Kleine pensioentrekkers hebben het moeilijk
In een jaar tijd zijn de prijzen met 2,8% gestegen en vergen de eigen kosten van de medische verzorging 50 extra. Maar de pensioenuitkeringen voor de laagst betaalden zijn met 1,1% omhoog gegaan. Deze ontwikkeling treft de genieters van kleine pensioentjes extra hard. Donderdag gaan deze gedupeerden in Parijs de straat op om aandacht voor hun zaak te vragen. De overheid hanteert bij de herwaardering van de pensioenen een typische rekenmethode. Verhogingen worden berekend per 1 januari van elk jaar op basis van de inflatie van het afgelopen jaar en de vooruitzichten voor het komende jaar. In 2007 was de verhoging van de pensioenen 1,8% bij een inflatie van 1,3%. Het verschil van 0,5% moet dan worden afgetrokken van de verwachte inflatie voor 2008 van 1,6%, dus 1,1% vanaf 1 januari van dit jaar. De minister van Sociale Zaken heeft inmiddels toegezegd dat hij aan een aanpassing wil denken, zonder daarbij te wachten op de rekendatum van 1 januari 2009. Het gaat om 13,5 miljoen gepensioneerden die een gemiddeld maandinkomen hebben van 1512; 17% van hen ontvangt maandelijks een pensioen van minder dan 600. Vooral de verschillen tussen mannen en vrouwen hierbij is groot: de mannen ontvangen gemiddeld 1636 en de vrouwen 1020. De lage pensioentjes zijn vooral te vinden onder oude landbouwers, seizoenwerkers en buitenlandse arbeidskrachten. Het basisminimum voor ouderdomspensioenen van 628,10 ligt iets onder de armoedegrens, maar is net weer te hoog om in aanmerking te komen voor de gratis aanvullende verzekering van de CMU (couverture maladie universelle). Daarom moet dat minimum de komende 5 jaar met 25% omhoog, hetgeen de schatkist 2,45 miljard gaat kosten. De financiering zal vooral moeten komen uit de sociale premie van de CSG. (04.03.08)
Print dit artikel
|