Kinderbijslag vanaf het tweede kind

Buitenlanders die permanent in Frankrijk wonen, kunnen ook aanspraak maken op kinderbijslag: allocations familiales. De regeling geldt voor iedereen met een gezin van in principe ten minste twee kinderen onder de 11 jaar of, als zij studeren, tot 21 jaar. In de overzeese gebiedsdelen wordt al bij één kind de bijslag uitgekeerd. De betalingen geschieden maandelijks. De 'gewone' kinderbijslag is nu € 125,78 netto per maand voor twee kinderen, € 286,94 en € 161,17 voor elk kind meer. Een thuiswonende van 20 jaar geeft recht op een extra vergoeding van € 79,54 en er is een toeslag voor kinderen van 11 tot 16 jaar van € 62,90.

Mensen die uit de Europese Ruimte komen en zich in Frankrijk vestigen, kunnen kinderbijslag ontvangen, zoals alle andere inwoners van Frankrijk. Europese
buitenlanders moeten wel aan enkele voorwaarden voldoen om kinderbijslag te krijgen. De aanvrager moet zijn vaste verblijf in Frankrijk hebben en ook de kinderen moeten permanent te zijnen laste komen en in Frankrijk wonen. Verblijfsvergunningen zijn niet meer nodig voor als je uit een Europees land komt, maar om in aanmerking te komen voor de uitkeringen moet de aanvrager een beroep hebben (in loondienst of zelfstandig) in Frankrijk of voldoende middelen van bestaan hebben en in het bezit zijn van een ziektekostenverzekering. Mensen die al langer dan vijf jaar ononderbroken in Frankrijk wonen, zijn vrijgesteld van deze voorwaarden. Wie zich aanmeldt bij de CAF (Caisse d'allocation familiale) moeten zich, zoals de Fransen zelf ook, legitimeren, trouwboekje laten zien en uittreksels van geboorteregisters overleggen. Buitenlanders die in Frankrijk gaan wonen en niet (meer) werken en geen verblijfstitel hebben (minder dan vijf jaar in Frankrijk woonachtig), moeten ook aantonen dat zij over een goede ziektekostenverzekering beschikken en voldoende middelen bezitten. Voldoende middelen: voor mensen jonger dan 65 jaar de bijstandsuitkering RSA (revenu de solidarité active) van € 460,09 voor een alleenstaande en € 920,18 voor een koppel, plus 30% voor elk persoon dat ten laste komt van het huishouden; voor mensen ouder dan 65 jaar de ouderdomsuitkering ASPA (allocation de solidarité aux personnes âgées) van € 677,13 per maand voor een alleenstaande en € 1147,14 voor een koppel. De niet-actieven moeten bovendien bewijzen dat ze echt permanent in Frankrijk wonen via een belastingaanslag, huurcontract, eigendomsbewijs, factuur van de EDF e.d. Bijzonderheid nog vanuit Nederland: wie kinderbijslag uit Nederland blijft ontvangen (gedetacheerd, werken voor een Nederlands bedrijf in Frankrijk) en deze is lager dan de Nederlandse, dan betaalt de SVB (Sociale Verzekeringsbank) het verschil bij.


Dan is er nog de allocation de rentrée scolaire – ARS, een inkomensafhankelijke bijdrage in de kosten van aanschaf van schoolboeken e.d. Er wordt geen geen vast bedrag meer uitgekeerd, maar verschillen de bedragen per leeftijdscategorie: € 284,76 voor de 6- tot 10-jarigen, € 300,66 voor de 11- tot 14-jarigen en € 311,11 voor de 15- tot 18-jarigen. De uitkeringen worden verstrekt aan gezinnen van wie het jaarinkomen lager is dan ruim € 22.970 bij één kind. Voor elk kind meer boven drie kinderen mag het grensinkomen met circa € 5301 worden aangepast. Wie meer inkomen geniet, ontvangt een lagere ARS.


Print Print dit artikel

 

Werkloosheidsuitkeringen ook voor buitenlanders

Wie in Frankrijk ontslag krijgt, ook als hij of zij dat aan zichzelf heeft te wijten, heeft recht op een uitkering, de allocation de chômage of de allocation d’aide au retour à l’emploi. Deze voorziening geldt ook voor buitenlanders.

De hoogte van deze uitkering is afhankelijk van een flink aantal factoren, zoals de periode waarin men premie heeft betaald. Bijvoorbeeld: in de achttien maanden voorafgaande aan het verbreken van het arbeidscontract moet er minstens vier maanden gewerkt zijn en premie betaald (assurance chômage) om recht te hebben op een werkloosheidsuitkering met een minimale duur. Deze uitkeringsperiode wordt langer naarmate het arbeidsverleden meer werkuren en premiedagen telt. Op basis van deze gegevens beoordeelt het uitvoeringsorgaan de Assedic met een ingewikkelde rekenformule de hoogte en duur van de uitkering.

Als de uitkeringsperiode is verstreken en er nog geen zicht is op een nieuwe baan, zal de werkzoekende zijn aangewezen op de bijstand, de RSA (revenu de solidarité active - bijstandsuitkering, vervangt de RMI - Revenu Minimum d’Insertion), aan te vragen bij een gemeentelijk Centre d’action Sociale of bij de CAF (Caisse d’Allocations Familiales) of een vergelijkbare instelling. Een RMI is het recht van eenieder op een absoluut minimaal inkomen, waarvan 1,2 miljoen inwoners gebruikmaken. Om daarvoor in aanmerking te komen moet men 25 jaar of ouder zijn (of jonger bij de verzorging van ten minste één kind) en moet men in Frankrijk wonen. Ten slotte is men contractueel gebonden om zijn best te doen om naar mogelijkheden van herintreden te zoeken (contrat d’insertion). Een RSA is vrijgesteld van inkomstenbelasting en de hoogste sociale premies en geeft ook recht op ontheffing van de taxe d’habitation. Met een RSA zit je automatisch en gratis in de CMU-C, dus ook voor een aanvullende dekking tegen ziektekosten; gezinsleden zijn meeverzekerd, kinderen tot hun vijfentwintigste jaar. De uitkering bedraagt maximaal € 454,63 per maand voor een alleenstaande en € 681,95 voor iemand die ook de zorg voor een ander heeft of voor koppels. Een paar met een kind kan rekenen op € 818,34.

Wie in Nederland een WW-uitkering ontvangt en in Frankrijk zou willen gaan werken, kan toestemming krijgen van het UWV om naar Frankrijk af te reizen voor een periode van maximaal drie maanden. In die periode kan bijvoorbeeld bij het arbeidsbureau (Pôle emploi) in de kaartenbak worden gekeken en ook kan men verder wat rondkijken. De WW wordt dan uitbetaald (voor een periode van ten hoogste zes weken) door de werkloosheidskas Assedic, die het geld later weer van de UWV in Nederland terugontvangt. Het UWV verstrekt een formulier E 303 dat moet worden ingeleverd bij het Franse arbeidsbureau. Het UWV houdt belastingen en sociale premies in. Wie binnen drie maanden weer naar Nederland terugkeert, kan rekenen op een voortzetting van de de WW-uitkering. Blijft men langere tijd weg, dan kan men geen WW-uitkering meer ontvangen. Je zal dan eerst weer moeten gaan werken. Ook kan men in aanmerking komen voor een WW-uitkering in Frankrijk als men een baan(tje) heeft en wordt ontslagen. De in Nederland opgebouwde arbeidstijd wordt meegerekend. Met een formulier E 301 is dan aan te tonen gedurende welke periode je in Nederland verzekerd bent geweest tegen werkloosheid. Andersom: in Frankrijk een E 301 aanvragen (bij de Pôle Emploi) en dat meesturen met de aanvraag tot een WW-uitkering aan het UWV.

Print Print dit artikel

 
AOW-opbouw stopt 

Sinds 1 januari 2000 wordt geen AOW-premie meer ingehouden bij Nederlanders die in het buitenland zijn gaan wonen. Men kan zich wel aanmelden voor een vrijwillige AOW-verzekering. Deelnemen is mogelijk als men ten minste één jaar direct voorafgaand aan de ingangsdatum van de vrijwillige verzekering verzekerd is geweest én zich binnen twaalf maanden na het einde van de verplichte verzekering schriftelijk aanmeldt bij de SVB, de Sociale Verzekeringsbank.

Het  premiepercentage AOW is ook voor het jaar 2009 vastgesteld op 17,9 en de premie wordt berekend over een inkomen van maximaal € 32.127. De heffingskorting (€ 1072) gaat van de premie af.  De minimum premie is vastgesteld op  € 467,80. De nabestaanden van een 65-plusser zijn dan ook verzekerd van een nabestaandenuitkering. Natuurlijk moeten zij zelf wel aan de voorwaarden voldoen. De
premies voor de vrijwillige AOW-verzekering zijn dus niet mals, zodat de vraag is: óf die enorme bedragen betalen óf genoegen nemen met bijvoorbeeld een wat lagere AOW-uitkering op je vijfenzestigste. Per jaar dat geen premie is afgedragen, wordt de uiteindelijke uitkering met 2% gekort.

Het nog ingeschreven staan bij een Nederlandse gemeente garandeert niet dat bij een vestiging in het buitenland de opbouw van de AOW doorgaat en het Anw-risico is gedekt. Als het tot uitkering komt, onderzoekt de Sociale Verzekeringsbank waar het centrum van iemands leven de afgelopen jaren heeft gelegen. Als juridisch de economische en sociale banden voornamelijk in Frankrijk liggen, wordt dat land als woonland beschouwd en moet de opbouw van de AOW stoppen op het moment van vestiging in Frankrijk. Ook de dekking van het overlijdensrisico uit de Anw is dan gestopt.

Wil men van tevoren informatie over de verzekeringspositie, dan is die op te vragen bij de afdeling Basisadministratie Verzekeringen van de SVB in Amstelveen. Informatie over de vrijwillige verzekeringen is op te vragen bij de afdeling Vrijwillige Verzekering. Verdere informatie is aldaar ook te verkrijgen: Sociale Verzekeringsbank, kantoor verzekeringen, Postbus 357, 1180 AJ Amstelveen. Tel. 020 656 53 52, fax 020 656 51 00. Bezoekadres: Van Heuven Goedhartlaan 1, Amstelveen. E-mail: communicatie@svb.nl.

Als men eenmaal 64 is en het jaar daarop recht heeft op een (gedeeltelijk) Nederlands ouderdoms- of weduwepensioen, moet men een aanvraag indienen bij de Franse Caisse de Sécurité Sociale. Als men niet meer verzekerd was of zelfs nooit verzekerd was in Frankrijk, dan moet men zelf de aanvraag doen bij de vestiging van de Sociale Verzekeringsbank in Breda, die de in Frankrijk wonende bedient. De caisse of de SVB moet weten in welke plaatsen in Nederland men achtereenvolgens heeft gewoond. De caisse stuurt, als men voor het Franse stelsel verzekerd is, de aanvraag door naar de Sociale Verzekeringsbank, Vestiging Breda, Afdeling Buitenland, Rat Verleghstraat 2, 4815 NZ Breda, Postbus 90151, 4800 RC Breda. Tel. 076 548 50 10, fax 076 548 50 90. Wijzigingen in de persoonlijke situatie moeten worden doorgegeven aan de SVB. Dat is niet alleen verplicht, maar niet-nakoming daarvan kan zelfs leiden tot boetes of kortingen op de AOW-/Anw-uitkering.

AOW'ers in het buitenland ontvangen geen tegemoetkoming meer

De bestaande AOW-tegemoetkoming wordt vervangen door 'koopkrachttegemoetkoming'. Dat betekent dat alleen AOW-ers die in Nederland belastingplichtig zijn van de tegemoetkoming kunnen profiteren vanaf 2011. De nieuwe koopkrachttegemoetkoming is alleen voor Nederlands belastingplichtigen bedoeld en wordt niet in het buitenland uitgekeerd. De besparing voor de Nederlandse schatkist bedraagt na aftrek van de extra uitvoeringskosten € 105 mln in 2011 oplopend tot € 120 mln in 2015. Op het ogenblik ontvangen alle AOW-ers in binnen- en buitenland een toeslag van € 34,26, ongeacht de hoogte van de AOW-uitkering. Deze toeslag komt voor de buitenlandse resident te vervallen. Voor een echtpaar betekent dit dus een maandelijkse verlaging van € 68,50. Ouderen die in het buitenland wonen, maar van hun inkomen voor 90% of meer in Nederland belasting betalen, krijgen de nieuwe tegemoetkoming ook. De naar schatting 280.000 ouderen die in 2011 in het buitenland wonen en daar ook belasting betalen, komen dus niet voor de tegemoetkoming in aanmerking.


Bezwaarschriften tegen stopzetting tegemoetkoming AOW

logo SVB

De Internationale Club van Nederlandse Gepensioneerden is een bezwaarschriftenprocedure gestart tegen de stopzetting van de 'tegemoetkoming AOW' aan gepensioneerde Nederlanders in het buitenland. Met ingang van juni ontvangt deze categorie AOW'ers daardoor maandelijks € 33,09 minder. De algemene regeling in Nederland wordt vervangen door de 'Koopkrachttegemoetkoming Oudere Belastingplichtigen” (tegemoetkoming KOB), ook groot € 33,09.

 

Vrijwel geen enkele expats zal  hiervoor in aanmerking komen. Slechts als 90% of meer van het wereldinkomen in Nederland wordt belast, geldt de KOB ook voor hen. Die grens is zo hoog gesteld dat zelfs mensen met een ABP-pensioen - waarbij het overgrote deel van hun inkomen in Nederland wordt belast - die 90 % in het algemeen niet zullen halen. De tegemoetkoming werd indertijd in het leven geroepen om een ingevoerde belastingverhoging voor AOW-gerechtigden te compenseren. Expats worden niet getroffen door een belastingverhoging in Nederland, 'dus dacht de Nederlandse overheid: nu we de betreffende wetgeving toch aan het veranderen zijn, moeten we die expats maar uitsluiten van de KOB', zo schrijft de ICNG in zijn nieuwsbrief.

Maar er schuilt volgens de club een adder onder het gras. De Wet Mogelijkheid Koopkrachttegemoetkoming Oudere Belastingplichtigen (de wet MKOB) is in strijd met de Europese regelgeving. De wet belemmert namelijk het recht op vrij verkeer voor burgers van de Unie en maakt een ongeoorloofd onderscheid naar woonplaats. Bovendien is het aanknopen bij het fiscale stelsel een ongepaste constructie die geen ander doel dient dan omzeiling van het Unierecht, aldus de argumenten van de ICNG.

 

De Raad van State wees de regering hierop in zijn advies over het wetsontwerp. De advocaat richtte indertijd op verzoek van de Stichting Belangenbehartiging Nederlandse Gepensioneerden in het Buitenland een brief aan de Eerste Kamer vóór deze het wetsontwerp in behandeling nam, om deze strijdigheid ook nog eens duidelijk te belichten. Toch werd het wetsontwerp door beide Kamers aangenomen en zal de wet op 1 juni 2011 in werking treden. Het Stichtingsbestuur heeft op 4 mei 2011 een klacht ingediend bij de Europese Commissie tegen de acceptatie van het wetsontwerp.

In een brief van 5 mei 2011 deelt de Sociale Verzekeringsbank (SVB) de AOW-gerechtigde expats mee dat met ingang van juni 2011 de tegemoetkoming AOW zal worden vervangen door de KOB en onder welke voorwaarden men daarvoor in aanmerking komt. Tevens zal men eind juni/begin juli een 'AOW Specificatie juni 2011' ontvangen. Tegen beide stukken heeft de advocaat  een bezwaarschrift opgesteld (klik op de links).


Aangetekend met ontvangstbevestiging
De geel gemarkeerde zinnen in het Word-document moet men invullen. De groene zinnen voert men uit, waarna deze zin kan worden gewist. Niet duidelijk is of de kennisgevingbrief van de SVB van 5 mei 2011 een besluit in juridische zin is. Ondanks deze twijfel is het nodig het bezwaarschrift in te dienen. De AOW-specificatie juni 2011 is wel een besluit in juridische zin. Ook hiertegen moet bezwaar worden gemaakt. De termijn waarbinnen men tegen de brief bezwaar kan maken, eindigt 16 juni 2011, die tegen de specificatie eindigt op 4 augustus 2011. Dit betekent dat er tweemaal een bezwaarschrift moet worden ingediend, aangetekend en met ontvangstbevestiging. 'Dubbel werk, maar nodig om er zeker van te zijn dat op zijn minst één bezwaarschrift ontvankelijk wordt verklaard,'aldus de ICNG. In de voorbeeldbrieven is een postbusnummer van de SVB opgenomen. Het is beter om de brieven als volgt te adresseren: Sociale Verzekeringsbank, Vestiging Breda, Afdeling Buitenland, Rat Verleghstraat 2, 4815 NZ Breda, Pays-Bas.

Bewijs van in leven zijn
Het bewijs van in leven zijn of de attestatie de vita is in Frankrijk, waar zo’n bewijs een certificat de vie heet, al enkele jaren geleden afgeschaft, maar Nederlandse pensioenfondsen vragen nog steeds om dat bewijs. Franse pensioenfondsen nemen genoegen met een attestation sur l’honneur (op erewoord). Organisaties buiten Frankrijk, zoals de Sociale Verzekeringsbank (SVB), doen dat niet. De burgemeester van de woonplaats kan een verklaring van in leven zijn afgeven op een speciaal hiervoor ontworpen formulier (Cerfa-nummer 11753*02). Mocht men op de Mairie niet bereid zijn de handtekening te plaatsen op het door de SVB of een andere organisatie verstrekte meertalige formulier, dan kan men aandringen op afgifte van het Cerfa-formulier. Uiteraard kan men voor een bewijs van in leven zijn nog steeds terecht bij de consulaire afdeling van de ambassade of bij een van de consulaire vertegenwoordigingen in Frankrijk. De kosten hiervoor zijn € 30.

Persoonlijke gesprekken zijn te voeren met:
Ad Vissers - avissers@svb.nl tel. 0031 765485661, Ans Vervaart - avervaart@svb.nl, tel 0031 765485669, Truus Kruisheer - tkruisheer@svb.nl, tel. 0031 765485666 en Rian van Loon - rvanloon@svb.nl, tel. 0031 765485665.

Print Print dit artikel

Deze pagina is laatst gewijzigd op 19-07-2011 om 08:59.


het weer in Frankrijk
het weer in Frankrijk
08 feb 2012