|
|
Kinderbijslag vanaf het tweede kind Buitenlanders die permanent in Frankrijk wonen, kunnen ook aanspraak maken op kinderbijslag: allocations familiales. De regeling geldt voor iedereen met een gezin van in principe ten minste twee kinderen onder de 11 jaar of, als zij studeren, tot 21 jaar. In de overzeese gebiedsdelen wordt al bij één kind de bijslag uitgekeerd. De betalingen geschieden maandelijks. De 'gewone' kinderbijslag is nu € 123,92 netto per maand voor twee kinderen, € 282,70 en € 158,78 voor elk kind meer. Voor kinderen vanaf 16 jaar komt daar nog € 61,96 bij. Mensen die uit de Europese Ruimte komen en zich in Frankrijk vestigen, kunnen kinderbijslag ontvangen, zoals alle andere inwoners van Frankrijk. Europese buitenlanders moeten wel aan enkele voorwaarden voldoen om kinderbijslag te krijgen. De aanvrager moet zijn vaste verblijf in Frankrijk hebben en ook de kinderen moeten permanent te zijnen laste komen en in Frankrijk wonen. Verblijfsvergunningen zijn niet meer nodig voor als je uit een Europees land komt, maar om in aanmerking te komen voor de uitkeringen moet de aanvrager een beroep hebben (in loondienst of zelfstandig) in Frankrijk of voldoende middelen van bestaan hebben en in het bezit zijn van een ziektekostenverzekering. Mensen die al langer dan vijf jaar ononderbroken in Frankrijk wonen, zijn vrijgesteld van deze voorwaarden. Wie zich aanmeldt bij de CAF (Caisse d'allocation familiale) moeten zich, zoals de Fransen zelf ook, legitimeren, trouwboekje laten zien en uittreksels van geboorteregisters overleggen. Buitenlanders die in Frankrijk gaan wonen en niet (meer) werken en geen verblijfstitel hebben (minder dan vijf jaar in Frankrijk woonachtig), moeten ook aantonen dat zij over een goede ziektekostenverzekering beschikken en voldoende middelen bezitten. Voldoende middelen: voor mensen jonger dan 65 jaar de bijstandsuitkering RSA (revenu de solidarité active) van € 460,09 voor een alleenstaande en € 920,18 voor een koppel, plus 30% voor elk persoon dat ten laste komt van het huishouden; voor mensen ouder dan 65 jaar de ouderdomsuitkering ASPA (allocation de solidarité aux personnes âgées) van € 677,13 per maand voor een alleenstaande en € 1147,14 voor een koppel. De niet-actieven moeten bovendien bewijzen dat ze echt permanent in Frankrijk wonen via een belastingaanslag, huurcontract, eigendomsbewijs, factuur van de EDF e.d. Bijzonderheid nog vanuit Nederland: wie kinderbijslag uit Nederland blijft ontvangen (gedetacheerd, werken voor een Nederlands bedrijf in Frankrijk) en deze is lager dan de Nederlandse, dan betaalt de SVB (Sociale Verzekeringsbank) het verschil bij. Meer sociale fraude ontdekt In het afgelopen jaar is het aantal ontdekte fraudes door de sociale diensten (caisses d'allocations familiales (CAF) sterk gestegen. De diensten schrijven dit niet toe aan een hoger fraudegedrag bij uitkeringen als kinderbijslag, huursubsidies e.d., maar geven een strengere controle aan als reden voor de toeneming van het aantal ontdekte gevallen. Een grotere doelmatigheid bij de opsporing is verkregen doordat het beheer van de bestanden efficiënter verloopt bij de 123 sociale diensten. Het koppelen van de bestanden van bijvoorbeeld CAF's en CPAM's aan het nummer van de Sécu, blijkt resultaten af te werpen. Ook de belastingdienst geeft sinds enige tijd de inkomensgegevens door aan de CAF's. Genieters van uitkeringen moeten elke drie maanden hun inkomenssituatie opgeven en de controles daarop zijn opgevoerd tot bijna de helft van de betrokkenen: één op de twee verklaringen wordt nu geverifieerd. Meer dan de helft (55%) van de fraudes die aan het licht komen, betreft de opgaven van de inkomsten, 36% gaat over verkeerde opgaven over al dan niet samenwonen en 9% betreft het indienen van valse verklaringen. De kosten van de fraude zijn overigens nog geen promille van de totaal uitgekeerde uitkeringen van € 68 miljard. (15.09.09) Dan is er nog de allocation de rentrée scolaire – ARS, een inkomensafhankelijke bijdrage in de kosten van aanschaf van schoolboeken e.d. Er wordt geen geen vast bedrag meer uitgekeerd, maar verschillen de bedragen per leeftijdscategorie: € 280,76 voor de 6- tot 10-jarigen, € 296,22 voor de 11- tot 14-jarigen en € 306,51 voor de 15- tot 18-jarigen. De uitkeringen worden verstrekt aan gezinnen van wie het jaarinkomen lager is dan ruim € 22,321 bij één kind. Voor elk kind meer boven drie kinderen mag het grensinkomen met circa € 5151 worden aangepast. Wie meer inkomen geniet, ontvangt een lagere ARS. Sécu wil bestanden koppelen om fraudeurs op te sporen
Werkloosheidsuitkeringen ook voor buitenlanders Als de uitkeringsperiode is verstreken en er nog geen zicht is op een nieuwe baan, zal de werkzoekende zijn aangewezen op de bijstand, de RSA (revenu de solidarité active - bijstandsuitkering, vervangt de RMI - Revenu Minimum d’Insertion), aan te vragen bij een gemeentelijk Centre d’action Sociale of bij de CAF (Caisse d’Allocations Familiales) of een vergelijkbare instelling. Een RMI is het recht van eenieder op een absoluut minimaal inkomen, waarvan 1,2 miljoen inwoners gebruikmaken. Om daarvoor in aanmerking te komen moet men 25 jaar of ouder zijn (of jonger bij de verzorging van ten minste één kind) en moet men in Frankrijk wonen. Ten slotte is men contractueel gebonden om zijn best te doen om naar mogelijkheden van herintreden te zoeken (contrat d’insertion). Een RSA is vrijgesteld van inkomstenbelasting en de hoogste sociale premies en geeft ook recht op ontheffing van de taxe d’habitation. Met een RSA zit je automatisch en gratis in de CMU-C, dus ook voor een aanvullende dekking tegen ziektekosten; gezinsleden zijn meeverzekerd, kinderen tot hun vijfentwintigste jaar. De uitkering bedraagt maximaal € 454,63 per maand voor een alleenstaande en € 681,95 voor iemand die ook de zorg voor een ander heeft of voor koppels. Een paar met een kind kan rekenen op € 818,34. Wie in Nederland een WW-uitkering ontvangt en in Frankrijk zou willen gaan werken, kan toestemming krijgen van het UWV om naar Frankrijk af te reizen voor een periode van maximaal drie maanden. In die periode kan bijvoorbeeld bij het arbeidsbureau (Pôle emploi) in de kaartenbak worden gekeken en ook kan men verder wat rondkijken. De WW wordt dan uitbetaald (voor een periode van ten hoogste zes weken) door de werkloosheidskas Assedic, die het geld later weer van de UWV in Nederland terugontvangt. Het UWV verstrekt een formulier E 303 dat moet worden ingeleverd bij het Franse arbeidsbureau. Het UWV houdt belastingen en sociale premies in. Wie binnen drie maanden weer naar Nederland terugkeert, kan rekenen op een voortzetting van de de WW-uitkering. Blijft men langere tijd weg, dan kan men geen WW-uitkering meer ontvangen. Je zal dan eerst weer moeten gaan werken. Ook kan men in aanmerking komen voor een WW-uitkering in Frankrijk als men een baan(tje) heeft en wordt ontslagen. De in Nederland opgebouwde arbeidstijd wordt meegerekend. Met een formulier E 301 is dan aan te tonen gedurende welke periode je in Nederland verzekerd bent geweest tegen werkloosheid. Andersom: in Frankrijk een E 301 aanvragen (bij de Pôle Emploi) en dat meesturen met de aanvraag tot een WW-uitkering aan het UWV.
AOW-opbouw stopt
Sinds 1 januari 2000 wordt geen AOW-premie meer ingehouden bij Nederlanders die in het buitenland zijn gaan wonen. Men kan zich wel aanmelden voor een vrijwillige AOW-verzekering. Deelnemen is mogelijk als men ten minste één jaar direct voorafgaand aan de ingangsdatum van de vrijwillige verzekering verzekerd is geweest én zich binnen twaalf maanden na het einde van de verplichte verzekering schriftelijk aanmeldt bij de SVB, de Sociale Verzekeringsbank. Het premiepercentage AOW is ook voor het jaar 2009 vastgesteld op 17,9 en de premie wordt berekend over een inkomen van maximaal € 32.127. De heffingskorting (€ 1072) gaat van de premie af. De minimum premie is vastgesteld op € 467,80. De nabestaanden van een 65-plusser zijn dan ook verzekerd van een nabestaandenuitkering. Natuurlijk moeten zij zelf wel aan de voorwaarden voldoen. De premies voor de vrijwillige AOW-verzekering zijn dus niet mals, zodat de vraag is: óf die enorme bedragen betalen óf genoegen nemen met bijvoorbeeld een wat lagere AOW-uitkering op je vijfenzestigste. Per jaar dat geen premie is afgedragen, wordt de uiteindelijke uitkering met 2% gekort.
Het nog ingeschreven staan bij een Nederlandse gemeente garandeert niet dat bij een vestiging in het buitenland de opbouw van de AOW doorgaat en het Anw-risico is gedekt. Als het tot uitkering komt, onderzoekt de Sociale Verzekeringsbank waar het centrum van iemands leven de afgelopen jaren heeft gelegen. Als juridisch de economische en sociale banden voornamelijk in Frankrijk liggen, wordt dat land als woonland beschouwd en moet de opbouw van de AOW stoppen op het moment van vestiging in Frankrijk. Ook de dekking van het overlijdensrisico uit de Anw is dan gestopt. Wil men van tevoren informatie over de verzekeringspositie, dan is die op te vragen bij de afdeling Basisadministratie Verzekeringen van de SVB in Amstelveen. Informatie over de vrijwillige verzekeringen is op te vragen bij de afdeling Vrijwillige Verzekering. Verdere informatie is aldaar ook te verkrijgen: Sociale Verzekeringsbank, kantoor verzekeringen, Postbus 357, 1180 AJ Amstelveen. Tel. 020 656 53 52, fax 020 656 51 00. Bezoekadres: Van Heuven Goedhartlaan 1, Amstelveen. E-mail: communicatie@svb.nl. Als men eenmaal 64 is en het jaar daarop recht heeft op een (gedeeltelijk) Nederlands ouderdoms- of weduwepensioen, moet men een aanvraag indienen bij de Franse Caisse de Sécurité Sociale. Als men niet meer verzekerd was of zelfs nooit verzekerd was in Frankrijk, dan moet men zelf de aanvraag doen bij de vestiging van de Sociale Verzekeringsbank in Breda, die de in Frankrijk wonende bedient. De caisse of de SVB moet weten in welke plaatsen in Nederland men achtereenvolgens heeft gewoond. De caisse stuurt, als men voor het Franse stelsel verzekerd is, de aanvraag door naar de Sociale Verzekeringsbank, Vestiging Breda, Afdeling Buitenland, Rat Verleghstraat 2, 4815 NZ Breda, Postbus 90151, 4800 RC Breda. Tel. 076 548 50 10, fax 076 548 50 90. Wijzigingen in de persoonlijke situatie moeten worden doorgegeven aan de SVB. Dat is niet alleen verplicht, maar niet-nakoming daarvan kan zelfs leiden tot boetes of kortingen op de AOW-/Anw-uitkering.
Persoonlijke gesprekken zijn te voeren met: Ad Vissers - avissers@svb.nl tel. 0031 765485661, Ans Vervaart - avervaart@svb.nl, tel 0031 765485669, Truus Kruisheer - tkruisheer@svb.nl, tel. 0031 765485666 en Rian van Loon - rvanloon@svb.nl, tel. 0031 765485665.
Deze pagina is laatst gewijzigd op 28-01-2010 om 11:32.
|
|