|
|
Pétanque Het woord komt van 'pieds-tanques', de voeten tegen elkaar aan. Zo wordt het spel ook gespeeld op de lommerrijke dorpspleinen, meestal door mannen. Het spel met de metalen ballen komt uit Zuid-Frankrijk en wordt daar dan ook nog naar hartelust beoefend. Iedereen kan het leren, dus ook de Nederlanders die op de camping of op het speelveldje of marktplein in zijn nieuwe woonomgeving een balletje willen gooien. Het is een ontspannen manier om de mensen beter te leren kennen. Wie het spel onder de knie heeft gekregen kan ook meedoen aan toernooien. Men moet dan wel lid zijn van een club. Dat kleine houten balletje heet een but (zeg buut) of cochonette. Het is de bedoeling dat vanuit de werpcirkel met de metalen ballen zo dicht mogelijk tegen die but wordt gegooid. Het spel wordt met twee teams gespeeld, meestal bestaande uit twee of drie personen (doublettes of triplettes). Met twee personen speelt men met drie ballen en met drie personen met twee. De teams gooien niet om beurt, maar het team waarvan de boule het verst van de but verwijderd is gooit net zolang door tot er een dichterbij ligt dat de dichtstbijzijnde van de andere partij. De punten: een punt per bal van hetzelfde team die het dichtst bij de but ligt. Winnaar is het team dat het eerst 13 punten heeft behaald.
Hengelen en jagen
Vaarbewijs
Frankrijk beroemt zich erop te beschikken over het grootste bevaarbare netwerk in Europa aan kanalen en rivieren. Pleziervaart is mogelijk op de in totaal 8500 km. bevaarbare rivieren en stromen. Het gaat allemaal niet zo snel, wegens het zeer grote aantal - gratis - sluizen. Deze zijn meestal geopend van negen uur 's morgens tot zes uur 's avonds en niet altijd op feestdagen. Bijzonder is het Canal du Midi, behorend tot de wereldmonumenten. Dit 240 kilometer lange kanaal verbindt Toulouse met de Middellandse Zee. Van half maart tot begin november kan het kanaal worden bevaren (1 mei, 14 juli en 1 november gesloten). Informatie op www.canalmidi.com. Ook in Frankrijk is voor grotere plezierboten een vaarbewijs nodig. Met ingang van 2008 is de regelgeving rond het Franse vaarbewijs aanzienlijk vereenvoudigd. Bij een plezierboot met een motorvermogen dat lager is dat 4,5 kW (6 pk) is geen vergunning of vaarbewijs nodig. De talrijke varianten van vaarbewijs voor kust- en binnenwateren zijn teruggebracht tot twee voor elke categorie. Op zee: vergunning tot 6 mijl (permis mer côtier, was 5 mijl) en vergunning zonder beperking (permis mer hauturier). Binnenwateren: vergunning voor boten tot 20 meter lengte (certificat 'S') en vergunning zonder beperking (certificat 'PP'). Voor zeilboten, ook al zijn deze voorzien van een motor, zijn geen papieren nodig. Om een vaarbewijs te verkrijgen zal men bij een van de 500 zeil- en vaarscholen een examen moeten afleggen. Kosten circa € 500. Frankrijk heeft zich nog niet aangepast aan de Europese wens om tot één vaarbewijs te komen, het ICC International Certificate of Competence. Het Watersportverbond in Nederland raadt aan om voor het varen in Frankrijk een getuigschrift aan te vragen bij de bond (info@watersportverbond.nl). Ook de Franse fiscus houdt zich met de pleziervaart bezig, blijkens de wat strenge mededeling op de Nederlandstalige website van de Franse ambassade in Den Haag: ‘Tot een periode van een jaar kunt u met uw boot in Frankrijk verblijven zonder dat u belasting hoeft te betalen. Daarna bent u BTW over de waarde van uw boot verschuldigd.’ En: ‘Wanneer u zes maanden of langer verblijft in een en dezelfde Franse haven, bent u verplicht tegen betaling een paspoort voor uw boot aan te vragen bij de douane.’ Ten slotte nog: ‘U kunt de brandstof waarmee u in Frankrijk bent aangekomen volledig verbruiken. Daarna dient u Franse brandstof te gebruiken.' Op de website van de FNBE (Fédération nationale des bateaux-écoles) is nadere informatie over de opleidingen en examens te vinden. Telefoon 02 40 82 21 69, fax 02 40 82 58 90. Er is voorts nog het Bureau de la plaisance et des activités nautiques, 3, Place de Fontenoy, 75007 Paris, telefoon 01 44 49 80 00.
Bridgen op z'n Frans Hieronder de meest gebruikte termen: klaver = trèfle Aas As, Heer Roi, Vrouw Dame, Boer Valet
Golfen in Frankrijk
Het land is ruim bedeeld met golfbanen: 360.000 personen met een licentie en een simpele vorm van een golfvaardigheidsbewijs, kunnen terecht op de 523 bij de Franse golffederatie aangesloten parcoursen en nog eens 637 toegelaten terreinen. De banen zijn te vinden nabij de grote steden, aan de kusten, midden in het land en in de bergstreken. Daarnaast zijn de 'compacts' in opmars, kleine terreinen bij grotere plaatsen (Golf Compact Urbain) waarop tegen lage kosten (€ 10 tot € 15 greenfee) kan worden goefend. Golf is na tennis, judo, paardrijden en 'jeu de boules' de meest beoefende amateursport in Frankrijk. De gemiddelde handicap van de golfende Fransman of -vrouw is 26,9. De Franse organisatie ffgolf (Fédération Française de Golf) is te vinden op internet. Een handig zoekprogramma biedt de mogelijkheid om snel een baan te vinden en zijn faciliteiten te kennen. Op deze website kan iedereeen met een licentie zijn eigen golfhistorie nazien (handicap, prestaties competitie e.d.), uniek voor Europa. Ook is via SMS (op nummer 20220 'golf') de eigen index te raadplegen. Wie in Frankrijk wil beginnen met golfen (jouer au golf) zoekt een baan in zijn omgeving en zoekt contact met een leraar, een pro. Na het volgen van een aantal lessen (afslaan, putten, parcours lopen) beslist de pro of men in aanmerking kan komen voor een licentie. Men betaalt daarvoor € 46. Een aansprakelijkheidsverzekering is daarbij inbegrepen. De licenties worden door de federatie geadministreerd en zijn op internet verder te volgen. Wie als amateurgolfer op andere Franse banen (parcours) wil spelen of wie aan zijn eerste handicap wil werken, zal een Carte verte nodig hebben, zeg een soort golfvaardigheidsbewijs. Het bezit van de kaart betekent dat de golfer in staat is om zelfstandig een parcours te lopen, dat hij de belangrijkste regelt kent en ook op de hoogte is van de etiquette. Een Carte verte zal in de regel wordt uitgereikt als ten minste vijf maal een parcours van 9 holes is gelopen en wanneer de pro een verklaring heeft afgegeven. Men moet eerst een licentie hebben, pas daarna kan aan de Carte verte worden gewerkt. In een slottest moet de beginnende golfer laten zien wat hij heeft geleeerd. Over drie holes mag hij of zij niet meer dan 7 keer zondigen tegen de gedragsregels, waaronder 1 tegen de regels van de veiligheid. De club reikt de Carte verte uit in de vorm van een sticker die op de licentiekaart wordt geplakt. Deze Franse variant van het GVB, wat gemakkelijker te verwerven dan het vaak gevreesde examen voor het GVB, is ook geldig bij een bezoek aan Nederland. De Nederlandse Golffederatie (NGF) geeft hierover de volgende informatie: De Carte verte is gelijk te stellen met het Nederlands golfvaardigheidsbewijs. Op het Franse kaartje moet een zilveren sticker zijn bevestigd met daarop vermeld de tekst CARTE VERTE en het jaartal of de vermelding 'Carte verte obtenue' met datum en jaartal. Wat betreft het spelen op Nederlandse banen met een Carte verte geldt dat de club of exploitant van een baan vrij is het eigen toelatingsbeleid te bepalen (bijvoorbeeld wanneer als minimumeis wordt gesteld het bezit van een bepaalde handicap). Een Carte verte kan in Nederland omgeruild worden voor een GVB, als a. een Nederlander zich definitief in Nederland vestigt en uitsluitend domicilie in Nederland heeft; b. de in Frankrijk door een in Nederland woonachtige golfer behaalde Carte verte niet langer dan vijf jaar is verlopen. De NGF vereist bij het omruilen dat het originele buitenlandse kaartje wordt ingeleverd bij de aanvraag voor een Nederlands GVB.
Links
Deze pagina is laatst gewijzigd op 10-06-2010 om 16:18.
|
|