|
|
Het Franse onderwijssysteem
Werkstraffen voor scholieren die zich ernstig misdragen Met ingang van het nieuwe schooljaar - de Rentrée in september - kunnen leerlingen van collèges en lycées die zich ernstig misdragen, worden bestraft met werkstraffen. Zulke disciplinaire straffen zullen worden opgelegd in de gevallen waarin leerlingen zich schuldig maken aan verbaal en fysiek geweld of andere ernstige misdragingen. De straf moet in de plaats komen van het definitief van school sturen, zoals bij herhaaldelijk gewelddadig gedrag van leerlingen gebruikelijk is. Het werken voor het algemeen belang moet deze scholieren meer verantwoordelijkheidsbesef bijbrengen, zo is de gedachte die nu per decreet is vastgelegd. De straf bestaat uit het deelnemen, buiten de schooluren, aan activiteiten voor de samenleving of toegespitst op onderricht voor gedragsverandering. Deze activiteiten kunnen in de school plaatsvinden, binnen een vereniging, voor een gemeentebestuur of voor andere overheidsdiensten. De maatregel kan niet langer duren dan 20 uur en zal de waardigheid van de leerling moeten respecten en geen gevaar voor de gezondheid mogen opleveren. Het tijdelijk van school sturen mag met het ingaan van de nieuwe maatregel niet langer duren dan acht dagen. Nu kan de duur van deze strafmaatregel nog een maand zijn. In totaal kent het Franse middelbareschoolleven nu zes strafmaatregelen: waarschuwing, berisping, de nieuwe werkstraf, tijdelijke uitsluiting van uit de klas, tijdelijke uitsluiting van de school en definitieve uitsluiting.(30.06.11)
Zorgen over toenemende pesterijen op school De Franse minister van Onderwijs zal zich gaan beijveren om het probleem van persterijen en geweldplegingen in en rond de scholen aan banden te leggen. 'Ik zal het probleem niet onder het tapijt vegen', aldus de bewindsman bij zijn aankondiging van maatregelen om de plaag te bezweren die 10% van de scholieren teistert. De eerste prioriteit ligt bij het identificeren van het fenomeen van geweld en bedreiging op school, de harcèlement scolaire. Op landelijk niveau zullen tweejaarlijkse onderzoeken komen naar de slachtoffers van pesterijen op de basis- en middelbare scholen. De minister wil dat er mobiele veiligheidsploegen komen, die op verzoek van de schoolhoofden een onderzoek doen naar geweld en pesterijen. Ook moet het onderwijsteam vanaf komende herfst een beroep kunnen doen op de hulp van kinderpsychiaters. De schoolleidingen zullen daarnaast beter worden opgeleid om het verschijnsel op te merken en te behandelen; de overige leerkrachten zouden daarnaast meer aandacht moeten schenken aan de sociale opvoeding. Het tegengaan van pesten via internet zal worden opgenomen in het lespakket bij het verkrijgen van het brevet Informatie en Internet. Een dergelijke verklaring wordt uitgereikt aan scholieren die hebben aangetoond goed met de nieuwe media te kunnen omgaan. Jongelui van wie vaststaat dat zij via Facebook hun kameraden treiteren, kunnen worden afgesloten, zo is afgesproken met het ministerie van Onderwijs. In het najaar zal de overheid een informatiecampagne via internet starten met spelletjes, fora en informatie over het verschijnsel. Ouders van kinderen die op school gepest worden of slachtoffer zijn van geweld, kunnen binnenkort beschikken over een speciaal telefoonnummer, waarbij raad kan worden gegeven. Ook kunnen zijn zich richten tot de ombudsvrouw van het nationaal onderwijs als zij menen dat de schoolleiding onvoldoende maatregelen neemt bij de voorkoming van geweld op school. Bij het ingaan van het nieuwe schooljaar zullen opvoedcommissies in de scholen worden geïnstalleerd die gemelde gevallen van regelmatig pesten signaleren en voorstellen kunnen doen om disciplinaire maatregelen op te leggen aan de schuldigen van problemen.(04.05.11) Zomervakantie te lang; huiswerk te veel en te zwaar Ouders, leerkrachten en schoolpersoneel hebben zich op verzoek van minister Luc Chatel van Onderwijs via internet uitgesproken over actuele onderwerpen rond het onderwijs. Belangrijkste thema's: de te lange zomervakantie en de vierdaagse schoolweek. Ongeveer 5000 personen hebben deelgenomen aan de consultatie, waarbij de duur van de vakanties het meest aan de orde kwam. Over het algemeen vindt men deze vakantie veel te lang en blijken de kinderen nogal wat opgedane kennis weer te zijn vergeten. Voorstanders van de handhaving van de lange zomervakantie (9 weken )menen dat de warmte in die zomerweken de schoolprestaties niet ten goede laat komen. Een meerderheid van de deelnemers is van mening dat een korte zomervakantie goed is voor leerlingen en leraren. De huidige herfst- en kerstvakantie zouden volgens de meeste ouders te kort zijn. Bezwaren tegen een verkorting van de zomervakantie is verder een verwacht groter verzuim doordat gezinnen van buitenlandse origine lange tochten maken naar het land van oorsprong om daar de vakantie met de familie door te brengen. Een groot aantal deelnemende ouders wenst dat vooral in het basisonderwijs het vele huiswerk wordt geïntegreerd in de schooltijd. Het wordt als belastend ervaren dat in gezinnen met werkende ouders 's avonds nog tijd moet worden vrijgemaakt om de kinderen met huiswerk van een uur of anderhalf uur te begeleiden. In het Franse systeem wordt de ouders gevraagd de kinderen bij te staan bij het maken van huiswerk. Twee jaar geleden werd in vrijwel alle scholen de vierdaagse schoolweek ingevoerd. Een meerderheid van de internautes is het wel eens met deze nieuwe organisatie, hoewel er ook veel kritiek is. Tegenstanders menen dat het ritme wordt verstoord door de onderbreking met een vrije woensdag. Anderen vinden zo'n vrije dag midden in de week juist bevorderlijk voor de rust. In de sociaal hogere klasse wordt het nieuwe systeem toegejuicht, er is tijd om de kinderen leuke dingen te laten doen, zoals sport, muziekbeoefening. In andere milieus blijken die voorzieningen niet te worden gebruikt en zitten de kinderen veel naar de televisie te kijken op hun vrije dag. Sommige leerkrachten zijn van mening dat de vierdaagse schoolweek voor hen te zwaar is en dat zij onvoldoende gelegenheid hebben om hun taken volledig uit te voeren. Gevolg: de kinderen zullen thuis meer moeten werken....(10.01.11)
Er wordt nog steeds veel werk gemaakt van wedstrijden, competitie, 'wie is de beste?' etc. Leerkrachten stellen er een eer in om de beste scholieren te laten doorstromen naar de prestigieuze grandes écoles, waaruit de toekomstige Franse elite wordt gerecruteerd. Ook het ministerie van Onderwijs wil dat meer leerlingen die het lycée verlaten, terecht komen in de zogenaamde classes préparatoires. De beste leerlingen kunnen daar worden voorbereid op de prestigieuze opleidingen, die veelal nog worden bezocht door de briljante kinderen van de hogere bourgeoisie. Het minsterie wil dat meer leerlingen uit de sociaal zwakkere milieus in deze voorbereidende klassen terecht komen. Er wordt veel uit het hoofd geleerd en individueel gewerkt. Sport, groepsgesprekken, muziek, museumbezoek – het is er allemaal wel, maar op kleine schaal. Het Franse onderwijssysteem, in Nederlandse ogen tamelijk klassiek van opzet, sterk gericht op regel- en stampwerk en met veel huiswerk, moet de komende jaren van karakter veranderen, zo meent de overheid. De regering van Sarkozy heeft haar zorgen uitgesproken over het matige beheersen van de basisvaardigheden als lezen, schrijven en rekenen. Te veel kinderen die de basisschool verlaten kunnen onvoldoende lezen, schrijven of (hoofd)rekenen. Eind 2008 legden leraren van het collectief Sauvez les lettres een dictee uit 1976 voor aan een groep van 1348 scholieren van 15 jaar. Slechts 14% haalde een voldoende. Bij een identieke test in 2000 was dat nog 30%. Het is de wens van het staatshoofd dat de Franse kinderen foutloos spellen en schrijven. Een betere pedagogische aanpak en een minder star en overbelast onderwijsprogramma zouden de leerprestaties van de Franse kindertjes ten goede komen. In het vak wiskunde scoren Nederlandse scholieren aanmerkelijk beter dan hun Franse lotgenoten. Bij het laatste driejaarlijkse onderzoek van de OESO naar de leerprestaties van scholieren van 15 jaar en ouder over de gehele wereld, is gebleken dat Nederland in het vak wiskunde op de vijfde plaats komt. Frankrijk komt niet verder een 13e plaats, iets boven het gemiddelde. Er is een plan gelanceerd dat verder gaat dan eerdere voornemens: leerlingen moeten de opgedane kennis ook leren toepassen, moeten zich meer bewust worden van hun burgerschap en zullen moeten leren zelf initiatieven te nemen. Eerder al werden nieuwe eisen geformuleerd die de scholen verplicht moeten uitvoeren: beter les van de Franse taal, meer wiskunde en cultuur, beheersing van een vreemde taal en het kunnen omgaan met de nieuwe communicatietechnieken.
Onderwijsminister verdedigt schrappen van lerarenbanen De opheffing dit schooljaar van 16.000 banen in het Franse onderwijs berokkent het onderwijssysteem geen schade, want er zijn minder leerlingen en het budget gaat omhoog. Aldus de opvatting van de minister van Onderwijs Luc Chatel in reactie op aangekondigde acties van het onderwijzend personeel. Voor de radio verklaarde hij dat de omvang niet het probleem is in het onderwijsveld. Bij het begin van het volgende schooljaar zullen er 35.000 onderwijskrachten minder zijn dan aan het begin van de negentiger jaren, terwijl sindsdien het aantal leerlingen met 540.000 is gedaald. Volgens de minister investeert Frankrijk meer in het onderwijs dan het gemiddelde van de ontwikkelde landen. Voor 2011 is de onderwijsbegroting met 1,6% gestegen, terwijl de nationale begroting gelijkblijft. De onderwijsbonden blijven bezorgd over het jaarlijks schrappen van duizenden banen en bereiden voor februari een staking voor als voorbereiding voor een nationale actiedag in maart. De belangstelling om een baan te krijgen in het onderwijs is vorig jaar flink afgenomen. Na de schriftelijke examens van eind november om te worden toegelaten, bleek dat voor het basisonderwijs het aantal geschikten op 18.000 is gekomen tegen bijna 35.000 vorig jaar. Bij het middelbaar onderwijs zijn de getallen 21.000 en ruim 38.000. In deze sector blijken de verschillen in belangstelling en geschiktheid groot. Zo blijken er nu 1303 kandidaten te zijn voor 950 banen, ongeveer 1,4 kandidaat per post tegen 3,3 bij het vorige examenonderzoek. Voor taalonderwijs zijn er 1491 kandidaten voor 800 banen (1,9 kandidaat, 3,7 vorig jaar). Voor het vak Engels is de verhouding twee kandidaten per post (was 3,3). De bewindsman zou wensen dat schoolkinderen beter Engels leren. 'Het is vandaag de dag een handicap om het Engels niet te beheersen', zei de minister nog en wil dat serieus wordt bestudeerd of niet al op de leeftijd van drie jaar al begonnen moet worden met het leren van Engels. Ook moet er meer gebruik worden gemaakt van nieuwe technologische middelen en internet in de scholen, om de leerlingen beter Engels te leren, vindt Chatel. Het ministerie van Onderwijs noemt de daling van de belangstelling een conjunctureel verschijnsel, die ook is veroorzaakt door een hervorming van de lerarenopleidingen. De eisen om aan een 'concours' te kunnen deelnemen zijn verzwaard en het praktische opleidingsjaar vóór het daadwerkelijk voor de klas gaan staan is vervallen. Nu zouden de geslaagden direct voor de klas komen te staan, terwijl bekend is dat het vak veeleisender is geworden. De animo voor het beroep is daardoor ook afgenomen. President Sarkozy heeft nu besloten om directeuren van middelbare scholen (de principaux en de proviseurs) die erg hun best doen, een extra beloning te geven die kan oplopen tot € 6000 elke drie jaar. De minister maakte nog bekend dat het inhouden van kinderbijslag bij ouders die het schoolverzuim niet onder controle hebben, nu zal worden uitgevoerd. Een decreet daartoe is in de Staatscourant gepubliceerd. Als kinderen vier dagdelen per maand niet op school zijn geweest, ontvangen de ouders daarvan bericht en vernemen dat bij voortzetting van het schoolverzuim de betaling van de kinderbijslag zal worden opgeschort. (januari 2011) De schooldagen zijn lang, maar tussen de middag wordt ruim gepauzeerd in la cantine. Tussen de middag krijgen de kinderen daar warm eten of eten zij thuis. Brood meenemen kent men niet. De Nederlandse kinderen zullen vertrouwd moeten raken met de Franse eetgewoonten. Levert dat problemen op, dan is het meegeven van boterhammen van thuis toch een tijdelijke oplossing. Alle basisscholen in Frankrijk kennen vanaf september 2008 nog maar vier schooldagen: maandag, dinsdag, donderdag en vrijdag. De zaterdag als gedeeltelijke schooldag is afgeschaft en het aantal lesuren is met gemiddeld twee uur per week verminderd tot 24, neerkomende op 864 uur per jaar tegen vroeger 936 uur. Onderwijskrachten blijven 26 uren maken en zullen de overgebleven twee uren moeten besteden aan het bijspijkeren van achterblijvertjes. Deze twee uren zullen over de vier schooldagen moeten worden verdeeld, viermaal een halfuur of tweemaal een uur. Sinds het schooljaar 2008/2009 is wat meer duidelijkheid gekomen over de nieuwe verplichte roosters voor het basisonderwijs. Voor de kleuterschool (maternelle) waren er niet veel veranderingen, hoewel er meer aandacht is gekomen voor het beginnen met eenvoudig lezen en voor de voorzichtige ontwikkeling van vaardigheden als spreken en het 'leren' leren. In de eerste klassen van de lagere school (CP-CE1 - cours préparatoire-cours élémentair) is het aantal uren dat les wordt gegeven wordt overal gelijk: in wiskunde (les maths, mathématiques) wordt dan vijf uur per week en in Frans tien uur. De kinderen leren hier optellen en aftrekken, maar delen komt later in CE2. Het kringgesprek van een halfuurtje vervalt, want daarin wordt al voorzien op de kleuterschool. De overige tien uren van de schoolweek gaan hier naar sport, handenarbeid e.d. en wereldverkenning. De scholen behouden een kleine vrijheid om het aantal uren per vak vast te stellen. Na deze twee jaren moet elke leerling al enige vaardigheid hebben in het beheersen van de moedertaal, het beginnen te spreken en lezen in een andere moderne taal en in de beginselen van wis- en natuurkunde, sociale omgang en zelfstandig werken. In cyclus 3 (CE2-CM1 - cours moyen - en CM2) zijn de schooltijden gelijk: 24 uur, verdeeld over acht uur voor Frans en vijf uur voor les maths. De overige elf uren gaan naar sport (drie uur), een moderne taal (1,5 uur), algemene wetenschap (twee uur) en overige vakken zoals aardrijkskunde,geschiedenis, kunstzinnige oefeningen, burgerlijke instructie en kunstgeschiedenis. De twee laatste vakken zijn nieuw in deze cyclus en gaan iets ten koste van het Frans. Moeilijke kwesties als de subjonctif en passé antérieur komen pas op het collège aan de orde, zo is besloten. Op het platteland en in kleine plaatsen gaan de meeste kinderen per schoolbus (le car de ramassage) naar school. Ook in Frankrijk is gezorgd voor kinderopvang voor werkende ouders. Franse gezinnen kiezen het meest voor de oppasdienst buitenshuis. De kinderen gaan dan naar de assistante maternelle, de nounou. De particuliere crèche komt op de tweede plaats en dan is er nog de kleuterschool waar de kleintjes kunnen worden ondergebracht. Ook zijn er de peuters die de zorg krijgen van opa en oma of van een ander familie- of gezinslid. Dan zijn er nog de gemeentelijke crèches, de jardins d’enfants voor kortdurende opvang en de oppas die aan huis komt, de garde d’enfant à domicile. Meer dan de helft geniet de zorg thuis van ma of pa. Men kent drie categorieën in het 'lager onderwijs': openbare scholen (école publique) en twee vormen van particulier onderwijs (école privée sous contrat en école privée hors contrat). De jaarlijkse kosten (vooral bijdragen aan het eten in la cantine) voor een gezin met twee schoolgaande kinderen zijn gemiddeld respectievelijk € 1500, € 2700 en € 12.000. Ongeveer 80% van de leerlingen volgt het openbaar, gratis onderwijs, maar de belangstelling voor de privé-scholen (lees: katholieke scholen) neemt jaarlijks toe. Ouders hebben het idee dat hun kinderen op dergelijke scholen een betere opleiding genieten en onderzoeken wijzen uit dat dit inderdaad het geval is. Daarom proberen tal van ouders hun kinderen naar dergelijke, meestal verderaf gelegen scholen te sturen, maar de Franse wet verbiedt dit nog via het systeem van werken met de zgn. carte scolaire, dat leerlingen verplicht in hun eigen woongebied naar bijvoorbeeld een collège te gaan. Voor een lycée bestaat een vrije keuze. De gedachte van de carte scolaire is dat een school een afspiegeling moet zijn van het gebied waaruit de leerlingen afkomstig zijn. Maar sommige wijken of steden zijn verpauperd, waardoor ouders zich genoodzaakt voelen om listen en trucs te verzinnen om hun kroost elders op een school te krijgen. Naar schatting 30% van de schoolkinderen, vaak uit de grote steden, is 'gevlucht'. Het is het plan van de huidige regering om de carte scolaire maar geheel af te schaffen, maar voorlopig is gekozen voor een versoepeling. De maatregel geldt voor collèges die voldoende plaatsen hebben. Leerlingen die voorrang hebben zijn onder anderen gehandicapten, kinderen die op een andere school dichter bij huis wonen, kinderen die al een broer of zus op de andere school hebben of leerlingen die een bijzondere vorm van onderwijs moeten krijgen.
De Fransen gaan nog steeds massaal in de maand augustus met vakantie. Hoewel de overheid aan vakantiespreiding wil doen, blijven de meeste Fransen toch in juli/augustus vakantie vieren. Ook maken de Fransen er een sport van om tussendoor vrije dagen aaneen te sluiten, het beroemde faire le pont.Franse schoolkinderen hebben vijf vakanties per jaar: twee weken in februari, twee weken in april, de zomermaanden juli en augustus, een week voor Allerheiligen en twee weken kerstvakantie. Voor wat betreft de schoolvakanties doet Frankrijk aan spreiding. Het land is daartoe in drie zones verdeeld: zone A (groen) omvat de scholen in de regio's van Caen, Clermont-Ferrand, Grenoble, Lyon, Montpellier, Nancy-Metz, Nantes, Rennes en Toulouse; zone B (blauw) omvat de scholen in de regio's van Aix-Marseille, Amiens, Besançon, Dijon, Lille, Limoges, Nice, Orléans-Tours, Poitiers, Reims, Rouen en Straatsburg; zone C (grijs) omvat de scholen in de regio's van Bordeaux, Créteil, Parijs en Versailles.
La Rentrée Toussaint Kerst
Toussaint
Nederlandse diploma's
Frans leren of schoolfrans ophalen
Links
Deze pagina is laatst gewijzigd op 14-01-2012 om 17:59.
|
Uit de fora:
'Het collège blijft vier jaar een middenschool, waar kinderen van alle niveaus samen zitten. Ik heb gezien dat er van een tweede klas (cinquième) zomaar een derde uitviel, bleef zitten of van school ging. 'Ach ja, jongens' ... was een beetje de tendens. Alsof dat een bij voorbaat al tot mislukking gedoemde groep is. Mijn indruk is dat het onderwijs tamelijk 'ouderwets' is, in die zin dat het een beetje eenheidsworst is. Val je binnen de normen, dan is dat geen enkel punt. Wijk je af, omdat je wat drukker bent, wat meer moeite hebt, meer technisch dan theoretisch ingesteld bent, dan is de tolerantie daarvoor niet erg groot. Nog een aspect van het 'ouderwets' - de leraren zijn tamelijk streng en wensen vooral niet tegengesproken worden. Voor mijn Nederlandse meiden was dat even wennen. Hun assertiviteit werd al snel als brutaliteit opgevat. Belangrijk om dat uit te leggen.' |