzekeraar veel sneller verloopt; men claimt een terugbetaling binnen een week. Bijna alle Franse apothekers werken inmiddels met de kaart, maar nog niet alle huisartsen en specialisten. Alle Franse verzekerden bezitten inmiddels zo’n groene kaart, die alleen administratieve gegevens bevat, dus geen medische. Buitenlanders moeten soms lang wachten op de kaart. Bij wijziging van de gegevens moet de kaart in een van de 6000 bornes vitales worden gestoken om opnieuw te worden geactiveerd. Updaten van de kaart is nodig als de gezinssituatie verandert (trouwen, overlijden), als er veranderingen komen in de rechten bij de aanvullende CMU, bij langdurige ziekten die voor 100% voor vergoeding in aanmerking komen, als er zwangerschapsuitkeringen komen en bij verhuizingen naar een ander district van een CPAM. De tweede generatie van de carte bevat meer gegevens en heeft een pasfoto van de houder en een chip, dit alles om te trachten fraude met de kaart te voorkomen. Gezondheidszorg op internet Een bezoek aan een specialist kost € 28 tot € 41 aan een psychiater of neuroloog en zelfs € 49 aan een cardioloog. Medische specialisten die het recht hebben om hogere tarieven te noteren (niet vergoed door de Sécu), blijken steeds meer te berekenen. De niet vergoede overschrijdingen zijn tot 15% van de totale honoraria gestegen. De mutuelles vergoeden meestel een derde van de overschrijdingen. Vanaf 1 februari 2009 zullen specialisten in sector 2 (vrij om de tarieven te bepalen) een offerte moeten uitbrengen als een consult duurder wordt dan € 70. Bij de koop van medicijnen en het inroepen van paramedische zorg (fysio, verpleegster thuis) wordt € 0,50 niet vergoed. Ook moet bij een consult aan een arts zelf € 1 worden bijgedragen. Bij het vervoer van zieken per ambulance of taxi is de eigen bijdrage € 2. Per persoon is een plafond vastgesteld van € 50 per jaar aan eigen bijdragen. Vrijgesteld zijn ingeschrevenen bij de CMU (couverture maladie universelle), zwangere vrouwen en minderjarige kinderen. Jaarlijks kunnen personen ouder dan 70 jaar zich gratis door een huisarts preventief laten onderzoeken. En er is de jaarlijkse anti-griepprik. Het Franse ziekenfonds kent de campagne om gratis anti-griepprikken te verstrekken aan mensen van 65 jaar en ouder. Het vaccin is bij de apotheek verkrijgbaar voor een kleine € 7 en wordt volledig vergoed. Astmapatiënten en personen die jonger zijn en aan een langdurige ziekte lijden, komen in aanmerking voor de vergoeding. Jaarlijks overlijden in Frankrijk ongeveer 2500 personen van 75 jaar en ouder aan de gevolgen van griep. De jaarlijkse inenting in oktober is het enige doelmatige middel om de griep te voorkomen, zegt men. De prik heeft geen effect als men al griep heeft opgelopen. Dan zullen er antivirale medicijnen aan te pas moeten komen. De infirmiers en infirmières mogen voortaan zelf de gratis anti-griepprik geven zonder dat daarvoor nog een recept van de dokter nodig is. Alleen voor de eerste keer is nog wel een recept nodig in deze risicogroep.
Ticket modérateur, het eigen risico Een consult bij een specialist conventionné is toegankelijk voor ziekenfondspatiënten. Er zijn ook specialisten die bij hun ontvangstbalie een bordje hebben met: conventionné à honoraires libres. Dat betekent dat zij meer mogen rekenen voor een consult, maar de Sécu betaalt in principe alleen het vastgestelde tarief, tarif de convention, en daarvan weer een percentage, meestal tussen de 60 en 80. Afhankelijk van de soort bijverzekering, de mutuelle, kan het verschil, dit eigen risico (ticket modérateur), geheel of gedeeltelijk worden vergoed. Voorbeeld: je gaat naar een specialist na een verwijzing van de huisarts. Een consult bij de 'gewone' specialist die geen vrije tarieven hanteert, kost € 28, waarvan € 18,60 wordt vergoed door de CPAM (70% minus de € 1 eigen risico) en € 8,40 door de aanvullende verzekering. Als je op eigen houtje een specialist bezoekt, berekent deze geneesheer zelf al een hoger tarief van € 32, waarvan maar € 14 terugkomt van de CPAM en € 7,50 van de complémentaire santé. Zelf betaal je € 10,50. Informatie over de remboursements is voor iedere verzekerde op internet te vinden onder www.ameli.fr, rubriek Assurés. Een paswoord krijg je van de plaatselijke CPAM, Caisse primaire de l’Assurance Maladie. De premies (cotisations) voor dergelijke complementaire verzekeringen zijn hoog. Sommige aanbieders schermen met vergoedingen van 200%, 300% tot 500% van het verschil tussen de honoraria en de gehanteerde lage vergoedingstarieven van de Sécu. Kronen en bruggen en ook brillen kennen een zeer laag tarif de convention: 65% van de extreem lage basivergoedingen. Voorbeeld: een eenvoudig brillenglas kent een basistarief van € 12,04 voor kinderen tot 18 jaar en € 2,29 voor volwassenen. In het eerste geval bedraagt de vergoeding € 7,83 en in het twee € 1,49. De vergoeding voor monturen is voor jongeren € 19,82 en voor ouderen € 1,85. Wie een aanvullende verzekering heeft, kan nog wat terug verwachten van deze mutuelle. Deze aanbieders van aanvullende verzekeringen kennen verschillende pakketen van verzekeringen, vaak genoemd 100%, 200%, 300%. In het eerste geval zorgt de vergoeding van de mutuelle er voor dat 100% van het basistarief wordt vergoed, dus € 0,80 voor de brillenglazen voor de volwassen (€ 2,29). Bij 300% vergoedt de mutuelle dus tot driemaal het basistarief. Ook de vergoedingen voor tandartshulp is laag. De tarieven voor prothesen zijn vrij en het ziekenfonds vergoedt 70% van de prijzen die op een lijst voorkomen. De tandarts moet altijd een devis leveren aan de patiënt dat moet worden goedgekeurd door het ziekenfonds. De tandarts vermeldt de tarieven per SPR gevolgd door een nummer. Een SPR vertegenwoordigt een waarde van € 2,15. Voorbeeld: een kroon is omschreven met SPR 50, de vergoeding is dan 70% van de basis van € 107,05 (50 x € 2,15). Een inlay is vaak SPR 57 en een brug van drie elementen SPR 130. Als de dentiste een kroon en inlay van € 1000 plaatst, vergoedt de Sécu slechts € 251,55 minus de ticket modérateur van 30% (€ 75,46). De uitkering bedraagt dan € 176,09. Je moet dus zelf € 823,91 betalen en een deel daarvan zien terug te krijgen van de aanvullende verzekering. Een eenvoudige aanvullende verzekering betaalt alleen het eigen risico van € 75,46. Bij medische behandelingen die duurder zijn dan € 91 moet de patiënt een eigen bijdrage betalen van € 18. Dit forfait zal niet worden gevraagd bij zwangerschappen, bedrijfsongevallen of langdurige ziekte (kanker, aids) en geldt evenmin voor verzekerden onder de CMU, bedoeld voor mensen met lage inkomens. Men ontvangt na het consult bij huisarts of specialist een door hem of haar (er zijn veel vrouwelijke huisartsen in Frankrijk) ingevuld en ondertekend bewijs voor de verzekering of het ziekenfonds, een zgn. feuille de soins, als men nog niet in het bezit is van de carte vitale of de dokter nog niet met de computer werkt. Sinds 2005 wordt bij de vergoeding van deze declaraties € 1 'eigen risico' niet meer vergoed. Bij vier maanden zwangere vrouwen en voor kinderen jonger dan 16 jaar is deze participation forfaitaire niet nodig. Informatie in detail is te vinden op de website van de gezamenlijke CPAM's. Wie het niet eens is met een besluit van de Franse zorgverzekeraar kan in beroep gaan en proberen de zaak in der minne te regelen door een brief te schrijven aan de Commission de recour amiable (Cra). Hoor je vervolgens niets of is het verzoek afgewezen, dan is nog beroep mogelijk de Tass, Tribunal des affaires de Sécurité Sociale.
Hulp bij bezoek aan Franse dokter De vier PDF-bestanden zijn te printen en kunnen vervolgens worden ingevuld. Reden van uw komst in het Frans Beantwoording medische vragen in het Nederlands Beantwoording medische vragen in het Frans
Links
Deze pagina is laatst gewijzigd op 21-05-2012 om 21:24.
|
Uit het forum: 'Mijn zoontje van negen maanden kreeg 'uit voorzorg' een antibioticakuur voorgeschreven. Uit voorzorg, omdat de arts niet goed in het oor kon kijken, en ja, je weet maar nooit dus antibiotica. Mijn vrouw heeft hem toen gevraagd of dat nou echt nodig was en de arts ging meteen op zijn achterste benen staan. Hij was toch arts, had hij niet al drie kinderen grootgebracht? We waren niet echt overtuigd van zijn 'argumenten' en zijn toen naar een KNO-arts gegaan die wel een diagnose kon stellen en tot de conclusie kwam dat er niets aan de hand was.' ‘Ik heb enige tijd geleden mijn tandarts in NL bezocht. Bij terugkomst in Frankrijk kreeg ik in eerste instantie geen vergoeding door CPAM en mutuelle. Ik had van te voren toestemming moeten vragen voor de behandelingen. Uiteindelijk is men toch tot vergoeding overgegaan. Voor het volgende bezoek heb ik toestemming aangevraagd. De dame van CPAM heeft het uitgezocht en wat blijkt: ik hoef geen toestemming aan te vragen voor een tandartsbezoek in NL. Voorwaarden zijn wel: een gespecificeerde rekening van de tandarts en een ingevuld formulier voor zorg in het buitenland (soins reçus à l'étranger, déclaration). Vergoeding vindt plaats op basis van de franse tarieven voor dezelfde behandeling.’ |