Ouder worden in Frankrijk

Extra zorg voor vergrijzend Frankrijk

ouderen4

Tijdens zijn verkiezingscampagne in 2007 beloofde Nicolas Sarkozy dat hij, eenmaal aan de macht, veel extra zorg zou aanbieden aan de groeiende groep kwetsbare ouderen. In 2050 zal zijn land vijf miljoen inwoners tellen die ouder zijn dan 85 jaar. Op dit moment kent Frankrijk 1,1 miljoen afhankelijke ouderen, bejaarden die verzorgd dienen te worden. Hun aantal groeit tot 2040 jaarlijks met 1 tot 2%.

 

Sarkozy zegde toe, en herhaalde het vorige maand, dat het Franse systeem van sociale zekerheid, de Sécurité sociale ('Sécu'), een vijfde poot zal krijgen: la dépendance. De bestaande vier onderdelen van de Sécu zijn ziekte, pensioen, gezin en arbeidsongevallen. Het zal echter 2011 worden, voordat de demografische ontwikkeling van de vergrijzing zich vertaalt in concreet nieuw beleid. Eerst wil de regering in 2010 het omstreden dossier van de pensioenen definitief regelen.

Het hoofd bieden aan de opkomende grijze golf is vooral een financiële kwestie. De Sécu in haar huidige vorm kan de nieuwe lasten niet dragen. De financiering van de zorg voor de 85-jarigen - mensen vanaf die leeftijd komen in een bejaardentehuis terecht - zal niet alleen kunnen steunen op de solidariteitsgedachte. Het 'vijfde risico' zal moeten worden gedekt door de solidariteit binnen de families, door de verzekeringen en door het inbrengen van het vermogen van de ouderen zelf. Er is een speciale staatssecretaris voor Ouderenzaken die moet zoeken naar concrete maatregelen om het vraagstuk beheersbaar te houden.

 

De eerste stap zal zijn om ervoor te zorgen dat de ouderen zo lang mogelijk in eigen huis en omgeving kunnen blijven. Op het ogenblik leeft meer dan 90% van de mensen die ouder zijn dan 60 jaar, nog gewoon thuis. Acht van de tien Fransen geven aan hun oude dag te willen doorbrengen in hun eigen omgeving. Die mogelijkheden worden ook steeds groter. Nu heeft 25% van de mensen van 85 jaar en ouder de zelfstandigheid moeten opgeven. In de niet al te verre toekomst zal dat percentage zijn gezakt tot 15. Derhalve zal de rol van de thuiszorg aanzienlijk belangrijker worden. De APA, de door de departementen uitgekeerde financiële steun aan afhankelijke ouderen, wordt vooral toegepast om de ouderen te helpen zo lang mogelijk in eigen huis te blijven. 60% van de ouderen die gedeeltelijk afhankelijk zijn, kunnen met behulp van deze APA in de eigen woning blijven. Dat is ook goedkoper dan een definitieve verhuizing naar een maison de retraite.

 

Inmiddels bestaan er tal van technische hulpmiddelen die het langer zelfstandig wonen mogelijk maken. Daarbij kan de menselijke hulp nooit worden vervangen, zoals de professionele hulp van de thuiszorg (aide à domicile), maar ook de aandacht van de buren of de hulp van de familie. Over een jaar of tien zal het tekort aan dergelijke hulpverleners 10 tot 15% zijn.

 

Naast deze zaken zal er ook een omslag moeten komen in het Franse denken over het welbevinden van de ouderen. De deskundigen - gerontologen en sociologen - in deze materie menen dat er anders zal moeten worden aangekeken tegen het fenomeen van oude mensen. Er heerst nog een te algemeen anti-ouderen sentiment, alsook een te grote ouderendiscriminatie. Een omwenteling daarin zal nog zeker twintig jaar duren, vrezen de Fransen zelf.

De ouder wordende Nederlander in Frankrijk

De naar schatting 200.000 Nederlanders die zijn vertrokken naar Frankrijk en zich daar permanent hebben gevestigd, beginnen te vergrijzen. De naoorlogse generatie die vervroegd met pensioen is gegaan of op betrekkelijk jonge leeftijd de zaak heeft verkocht, begint zichzelf langzaamaan de steeds indringender vraag te stellen: blijven we in Frankrijk of keren we bij ziekte terug naar Nederland? Of kiezen we voor een kleiner huis met minder grond en blijven in La douce France met zijn alom erkende hoge kwaliteit van de zorgverlening en gezondheidszorg? Of gaan we naar een maison de retraite?
Vragen die aan de orde zijn gekomen tijdens een seminar op de Nederlandse ambassade in Parijs, georganiseerd door de Fanf, Fédération des Associations néerlandaises en France. De bijeenkomst was vooral bedoeld als inventarisatie van de bij Nederlanders in Frankrijk levende problemen rond het ouder en mogelijk ziek en afhankelijk worden. Men verstaat hieronder dan personen die over het algemeen ouder zijn dan 80 jaar en behoefte krijgen aan de zorg van hun naaste omgeving al dan niet in combinatie met het Franse verzorgingssysteem.

 




Eenzaam en anoniem

eenzaamVier miljoen Fransen worden getroffen door ernstige eenzaamheid. Voor hen is er 's zondags geen familielunch, zijn er geen vrienden om vertrouwelijkheden mee uit te wisselen of collega's met wie je na het werk een glas drinkt. Deze vier miljoen eenzamen, 9% van de totale bevolking, verklaren in een jaar minder dan drie contacten te hebben die verder gaan dan bonjour of au revoir met de winkeliers. Volgens een onderzoek van La fondation de France blijkt het isolement voor 56% van de betrokkenen te zijn ontstaan als gevolg van een breuk met de familie, een echtscheiding, een overlijden of een ruzie. Werkloosheid wordt door 14% genoemd als directe oorzaak van het alleen zijn. De standaard opvatting dat de anonimiteit vooral in de grote steden voorkomt, wordt door de studie gelogenstraft. Er zijn evenveel vereenzaamden op het platteland als in de stad. Wel is er een relatie met inkomen. Hoe armer, hoe eenzamer, kortweg. Bijna 14% van de personen die minder dan € 1000 per maand ontvangen, kennen geen vrienden. Het hebben van een sociaal leven kost geld: bioscoop, restaurant, kinderoppas. Van de Fransen die meer dan € 2500 per maand verdienen, heeft 2% geen echte vrienden. La fondation de France verdeelt het sociale leven van een persoon in verschillende netwerken: familie, vrienden, werk en buren. 23% van de Fransen beschikt slechts over één van deze netwerken. Anders dan wel wordt gedacht is het niet de familie waarop men het laatst kan terugvallen. Het zijn de naaste buren met wie nog een band met de buitenwereld bestaat. Ten slotte bestaat er nog een relatie met de leeftijd, waarop men zich eenzaam voelt; 16% van de mensen ouder dan 75 jaar voelt zich eenzaam, 15% van de groep van 60 tot 74 jaar, 11% van de 50- tot 59-jarigen en nog een 9% voor die van 40 tot 49 jaar. De sociale netwerken op internet bieden geen enkele soelaas. Bijna 88% van de getroffenen doet niets met netwerken als Facebook, Hyves. Wie op internet vrienden maakt, kan dat ook heel goed in het werkelijke leven, aldus de studie.
(02.07.10)




Meer voorzieningen om ouderen thuis te houden


senioren3De Franse overheid werkt aan maatregelen om ouderen langer in eigen omgeving te laten wonen. Nora Berra, staatssecretaris voor Ouderenzaken, heeft daartoe een serie voorstellen gepresenteerd. Ouderen wensen in meerderheid zo lang mogelijk thuis te blijven wonen, maar bij het steeds ouder worden van de mensen blijken er meer obstakels te komen. Ongeveer 90% van de personen van 75 jaar en ouder woont nog thuis. Het is daarom nodig om een diagnose in te stellen naar de woonomgeving van de ouderen om te bezien in hoeverre noodzakelijk voorzieningen moeten worden aangebracht. Deze moeten ervoor zorgen dat de risico's als isolement en ongelukken in huis zoveel mogelijk worden weggenomen. De technologie kan een handje helpen bij de verbetering van het leefklimaat. Zo stelt het rapport van de staatssecretaris voor om goedkopere internetverbindingen mogelijk te maken voor de senioren. Ook de persoonlijke dienstverlening, de 'zorg', moet verder worden verbeterd (huishoudelijke hulp, wijkverpleegster, bezigheidstherapeut). Ouderensocioloog Bernard Ennuyer maakt de kanttekening dat het zo lang mogelijk thuis houden van de ouderen niet alleen een kwestie van techniek is. Het gaat ook om de vormen van omgang met het zorgpersoneel. Een betere opleiding van dat personeel is daarbij wel nodig. Een rem op de ontwikkelingen is het overheidsoptreden hierbij, meent hij. Er zijn mensen die in eigen omgeving wensen te blijven, maar hebben daarbij voorzieningen nodig, die zij niet kunnen betalen. De APA is daarbij ontoereikend en zou moetten worden verdubbeld. Dat vergt € 5 à 7 miljard extra. Deze APA wordt gefinancierd door de departementen, die zich echter geconfronteerd zien met steeds dalende financiële bijdragen uit 'Parijs'.
(18.06.10)

 


Armoede ouderen verontrustend

senioren10Terwijl vakorganisaties, ouderenbonden  en overheid debatteren over de herziening van het Franse pensioenstelsel, maken ouderenorganisaties zich ernstig zorgen over de financiële positie van steeds meer bejaarden. Het collectief Alerte, bestaande uit een veertigtal verenigingen, heeft de alarmbel geluid en gemeld dat de verarming van een groeiend aantal ouderen zorgwekkend is. Steeds meer oude mensen moeten hulp zoeken bij noodopvang, sociale hulpverlening of bij de gratis voedselverstrekking. Volgens Alerte is de verslechtering vooral te wijten aan de stijging van de gewone kosten van levensonderhoud zoals de huren, de energieprijzen en de kosten van de gezondheidszorg. De pensioenen stijgen daarbij nauwelijks. De Aspa, de minimumuitkering voor ouderen (allocation de solidarité aux personnes âgées), is ontoereikend. Zij bedraagt € 677 per maand voor een alleenstaande, terwijl de armoedegrens nu op € 900 per maand ligt. Bijkomend probleem is nog de ingewikkeldheid van de sociale dienstverlening die veel ouderen ontmoedigt om hulp te vragen. De verenigingen hebben de vrees uitgesproken dat de verpaupering van het bevolkingsdeel zich in de toekomst zal uitbreiden, vooral voor de mensen die in het verleden werkloos zijn geweest en onvoldoende premies hebben betaald om een fatsoenlijk pensioen op te bouwen. Men spreekt hierbij van een tikkende tijdbom.
(15.04.10)

Print Print dit artikel

 

Nieuw initiatief voor zorgresort in Zuid-Frankrijk

De laatste jaren is een aantal initiatieven genomen om huisvesting te bieden aan Nederlanders die permanent in Frankrijk wonen en bij het ouder worden niet wensen terug te keren naar Nederland. Plannen om wooncomplexen te bouwen voor Nederlanders die gebruik kunnen maken van Nederlandstalige zorg hebben het steeds niet gehaald. Het bekendste voorbeeld is de activiteit van de inmiddels opgeheven vereniging Euro-Age dat vergevorderde plannen had om in de Lot een complex van appartementen en woningen van de grond te krijgen. Het bijeen krijgen van de financiering was het struikelblok.


Een groep Nederlanders - architect, zorgorganisatieadviseur, zorgprojectmanager, management consultant, makelaar - onderzoekt de mogelijkheden om in de Midi een wooncomplex te realiseren. Men denkt hierbij niet aan een Nederlandse 'kolonie' of vakantiepark, maar aan de ontwikkeling van een 'modern internationaal dorp met energiezuinige villa's, vrijstaande bungalows en geschakelde vakantiewoningen', aldus de omschrijving op de website van de groep. Naast Frans personeel zal er ook altijd Nederlandstalige begeleiding beschikbaar zijn. De site: 'U woont voor 100% in Frankrijk, met buren van verschillende nationaliteiten, in een zeer Franse sfeer en met een Frans ritme. Maar als het u of uw partner fysiek even wat minder gaat, kunt u ter plekke terugvallen op de professionele zorg en ondersteuning volgens de Nederlandse normen.' Het park is opgezet met als uitgangspunt het 'levensloopbestendig wonen'. Dit betekent dat alles aanwezig is voor een actief leven zo lang als het kan.
Om de behoeften in de markt te peilen hebben de initiatiefnemers een enquête
(05.08.09) opgesteld, waarvan de resultaten mede de locatie en compositie van het park zullen bepalen. Wel is al bekend dat er zowel villa's als bungalows en appartementen moeten komen. De groep onderzoekt daarbij de mogelijkheden van geothermie, zonne-energie, efficiënte isolatie en ventilatie.

Print Print dit artikel

 

Oud worden in Frankrijk

De naar schatting 200.000 Nederlanders die zijn vertrokken naar Frankrijk en zich daar permanent hebben gevestigd, beginnen te vergrijzen. De naoorlogse generatie die vervroegd met pensioen is gegaan of op betrekkelijk jonge leeftijd de zaak heeft verkocht, begint zichzelf langzaamaan de steeds indringender vraag te stellen: blijven we in Frankrijk of keren we bij ziekte terug naar Nederland? Of kiezen we voor een kleiner huis met minder grond en blijven in La douce France met zijn alom erkende hoge kwaliteit van de zorgverlening en gezondheidszorg? Of gaan we naar een maison de retraite?


Vragen die aan de orde zijn gekomen tijdens een seminar op de Nederlandse ambassade in Parijs, georganiseerd door de Fanf, Fédération des Associations néerlandaises en France. De bijeenkomst was vooral bedoeld als inventarisatie van de bij Nederlanders in Frankrijk levende problemen rond het ouder en mogelijk ziek en afhankelijk worden. Men verstaat hieronder dan personen die over het algemeen ouder zijn dan 80 jaar en behoefte krijgen aan de zorg van hun naaste omgeving al dan niet in combinatie met het Franse verzorgingssysteem.
Conclusie: binnenskamers en binnen de Hollandse vriendenkringen in Frankrijk is het onderwerp een veelvuldig terugkerend thema van gesprek. Maar als de mensen meer officieel via onderzoeken wordt gevraagd waar mogelijke knelpunten of problemen zijn, dan blijkt de respons vrijwel nihil.
Niettemin besloten de afgevaardigden van de Nederlandse verenigingen voort te gaan met het inventarisen, waarbij ook de mogelijkheid zal worden onderzocht of er een centraal meldpunt moet komen. Een dergelijk coördinatiepunt zou dan moeten worden bemand door professionelen en vrijwilligers die goed op de hoogte zijn van het Franse én Nederlandse zorg- en gezondheissysteem. Want de kennis omtrent de organisatie in Frankrijk ontbreekt nog bij velen, ondanks de Nederlandstalige informatie die ruim voorhanden is op internet en in speciale boeken. Nederlanders die van plan zijn zich in Frankrijk te vestigen en zich voorbereiden, blijken vaak aanzienlijk beter op de hoogte te zijn van de Franse regelgeving dan de pensionado's die al jaren in Frankrijk wonen. Nous voor Zorg in Frankrijk denkt een gat in de markt te hebben gevonden en wil Nederlanders helpen bij het wegwijs worden in het stelsel van thuiszorg en medische zorg. Zo is er de bescheiden AWBZ-variant de APA (Allocation Personnalisée d'Autonomie), die afhankelijken financieel bijstaat in de kosten van de persoonlijke zorg. Het bestaan van deze al enige jaren bestaande voorziening, ook voor buitenlanders in Frankrijk, bleek bij vele verenigingsbestuurders niet bekend. Men beschouwt het dan ook als een nieuwe taak van deze verenigingen om naast het organiseren van bridgedrives en golftoernooien aandacht te gaan besteden aan het opkomende probleem van de ouder worden vaderlander in Frankrijk.
De bestuursleden van de Fanf en van de verenigingen bleken in meerderheid niet een groot voorstander te zijn van het doen stichten van 'bejaardenreservaten' voor Nederlanders in Frankrijk. Men voelt meer voor de organisatie van onderlinge hulpverlening, waarbij al bestaande instituten zoals Aneas en het Ondersteuningsfonds meer concreet aan deze ondersteuning en informatievoorziening kunnen gaan voldoen. Een dergelijke dienstverlening, samen met die van door de verenigingen op te zetten eigen varianten, moet helpen bij de vraag of ouderen kunnen integreren in het Franse systeem, zullen terugkeren naar Nederland of gaan leven in een Frans verzorgings- of verpleeghuis waarbij afzonderlijke diensten worden geboden aan Nederlanders en mogelijk andere Europese inwoners van Frankrijk.
Het zelfstandig gaan wonen in een maison de retraite wordt alom afgeraden. De cultuurverschillen zijn te groot, de omgang met ouderen laat in Frankrijk nog veel aan kwaliteit te wensen over, zo erkennen de inrichtingen zelf. Bovendien blijken ouder wordende Nederlanders het aangeleerde Frans te vergeten en vallen terug op het Nederlands. Communicatie met het Franse personeel is dan onmogelijk.
Eerder gelanceerde plannen voor woningprojecten voor Nederlanders zijn gestrand op financieringsproblemen en soms op de weerstand van de lokale bevolking, zo werd duidelijk tijdens dit seminar. Zo is na jarenlange voorbereiding het plan van Euro Age om in de Dordogne een dergelijk woonomplex van de grond te krijgen, gestopt. Een mogelijke stichting van woonvormen voor Nederlandse ouderen in Frankrijk zou meer weggelegd zijn voor commerciële projectontwikkelaars die wel brood zien in de bouw en exploitatie van deze resorts.

Print Print dit artikel

 

Nieuwe samenlevingen voor ouderen

Overgewaaid uit Noord-Europese landen, begint het verschijnsel van gezamenlijke huisvesting (colocation) door ouderen ook in Frankrijk van de grond te komen. Het fenomeen, aangestuurd door ouderenverenigingen en speciale websites, kan een oplossing zijn bij het voorkomen van eenzaamheid, kan een antwoord bieden op de gedaalde koopkracht en kan een alternatief zijn voor de huiveringswekkende Franse bejaardenhuizen.

Zo is er de vereniging La trame (De levensdraad) die zich ten doel stelt de eenzaamheid van veel ouderen te doorbreken en zich beijvert voor het samen gaan wonen van groepen papy et mamy-boomers. In verschillende steden bestaan nu wooneenheden voor 4 tot 8 personen onder de naam Cocon3S (de 3S staan voor solidaires, seniors, solos). Drie van dergelijke cocons functioneren al in de Gard, Hautes-Pyrénées en in de Dordogne. In Morbihan moet in september een vierde van start gaan. De voorbereidingstijd is vrij lang, omdat de huisvesting niet is te vergelijken met bijvoorbeeld het wonen en leven in studentenflats. Er komt wat meer bij kijken. De gepensioneerden die zich in het nieuwe avontuur willen storten, moeten bereid zijn hun bestaande huisvesting te vergeten en zich te ontdoen van een deel van het eigen meubilar. Bovendien moeten zij plotseling met anderen leven en kunnen niet altijd vasthouden aan eigen, vastgeroeste gewoonten. Inmiddels is een website gelanceerd met advertenties die vraag en aanbod van alleenstaande ouderen op elkaar moet afstemmen (www.legrandpartage.fr). Een andere website (www.partage-senior.net) zegt al 1000 contacten tot stand te hebben gebracht. De vraag blijkt inderdaad hoog. Frankrijk telt 13 miljoen personen van 60 jaar en ouder, van wie een kwart alleen leeft als gevolg van echtscheiding of overlijden van de partner. Er komen steeds meer jeugdige ouderen, die in goede gezondheid verkeren en dankzij de hoge levensverwachting nog lange tijd hopen te profiteren van hun goede conditie. Er zijn via deze website 10 projecten in de maak, 15 in de DOM-TOM gebieden (Franse overzees gebied) en een tiental in het buitenland. De meeste leden van de woongemeenschappen zijn vrouwen van rond de 65 jaar die een groot huis delen. Het meest ideale getal van samenwonen in deze vorm is vijf of zes personen. En de deelnemers moeten een open geest hebben, evenwichtig zijn en in staat om risico's te nemen. Volgens La Trame is deze vorm van samenleven het beste antidepressivum dat op dit moment denkbaar is.
(13.08.09)

Print Print dit artikel

Deze pagina is laatst gewijzigd op 12-07-2010 om 17:26.


het weer in Frankrijk
het weer in Frankrijk
10 sep 2010