|
|
Gezondheidszorg Frankrijk - Nederland
Nederland bovenaan in EU-gezondheidszorg, Frankrijk gedaald
Nederland heeft, (opnieuw, na drie jaar), het meest consumentvriendelijke gezondheidssysteem in Europa. Dit blijkt uit de Euro Health Consumer Index (EHCI) van 2008. De winnaar van 2005 herwint zijn positie na in 2006 en in 2007 op de tweede plaats te zijn geëindigd. In de Euro Health Consumer Index, een jaarlijks onderzoek naar de gezondheidszorg in Europa, voert Nederland met zijn gezondheidssysteem de lijst van 31 landen aan, gevolgd door Denemarken en Oostenrijk. In zes categorieën, goed voor 34 prestatie-indicatoren, behaalt Nederland 839 punten op een totaal van 1000. 'Al sinds we de gezondheidszorg in Europa zijn gaan meten, behoorde Nederland tot de top van de ranglijsten. Dit jaar wint Nederland met een tot nu toe ongekende voorsprong op de tweede plaats,' aldus dr. Arne Björnberg, onderzoeksdirecteur van de Euro Health Consumer Index. 'Nederland is de absolute winnaar op het gebied van aanbod en dekking van diensten, waaruit blijkt dat de recente herziening van de gezondheidszorg lijkt te werken,' zo concludeert hij. Wat kan er nog meer worden gedaan in Nederland? 'Zelfs bij kampioenen is er ruimte voor verbetering. Ons advies luidt: werk de wachttijden weg en geef patiënten meer keuzevrijheid. Dit kan worden bereikt door patiënten direct toegang te geven tot specialisten,' zegt de president van Health Consumer Powerhouse, de heer Johan Hjertqvist, die de resultaten van de Index voor Nederland analyseerde.
Uit de analyse van de Franse situatie blijkt dat de klassering van het gezondheidszorgsysteem is gedaald tot iets boven het Europese gemiddelde. Frankrijk komt nu niet verder dan een tiende plaats en haalt niet meer dan 695 punten. De onderzoekers verklaren de daling uit een zorgwekkende ontwikkeling van de kostbare beloning aan de artsen/specialisten, waarbij evenals in andere zes westerse landen, steeds meer 'onder de tafel' moet worden betaald. Ook het voortdurend verhogen van de prijs van geneesmiddelen om daarmee het gebruik af te remmen, biedt geen oplossing. Het betekent slechts een verschuiving van de kosten die uiteindelijk leidt tot hogere kosten voor patiënt en gezondheidszorg. Vroegtijdige behandeling is verre te verkiezen boven het overvloedig beschikbaar stellen van medicijnen. Volgens dr. Björnberg moet Frankrijk spoed maken met het instellen van elektronische medische dossiers, een kwestie die ook in Nederland de gemoederen bezighoudt. Ook het lastiger maken om een specialist te bezoeken - sinds 2006 moet daarvoor een verwijzing nodig zijn - heeft niet geleid tot besparingen en slechts de gang naar een specialist verkleind. En volgens onderzoeker Hjertqvist beginnen de wachtlijsten in Frankrijk steeds langer te worden.
De Euro Health Consumer Index is de jaarlijkse ranglijst van de nationale Europese gezondheidszorgsystemen en wordt opgesteld aan de hand van zes domeinen die centraal staan voor de consument: rechten en voorlichting van de patiënt, e-health, wachttijd voor de behandeling, resultaten, aanbod en dekking van diensten en farmaceutica. 31 landen worden behandeld. EHCI is voor het eerst gepubliceerd in 2005 en is gebaseerd op openbare statistieken en onafhankelijk onderzoek. Voor meer informatie en het verklarende rapport: www.healthpowerhouse.com/archives/cat_media_room.html
Volgens de in Frankrijk werkzame Nederlandse (bedrijfs)arts Steven Verbeek is het merkwaardig dat ondanks de verschillen in rangorde de uitgaven per hoofd van de bevolking in Nederland en Frankrijk nauwelijks verschillen. 'In Frankrijk springt de Staat veel meer bij als het om de kosten van de gezondheidszorg gaat en zijn de eigen bijdragen (ziektekostenverzekering, medicijnen) van de inwoners lager. Er zijn relatief veel meer artsen in Frankrijk dan in Nederland maar ze verdienen ook minder. In Frankrijk worden weer veel meer geneesmiddelen uitgegeven, maar zijn ze ook weer goedkoper.' Verbeek volgt de ontwikkelingen in Nederland nog en daarbij vallen hem 'een ongelooflijke bureaucratisering, protocolisering en veranderingsdrang op. Is het even rustig, gaat alles weer op de schop.' Hij begrijpt niet goed waarom, anders dan in Frankrijk, de Nederlanders niet alle medische uitslagen meekrijgen. 'Ik begin bijna te denken dat Dietse Dokters deze als hun intellectueel eigendom beschouwen, terwijl Gallische Genezers helemaal niet zitten te wachten op zoveel papier in hun administratie.' Vergelijkingen roepen bij dokter Verbeek steeds weer gemengde gevoelens op. 'Waar ik nog het meest mee blijf zitten is dat zowel Fransen als Nederlanders nauwelijks over de grenzen kijken naar ervaringen in andere landen. Wel als het gaat om wetenschappelijk onderzoek, maar niet over organisatie van zorg.'
Kinderarts Ingrid Prins, wonend in het zuidwesten van Frankrijk, meent dat het elektronisch patiëntendossier een uitkomst kan zijn en vraagt zich af welke rol de bestaande Carte Vitale daarbij gaat spelen en hoe de voorschrijvingen en uitslagen daarop vermeld gaan worden. 'Ik sta er iedere keer weer versteld van hoe handig het is dat de patiënt zelf beheerder is van zijn eigen dossier. Nooit foto's kwijt, altijd labuitslagen bij de hand, alle brieven van andere specialisten die vergeten te informeren. Dat was tijdens mijn verblijf in Nederland echt wel anders. Ik heb ook het idee dat de patiënt zich hier meer verantwoordelijk voelt voor zijn ziekteproces, in ieder geval voor de logistieke gang, en minder afwachtend is.'
Hieronder gaat Ingrid Prins dieper in op de beoordelingscriteria van het onderzoek en op de verschillen in uitkomsten tussen Nederland en Frankrijk. Steven Verbeek levert hier en daar commentaar uit zijn Franse praktijkervaring.
Patiëntenrechten en informatie
Ingrid Prins: Frankrijk scoort iets minder en dat zou liggen aan de toegang tot het medisch dossier, geen 24-uurs telefonische bereikbaarheid voor medische vragen zoals bijvoorbeeld een huisartsendienst en geen betrokkenheid van patiëntenorganisaties in besluitvorming. In principe heeft iedereen in Frankrijk recht op inzage in zijn eigen dossier. Een brief gericht aan de directeur, en een kopie worden opgestuurd tegen een geringe vergoeding. Inderdaad is de telefonische bereikbaarheid in avond en nacht niet altijd goed geregeld. Het verschilt per departement. De prefect is daar verantwoordelijk voor. Er zijn departementen waar geen huisarts telefonisch beschikbaar is en de bewoners direct de 15 kunnen bellen voor een advies of hulp. De vraag wordt veelal door een arts beantwoord en deze beslist of telefonisch advies voldoende is of dat de patiënt gezien moet worden door de huisarts in de regio of op de eerste hulp. De minister van volksgezondheid, Roselyne Bachelot, heeft de 'permanence des soins' wel als speerpunt in haar programma.
Steven Verbeek: 'in de Pays Nordiques wordt dit erg belangrijk gevonden. Volgens mij niet in Frankrijk. In de zes jaar na de Loi Kouchner heb ik welgeteld drie aanvragen gehad van inzage of kopie van een dossier. En mijn populatie telt 3000 cliënten, 1 promille dus.'
Elektronisch dossier
Ingrid: Nederland heeft hiermee een voorsprong behaald. In beide landen bestaat geen top-20 van ziekenhuizen en medisch specialisten. Wel hebben beide landen de consumenten Top-20 die door Elsevier en L’Express wordt gepubliceerd. Nederland scoort hoog op het elektronisch patiëntendossier, elektronisch versturen van recepten naar de apotheek en uitwisseling van medische gegevens tussen ziekenhuizen. In Frankrijk is het mondjesmaat. Veelal hebben de vrij gevestigde specialisten een elektronische verbinding met laboratoria. In enkele departementen is men al begonnen met het uitbreiden van de Carte Vitale waarbij de prescripties, uitslagen en diagnosen vermeld staan. Dit alles met instemming van de paitënt. Aangezien de Carte Vitale een landelijke kaart is voor de basisverzekering, zal een complete invoering een zeer grote impact hebben, meer nog dan wat in Nederland tot nu toe is ingevoerd. Maar het zal nog een paar jaar duren. On-line transfer van onderzoeksuitslagen tussen publieke ziekenhuizen is nog niet doorgevoerd. Wel verwacht ik dat met de nieuwe wet van Bachelot en de vervanging van de ARH (agence regionale de l’hospitalisation) door een ARS (agence regionale de la santé), de kloof tussen en ville en public kleiner gaat worden en gemakkelijker elektronische uitwisselingen kunnen plaatsvinden.
Wachttijden
Ingrid: Hier gaan beide landen gelijk op. Kan je dezelfde dag nog bij je huisarts terecht? Beide scoren matig. Het voordeel in Frankrijk is dat je naar een ander arts kan gaan. Veelal hebben mensen een vaste médecin traitant, maar een tweede huisarts achter de hand voor het geval de vaste huisarts afwezig zijn. Door de vrijehuisartsenkeuze in Frankrijk is het beter verdeeld en minder moeilijk om een afspraak te maken bij nummer twee. Voordeel in Frankrijk is ook dat je tot laat in de middag/vroege avond nog terecht kunt. Zonder verwijzing naar een specialist kan in Frankrijk nog voor de gynaecoloog, de kinderarts en de oogarts. In Nederland moet je altijd via de huisarts. De onderzoekers benadrukken steeds weer dat de ‘poortwachtersfunctie’ van de huisarts, niet kostenbesparend werkt. Beperkte toegang naar een specialist veroorzaakt inderdaad wachtlijsten, zoals in het Verenigd Koninkrijk, Nederland en in zekere mate ook in Frankrijk. Opmerkelijk is nog dat de onderzoekers menen dat de arts in Frankrijk toch wel een meer ‘autoritaire’ houding heeft. De dokter weet het ’t beste en voor je iets doet of inneemt: eerst aan je dokter vragen. Zie ook de moeizaamheid waarmee over-de-toonbank-medicijnen in de schappen te plaatsen zijn om de paracetamol zo te kunnen pakken. In nog maar weinig apotheken is deze dit jaar ingevoerde mogelijkheid terug te vinden. Wachttijden voor behandeling verschillen in Frankrijk sterk van regio tot regio en van de vorm van de verzekering. In steden als Parijs en Nice werken veel artsen in secteur 2 en vragen hogere tarieven. Veelal vergoedt de mutuelle het verschil, maar mensen zonder deze aanvullende verzekering of met een eenvoudige polis, kunnen daar niet altijd gebruik van maken. Klassegeneeskunde, zouden we in Nederland zeggen. Anderzijds zijn er regio’s waar een onderbezetting heerst omdat het geen aantrekkelijke regio is om te wonen. Aangezien Frankrijk geen vestigingsbeleid kent zoals in Nederland, zal er komende tijd nog niet veel aan veranderen.
Sterftekansen
Ingrid: Hier gaat het om de harde cijfers die de Wereldgezondheidsorganisatie gebruikt voor het meten van kwaliteit van zorg in een land. Het is ook de subdiscipline die het zwaarste weegt in de score. De Noordelijke landen scoren het hoogst, met uitzondering van het Verenigd Koninkrijk. De indicator fatale hartaanval zegt enerzijds iets over leefstijl, anderzijds over de snelle toegang tot technisch hoogwaardige zorg. De sterfte aan hart-en vaatlijden ligt nu eenmaal lager in de mediterrane landen. Frankrijk, Nederland en de Scandinavische landen scoren hoog. De zuigelingensterfte is in Nederland gestegen en achterop geraakt door de voorsprong van de Scandinavische landen en staat inmiddels op het niveau van Griekenland. In Nederland beweert men dat de cijfers niet de werkelijkheid weergeven. Zo zouden in Nederland kinderen met ernstige afwijkingen bij de geboorte overlijden, in Frankrijk, waar de screening op aangeboren afwijkingen in de zwangerschap uitgebreider is, zouden meer abortussen plaatsvinden. In Nederland worden heel vroeg geboren babies soms niet in behandeling genomen, wat in andere landen wel weer zou gebeuren. Uit onderzoeken blijkt wel dat de sterfte in Nederland rondom de geboorte hoger is in de nachtelijke uren en er gaan stemmen op dat dienstdoende gynaecologen, anesthesisten en kinderartsen in het ziekenhuis moeten slapen om direct beschikbaar te zijn. Dit is overigens wel het geval in Frankrijk in ziekenhuizen waar meer dan 1500 bevallingen per jaar plaatsvinden. Ook de kraamvrouwensterfte ligt in Nederland hoger dan in Frankrijk, maar dat wordt in deze studie niet gemeten. De vijfjaars overleving van kankerpatiënten is in Frankrijk blijkbaar hoger dan in Nederland, maar de vermijdbare sterfte ligt in Frankrijk weer hoger.
Steven: 'dat Franse kankerpatiënten wat langer - een paar maanden - leven dan Nederlandse roept bij mij twee vragen op: welke is de kwaliteit van leven in deze 'blessuretijd' en welke invloed hebben abstineren en euthanasie hierop? Daarnaast: heel erg dure anti-kankermiddelen zijn nauwelijks gebonden aan beperkingen in Frankrijk voor wat betreft de kosten. Kosten-/batenanalyses zijn bijna taboe als het om levens of gewonnen levensmaanden gaat, hetgeen wellicht weer wat extra 'blessuretijd' kan pleveren. Ik zou meer 'harde eindpunten'willen zien: echte genezingen. Daarover is weinig bekend.'
'Het aantal verkeersdoden is in 10 jaar bijna gehalveerd. Niet door dokters, wel door radars en alcoholcontroles. De meeste ongelukken gebeuren overigens op tweebaanswegen of op het platteland en ik durf te stellen dat ook het excessieve medicijnengebruik een rol speelt: met een antidepressivum + anxiolyticum + hypnoticum even een bochtje missen en dan in de fossé of tegen een boom terechtkomen, is niet bevordelijk voor het geestelijk en vooral lichamelijk welbevinden. Maar als je in een plattelandsdorpje woont en wel met de auto naar het werk moet... Ik heb verscheidene patiënten simpelweg verboden te werken wegens de cocktail van medicijnen en kreeg dan een schaapachtige reactie van de huisdokter of specialist, of nog erger, soms een 'certificat médical' waarin de rijvaardigheid van de betrokkene werd bevestigd. Dat kan te maken hebben met de verkeersveiligheid en het hogere aantal dodelijke ongelukken onder jonge mensen. Wat verkeersveiligheid betreft is er nog het één en ander te doen in Frankrijk.'
Ingrid: Op het gebied van ziekenhuisinfecties was Frankrijk altijd een ontwikkelingsland in Europa. Het hoge antibioticagebruik, zeg maar misbruik, en de slechte hygiëne in de ziekenhuizen zijn daar vooral debet aan. Een aantal jaren geleden is de overheid begonnen met een campagne om het antibioticagebruik voor verkoudheden en andere kwalen die van zelf overgaan, te verminderen. Dat heeft effect gehad. De resistentie van bacteriën voor antibiotica neemt af en onder de bevolking is er een bewustwordingsproces op gang gebracht. De hygiëne in ziekenhuizen wordt langzaam aan beter. Als voorbeeld: in Nederland wordt al jaar en dag handenalcohol gebruikt voor een snelle ontsmetting van de handen alvorens de patiënt te benaderen. Hier in Frankrijk is dat pas sinds enkele jaren het geval. Per ziekenhuis wordt ook het aantal infecties bijgehouden en het blijkt dat in de ziekenhuizen waar het meeste handenalcohol wordt gebruikt, de ziekenhuisinfecties lager zijn. Het is een kwestie van werkhouding en discipline.
Steven: 'alsof dokters veel kunnen veranderen aan lifestyle, armoede, gebrekkige hygiëne. Jawel, Sarphati, Heijermans (de broer van Herman..), Aletta Jacobs waren artsen die het snapten eind 18e en begin 19e eeuw en zaken in beweging hebben gezet door kunde en charisma. Rust, reinheid, regelmaat, licht, sanitair, ventilatie, verwarming, woonruimte, vaccinatie… Ingrid weet nog beter dan ik dat toevoeging van jodium aan bakkerszout, vitamine A en D aan margarine, ziekten als krop, cretinisme en rachitis hebben weggevaagd en dat vaccinatieprogramma’s morbiditeit en mortaliteit drastisch hebben verminderd.'
Daling aantal zelfdodingen
Ingrid: Dit zou een graadmeter moeten zijn voor de kwaliteit van psychiatrische zorg en in mijn ogen ook, gevangeniszorg. De Noordelijke landen scoren hoog, Nederland en Frankrijk matig.
Steven: 'gevangenissen zijn ronduit rampzalig in Frankrijk, evenals de kwaliteit van de psychiatrie (bijna alleen psychoanalytisch) en van de psychiatrische klinieken. Daarnaast praten Fransen minder over hun gevoelens en emoties, willen niet naar de psy want dan ben je écht gek en zijn er veel jachtgeweren. In mijn regio (Berry/Sologne) zijn de geweren favoroiet bij de mannen, de Loire bij de vrouwen. Daarnaast dubieuze éénzijdige auto-ongelukken ('le conducteur avait perdu cntrôle…').'
Suikerziekte
Ingrid: Diabeteszorg is een graadmeter voor de kwaliteit van de gezondheidszorg in een land. Nederland doet het goed.
Steven: 'diabeteszorg is inderdaad een goed voorbeeld, met de HbA1c levels als betrouwbaar criterium (ik gebruik het bijvoorbeeld bij beroepschauffeurs om de rijvaardigheid bij diabeten te beoordelen). In Nederland is de meeste diabeteszorg prima in handen van verpleegkundigen. Franse dokters hebben moeite met het delegeren van dit soort taken. Het zou te maken kunnen hebben met systematisch opsporen bij patiënten met risicofactoren zoals overgewicht, roken en hoge bloeddruk. Voorlichting en regelmatige controle zijn heel belangrijk. In Nederland zijn de huisartsen beter uitgerust met assistentes en praktijkverpleegkundigen, die een deel van de zorg van chronisch zieken op zich nemen. Ook voorlichting, gegeven door een niet-arts (verpleegkundige) is vaak diepgaander en helderder dan wanneer de arts dit doet. Verder zegt het iets over leefstijl van de bevolking en zie je dat in de voormalige oostbloklanden meer leefstijlziekten voorkomen.'
Toegang tot en toepassing van de zorg
Ingrid: Dit is een lastige subdiscipline want hier worden verschillende indicatoren gegeven die zowel iets zeggen over curatieve zorg en preventieve zorg. Men wil hier eigenlijk zeggen; wat doet een land extra om ziekte te voorkomen of te genezen en heeft iedereen toegang? Een cataractoperatie is niet urgent medisch noodzakelijk, maar het verbetert enorm de kwaliteit van leven. Het vaccineren van kinderen kan ernstige handicaps of sterfte voorkomen. Dit is één van de basispreventie maatregelen die in ontwikkelingslanden toegepast worden. Als je zo kijkt naar de verschillende landen in Europa, dan is de vaccinatiegraad toch maar matig. Nederland heeft een hoge vaccinatiegraad. Er is geen vaccinatieplicht maar via het bevolkingsregister wordt ieder kind opgeroepen en vervolgd. Frankrijk is één van de weinige landen die zelfs nog een vaccinatieplicht heeft voor difterie, tetanus en polio. Het vaccin tegen tuberculose (BCG) is recentelijk afgeschaft. Weigeren je kind te vaccineren geeft geen toegang tot school en je kan een boete opgelegd krijgen. Ook kent Frankrijk verplicht gezondheidsonderzoek bij het kind: bij de geboorte, op de leeftijd van 9 maanden en 24 maanden. Het aantal niertransplantaties per miljoen inwoners is blijkbaar ongeveer gelijk. Dit verbaast mij want de wachttijden in Nederland zijn veel langer dan in België of in Frankrijk. Tandheelkundige zorg is een heikel punt in Frankrijk. De vergoedingen van de Securité sociale zijn erg laag, de tandartsen mogen zelf hun tarieven vaststellen en de aanvullende verzekeringen vergoeden ook maar matig. Wel is er een programma voor de jeugd tot 19 jaar. Men ontvangt een oproep thuis en de gewone preventieve en curatieve behandelingen worden volledig vergoed. De vroegtijdige opsporing van borstkanker is in beide landen gelijk: iedere vrouw ouder dan 50 jaar krijgt iedere twee jaar een oproep voor borstkankeronderzoek. In Nederland komt op een bepaalde dag de bus voorrijden, in Frankrijk krijg je een lijst van radiologen bij wie je de screening kan laten uitvoeren. Blijkbaar doen er in Frankrijk minder vrouwen aan mee. En als laatste: corruptie. Het is bekend dat in zuidelijke landen artsen extra geld vragen waardoor de patiënt eerder geholpen kan worden. Griekenland, Italië, Hongarije maar ook in Frankrijk.
De laatste subdiscipline: geneesmiddelen
Ingrid: Hier zijn weinig verschillen. Opvallend is wel dat het in Frankrijk soms lang kan duren voordat er een bepaald medicijn of een bepaalde indicatie, op de markt wordt toegelaten. Dan is het medicijn door de Europese regelgeving goedgekeurd, alom in gebruik in omringende landen en later pas in Frankrijk. Dat geldt trouwens niet voor vaccinaties. Frankrijk is vaak één van de eerste om voor een bepaalde ziekte een vaccinatie in te voeren en daarna volgen andere landen.
Steven: 'als je in Frankrijk het niet weet, vraag je het toch gewoon aan de apotheker? Over die laatste groep: diegenen die ik ken voelen zich (terecht) hevig ondergewaardeerd, want ze worden zelden gevraagd te adviseren in de besluitvorming voor een behandeling. In Nederland zitten ze er veel beter in, terwijl ik denk dat de kwaliteit gelijk is.'
'Samengevat vind ik de vergelijking zeer interessant, maar op een aantal punten discutabel. Dat heb ik ook bij de Consumentengids of hier 'Que Choisir'. De kwaliteit van de handleiding van een apparaat interesseert me niet en of er enge brandvertragers inzitten maakt me ook niet zo uit. Ik denk dat vooral de professionals zelf er lering uit kunnen trekken en bij zichzelf na mogen gaan waar ze zelf staan. Dat vereist wel je remettre en question en dat is niet het sterkste punt van de Gallische Genezers. Om maar niet te spreken van de Ordre des Médecins waarvan de bestuursleden gemiddeld 64 jaar oud zijn en waarvan de vernieuwingsdrang die van een regionaal SGP-bestuur op de Veuwe zeker niet overstijgt.'
Print dit artikel
De huisarts, de specialist
Ook in Frankrijk bestaat de vrijheid om zelf de huisarts te kiezen, of het ziekenhuis waar je wilt worden opgenomen. Het is niet ongewoon dat men nogal eens wisselt van huisarts. Wil men de specialistkosten vergoed krijgen, dan zal iedereen die ouder is dan zestien jaar ook in Frankrijk een verwijsbriefje nodig hebben van de médecin traitant, zeg maar behandelend geneesheer, meestal de huisarts. De verzekering zal derhalve ook het verwijsconsult van de huisarts vergoeden.
Wie geen médecin traitant aanwijst, zal minder vergoed krijgen van de verzekering, 50% bij een eigenmachtig consult bij een specialist. Geen verwijzing is nodig voor een bezoek aan de kinderarts, de oogarts, de vrouwenarts of de tandarts, bij dringende gevallen of bij behandeling van chronische ziekten. Wegens het chronische tekort aan oogartsen, de ophtalmos, mogen opticiens nu ook zelf oogonderzoek doen en correcties aanbrengen. Het wijzigen van de sterkte van brillenglazen bij de vervanging van een bril is alleen mogelijk voor personen van zestien jaar en ouder en onder de voorwaarde dat de oogarts deze mogelijkheid niet heeft uitgesloten op een recept dat niet ouder is dan drie jaar. Als de opticien de sterkte van de glazen wijzigt, moet hij de oogarts daarvan op de hoogte stellen. Het raadplegen van deze specialist blijft nodig bij het voor de eerste keer voorschrijven van glazen voor verziendheid.
In de grote steden is het niet gebruikelijk dat de huisarts visites (visite à domicile) rijdt, zoals à la campagne nog wel gebeurt. Bij plotselinge ziekteproblemen bel je namelijk het dichtstbijzijnde ziekenhuis of het alarmnummer 15. Huisartsen houden vaak ook spreekuur (visite médicale) ’s avonds en op zaterdagmorgen. Veel solo-huisartsen zijn soms moeilijk te bereiken, want zij beschikken niet over een een fulltime werkende assistente, dus een afspraak maken is lastig. Ook zit je daar soms heel lang in de wachtkamer. In een groepspraktijk (cabinet médical) is dat beter geregeld en zijn er korte wachttijden.
Praktijkverpleegkundigen bestaan niet in Frankrijk en assistenten doen geen medische verrichtingen zoals bloeddruk opnemen en vaccinaties. Dat doet de dokter allemaal zelf en hij werkt over het algemeen wat minder protocollair dan zijn Nederlandse collega. Veel Franse artsen spreken alleen Frans en onderscheiden zich daarbij niet negatief van andere universitair geschoolden. Een consult op zaterdagmiddag bij de arts van dienst (médecin de garde) kost € 44,60 en er zijn ook nog flink hogere tarieven voor nachtelijke visites en die tijdens zon- en feestdagen.
Witte gebieden gezondheidszorg Een brede parlementaire commissie wil bij de komende behandeling van een wetsontwerp over de Franse gezondheidszorg, bijzondere aandacht voor de witte gebieden, les déserts medicaux. Vooral in de grote voorsteden, de banlieues, en op het platteland dreigt de primaire zorg achteruit te lopen. In een rapport wordt gepleit voor de instelling van Agences régionales de santé (ARS) die moeten gaan letten op een voldoende aanbod van medische zorg. De parlementariërs vrezen dat bij het uitblijven van maatregelen op korte termijn de problemen groter zullen worden. En dat alles als gevolg van een tekort aan medici, veroorzaakt door de zeer restrictieve numerus clausus van de jaren 1980/1990. In het rapport worden 30 voorstellen gedaan om de Fransen te garanderen dat een ieder gelijkelijk toegang heeft tot de medische zorg. Zo moeten er centra voor de eerstelijnszorg komen, les centres de premiers recours. Daar zullen de professionelen gezamenlijk optreden: huisartsen, tandartsen, oogartsen, kinderartsen, apothekers, verpleegsters en fysiotherapeuten. In gebieden waar het aantrekkelijk is om zich als arts te vestigen en waar al veel medici werkzaam zijn, moet een ontmoedigingsbeleid worden gevoerd. En artsen die ouder zijn dan 60 jaar zouden in de witte gebieden via een hogere honorering gestimuleerd kunnen worden, nog enige jaren aan het werk te blijven. De kleinere gemeenten in Frankrijk komen inmiddels in het geweer tegen de dreigende sluiting van de ziekenhuizen in hun plaatsen als gevolg van de hervormingen die minister Bachelot van Volksgezondheid wil doorvoeren. Volgens de vereniging van kleine gemeenten (Association des petites villes de France (APVF - 1000 plaatsen van 3000 tot 20.000 inwoners) spelen de kleine ziekenhuizen een onvervangbare rol en krijgen ten onrechte het stempel van duur en lagere kwaliteit. (04.10.08) | Het is de gewoonte de huisarts (le médecin généraliste, ook wel médecin de famille of omnipracticien genoemd en vaak in het argot toubib) na een bezoek op het spreekuur contant of per cheque te betalen: € 22 en € 24 voor een onderzoek van een kind van twee tot zes jaar (prijspeil 2008); de verzekering of het ziekenfonds betaalt € 15,40 terug van het gewone honorarium minus de € 1 die iedereen als eigen bijdrage moet betalen bij elk bezoek aan een arts; het restant komt van de aanvullende verzekering. Veel huisartsen gebruiken nu de carte vitale, waardoor de terugbetalingen snel geschieden. Ook zijn er nog dokters met het bordje aan de deur: non conventionné. Deze geneesheer acht zijn bekwaamheden zo hoog dat hij eigen tarieven berekent. Het ziekenfonds vergoedt enkele euro’s daarvan, de rest moet komen van de mutuelle of gedeeltelijk uit eigen portemonnee. Alternatieve geneeswijzen worden niet of nauwelijks vergoed in Frankrijk.
De papieren rompslomp neemt de laatste jaren aanzienlijk af, doordat artsen en apothekers steeds meer gebruikmaken van onlineverbindingen, waarbij de carte vitale een belangrijke rol speelt. Voordeel van het gebruik van de kaart is dat de terugbetaling door ziekenfonds en verzekeraar veel sneller verloopt; men claimt een terugbetaling binnen een week. Bijna alle Franse apothekers werken inmiddels met de kaart, maar lang nog niet alle huisartsen en specialisten. Alle Franse verzekerden bezitten inmiddels zo’n groene kaart, die alleen administratieve gegevens bevat, dus geen medische. Bij wijziging van de gegevens moet de kaart in een van de 6000 bornes vitales worden gestoken om opnieuw te worden geactiveerd. Updaten van de kaart is nodig als de gezinssituatie verandert (trouwen, overlijden), als er veranderingen komen in de rechten bij de aanvullende CMU, bij langdurige ziekten die voor 100% voor vergoeding in aanmerking komen, als er zwangerschapsuitkeringen komen en bij verhuizingen naar een ander district van een CPAM. Gewerkt wordt aan de uitgifte van de tweede generatie van de carte die meer gegevens zal bevatten. Bovendien komen er een pasfoto van de houder op en een chip, dit alles om te trachten fraude met de kaart te voorkomen.
|
Gezondheidszorg op internet Alle instellingen op het gebied van de Franse gezondheidszorg zijn op internet te vinden: ziekenhuizen, klinieken, apotheken en medische laboratoria. Op enkele sites kan men zoeken per departement en zelfs per woonplaats. Veel informatie over het Franse zorgsysteem is online te vinden. Op de website Ameli (Assurance maladie en ligne) kunnen ook formulieren worden opgehaald die nodig zijn om voor een van de talrijke vormen van verzekeringen in aanmerking te komen. Het telefoonnummer om informatie te krijgen over de ziektekostenverzekering bij de CPAM is 3646. Men kan via het toetsen van het sterretje * informatie ontvangen over de terugbetalingen, de remboursements. Toetst men het nummer van het departement in, dan komt een verbinding tot stand met een medewerker van de CPAM. | Een bezoek aan een specialist kost € 28 tot € 41 aan een psychiater of neuroloog en zelfs € 49 aan een cardioloog. Medische specialisten die het recht hebben om hogere tarieven te noteren (niet vergoed door de Sécu), blijken steeds meer te berekenen. De niet vergoede overschrijdingen zijn tot 15% van de totale honoraria gestegen. De mutuelles vergoeden meestel een derde van de overschrijdingen. Vanaf 1 februari 2009 zullen specialisten in sector 2 (vrij om de tarieven te bepalen) een offerte moeten uitbrengen als een consult duurder wordt dan € 70.
Nieuwe eigen bijdragen zijn per 1 januari 2008 ingevoerd en moeten de kosten van het systeem Sécurité sociale verminderen bij de bestrijding van ziekten als kanker en die van Alzheimer en middelen vrijmaken voor de pijn verzachtende zorg en het kankeronderzoek. Jaarlijks zou op deze manier € 850 miljoen worden binnengehaald. Bij de koop van medicijnen en het inroepen van paramedische zorg (fysio, verpleegster thuis) wordt € 0,50 niet meer vergoed. Bij het vervoer van zieken per ambulance of taxi is de eigen bijdrage € 2. Per persoon is een plafond vastgesteld van € 50 per jaar aan eigen bijdragen. Vrijgesteld zijn ingeschrevenen bij de CMU (couverture maladie universelle), zwangere vrouwen en minderjarige kinderen.
Jaarlijks kunnen personen ouder dan 70 jaar zich gratis door een huisarts preventief laten onderzoeken. En er is de jaarlijkse anti-griepprik. Het Franse ziekenfonds kent de campagne om gratis anti-griepprikken te verstrekken aan mensen van 65 jaar en ouder. Het vaccin is bij de apotheek verkrijgbaar voor een kleine € 7 en wordt volledig vergoed. Astmapatiënten en personen die jonger zijn en aan een langdurige ziekte lijden, komen in aanmerking voor de vergoeding. Jaarlijks overlijden in Frankrijk ongeveer 2500 personen van 75 jaar en ouder aan de gevolgen van griep. De jaarlijkse inenting in oktober is het enige doelmatige middel om de griep te voorkomen, zegt men. De prik heeft geen effect als men al griep heeft opgelopen. Dan zullen er antivirale medicijnen aan te pas moeten komen. De infirmiers en infirmières mogen voortaan zelf de gratis anti-griepprik geven zonder dat daarvoor nog een recept van de dokter nodig is. Alleen voor de eerste keer is nog wel een recept nodig in deze risicogroep.
|
Vaccinatiekalender De minister van Volksgezondheid heeft een nieuwe vaccinatiekalender vastgesteld, waarbij de officiële prikken tegen tuberculose BCG (Bacille de Calmette et Guérin) zijn afgeschaft. Frankrijk kent, in tegenstelling tot Nederland, een vaccinatieplicht voor difterie, polio en tetanus. De andere vaccins worden dringend geadviseerd. Het schema komt overeen met dat van Nederland. In de tweede, derde en vierde levensmaand worden difterie, polio, tetanus, kinkhoest en hemophilus gegeven (alle vijf in één vaccin). Parallel daaraan wordt, net als in Nederland, Prevenar gegeven, een vaccin tegen ernstige pneumokokkeninfecties waaronder de beruchte meningitis met doofheid als complicatie. Dus in ieder been een prik. Het vaccin tegen hepatitis B wordt volledig vergoed en is opgenomen in het vaccinatieprogramma. De prikken kunnen dan gegeven worden in de zesde en zevende levensmaand en opnieuw rond de zestiende levensmaand. De Bof-Mazelen-Rode Hond heet in Frankrijk ROR. Rougeole is mazelen, oreillons de bof en rubéole de rode hond. De ROR wordt rond de twaalfde tot vijftiende levensmaand gegeven. Deze is niet verplicht, maar wel noodzakelijk als je het kind in een crèche of bij een door het departement erkende oppas wilt plaatsen (assistante maternelle agréée). Het vaccin tegen baarmoederhalskanker, dat moet worden toegediend aan meisjes tussen de tien en twaalf jaar, kan het aantal gevallen met 70% doen verminderen. In Frankrijk wordt het al volledig vergoed, maar in Nederland is het nog ter discussie. |
Print dit artikel
Hulp bij bezoek aan Franse dokter
Wie een bezoek wil brengen aan een Franse huisarts of specialist, kan met taalproblemen kampen. Het is niet altijd gemakkelijk om in je schoolfrans de medische klachten te omschrijven. Daarom zijn hieronder vier formulieren gemaakt, twee in het Nederlands en twee in het Frans. In de Nederlandse versie zijn tal van medische onderwerpen opgenomen met daarbij een omschrijving van de klacht. Men kruist de desbetreffende passage aan op een genummerde regel en in de juiste kolom, die overeenkomen met de plaatsen in de Franse vertaling. Op die manier is het mogelijk de Franse medicus snel en bondig op de hoogte te brengen.
De vier PDF-bestanden zijn te printen en kunnen vervolgens worden ingevuld.
Reden van uw komst in het Nederlands
Reden van uw komst in het Frans
Beantwoording medische vragen in het Nederlands
Beantwoording medische vragen in het Frans
Print dit artikel
De apotheek
Er zijn veel apotheken in Frankrijk: het geneesmiddelengebruik is enorm, veruit het hoogste in Europa. Per 2500 inwoners is een officine in de buurt, in Nederland 1 apotheek op de 10.000 inwoners. Een bezoek aan de huisarts leidt in 90% van de gevallen tot het uitschrijven van een recept. Overheid en ziekenfondsen proberen dat voorschrijfgedrag te veranderen door generieke geneesmiddelen te propageren en merkartikelen minder te vergoeden.
De Franse apotheker beschouwt het niet echt als zijn taak om te letten op een mogelijk ongewenst samengaan van verschillende soorten medicijnen. Meer dan 2,5 miljard flesjes en doosjes met pillen gaan bij de Franse apotheker, die zelf zijn prijzen bepaalt van de niet door het ziekenfonds vergoede middelen, over de toonbank. Het ziekenfonds keert jaarlijks ruim € 17 miljard uit aan geneesmiddelenvergoeding. En van het slikken van antibiotica krijgen de Fransen geen genoeg: 80 miljoen recepten voor de bestrijding van keelpijn, angina en zelfs kleine griepjes worden jaarlijks uitgeschreven, ruim drie keer zoveel als in Nederland. Sommige artsen schrijven zelfs les antibiotiques voor bij bestrijding van virusziekten (zoals griep, keelontsteking, bronchitis), terwijl de werkzaamheid van de pillen alleen geldt voor bacteriële infecties.
De uit de pan rijzende kosten voor de verzekeraars om al die pillen, poeders en zalfjes te vergoeden, wil de Franse overheid drastisch terugdringen. In een voorlichtingscampagne wordt het gebruik gepropageerd van goedkopere medicijnen, de zogenaamde generieke producten (les génériques), die gemiddeld 30% tot 40% goedkoper zijn dan de originele medicijnen (les princeps). Tussen de werking van een princep en die van een générique bestaat geen verschil. Het gebruik van de génériques is inmiddels verder gestegen en maakt meer dan 30% van het totale geneesmiddelengebruik uit. De regering zet de actie voort om sommige medicijnen slechts te vergoeden tegen de prijs van de generieke producten. Het scheelt de Sécu honderden miljoenen euro’s. Wil men toch de originele medicijnen gebruiken, dan zal het verschil in prijs uit eigen portemonnee moeten komen.
Verder wil de overheid geleidelijk de vergoeding stopzetten van ruim 800 medicijnen waarvan heilzaamheid twijfelachtig is. Ruim 600 andere poeders en pillen die niet echt belangrijk zijn, zullen niet meer voor 65 maar voor 35% worden vergoed. De mutuelle betaalt het verschil meestal bij. Middelen als paracetamol worden nog steeds voor 65% vergoed en aanvullend door de mutuelle. Dit bevordert ook het bezoek aan de huisarts, je hoeft deze (zelfzorg) medicijnen dan niet zelf te betalen. De overheid wil de auto-medication bevorderen zodat je, net als in Nederland, de paracetamol van het schap kan pakken. De apothekers bieden nog steeds weerstand en vinden dat hun raadgeving niet weggesaneerd mag worden. Inmiddels heeft de overheid 248 receptloze medicijnen aangewezen die via zelfbediening in de apotheken mogen worden verkocht. Deze pilletjes, poeders en drankjes worden niet vergoed door de Sécu.
Pijnstillers, hoestdrankjes in zelfbediening Sinds 1 juli 2008 mogen 248 eenvoudige, receptloze medicijnen in apotheken vrij worden gekocht als zelfbedieningsproducten. Het gaat om antirook-artikelen, pijnstillers als aspirine, paracetamol, ibuprofeen), hoestdrankjes, pillen tegen keelpijn, diarree, maagstoornissen (Maalox, Rennie) enz. Deze artikelen worden niet vergoed door de Sécu. De pillen, drankjes en poeders moeten in een aparte afdeling zijn opgesteld, dicht in de buurt van de toonbank waar personeel aanwezig om zo nodig informatie te kunnen geven. Volgens de regering zou de zelfbediening tot een prijsverlaging kunnen leiden, doordat klanten nu prijzen kunnen vergelijken. De lijst bevat ook 12 geneesmiddelen op basis van planten en 19 medicijnen zijn homeopatisch. De lijst van 248 producten zal in geleidelijk aan worden uitgebreid. Het is nog de vraag of de supermarkten ook in de gelegenheid zullen zijn een medicijnenhoek te gaan inrichten. | Op de doosjes van de medicijnen plakt de apotheker een sticker waaraan valt af te lezen hoeveel de vergoeding van de Sécu bedraagt: de witte gestreepte sticker ( la vignette) voor 100%, de gewone witte voor 65%, de blauwe voor 35% en medicijnen in een doosje zonder vignette worden niet vergoed. Buitenlanders die nog geen carte vitale bezitten, kunnen eveneens zonder papieren rompslomp de betaalde apothekerskosten vaak vergoed krijgen via het systeem tiers payant, waarbij de apotheek de rekening direct naar de verzekeraar stuurt. Gewoon even om vragen.
|
Recepten voor drie maanden La mutualité française, de aanbieders van aanvullende ziektenkostenverzekeringen, heeft 350 medicijnen benoemd die voor drie maanden achtereen bij de apotheek kunnen worden gekocht. Deze meest voorkomende geneesmiddelen voor langdurig zieken kunnen bij een driemaandelijkse aankoop slechts eenmaal worden belast met de franchise van € 0,50 die sinds 1 januari van dit jaar per doos medicijnen moet worden betaald. Veel patiënten zijn niet op de hoogte van het bestaan van verpakkingen die voor drie maanden medicijnen bevatten, dus slechts eenmaal de eigen bijdrage van € 0,50 vragen. De lijst van 350 medicijnen, verpakt voor drie maanden gebruik, geldt voor de meest voorkomende ziekten als suikerziekte, hoge bloeddruk, te hoog cholesterolgehalte en osteoporose. Grootverpakkingen blijken bij veel huisartsen niet bekend te zijn. Ook de apothekers, de best betaalde middenstanders van Frankrijk, worden niet erg aangespoord om deze grootverpakkingen te verkomen. Hun winstmarge is hoger bij kleinverpakkingen. De lijst is te vinden op de website van de Mutualité. (21.08.08) |
Print dit artikel
De tandarts
De gewone tandarts heet chirurgien-dentiste en werkt in grote lijnen zoals de Nederlandse tandarts. Via aanbevelingen van plaatsgenoten of andere Nederlanders uit de omgeving is snel een betrouwbare tandarts te vinden. Ook op dit terrein is de zorg uitstekend geregeld in Frankrijk: de tandartsen beschikken over moderne apparatuur en rekenen het tot hun professie om de patiënten geen pijn te doen.
Financieel zijn bezoeken aan tandartsen vergelijkbaar met die in Nederland. Voor bijzondere ingrepen, zoals het aanbrengen van kronen, bruggen en prothesen, zijn er talloze verzekeringsvormen mogelijk. Het ziekenfonds vergoedt de 'normale' tandartskosten en hanteert bij de berekening van deze remboursements voor bijzondere tandheelkundige ingrepen tal van lijstjes met percentages. Wat de Sécu niet vergoedt, kan meestal bij de aanvullende verzekering worden geclaimd, afhankelijk van de polis die is afgesloten en al dan niet met inachtneming van sommige wachttijden na de inschrijving voor bijzondere ingrepen, zoals kronen of prothesen. De vergoeding door de Sécu van gebitscontrole (le bilan bucco-dentaire) bij jeugdigen bedraagt 100%. De groep die voor deze vergoedbare vorm van preventieve aandacht in aanmerking komt, bestaat uit de zes- tot achttienjarigen.
Er zijn nogal wat verschillen in tarieven en remboursements doordat er drie categorieën dentistes hun werk doen: conventionné assurance maladie (de overgrote meerderheid), conventionné avec droit à dépassement (mogen meer berekenen) en non conventionné, geheel vrij in het berekenen van de honoraria. Wie voor de eerste keer de Franse tandarts bezoekt, moet zich er wel van gewissen tot welke categorie de tandarts behoort.
Het honorariumformulier bevat een flink aantal afkortingen, een soort geheimtaal van de Sécu en de arts. Een voorbeeld van de vergoedingen. Een kroon kost SPR 50. Om te weten te komen hoeveel het bedrag is en hoeveel daarvan als basis wordt vergoed, moet de SPR (waarde € 2,15) met 50 worden vermenigvuldigd en je komt dan uit op € 107,50. Daar krijg je dan de meeste simpele kroon voor die denkbaar is. De Sécu vergoedt vervolgens 70% daarvan ofwel € 75,25, Grote ingrepen behoeven eerste de goedkeuring van de Sécu alvorens de tandarts aan de klus begint. Wil men een goede kroon of een behoorlijke behandeling, dan zal uit eigen zak moeten worden bijbetaald of een beroep worden gedaan op de mutuelle.
Print dit artikel
Naar het ziekenhuis
Middelgrote plaatsen hebben alle een ziekenhuis, een CHR (centre hospitalier régional) en in de grote plaatsen opereert de CHU (centre hospitalier universitaire, zeg maar een academisch ziekenhuis). Er zijn ook particuliere ziekenhuizen, eertijds vaak religieuze instellingen, die in weinig meer zijn te onderscheiden van de algemene ziekenhuizen. Ook het systeem van vergoedingen en verzekeringen is vrijwel gelijk aan dat bij de publieke hospitalen.
Wie wordt opgenomen moet in de regel zelf € 16 per dag betalen, het forfait journalier, dat niet wordt vergoed door de Sécu maar wel door de aanvullende verzekering. Vaak is de service wat beter in de privé-ziekenhuizen. Voor het wat grotere comfort (eigen kamer, telefoon, televisie) dient wel extra te worden betaald (forfait hospitalier). Het is dan verstandig je ervan te vergewissen dat de verzekering of de CPAM alle onkosten vergoedt. In Frankrijk moet men zelf voor handdoeken en dergelijke zorgen, deze worden niet door het ziekenhuis verstrekt, zo heeft menige Nederlander die werd opgenomen tot zijn schrik ervaren. De bezoekuren zijn ruim, de efficiency is groot, de wachtlijsten zijn kort of bestaan niet en de kwaliteit van het eten is matig. Een glaasje wijn drinken mag, mits het bezoek zo vriendelijk is een fles mee te nemen. Anders is ook dat de patiënt bij wie een radiologisch onderzoek (radio) is gedaan of een echo of scan is gemaakt, de foto’s en uitslagen mee naar huis mag nemen.
Nogal wat eenvoudige medische verrichtingen kunnen ook thuis gebeuren door de zelfstandig gevestigde infirmières; zij komen bloed afnemen, rijden de monsters naar de analyselaboratoria en doen verder de werkzaamheden die in Nederland vroeger door de wijkverpleegster werden gedaan. In Frankrijk hoef je niet een paar weken te wachten op de uitslag van zo’n bloedtest. De infirmières brengen de monsters naar een van de talrijke commercieel gerunde laboratoria en de volgende morgen brengt de post de resultaten van het onderzoek, thuis én bij de huisarts. De meeste kosten worden vergoed door het ziekenfonds of de verzekering.
Ook in Frankrijk is het streven erop gericht de patiënten zo kort mogelijk in het ziekenhuis te houden. Steeds terugkerende behandelingen of kleine ingrepen gebeuren hier ook poliklinisch, hôpital du jour. Thuis kan de zorg ook op afstand worden verzorgd door het medische team van de behandelend geneesheer. Dit systeem staat bekend als de HAD (hospitalisation à domicile). De grootste vereniging voor thuiszorg op het platteland is de ADMR (Aide à domicile en milieu rural).
Straffen voor misbruik ziekenfonds President Nicolas Sarkozy wil dat het Franse ziekenfondssysteem in 2011 financieeel op orde is. Om dat doel te bereiken zullen nieuwe maatregelen worden aangetroffen waaronder het opleggen van bodemstraffen in 2009 bij misbruik en fraude van de assurance-maladie. Dit jaar zal het tekort uitkomen op € 4,1 miljard en op meer dan € 6 miljard in 2009 als maatregelen uitblijven. Gedacht wordt aan het extra belonen via een winstdelingsregeling van ziekenhuispersoneel dat erin slaagt zonder verlies een hospitaal te kunnen exploiteren. De mutuelles, de aanbieders van aanvullende verzekeringen, zullen hun kosten beter moeten gaan beheersen. Op het ministerie van Volksgezondheid is inmiddels bekendgewmaakt dat de verzekerde generieke geneesmiddelen volgend jaar 5% goedkoper zullen worden. Het gaat hierbij om medicijnen die in 2009 op de markt zullen komen. De overheid wil dat de prijzen van generieke medicijnen 55% goedkoper zijn dan de originele en dat uiteindelijk de vergoedingen van medicijngebruik worden gebaseerd op de prijs van de generieke pillen en poeders. (18.09.08) |
Print dit artikel
Bevallen
Thuis bevallen (accouchement à domicile) is niet de gewoonte in Frankrijk. Vrijwel alle geboorten vinden plaats in het ziekenhuis of in een (privé)kliniek, waar de vrouw normaal gesproken drie dagen verblijft. De zwangerschap wordt maandelijks gecontroleerd door gynecoloog en/of verloskundige (sage-femme).
Er wordt bloed geprikt om verschillende ziekten op te sporen zoals rode hond (rubéole), hepatitis (leverontsteking), HIV maar ook toxoplasma. De laatste is een parasiet die door uitwerpselen van katten overgebracht kan worden. Vaak maak je zo’n infectie door zonder er erg in te hebben en heb je dus antistoffen. Vrouwen die geen antistoffen hebben, lopen het risico tijdens een zwangerschap besmet te raken. In Frankrijk wordt, bij de vrouw die geen antistoffen heeft, maandelijks bloed geprikt om te kijken of er toch geen infectie optreedt, die dan behandeld moet worden. Verder hebben alle zwangeren recht op drie echografieën, inclusief een echo om aangeboren afwijkingen (bijvoorbeeld hartgebrek of nierafwijkingen) op te sporen.
Vanaf de leeftijd van 38 jaar kan er vruchtwaterpunctie (amniocentèse) worden verricht om onder meer het syndroom van Down op te sporen en andere afwijkingen van de chromosomen. Ook als er in de familie aanwijzingen zijn. Al met al zijn zwangerschap en bevalling behoorlijk gemedicaliseerd in Frankrijk. De moederlijke- en zuigelingensterfte in Frankrijk is lager dan in Nederland.
Het ziekenfonds stuurt na de eerste kennisgeving een carnet de maternité. Het boekje wordt overhandigd aan de ouders op de kraamafdeling nadat de kinderarts de baby heeft onderzocht. De blauwe pagina’s daarin moeten bij elk bezoek aan de dokter worden ingevuld. Na de geboorte wordt de baby een jaar lang gecontroleerd door dokter, kinderarts of gezondheidscentrum. De bevindingen komen in het carnet de santé van het kind. Het boekje blijft tot aan de puberteit in het bezit van de arts. De vergoeding van de dokterskosten bedraagt in de eerste vijf maanden de gebruikelijke 70% van de Sécu. Het ziekenfonds vergoedt vanaf de zesde maand van de zwangerschap rechtstreeks de medische kosten voor 100% wanneer de bevalling plaatsvindt in een gewoon ziekenhuis (hôpital public) of in een clinique conventionnée. De kosten van de bevalling in de wat luxere en dus duurdere clinique agréée worden slechts gedeeltelijk vergoed. De rest wordt meestal bijverzekerd via de eigen mutuelle.
Print dit artikel
Werken en ziek thuis blijven
Op het moment dat iemand die werkt ziek wordt, moet hij of zij binnen 48 uur een ziekmeldingsbriefje (arrêt de travail) bij de huisarts of specialist halen. Deze vermeldt de data van ziekte en verwacht herstel. De zieke moet tegen negen en elf uur en tussen twee en vier uur thuis zijn om controle mogeliljk te maken, zondagen en feestdagen ook. Alleen om medisch onderzoek te ondergaan mag hij tijdens de genoemde uren het huis verlaten.
De huisarts kan bij langdurig zieken en bij aandoeningen als depressie, een uitzondering toestaan en dit melden aan de CPAM. Wie niet thuis is als de controlearts komt, loopt kans een deel of de gehele uitkering te verliezen. Duurt het verzuim langer, dan wordt de zieke na ongeveer drie maanden door de controlearts (médecin-conseil) van de Sécurité sociale opgeroepen en deze bepaalt de hersteldatum, al of niet in overleg met de bedrijfsarts en/of huisarts. Het recht op uitkering is gelimiteerd en is afhankelijk van het arbeidsverleden. De eerste drie dagen worden nooit uitbetaald. Iemand die een vaste aanstelling heeft, kan wel volledig worden betaald, minus weer die eerste drie dagen. De grotere bedrijven hebben daarvoor een verzekering afgesloten. Werknemers vallen verplicht onder de bedrijfsgezondheidszorg, uitgevoerd door services de santé au travail. Afhankelijk van hun risico’s zien zij na de aanstellingskeuring de bedrijfsarts een keer per jaar of per twee jaar. De bedrijfsarts heeft géén rol in de beoordeling van de rechtmatigheid van het verzuim. De kosten voor bedrijfsgezondheidszorg komen geheel voor rekening van de werkgevers.
Alle keuringen, met uitzondering van de keuringen tijdens ziekteverzuim, dienen afgesloten te worden met een fiche d’aptitude, een geschiktheidsverklaring. Men kan 'geschikt' zijn, 'geschikt onder voorwaarden', 'geschikt na werkplekaanpassing', 'tijdelijk ongeschikt' of 'definitief ongeschikt'. Als een werknemer 'ongeschikt' wordt verklaard, dient de werkgever vervangende taken te zoeken. Zijn deze er niet, dan volgt ontslag, waarbij de werknemer recht heeft op een korte uitkering en vervolgens een werkloosheidsuitkering.
| Uitvoerige informatie over deze onderwerpen is te vinden in La Maison, uitg. Het Spectrum. |
Print dit artikel
|

het weer in Frankrijk
07 jan 2009
|