Ziek in Nederland? Extra betalen
Per 1 mei 2010 treedt een nieuwe Europese Verordening in werking, waardoor er een aantal zaken veranderen voor verdragsgerechtigden die in een ander EU-land wonen. Eén van die wijzigingen gaat om de afgifte van de Europese verzekeringskaart (EHIC), in Frankrijk de CEAM (Carte Européenne d'Assurance Maladie) af te geven. Zoals hier al gemeld , zal in april het CVZ, vanaf die datum belast met de uitgifte van de kaarten, alle betrokkenen informeren over de belangrijkste wijzigingen. Bestaande Europese verzekeringskaarten zullen vanaf 1 mei niet meer in Nederland worden geaccepteerd. Als het goed gaat, zullen Nederlandse gepensioneerden in het buitenland dan hun nieuwe kaart van het CVZ hebben ontvangen.
Het land dat de uitkering of het pensioen verstrekt, wordt verantwoordelijk voor deze kaarten, bedoeld om ook elders dan het woonland verzekerd te zijn tegen ziektekosten. Naast het recht op direct noodzakelijke zorg via de EHIC in alle lidstaten van de Unie, geeft de nieuwe verordening bij verblijf in Nederland recht op aanspraak ingevolge de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). Toestemming van bijvoorbeeld de CPAM om in Nederland een gewone medische behandeling te ondergaan, dus niet spoedeisend, zal niet meer nodig zijn. Voor het inroepen van zorg in Nederland door de postactieve buitenlandse resident behoeft men geen gebruik te maken van de EHIC. Wel zal men dan vermoedelijk te maken krijgen met het Nederlandse eigen risico van € 165 per jaar als tijdens een verblijf in een lidstaat medische hulp wordt ingeroepen. Of dat eigen risico is terug te vragen bij de caisse in Frankrijk en/of bij de aanvullende verzekering, de complémentaire/mutuelle is nog niet zeker. Naar verwachting dient men zich in voorkomend geval te wenden tot AGIS Zorgverzekeringen, zo heeft het CVZ laten weten aan de belangengroeperingen van Nederlanders in het buitenland.
Het betekent wel dat de bijdragen op dit punt moeten worden herzien. Na een jaar van ervaringen opdoen, zal worden bekeken in hoeverre van de voorziening gebruik is gemaakt en of de kosten hoger zijn dan de nu bestaande regeling. In 2011 zou de verdragsbijdrage onderscheid gaan maken tussen dat deel van de zorg dat in het woonland wordt geconsumeerd en het deel daarbuiten. De gedachte achter deze splitsing is, dat het grootste deel van de zorg wordt genoten in het woonland en een beperkt deel daarbuiten, in Nederland vooral. Voor de zorg in het woonland blijft de woonlandfactor van toepassing op de verdragsbijdrage. De bijdrage voor zorg die buiten het woonland wordt geconsumeerd, wordt dan niet door de woonlandfactor gecorrigeerd. Het CVZ redeneert: 'U hebt in Nederland immers recht op zorg overeenkomstig de Zvw en de AWBZ en ook de zorg in de overige lidstaten van de EU buiten het woonland zijn via de EHIC voor rekening van Nederland.'
Bij het berekenen van het af te splitsen percentage wordt uitgegaan van het totaal van de gemiddelde kosten van het zorggebruik in de woonlanden, vergeleken met de kosten van door verdragsgerechtigden in Nederland ingeroepen zorg én van het totaal van de gemiddelde kosten in alle woonlanden gezamenlijk en het totaal van de extra kosten in Nederland. Daarmee wordt voorkomen, meent de Nederlandse overheid, dat binnen de groep verdragsgerechtigden te grote verschillen ontstaan. Dit draagt volgens het ministerie van minister Ab Klink en zijn uitvoeringsorganisatie CVZ bij aan solidariteit binnen de groep. Het ziet er naar uit dat velen meer bijdragen gaan betalen, zonder dat zij gebruik gaan maken van de nieuwe regeling. Het laatste woord lijkt hierover nog niet te zijn gesproken en veel is nog onduidelijk. Op deze website zullen de ontwikkelingen worden gemeld.
(10.03.10)
Print dit artikel
|
|

|
Toon alle artikelen (239)
|
|
|
|