|
Kamervragen spoeddebat beantwoord
Beantwoording vragen gesteld tijdens spoeddebat over de opzegging van verzekeringen van Nederlanders in het buitenland.
Tijdens het spoeddebat op 6 december 2005 over de opzegging van verzekeringen van Nederlanders in het buitenland is een aantal vragen gesteld, waarvan ik heb toegezegd die schriftelijk te beantwoorden. De vragen waarop ik nu antwoord zijn de vragen van het Kamerlid Vendrik over grensarbeiders en van het Kamerlid Heemskerk over de Nederlandse topstudent in het Verenigd Koninkrijk en de Belgische student in Groningen. Voorts beantwoord ik de vraag van het Kamerlid Rouvoet over de strekking van EU-socialezekerheidsverordening 1408/71 (hierna de Verordening) in relatie tot dubbele premieheffing. Ook geef ik mijn reactie op de door de Kamer aangenomen motie van de leden Bakker, Smilde en Schippers over de mogelijkheid na te gaan kennis te bundelen in centraal informatiepunt is aangenomen. Tot slot heeft Kamerlid Schippers gevraagd naar de mogelijkheden van premiedifferentiatie.
Grensarbeiders Kamerlid Vendrik stelde dat grensarbeiders na de invoering van de Zorgverzekeringswet voor veel hogere AWBZ-kosten komen te staan. Ik zal aangeven in hoeverre er iets wijzigt door de invoering van de Zorgverzekeringswet in de situatie van de actieve en de gepensioneerde grensarbeider, die nu particulier verzekerd zijn. De grensarbeider, die in Nederland werkt en die in België of Duitsland woont, is ook nu al AWBZ-verzekerd en betaalt AWBZ-premie. Voor hem verandert dus alleen dat hij verzekeringsplichtig wordt voor de Zorgverzekeringswet. De gepensioneerde grensarbeider, die in Nederland woont en pensioen geniet uit Nederland en uit België of Duitsland en die particulier verzekerd is, is nu niet verzekerd voor de AWBZ. Omdat hij in Nederland niet ziekenfondsverzekerd is, is hij niet verzekerd onder het wettelijk stelsel van Nederland. Op grond van de aanwijsregels in de Verordening is hij dan ook niet AWBZ-verzekerd in Nederland. Hij heeft een verdragsrecht op zorg in Nederland ten laste van België of Duitsland. Hij betaalt daarvoor nu een bijdrage in België of Duitsland. Met de invoering van de Zorgverzekeringswet wijzigt zijn situatie. De Zorgverzekeringswet behoort voor toepassing van de Verordening tot het wettelijk stelsel van Nederland. Aangezien iedere ingezetene verzekeringsplichtig is voor de Zorgverzekeringswet en de gepensioneerde ingezetene is, is hij gebracht onder het wettelijk stelsel van Nederland. De Verordening bepaalt dat hij uitsluitend onderworpen is aan het wettelijk stelsel van het woonland, Nederland. Met ingang van 1 januari 2006 is hij verzekeringsplichtig voor de Zorgverzekeringswet en verzekerd voor de AWBZ. Hij betaalt voor beide verzekeringen premies in Nederland. Hij is daarmee in dezelfde positie gekomen als een gepensioneerde die niet als grensarbeider heeft gewerkt. Zijn verzekering in België of in Duitsland wordt beëindigd.
Studenten Het Kamerlid Heemskerk heeft gevraagd naar de verzekering van de Nederlandse topstudent in het Verenigd Koninkrijk en de Belgische student in Groningen. Dat is als volgt geregeld. Op basis van het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen blijft een student, die jonger is dan 30 jaar en die zich uitsluitend wegens studie in een ander land bevindt, verzekerd voor de Nederlandse volksverzekeringen. Met ingang van 1 januari 2006 is deze student dus verzekeringsplichitg voor de Zorgverzekeringswet en is hij ook verzekerd voor de AWBZ, zoals dat nu al het geval is. Op grond van de Verordening heeft hij in het Verenigd Koninkrijk ten laste van Nederland recht op zorg. De spiegelbeeldige situatie betreft de Belgische student, die in Groningen studeert. Deze student is uitgesloten van de Nederlandse volksverzekeringen. Hij is niet verzekeringsplichtig voor de Zorgverzekeringswet, noch verzekerd voor de AWBZ. Hij zal zich anderszins tegen ziektekosten moeten verzekeren.
De Verordening Naar voren is gebracht door Kamerlid Rouvoet of het in Europees verband mogelijk is dat er in twee landen premies betaald wordt ter zake van ziektekosten. Wanneer iemand in de Europese Unie banden heeft met twee of meer landen, die zouden kunnen leiden tot verzekeringsplicht in die landen bepaalt de Verordening aan welk wettelijk stelsel van welk land de betrokkene onderworpen is. Dubbele premieheffing ter zake van de ziektekosten is vanwege deze coördinatieverordening dus niet mogelijk. Wel zijn er in Europa landen die bepaalde vormen van zorg niet georganiseerd en gefinancierd hebben in de vorm van een verzekering, maar door middel van een voorziening. De financiering van die voorziening geschiedt uit de algemene middelen, die worden opgebracht door de heffing van belastingen. De belastingen in de Europese Unie zijn niet geharmoniseerd. Hierdoor kan het voorkomen dat iemand in het ene land onderworpen is aan de sociale verzekeringen en in het andere land onderworpen is aan de belastingheffing, waaruit de genoemde zorgvoorziening wordt gefinancierd. In Europees verband is er geen afstemming in de regelgeving betreffende de sociale zekerheid en de fiscaliteit.
Centraal Informatiepunt De motie van de leden Bakker, Smilde en Schippers is aangenomen (29689, nr. 41). In deze motie is bepaald dat het wenselijk is om in voorkomende gevallen informatie te bundelen en te komen tot bundeling van de expertise, die nu versnipperd bij de verschillende instanties aanwezig is. Voor Nederlanders die in het buitenland wonen of werkzaam zijn, wordt een informatie- en adviespunt bereikbaar. Zoals ik al tijdens het debat heb aangegeven is het gevraagde al gerealiseerd; dit is het Grensinfopunt. Hierin zijn onder meer vertegenwoordigd de Belastingsdienst, de Bureaus voor Belgische en Duitse Zaken, de Sociale Verzekeringsbank en het UWV. Normaliter verzorgen de Bureaus voor Belgische en Duitse Zaken de voorlichting over de ziektekostenverzekeringen op verzoek van het College voor zorgverzekeringen (CVZ). Via het Grensinfopunt worden vragenstellers direct doorverbonden met de betrokken organisatie. Nu in deze drukke periode voor de invoering van de Zorgverzekeringswet doet het CVZ zelf ook veel vragen af van grensarbeiders. Om naast het Grensinfopunt nog een expertisecentrum op te richten, lijkt me onwenselijk. Daardoor ontstaan er twee loketten. Dat maakt het er voor de gebruikers niet makkelijker of duidelijker op.
Premiedifferentiatie Kamerlid Schippers gaat er met haar vraag naar de mogelijkheden van premiedifferentiatie van uit dat de woonlandpakketten grote verschillen vertonen. Dit uitgangspunt klopt alleen voor zover er naar de AWBZ-zorg wordt gekeken. De aanspraken op zorg (de pakketten) omvatten in de regel in de diverse landen voor het tweede compartiment (de curatieve zorg) dezelfde zorg; zoals huisarts, medicijnen en ziekenhuiszorg. Hieruit vloeit voort dat voor een premiedifferentiatie naar woonland geen aanleiding kan zijn, omdat in een eerder stadium al rekening is gehouden met de AWBZ-zorg, die in de regel in het woonland niet in het pakket zit. Hiervoor is al een korting gegeven van 30 procent op de AWBZ-premievervangende bijdrage. Voor een verdere korting zie ik geen rechtvaardiging. Premiedifferentiatie zou tevens betekenen dat het CVZ permanent voor alle EU- en verdragslanden moeten bijhouden wat deel uitmaakt van het woonlandpakket, teneinde de premie te kunnen differentiëren. Bovendien gaat de vraag voorbij aan het feit dat bepaalde verstrekkingen niet in het woonlandpakket zitten, maar wel als voorziening beschikbaar zijn voor de verdragsgerechtigde in zijn woonland.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, H. Hoogervorst
Bijgaand treft u aan de voor het buitenland relevante antwoorden op de vragen van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport naar aanleiding van de derde voortgangsrapportage Zorgverzekeringswet (29 689, nr. 31).
Vragen CDA-fractie
Hoe is de precieze regeling voor Nederlanders die in het buitenland wonen en niet onder de Zvw vallen? Hoe worden zij geïnformeerd? Hoe kunnen mensen zich tegen het onterecht opzeggen van polissen verweren?
Zoals ik ook tijdens het spoeddebat op 6 december jongstleden heb opgemerkt, voorziet het overgangsrecht er in dat particuliere polissen vervallen voor zover er een dekking is krachtens de Zvw of krachtens verordening of verdrag. Het opzeggen van de polis door verzekeraars als daarover in de polis geen bepaling is opgenomen en zonder een redelijk alternatief te bieden, is in strijd met de goede trouw, redelijkheid en billijkheid.
Zorgverzekeraars Nederland (ZN) heeft laten weten dat de verzekeraars de betrokkenen een aanbod zullen doen, zo mogelijk voor het einde van deze maand. Wanneer dat niet lukt, blijft de bestaande verzekering doorlopen tot aan het nieuwe aanbod.
Voor degenen bij wie de polis overeenkomstig de bestaande polisvoorwaarden wel beëindigd kan worden en wordt, zijn er inmiddels initiatieven in de markt gezet voor het aanbieden van buitenlandpolissen.
De burgerlijke rechter is bevoegd van geschillen over onterechte beëindiging van polissen kennis te nemen en uitspraak te doen.
Hoe weet een verzekerde op welke zorg hij recht heeft wanneer hij in het buitenland verblijft? Zult u actieve stappen ondernemen om die informatie laagdrempelig toegankelijk te maken, inclusief informatie over hoe de betalingen van deze zorg invloed zullen hebben op de no-claim en het eigen risico, zeker daar waar landen zelf remgelden in rekening brengen?
Algemene informatie over de gevolgen van de invoering van de Zvw voor in het buitenland woonachtige Nederlanders is te vinden op de web-site www.denieuwezorgverzekering.nl.
Voor specifieke informatie over de vraag welk recht op zorg bestaat indien een verzekerde in het buitenland verblijft, dient de betrokkene zijn polis te raadplegen. De Zvw-polis biedt ook dekking in het buitenland. Bij tijdelijk verblijf kan het zinvol zijn een aanvullende reisverzekering te sluiten.
Een verzekerde die in het buitenland woont en tevens verdragsgerechtigd is, kan bij het orgaan van de woonplaats informeren op welke verstrekkingen men als verdragsgerechtigde recht heeft. Het CVZ heeft die informatie niet of in beperkte mate. In het geval tussen Nederland en het betreffende land is overeengekomen dat de kosten van zorg worden afgerekend op basis van werkelijke kosten (zoals ten aanzien van werknemers gebruikelijk is), worden deze kosten in de no-claim-teruggave/eigen risico betrokken.
Ik ga ervan uit dat de verzekeraars, net als dat bij in Nederland wonende Zvw-plichtigen het geval zal zijn, bij uitbrengen van hun polisaanbiedingen zullen ingaan op de no-claimteruggaveregeling en aspecten rond het vrijwillig eigen risico van de verzekering.
Zijn de achterstanden bij het CVZ over het informeren van Nederlanders in het buitenland inmiddels weggewerkt? Krijgt iedereen persoonlijk informatie en hoe worden betrokkenen op de Nederlandse Antillen en Curacao geïnformeerd?
Het CVZ heeft opdracht gekregen om iedereen die in een EU/EER-lidstaat of verdragsland woont, en van wie het CVZ een adres heeft gekregen via levering van adressenbestanden van de SVB, het UVW en pensioenfondsen, individueel te informeren. Dat is vanaf medio september in een aantal “tranches” gedaan door middel van een brief en een brochure. Dat heeft geleid tot een groot aantal telefoontjes en e-mails. Door middel van nadere instructie aan Postbus 51 medewerkers en inzet van het eigen personeel worden deze vragen zo snel mogelijk beantwoord.
De opdracht geldt niet voor niet-verdragslanden (waartoe ook de Antillen en Curaçao worden gerekend), omdat voor die mensen de Zvw geen verandering brengt. Krachtens overgangsrecht vervallen de huidige particuliere verzekeringen immers alleen voor zover er aanspraken op grond van de Zvw of verdragsaanspraken bestaan.
Het is aan de particuliere verzekeraars om hun verzekerden ook in niet-verdragslanden te informeren over wat er komen gaat.
Vragen PvdA-fractie
Waarom krijgen alle buitenlandse verzekerden wel hun no-claim van 255 euro terug? Op basis van welke wet- en regelgeving is dit besloten? Wat zijn de budgettaire consequenties van deze regeling? Welke gevolgen kunnen optreden voor de no-claimteruggave van binnenlandse verzekerden?
Uitgangspunt bij de no-claimteruggave (artikel 22 Zvw) is dat als de kosten van verleende zorg bekend zijn, deze bij de vaststelling van de teruggave worden meegenomen. Dit geldt op grond van artikel 69, tweede lid, van de Zvw ook voor verdragsgerechtigden in het buitenland.
Bij verdragsgerechtigde gepensioneerden en hun gezinsleden worden de kosten van medische zorg op grond van de verordening tussen de lidstaten in de regel op basis van vaste bedragen onderling verrekend. Die vaste bedragen zijn gebaseerd op de gemiddelde kosten per verzekerde in de betreffende verdragsstaat en hebben geen betrekking op werkelijk door de betreffende verdragsgerechtigde gemaakte kosten. Die werkelijk gemaakte kosten zijn niet bekend in Nederland. Daarom kan in die gevallen de zorgconsumptie niet in mindering worden gebracht op de € 255.
In situaties dat er wel een rekening wordt ontvangen voor ingeroepen zorg in het buitenland (zoals bij werknemers gebruikelijk is), wordt dit gewoon verrekend met de no-claimteruggave.
Wat de budgettaire gevolgen zijn van het aan de betrokkenen uitkeren van de volledige no-claimteruggave en daarmee geen rekening te houden met hun zorgconsumptie, is niet precies aan te geven. De no-claimteruggave die deze betrokkenen totaal krijgen betreft slechts enkele miljoenen euro’s. Bekend is wel dat de kosten van het eventueel in aanmerking brengen van gemaakte zorgkosten bij de vaststelling van de no-claimteruggave voor deze groep tenminste in dezelfde orde van grootte zullen liggen.
Omdat de no-claimteruggave van verdragsgerechtigden buiten de zorgverzekeraars om loopt, zijn er geen gevolgen voor de no-claimteruggave van verzekerden in Nederland.
Omdat de no-claimteruggave van verdragsgerechtigden buiten de zorgverzekeraars om loopt, zijn er geen gevolgen voor de no-claimteruggave van verzekerden in Nederland.
Heeft u indicaties dat veel Nederlandse verzekerden uit EU-landen zullen terugkeren? Over welke aantallen spreken we eigenlijk in de grootste EU-landen? Zijn dat overwegend ziekenfonds of wel particulier verzekerden? Voor welke van deze twee groepen zijn de financiële consequenties van de nieuwe basisverzekering en de verplichte AWBZ-premie het grootst?
Keren er inderdaad Nederlandse huisartsen terug uit Spanje (FD: 21/11/2005)? Zijn daar veel huisartsen gevestigd? Klopt het dat in de meeste Spaanse autonome regio’s er überhaupt geen AWBZ-zorg bestaat?
Ik heb signalen gekregen dat een aantal gepensioneerden overweegt naar Nederland terug te komen met het oog op de aanspraken uit de AWBZ-verzekering. Ik beschik niet over gegevens betreffende aantallen/aard van de huidige verzekering.
In zijn algemeenheid kan worden gezegd dat ziekenfondsverzekerden in financieel opzicht de minste consequenties zullen ondervinden; zij zijn het gewend om Ziekenfonds- en AWBZ-premie te betalen. De AWBZ-premie zal overigens met 30% worden verminderd.
De huidige particulier verzekerden die niet vrijwillig AWBZ verzekerd zijn, zullen wel met financiële consequenties te maken krijgen. Zij gaan ook inkomensafhankelijke bijdrage en AWBZ-bijdrage betalen. Hier staat tegenover dat zij bij terugkeer naar Nederland niet te maken zullen krijgen met een wachttijd voor de intramurale AWBZ-verstrekkingen. Dat is nu wel het geval. De wachttijd bedraagt één maand voor elk jaar dat men niet AWBZ-verzekerd is geweest met een maximum van 12 maanden.
Ik heb geen signalen gekregen van terugkerende Nederlandse huisartsen; evenmin heb ik gegevens over in Spanje gevestigde huisartsen.
In de MISSOC-uitgave (Mutual Informationsystem on social protection) 2004 van de Europese Commissie staat voor Spanje ten aanzien van thuiszorg, “semi-stationary care” en verpleeghuiszorg vermeld dat deze in het kader van de sociale ziektekostenverzekering worden verleend aan gepensioneerden, gehandicapten en invaliden, terwijl farmaceutische zorg gratis is.
Wat betreft de informatie over de geografische verdeling van deze voorzieningen verwijs ik naar de internationale vergelijking van langdurige zorg die ECORYS-NEI in februari 2004 uitbracht. Hieruit blijkt dat langdurige zorg een onderdeel is van het "meer algemeen concept van persoonlijke sociale diensten (PSS)". In een proces van decentralisatie is Spanje opgedeeld in zeventien autonome regio's. De regio's maken met betrekking tot de langdurige zorg hun eigen wetten en regelingen, echter nog wel binnen het kader van het breder begrip PPS. Het kan voorkomen dat regelingen van stad tot stad variëren. In ieder geval kennen sommige regio's een uitkering ten behoeve van thuiszorg, of een ouderenbijslag als een familie zorgt voor een ouder persoon. De uitvoering ligt bij regionale en lokale autoriteiten, en een "recht op zorg" ontbreekt omdat de diensten buiten het concept van medische zorg vallen. Het zorgaanbod bestaat echter wel uit een breed spectrum van diensten; denk aan thuiszorg, dagverzorging, verpleeg- en verzorgingshuizen en (zeer beperkt) aanleunwoningen.
Vragen VVD-fractie
In het buitenland wonende Nederlanders hebben voor het inroepen van extramurale zorg in Nederland volgens de uitspraak van het Europese hof in de zaak Müller-Fauré geen toestemming nodig van hun verzekeraar. Heeft invoering van de nieuwe Zorgverzekeringswet gevolgen voor het inroepen van extramurale zorg in Nederland voor in het buitenland wonende Nederlanders? Zo ja, op welke manier? Zo neen, blijft voor deze mensen extramurale zorg in Nederland, zonder toestemming van hun verzekeraar, mogelijk?
Nee, de Zvw verandert niets aan de consequenties van de genoemde Hofjurisprudentie. Het inroepen van extramurale zorg in Nederland blijft mogelijk, maar de verdragsgerechtigde die dat doet loopt de kans dat hij de kosten vergoed krijgt volgens de tarieven van zijn woonland (conform het arrest Van Braeckel). Dat land betaalt, in het geval de kosten van verleende zorg in het woonland worden afgerekend op basis van gemiddelde kosten, op grond van Verordening 574/72, de kosten van zorg die in Nederland wordt verleend.
Binnen de EU zijn er grote verschillen tussen de woonlandenpakketten. Het woonlandenpakket in Duitsland is bijvoorbeeld veel omvangrijker dan in België. Is differentiatie in premie naar woonland mogelijk? Zo ja, op welke wijze? Zo neen, waarom niet, mede met het oog op de beantwoording van de vragen door de Europese Commissie op de vragen van Europarlementariër Mw. Oomen (E-3415/05)?
De Verordening 1408/71 voorziet niet in een premiedifferentiatie naar woonland. De Verordening gaat ervan uit dat premie wordt betaald overeenkomstig de wetgeving van het land dat de kosten van verleende zorg moet betalen. De uitvoeringsorganisatie is namelijk alleen bekend met de eigen premiebepalingen en niet met die van de andere 24 lidstaten.
Voor AWBZ-zorg in het buitenland is een overgangsmaatregel gecreëerd waardoor mensen die nu op grond van de AWBZ zorg ontvangen deze zorg of daaruit voortvloeiende zorg kunnen voortzetten ten laste van de AWBZ. Is een dergelijke overgangsregeling ook mogelijk voor mensen die nu in het woonland langdurig zorg ontvangen ten laste van zijn huidige particuliere ziektekostenverzekering? Kan bijvoorbeeld een kankerpatiënt in het buitenland zijn lopende behandeling bij zijn specialist voortzetten, ondanks de wijziging in zijn verzekeringssituatie? Oftewel, is voor in het buitenland wonende Nederlanders ook een overgangstermijn mogelijk voor lopende behandelingen die vallen onder de zorgverzekeringswet? Zo ja, op welke manier? Zo neen, waarom niet?
Een lopende behandeling kan altijd worden voortgezet. Indien deze valt onder het woonlandpakket kan het voorkomen dat een andere arts dan de huidige de behandeling voortzet. Valt de behandeling onder het woonlandpakket, dan zal deze in beginsel in het woonland moeten plaatsvinden. Het woonland kan toestemming geven voor voortzetting van de behandeling in Nederland. De betrokkene kan in geval van extra-murale zorg ook zonder toestemming de behandeling in Nederland voortzetten, maar loopt dan de kans niet alle zorg vergoed te krijgen (zie ook het antwoord op vraag 40).
Gelet op de toezeggingen die door de particuliere verzekeraars zijn gedaan in het kader van de voortzetting van de particuliere verzekeringen, ga ik ervan uit dat een lopende behandeling indien nodig en voor zover deze niet voor vergoeding in aanmerking komt volgens het woonlandpakket, in redelijkheid ten laste van de particuliere verzekering kan worden gebracht.
Kan de Kamer inzicht krijgen in de cijfers van het CVZ over de inkomsten van het CVZ (bijdragen van alle in het buitenland wonende Nederlanders) en de uitgaven (werkelijke kosten) aan zorg voor Nederlanders in het buitenland in dat zelfde jaar? Zijn deze cijfers te splitsen naar woonland?
Het CVZ ontvangt nu nog geen bijdragen voor de huidige verdragsverzekerden. De premies voor de Ziekenfondswet en de AWBZ worden ingehouden door de werkgevers/uitkerings- pensioeninstanties en in de desbetreffende fondsen gestort.
Het CVZ betaalt voor in Nederland werkende werknemers en hun gezinsleden die in het buitenland wonen doorgaans de werkelijke kosten aan het buitenland (behalve in relatie België en Duitsland: nu gemiddelde kosten), terwijl voor gepensioneerden en hun gezinsleden wordt afgerekend op basis van gemiddelde kosten. De kosten worden door afzonderlijke woonlanden in rekening gebracht.
Bijlage 1 bevat een overzicht van de door het CVZ per persoon betaalde kosten aan EU/EER-landen en Zwitserland. Voor een uitvoerige informatie over betalingen naar en ontvangsten uit het buitenland moge ik u kortheidshalve verwijzen naar de site van het CVZ: www.cvz.nl. (Cijfers en publicaties/overige uitgaven/internationaal verbindingsorgaan 2003).
Uit de vele brieven die de VVD-fractie ontvangt van bezorgde Nederlanders in het buitenland blijkt dat er stappen worden gezet om een kort geding aan te spannen tegen de Nederlandse Staat om de invoering van de Zorgverzekeringswet voor in het buitenland wonende Nederlanders te stuiten. Hoe waarschijnlijk is het dat de invoering van de zorgverzekeringswet voor Nederlanders woonachtig in het buitenland wordt uitgesteld? Als dit waarschijnlijk is, tot wanneer kan de invoering voor deze groep worden gestuit?
Ik acht het niet waarschijnlijk dat de invoering van de Zvw wordt gestuit. Daarnaast wil ik graag op het volgende wijzen. De Zvw is een sociale verzekering. Zodra de Zvw in werking treedt, is ook de Verordening, respectievelijk het sociale zekerheidsverdrag van toepassing. Als gevolg hiervan worden Nederlanders die in een Verdrags- of Verordeningsland wonen verdragsgerechtigd én premieplichtig. Dit bekent dat de invoering van de Zvw niet voor bepaalde groepen kan worden uitgesteld.
Op welke manier wordt de voorlichting aan mensen die in het buitenland wonen geïntensiveerd?
De voorlichting aan mensen in het buitenland is op de volgende wijze vormgegeven. Iedereen die in een Verdrags- of Verordeningsland woont, heeft persoonlijk van het CVZ bericht gekregen over de op handen zijnde veranderingen. Het CVZ zal de betrokkenen deze maand hierover nogmaals informeren. Daarnaast hebben de Nederlandse ambassades in het buitenland een brief gekregen waarin en waarbij handvatten voor de beantwoording van vragen zijn gegeven (te weten de toezending van de ook aan uw Kamer gezonden brochure ‘Zorgverzekeringen in Nederland’ en een verwijzing naar relevante info-websites).
Als gevolg van de problemen bij de informatievoorziening voor mensen woonachtig in het buitenland dreigen minder assertieve gepensioneerden tussen de wal en het schip te vallen. In hoeverre verwacht de minister dat deze mensen na 1 januari onverzekerd raken? Wat gaat de minister concreet doen om het aantal mensen zo klein mogelijk te houden? Is de minister voornemens deze mensen tegemoet te komen bijvoorbeeld door coulance te betrachten ten aanzien van de boete van het CVZ?
Het CVZ gaat over tot ambtshalve inschrijving van het bestand huidige ziekenfondsverzekerden. Daarnaast gaat het CVZ over tot ambtshalve inschrijving van mensen met een Nederlands pensioen die niet hebben gereageerd of niet hebben aangegeven dat zij een pensioen uit het woonland krijgen.
Inmiddels heeft het CVZ ongeveer 20.000 formulieren verzonden. De resterende formulieren worden in de loop van deze maand toegezonden. Mocht men voor 1 januari 2006 geen formulier hebben ontvangen, dan kan de betrokkene zich wenden tot het uitvoeringsorgaan (plaatselijke ziekenfonds) van de verzekering in het woonland en verzoeken om bij het CVZ een formulier E-121 aan te vragen en op basis van dit verzoek over te gaan tot voorlopige inschrijving. Deze mensen hebben met ingang van de dag van het ontstaan van het recht op woonlandzorg ook recht op die zorg respectievelijk op vergoeding van de kosten daarvan door het orgaan van de woonplaats.
Mensen die zich niet-verwijtbaar niet op tijd hebben kunnen inschrijven zijn uiteraard geen boete verschuldigd.
Hoe worden personen die in het buitenland wonen gewezen op de mogelijkheid van het ontvangen van een zorgtoeslag? Op de websites www.toeslagen.nl en www.denieuwezorgverzekering.nl is extra aandacht besteed aan het ontvangen van zorgtoeslag voor personen in het buitenland. Hierbij wordt duidelijk het telefoonnummer van de BelastingTelefoon Buitenland gecommuniceerd. Ook heeft het CVZ een informatiebrochure verzonden aan alle personen in het buitenland die bij het college bekend zijn. In deze brochure is gewezen op het aanvragen zorgtoeslag. Tevens heeft het CVZ informatiebijeenkomsten verzorgd in Spanje en Portugal. De Belastingdienst/Toeslagen is hier bij aangesloten om uitleg te geven over de (aanvraag) zorgtoeslag. Daarnaast heeft de Belastingdienst/Toeslagen de Belgische vakbonden voorgelicht over de aanvraag zorgtoeslag voor niet-ingezetenen. Met deze informatie hebben de Belgische vakbonden grensarbeiders geïnformeerd bij diverse bijeenkomsten in de Nederlands-Belgische grensstreek.
Print dit artikel
|