|
|
De Zorgverzekeringswet en wonen in Frankrijk
Ontving je als Frankrijkganger een langlopend Nederlands pensioen of uitkering, zoals WAO, AOW of Anw en was je ziekenfondsverzekerd in Nederland, dan was een overschrijving per gezinslid met het formulier E 121 naar de CPAM nodig, het plaatselijke kantoor van de Caisse primaire d’assurance maladie. Nu geldt deze verplichting sinds 1 januari 2006 ook voor de Nederlanders die in Frankrijk particulier verzekerd waren en een wettelijke pensioen uit Nederland ontvangen.
Via uiterst verwarrende procedures, onduidelijke richtlijnen was het nodig om dat formulier E 121 te pakken te krijgen. Het CVZ, College voor Zorgverzekeringen, dat is belast met de uitvoering van de nieuwe regels van de Zorgverzekeringswet (Zvw) voor Nederlanders in het buitenland, is inmiddels wat gewend geraakt aan de procedures en lijkt deze onder de knie te krijgen. Het opgelegde systeem, dat tot stormen van verontwaardiging heeft geleid, houdt in dat de gepensioneerden in Nederland een vaste bijdrage moeten betalen en nog eens bijdragen op pensioen en overige inkomsten en voor de AWBZ. Die bijdragen worden ingehouden op de AOW, uitkeringen en overige pensioenen. Nederland verrekent de ontvangen bijdragen met het land waar de Nederlanders gebruik maken van het ziekenfondssysteem aldaar.
Voor emigranten zijn er vier mogelijkheden van verzekeringen tegen ziektekosten: • men blijft in Nederland verzekerd als daar het inkomen wordt verdiend; • wie gaat werken in Frankrijk of een (pseudo)bedrijfje opricht, heeft niets meer met Nederland van doen en meldt zich bij een vaak goedkopere Franse ziekenfondskas; • je wordt 'verdragsgerechtigd' (bij een wettelijk pensioen of uitkering uit Nederland), aanmelding bij het CVZ is verplicht, waarna aanmelding in Frankrijk noodzakelijk is; • zelf een particuliere verzekering zoeken als er geen wettelijk pensioen in Nederland bestaat en men leeft van bijvoorbeeld eigen vermogen. Na een verblijf van vijf jaar is aanmelding mogelijk bij de CMU.
De overheid verwoordt het aldus: de ‘verdragsgerechtigdheid’ betekent het hebben van aanspraak op vergoeding van medische- en zorgkosten ten laste van Nederland, naar de regels van het wettelijke stelsel in Frankrijk. Dit vloeit voort uit het Europese sociale zekerheidsrecht (EG1408/71). Die verdragsgerechtigdheid is op de eerste plaats gericht op degenen die een wettelijk pensioen of een wettelijke (langlopende) uitkering vanuit Nederland hebben (waaronder AOW en WAO, een ABP-pensioen en een militair pensioen enzovoort.) Bij een dergelijk pensioen zijn ook andere pensioenen en uitkeringen zoals lijfrente belastbaar voor de Zvw-bijdragen. Wie in Frankrijk woont en geen wettelijk pensioen geniet, dus (nog) niet verdragsgerechtigd is, zal over zijn wereldinkomen geen bijdragen behoeven te betalen.
Voor gezinsleden van 18 jaar en ouder moeten afzonderlijke bijdragen worden betaald en kan men in aanmerking komen voor de zorgtoeslag. Wie alleen een pensioen of uitkering uit Nederland ontvangt is niet meer verzekerd voor de AWBZ, maar moet zich tevreden stellen met de zorg in het woonland. Bij een eventuele terugkeer in Nederland is er een wachttijd van één maand voor elk jaar dat men in Frankrijk heeft gewoond, aangenomen dat niet vrijwillig de – dure – AWBZ-premie is doorbetaald tijdens het verblijf in Frankrijk. Die wachttijd geldt niet voor voor de mensen die tot 2006 bij een ziekenfonds verzekerd waren en ook zij die voor de invoering van de Zvw een AWBZ-voorziening hadden, behouden deze.
|
Informatie op internet Op internet is het nodige te vinden voor Nederlanders die in Frankrijk (gaan) wonen en zich op de hoogte willen stellen van de nieuwe wetgeving op het gebied van de ziektekostenverzekering. Het College voor Zorgverzekeringen onderhoudt de contacten met de buitenlanders. Men kan zich via e-mail aanmelden als men gaat verhuizen of al in het buitenland woont. Het CVZ heeft een telefoonnummer voor Nederlanders die wonen of werken in het buitenland:+31 (0)10 – 428 95 51 bereikbaar van maandag t/m vrijdag tussen 9.00 en 17.30 uur. In Frankrijk is een Internationale Club van Nederlandse Gepensioneerden actief die er een website met nieuws op nahoudt. Er is ook nog een overkoepelende stichting actief, die processen voert om de situatie voor de buiten-Nederlanders te verbeteren: Stichting Belangenbehartiging Nederlandse Gepensioneerden in het buitenland. Ten slotte is er het forum van de website Wonen en leven in Frankrijk waarin vele honderden berichten zijn geplaatst van Nederlanders in Frankrijk die met het probleem van de Zvw hebben geworsteld. | Het wordt aangeraden, zo legt het CVZ uit, tijdig de uitkerings- of pensioeninstantie te informeren, want bij een te laten melding kan het zijn dat er geen recht op medische zorg is in je nieuwe woonland. De Nederlandse zorgverzekeraar zal bij de verhuizing stoppen met de inhouding van de nominale premie en ook het CVZ informeren over de verhuizing. Deze zal dan het formulier E 121 toesturen, waarmee je je meldt bij de CPAM, gevestigd in de wat grotere plaatsen in de buurt. Voor meeverhuizende gezinsleden is een afzonderlijk formulier nodig. Niet-WAO'ers kunnen dan rekenen op een vergoeding van in het algemeen 70% van de gemaakte kosten. Men zal zelf voor een aanvullende verzekering moeten zorgen bij bijvoorbeeld een Franse maatschappij. Ontvangers van WAO vallen in Frankrijk onder het 100% vergoedingentarief. De basisvoorzieningen zijn overigens in Frankrijk wel ruimer, zoals tandartszorg.
|
Zvw: Bezwaren tegen inhouding op bedrijfspensioenen De Stichting Belangenbehartiging Nederlandse Gepensioneerden in het Buitenland heeft een model-bezwaarschrift opgesteld tegen de inhouding van premies voor de Zorgverzekeringswet op bedrijfspensioenen. Sinds 1 augustus is het College voor Zorgverzekeringen (CVZ) de aangewezen instantie om dergelijke bezwaarschriften te behandelen. De motivering van de Belangenvereniging: 'Bedrijfspensioenen zijn geen wettelijke pensioenen. Volgens artikel 33 van EU-verordening 1408/71 en een aantal arresten van het EU Hof van Justitie is inhouding ten behoeve van de Zorgverzekeringswet niet toegestaan op niet wettelijke pensioenen. Minister Klink heeft dat in de Tweede Kamer bevestigd. Hij is daarover in discussie met de Europese Commissie. Wel mogen de bedrijfspensioenen worden betrokken in de bepaling van de te betalen bijdrage. De te betalen bijdrage mag echter nooit hoger zijn dan het te ontvangen bedrag aan wettelijke pensioenen. (AOW etc.). Niet inhouden op bedrijfspensioenen betekent dus niet dat er minder mag worden ingehouden. Is het wettelijk pensioen echter lager dan de totaal te betalen bijdrage, dan mag die bijdrage niet hoger zijn dan het wettelijk pensioen.' Voor wie slechts een beperkte AOW-uitkering of een ander wettelijk pensioen dat lager is dan de door CVZ vastgestelde te betalen bijdrage heeft, loont het om een bezwaarschrift in te dienen bij CVZ tegen inhouding op bedrijfspensioenen. Het voorbeeld van een bezwaarschrift is hier te vinden. | Het wil nogal eens voorkomen dat kleinere kantoren van de CPAM niet erg bekend zijn met de procedures rond de inschrijving van buitenlanders. Vervoeg je daarom bij de overkoepelende CPAM in bij voorkeur de hoofdplaats van je departement waar ook een bureau voor immigrés is of een afdeling Service Relations Internationales. Je bent meestal direct aan de beurt. De beambten weigeren meestal om zelf contact op te nemen met CVZ voor een E 121 formulier of het vragen van nadere inlichtingen. Het is nuttig om bij de hand te hebben een uittreksel van het geboorteregister. Soms ook een uittreksel van de huwelijksakte (niet het trouwboekje) of het paspoort, de attestation sur l'honneur (verklarende dat de partner geen bijverdiensten heeft), een justificatif domicile in de vorm van een factuur van de EDF, papieren van de Sociale Verzekeringsbank waaruit blijkt dat men AOW ontvangt en ten slotte een RIB of RIP. Ook als men al langer in Frankrijk woont en verzekerd is, kan het voorkomen dat men opnieuw een inschrijving moet regelen. De CPAM kent namelijk verschillende regimes, zoals voor werkenden, gepensioneerden, WAO-ers en anderen. Ook de overgang van prepensioen naar AOW bijvoorbeeld beschouwt de CPAM als een verandering van regime. Als verzekerde moet je zelf het initiatief nemen om de wijziging te melden. Wie dat nalaat, krijgt prompt een brief in de bus dat de verzekering is gestopt en dat de carte vitale niet meer kan worden gebruikt.
CVZ dé instantie voor Nederlanders in het buitenland Door een wetswijziging is het College voor zorgverzekeringen CVZ vanaf 1 augustus 2008 de enige instantie die besluiten kan nemen over de inhouding van bijdragen die verdragsgerechtigden zijn verschuldigd. Dit geldt voor inhoudingen op wettelijke uitkeringen van de Sociale Verzekeringsbank (AOW en Anw) en het UWV (WIA, WAO, Wajong, enz.); en pensioenen en renten van particuliere pensioenfondsen en werkgevers. Wie bezwaar of beroep wil aantekenen tegen een inhouding van een Zvw-bijdrage, moet zich daarvoor rechtstreeks tot het CVZ wenden (College voor zorgverzekeringen, t.a.v. Team bezwaar buitenland, Postbus 320, 1110 AH Diemen). De wetswijziging werkt terug tot 1 januari 2006 en is daarmee ook van invloed op zowel de al lopende bezwaar- en beroepsprocedures bij de SVB en het UWV als op de bijdragen die sindsdien door particuliere pensioenfondsen en werkgevers zijn ingehouden. Wie vóór 1 augustus 2008 bij de SVB of het UWV een bezwaarschrift heeft ingediend tegen de inhouding van de Zvw-bijdrage, dan zal het CVZ dit bezwaarschrift automatisch verder in behandeling nemen. En ook als voor die datum al beroep bij de rechter is ingesteld tegen een beslissing van de SVB of het UWV op een ingediend bezwaar, dan is het CVZ nu automatisch de verwerende partij geworden in deze procedure. Tot op heden was het niet mogelijk om bezwaar te maken tegen de inhouding van de Zvw-bijdrage door particuliere pensioenfondsen of werkgevers. Door de wetswijziging worden de inhoudingen echter beschouwd als besluiten van het CVZ waartegen bezwaar en beroep mogelijk is. Wie alsnog bezwaar wilt aantekenen tegen een beslissing van een particulier pensioenfonds (dus niet de SVB of het UWV) of een werkgever over de Zvw-bijdragen die zijn ingehouden tussen 1 januari 2006 en 1 augustus 2008, kan dat alsnog doen tot uiterlijk 31oktober 2008. Meer informatie via +31(10)4289551. | In 2008 is de woonlandfactor voor Frankrijk gehandhaafd op 0,6935. In 2008 is de vaste bijdrage omhoog gegaan van € 88,25 naar € 100 per maand. Rekening houdend met de woonlandfactor betekent dit een bijdrage van € 61,20 voor een in Frankrijk wonende Nederlander die een uitkering of pensioen uit Nederland ontvangt. Voor ieder meeverzekerd gezinslid van 18 jaar of ouder die in een EU-land woont, is bovendien eenzelfde vaste bijdrage per maand verschuldigd. Voor iedere verzekerd is daarnaast ook inkomensafhankelijke bijdragen Zvw en AWBZ verschuldigd. Ook deze bijdragen worden berekend met behulp van de woonlandfactor. Als uitgangspunt gelden de percentages, die men in Nederland over het inkomen zou moeten betalen: - 7,2 % over loon, WAO-/WAZ-uitkering, Anw- en AOW-pensioen; en - 5,1 % over overige inkomsten. De bijdrage wordt niet alleen geheven over het inkomen uit Nederland, maar ook over eventuele inkomsten uit een ander land. In totaal kan de bijdrage in 2008 worden berekend over maximaal € 31.231. Ook bij de berekening van de bijdragen AWBZ geldt als uitgangspunt het percentage, dat men in Nederland over het inkomen zou moeten betalen: - 12,15% over het inkomen in de eerste en tweede belastingschijf (ook al is men niet in Nederland belastingplichtig). De bijdrage wordt niet alleen geheven over het inkomen uit Nederland, maar ook over eventuele inkomsten uit een ander land. In totaal kan de bijdrage worden berekend over maximaal € 31.589.
Voorbeeldberekening bij alleen AOW van € 1200 per maand met één gezinslid; het maandbedrag wordt uiteraard aanzienlijk hoger als ook de andere inkomsten, zoals een bedrijfspensioen, wordt meeberekend. Over die ‘overige’ inkomsten wordt 5,1% bijdrage ingehouden, gecorrigeerd met de woonlandfactor.
Vaste bijdrage van € 100 x woonlandfactor Frankrijk van 0,6935 € 69,35 Bijdrage over € 1200 AOW x woonlandfactor Frankrijk x 7,2% € 59,91 Bijdrage AWBZ over € 1200 AOW x woonlandfactor Frankrijk x 12,15% € 101,11 Vaste bijdrage voor gezinslid van € 100 x woonlandfactor Frankrijk van 0,6935 € 69.35 Per maand (er is geen rekening gehouden met eventuele heffingskortingen) € 299,72
De berekening van de zorgtoeslag De Belastingdienst in Heerlen die de Nederlanders in het buitenland onder zijn hoede heeft, wil op de hoogte zijn van hun inkomens. Al deze mensen moeten een formulier invullen. De Belastingdienst onderneemt die actie op verzoek van Belastingdienst/Toeslagen en het College voor zorgverzekeringen (CVZ). Het gaat om het niet in Nederland belaste inkomen (NiNbi). De voorlopige berekening van de zorgtoeslagen is gebaseerd op een schatting. Voor de definitieve berekening van de hoogte van de toeslag zal het toetsingsinkomen definitief vastgesteld moeten worden. Hiervoor is het wereldinkomen van de betrokkenen van belang, zo wordt uitgelegd. Bij de Belastingdienst/Limburg/kantoor Buitenland zal een aparte afdeling worden ingericht voor het NiNbi-proces. Uitsluitend voor NiNbi is onderstaand adres in gebruik genomen. Belastingdienst, Postbus 2546, 6401 DA Heerlen, Nederland. Algemene informatie en vragen over NiNbi worden beantwoord door de Belastingtelefoon Buitenland. Bereikbaar via +31 55 538 53 85, op maandag tot en met donderdag van 8.00 tot 20.00 uur en op vrijdag van 8.00 tot 17.00 uur. Het recht op zorgtoeslag is in het algemeen van toepassing op alleenstaanden en paren die verzekeringsplichtigen voor de Zvw zijn. Dit geldt ook als zij in het buitenland wonen. Men moet daadwerkelijk verzekerd onder de Zvw (en dus de nominale premie betalen) om het recht te kunnen verkrijgen. De Belastingdienst gaat – maandelijks - toetsen of een aanvrager (en zijn partner) wel echt terug te vinden is in het bestand van verzekerden. Als de partner niet verzekerd is krijgt men slechts 50% van de zorgtoeslag. Aangezien de zorgtoeslag tegemoet wil komen in de nominale premie hebben kinderen onder de 18 jaar geen recht op zorgtoeslag. Een bij een (echt)paar inwonend kind boven de 18 heeft een zelfstandig recht op zorgtoeslag als het aan de voorwaarden voldoet. De zorgtoeslag wordt per maand berekend en toegekend. De aanvraag kan schriftelijk bij de Dienst Toeslagen worden gedaan (zie ook www.toeslagen.nl). De Dienst Toeslagen (0031 555 385 385) is onderdeel van de Belastingdienst, maar niet geÏntegreerd met het onderdeel dat de inkomstenbelasting heft. Zowel binnenlandse als buitenlandse belastingplichtigen komen – als ze Zvw verzekerd of verdragserechtigd zijn – in aanmerking voor de zorgtoeslag. De zorgtoeslag is (in Nederland) geen belastbaar inkomen. Aanvragen van zorgtoeslag boven een verwacht verzamelinkomen van meer dan € 40.000 voor een paar, heeft geen zin: daarboven bestaat geen recht op zorgtoeslag. |
Print dit artikel
AOW-opbouw stopt
Sinds 1 januari 2000 wordt geen AOW-premie meer ingehouden bij Nederlanders die in het buitenland zijn gaan wonen. Men kan zich wel aanmelden voor een vrijwillige AOW-verzekering. Deelnemen is mogelijk als men ten minste één jaar direct voorafgaand aan de ingangsdatum van de vrijwillige verzekering verzekerd is geweest én zich binnen twaalf maanden na het einde van de verplichte verzekering schriftelijk aanmeldt bij de SVB, de Sociale Verzekeringsbank.
Het premiepercentage AOW is voor het jaar 2008 vastgesteld op 17,9 en de premie wordt berekend over een inkomen van maximaal € 31.589. De heffingskorting (€ 1105) gaat van de premie af. De maximum premie voor 2008 bedraagt dus € 4549. De minimum premie is vastgesteld op € 454,90. De nabestaanden van een 65-plusser zijn dan ook verzekerd van een nabestaandenuitkering. Natuurlijk moeten zij zelf wel aan de voorwaarden voldoen. De
premies voor de vrijwillige AOW-verzekering zijn dus niet mals, zodat de vraag is: óf die enorme bedragen betalen óf genoegen nemen met bijvoorbeeld een wat lagere AOW-uitkering op je vijfenzestigste. Per jaar dat geen premie is afgedragen, wordt de uiteindelijke uitkering met 2% gekort.
Het nog ingeschreven staan bij een Nederlandse gemeente garandeert niet dat bij een vestiging in het buitenland de opbouw van de AOW doorgaat en het Anw-risico is gedekt. Als het tot uitkering komt, onderzoekt de Sociale Verzekeringsbank waar het centrum van iemands leven de afgelopen jaren heeft gelegen. Als juridisch de economische en sociale banden voornamelijk in Frankrijk liggen, wordt dat land als woonland beschouwd en moet de opbouw van de AOW stoppen op het moment van vestiging in Frankrijk. Ook de dekking van het overlijdensrisico uit de Anw is dan gestopt.
Wil men van tevoren informatie over de verzekeringspositie, dan is die op te vragen bij de afdeling Basisadministratie Verzekeringen van de SVB in Amstelveen. Informatie over de vrijwillige verzekeringen is op te vragen bij de afdeling Vrijwillige Verzekering. Verdere informatie is aldaar ook te verkrijgen: Sociale Verzekeringsbank, kantoor verzekeringen, Postbus 357, 1180 AJ Amstelveen. Tel. 020 656 53 52, fax 020 656 51 00. Bezoekadres: Van Heuven Goedhartlaan 1, Amstelveen. E-mail: communicatie@svb.nl.
Als men eenmaal 64 is en het jaar daarop recht heeft op een (gedeeltelijk) Nederlands ouderdoms- of weduwepensioen, moet men een aanvraag indienen bij de Franse Caisse de Sécurité Sociale. Als men niet meer verzekerd was of zelfs nooit verzekerd was in Frankrijk, dan moet men zelf de aanvraag doen bij de vestiging van de Sociale Verzekeringsbank in Breda, die de in Frankrijk wonende bedient. De caisse of de SVB moet weten in welke plaatsen in Nederland men achtereenvolgens heeft gewoond. De caisse stuurt, als men voor het Franse stelsel verzekerd is, de aanvraag door naar de Sociale Verzekeringsbank, Vestiging Breda, Afdeling Buitenland, Rat Verleghstraat 2, 4815 NZ Breda, Postbus 90151, 4800 RC Breda. Tel. 076 548 50 10, fax 076 548 50 90. Wijzigingen in de persoonlijke situatie moeten worden doorgegeven aan de SVB. Dat is niet alleen verplicht, maar niet-nakoming daarvan kan zelfs leiden tot boetes of kortingen op de AOW-/Anw-uitkering.
Bewijs van in leven zijn Het bewijs van in leven zijn of de attestatie de vita is in Frankrijk, waar zo’n bewijs een certificat de vie heet, al enkele jaren geleden afgeschaft, maar Nederlandse pensioenfondsen vragen nog steeds om dat bewijs. Franse pensioenfondsen nemen genoegen met een attestation sur l’honneur (op erewoord). Organisaties buiten Frankrijk, zoals de Sociale Verzekeringsbank (SVB), doen dat niet. De burgemeester van de woonplaats kan een verklaring van in leven zijn afgeven op een speciaal hiervoor ontworpen formulier (Cerfa-nummer 11753*02). Mocht men op de Mairie niet bereid zijn de handtekening te plaatsen op het door de SVB of een andere organisatie verstrekte meertalige formulier, dan kan men aandringen op afgifte van het Cerfa-formulier. Uiteraard kan men voor een bewijs van in leven zijn nog steeds terecht bij de consulaire afdeling van de ambassade of bij een van de consulaire vertegenwoordigingen in Frankrijk. De kosten hiervoor zijn € 30. | Persoonlijke gesprekken zijn te voeren met:
Print dit artikel
APA, een eenvoudige vorm van AWBZ
Enkele jaren geleden is in Frankrijk de APA (Allocation Personnalisée d’Autonomie) ingevoerd. Iedereen die in Frankrijk woont, kan van de wet APA gebruikmaken, dus ook buitenlanders die permanent in Frankrijk wonen. De regeling, beheerd door het departement, is bedoeld voor ouderen vanaf 60 jaar die meer of minder afhankelijk van zorg zijn geworden.
Was gerekend op een totaal aantal gebruikers van 800.000, begin 2008 profiteerden meer dan een miljoen ingezetenen van deze allocation. De financiële steun om persoonlijke zorg in te kopen wordt voor 60% besteed aan thuiszorg en voor 40% ter aanvullende betaling van de zorg in een tehuis. Ruim 80% van de genieters van de APA is ouder dan 75 jaar.
Om de hoogte van de maandelijkse uitkering te berekenen is de mate van afhankelijkheid in zes groepen verdeeld. Een team van deskundigen bepaalt per individueel geval tot welke groep je behoort. Vervolgens wordt berekend welke kosten moeten worden gemaakt om de betrokkene te helpen. De gebruiker van de diensten moet een eigen bijdrage betalen, dus het is geen verzekering waarvoor men premie betaalt. De hoogte van de eigen bijdrage (participation) hangt af van de mate van hulpbehoevendheid en van het inkomen. De maximumbedragen voor de vier belangrijkste groepen (GIR – Groupe Iso Resources) die maandelijks worden uitgekeerd zijn in GIR 1 € 1212,50 per maand, GIR 2 € 1039,29 per maand, GIR 3 € 779,46 per maand en GIR 4 € 519,64 per maand. De hoogte van de eigen bijdrage hangt af van het inkomen. Bij GIR 5 en GIR 6 betaalt de APA niet, maar met de verklaring dat men in deze groepen is ingedeeld, bestaat wel recht op huishoudelijke hulp.
Voor personen die in een tehuis of verpleeginrichting verblijven, gelden weer andere bijdragen. Over de uitkeringen wordt geen inkomstenbelasting geheven en ook vallen de toeslagen buiten de heffing van CSG en CRDS, de sociale premies. De APA heeft overeenkomsten met de uitvoering van de AWBZ. Men kan zelf met de hulp van een raadgever van de APA een hulpplan opstellen. Na goedkeuring ervan kan de hulpzoeker met het vastgestelde budget zelf personeel aantrekken. Familieleden mogen deze diensten ook verrichten.
De APA kan geen vervanger zijn van de Nederlandse AWBZ die alleen nog zal gelden voor in het buitenland wonende Nederlanders die al, vóór de invoering van de Zorgverzekeringswet, uitkeringen uit de AWBZ-pot genoten.
Print dit artikel
Werkloosheidsuitkeringen ook voor buitenlanders
Wie in Frankrijk ontslag krijgt, ook als hij of zij dat aan zichzelf heeft te wijten, heeft recht op een uitkering, de allocation de chômage of de allocation d’aide au retour à l’emploi. Deze voorziening geldt ook voor buitenlanders.
De hoogte van deze uitkering is afhankelijk van een flink aantal factoren, zoals de periode waarin men premie heeft betaald. Bijvoorbeeld: in de achttien maanden voorafgaande aan het verbreken van het arbeidscontract moet er minstens vier maanden gewerkt zijn en premie betaald (assurance chômage) om recht te hebben op een werkloosheidsuitkering met een minimale duur. Deze uitkeringsperiode wordt langer naarmate het arbeidsverleden meer werkuren en premiedagen telt. Op basis van deze gegevens beoordeelt het uitvoeringsorgaan de Assedic met een ingewikkelde rekenformule de hoogte en duur van de uitkering.
Als de uitkeringsperiode is verstreken en er nog geen zicht is op een nieuwe baan, zal de werkzoekende zijn aangewezen op de bijstand, de RMI (Revenu Minimum d’Insertion), aan te vragen bij een gemeentelijk of departementaal Centre d’action Sociale of bij de CAF (Caisse d’Allocations Familiales) of een vergelijkbare instelling. Een RMI is het recht van eenieder op een absoluut minimaal inkomen, waarvan 1,2 miljoen inwoners gebruikmaken. Om daarvoor in aanmerking te komen moet men 25 jaar of ouder zijn (of jonger bij de verzorging van ten minste één kind) en moet men in Frankrijk wonen. Ten slotte is men contractueel gebonden om zijn best te doen om naar mogelijkheden van herintreden te zoeken (contrat d’insertion). Een RMI is vrijgesteld van inkomstenbelasting en de hoogste sociale premies en geeft ook recht op ontheffing van de taxe d’habitation. Met een RMI zit je automatisch en gratis in de CMU-C, dus ook voor een aanvullende dekking tegen ziektekosten; gezinsleden zijn meeverzekerd, kinderen tot hun vijfentwintigste jaar. De uitkering bedraagt maximaal € 447,91 per maand voor een alleenstaande en € 671,87 voor iemand die ook de zorg voor een ander heeft of voor koppels. Een paar met een kind kan rekenen op € 806,24. De uitvoering van de RMI bevindt zich in een proces van decentralisatie naar de departementen en gaat voor de private sector moeizaam verder onder de naam RMA (Revenu Minimum d’Activité).
Wie in Nederland een WW-uitkering ontvangt en in Frankrijk zou willen gaan werken, kan toestemming krijgen van het UWV om naar Frankrijk af te reizen voor een periode van maximaal drie maanden. In die periode kan bijvoorbeeld bij het arbeidsbureau (ANPE) in de kaartenbak worden gekeken en ook kan men verder wat rondkijken. De WW wordt dan uitbetaald (voor een periode van ten hoogste zes weken) door de werkloosheidskas Assedic, die het geld later weer van de UWV in Nederland terugontvangt. Het UWV verstrekt een formulier E 303 dat moet worden ingeleverd bij het Franse arbeidsbureau. Het UWV houdt belastingen en sociale premies in. Wie binnen drie maanden weer naar Nederland terugkeert, kan rekenen op een voortzetting van de de WW-uitkering. Blijft men langere tijd weg, dan kan men geen WW-uitkering meer ontvangen. Je zal dan eerst weer moeten gaan werken. Ook kan men in aanmerking komen voor een WW-uitkering in Frankrijk als men een baan(tje) heeft en wordt ontslagen. De in Nederland opgebouwde arbeidstijd wordt meegerekend. Met een formulier E 301 is dan aan te tonen gedurende welke periode je in Nederland verzekerd bent geweest tegen werkloosheid.
Print dit artikel
Ziektekostenverzekering op z’n Frans
De regelingen rond de ziektekostenverzekering zijn ook in Frankrijk aan voortdurende herziening en uitbreiding onderhevig. Het is voor de Fransen zelf al ingewikkeld en zeker voor buitenlanders is de situatie niet erg overzichtelijk. De overheid is met een pakket maatregelen gekomen om het systeem, bekend als de Sécu (Sécurité Sociale), te moderniseren en minder kostbaar te maken.
Binnen de Sécu vallen drie organisaties: de ziektekostenverzekeraar CNAM (Caisse nationale d’assurance maladie), de sociale dienst die ook de kinderbijslag betaalt CNAF (Caisse nationale d’allocations familiales) en de pensioenenbetaler CNAV (Caisse nationale d’assurance vieillesse). Naast de Sécu is er nog de sociale hulp (aide sociale), die op departementaal niveau ook uitkeringen verstrekt aan specifieke groepen, zoals daklozen, gehandicapten en personen die thuiszorg nodig hebben. De bij Nederlanders in Frankrijk niet onbekende CMU (couverture maladie universelle, een bijzondere vorm van ziektekostenverzekering als vangnet) valt ook onder deze aide sociale. Ten slotte zijn er nog de institutions de prévoyance die aan mensen die niet in loondienst werken verzekeringsvormen bieden die niet of onvoldoende door de Sécu zijn gedekt.
De tekorten op het ziektekostenpakket van de Sécu zijn in 2007 tot meer dan € 15 miljard opgelopen. Daarom wil de overheid niet alle kosten rond de gezondheidszorg meer
vergoeden. Het Franse ziekenfonds verzekert lang niet alle gemaakte kosten voor 100%, het zit meestal dichter bij de 70% of soms nog lager. De terugbetalingen zijn wel 100% bij zwangerschap en arbeidsongeschiktheid, dat laatste ook voor Nederlanders die een Nederlandse volledige WAO-uitkering genieten. Mensen die langdurig ziek zijn, kunnen op basis van de regeling ALD Affections de longue durée exonérations 100% van de medische kosten vergoed krijgen. Zo’n ALD-verklaring moet komen via bemiddeling van de behandelend geneesheer, de médecin traitant.
Het Franse systeem maakt het voor vrijwel iedere verzekerde noodzakelijk een aanvullende verzekering voor de hoofdverzekerde en de eventuele medeverzekerden af te sluiten, een assurance complémentaire en ook wel genoemd de mutuelle de santé. Bij de laatste vorm, zeg een niet op winst gerichte 'onderlinge', is het niet noodzakelijk een gezondheidsverklaring in te dienen, iedereen moet worden geaccepteerd. Wel hanteren steeds meer 'complémentaires' en 'onderlingen' leeftijdscriteria bij de toetreding en passen bij het voortschrijden der jaren van de verzekerde vaak andere criteria en tarieven toe. Een mutuelle zal je niet uit de aanvullende verzekering stoten als je kort na toetreding een grootverbruiker blijkt te zijn van medicijnen en medische diensten. Een gewone verzekeraar heeft die mogelijkheid wel binnen twee jaar na het afsluiten van de polis. Op internet zijn verschillende mogelijkheden beschikbaar om de kwaliteit en tarieven van de talrijke aanbieders van aanvullende verzekeringen met elkaar te vergelijken: Empruntis, Devis mutuelle en Choisir sa mutuelle.
Straffen voor misbruik ziekenfonds President Nicolas Sarkozy wil dat het Franse ziekenfondssysteem in 2011 financieeel op orde is. Om dat doel te bereiken zullen nieuwe maatregelen worden aangetroffen waaronder het opleggen van bodemstraffen in 2009 bij misbruik en fraude van de assurance-maladie. Dit jaar zal het tekort uitkomen op € 4,1 miljard en op meer dan € 6 miljard in 2009 als maatregelen uitblijven. Gedacht wordt aan het extra belonen via een winstdelingsregeling van ziekenhuispersoneel dat erin slaagt zonder verlies een hospitaal te kunnen exploiteren. De mutuelles, de aanbieders van aanvullende verzekeringen, zullen hun kosten beter moeten gaan beheersen. Op het ministerie van Volksgezondheid is inmiddels bekendgewmaakt dat de verzekerde generieke geneesmiddelen volgend jaar 5% goedkoper zullen worden. Het gaat hierbij om medicijnen die in 2009 op de markt zullen komen. De overheid wil dat de prijzen van generieke medicijnen 55% goedkoper zijn dan de originele en dat uiteindelijk de vergoedingen van medicijngebruik worden gebaseerd op de prijs van de generieke pillen en poeders. (18.09.08) | Zeer Frans is ook de zorgplicht: kinderen, ook de aangetrouwde, zijn verantwoordelijk voor het levensonderhoud van hun (schoon)ouders als die er zelf tot op zekere hoogte niet toe in staat zijn. Andersom geldt deze obligation alimentaire ook. Deze zorgplicht ligt wettelijk vast - het niet nakomen van de verplichting is een delict - en kent ook fiscale gevolgen: de ontvanger van zo'n pension alimentaire moet daarvan aangifte doen en de verstrekker kan de kosten aftrekken.
Een zelfstandige meldt zich niet aan bij de CPAM maar bij een caisse maladie régionale. Deze instelling werkt als een verzekeringsmaatschappij en int de premies en betaalt terug. Een vrije-beroeper moet zich bovendien aansluiten bij een ouderdomsverzekering (caisse de vieillesse) en een socialeverzekeringskas voor o.m. de uitbetaling van de kinderbijslag (CAF, caisse pour les allocations familiales). Voor een in een verdragsland wonende zelfstandig ondernemer gelden dezelfde voorwaarden als voor de zelfstandig ondernemer, die in Nederland woont.
De CPAM werkt in Nederland samen met de Verzekeraar AGIS te Amersfoort (tel. 0031 334456870).
Problemen met onderzoek/behandeling in Nederland kunnen daargemeld en zo nodig opgelost worden. Ook kunnen rekeningen daar worden ingediend als de behandelaar weigert de Europeese carte te accepteren.
Waar de klant nog koning is
Samen begeleiden Christian Butet en Peter de Jong u bij uw dagelijkse risico's. Wij zijn in staat antwoord te geven op al uw vragen:
* Autoverzekering * Huis- en inboedelverzekering * Aanvullende ziektekostenverzekering * Pensioen, beleggingen * Beroepsmatige risico's * Specifieke risico's.
Verdere informatie op de website www.secara.fr.
Verzekerd van vertrouwen - Verzekerd van dienstverlening - Verzekerd van advies |
Print dit artikel
Ticket modérateur, de eigen risico
Een consult bij een specialist conventionné is toegankelijk voor ziekenfondspatiënten. Er zijn ook specialisten die bij hun ontvangstbalie een bordje hebben met: conventionné à honoraires libres. Dat betekent dat zij meer mogen rekenen voor een consult, maar de Sécu betaalt in principe alleen het vastgestelde tarief, tarif de convention, en daarvan weer een percentage, meestal tussen de 60 en 80. Afhankelijk van de soort bijverzekering, de mutuelle, kan het verschil, dit eigen risico (ticket modérateur), geheel of gedeeltelijk worden vergoed.
Voorbeeld: je gaat naar een specialist na een verwijzing van de huisarts. Een consult bij de 'gewone' specialist die geen vrije tarieven hanteert, kost € 28, waarvan € 18,60 wordt vergoed door de CPAM (70% minus de € 1 eigen risico) en € 8,40 door de aanvullende verzekering. Als je op eigen houtje een specialist bezoekt, berekent deze geneesheer zelf al een hoger tarief van € 32, waarvan maar € 14 terugkomt van de CPAM en € 7,50 van de complémentaire santé. Zelf betaal je € 10,50. Informatie over de remboursements is voor iedere verzekerde op internet te vinden onder www.ameli.fr, rubriek Assurés. Een paswoord krijg je van de plaatselijke CPAM, Caisse primaire de l’Assurance Maladie.
De premies (cotisations) voor dergelijke complementaire verzekeringen zijn hoog. Sommige aanbieders schermen met vergoedingen van 200%, 300% tot 500% van het verschil tussen de honoraria en de gehanteerde lage vergoedingstarieven van de Sécu. Kronen en bruggen en ook brillen kennen een zeer laag tarif de convention. Als de dentiste een kroon en inlay van € 1000 plaatst, vergoedt de Sécu slechts € 251,55 minus de ticket modérateur van 30% (€ 75,46). De uitkering bedraagt dan € 176,09. Je moet dus zelf € 823,91 betalen. Een eenvoudige aanvullende verzekering betaalt alleen het eigen risico van € 75,46, een uitgebreide aanvullende verzekering kan tot bijna € 600 gaan en dat is inderdaad meer dan 200% van het tarif de convention. Maar er zijn talrijke varianten op de hoogte van de vergoeding (remboursements), afhankelijk van de verzekeringsvorm die men heeft genomen en waarop uiteraard verschillende premies zijn gebaseerd. Ook hanteren sommige mutuelles wachttijden (délais d’attente) voordat men aanspraak kan maken op een vergoeding. Bij medische behandelingen die duurder zijn dan € 91 moet de patiënt een eigen bijdrage betalen van € 18. Dit forfait zal niet worden gevraagd bij zwangerschappen, bedrijfsongevallen of langdurige ziekte (kanker, aids) en geldt evenmin voor verzekerden onder de CMU, bedoeld voor mensen met lage inkomens.
Men ontvangt na het consult bij huisarts of specialist een door hem of haar (er zijn veel vrouwelijke huisartsen in Frankrijk) ingevuld en ondertekend bewijs voor de verzekering of het ziekenfonds, een zgn. feuille de soins, als men nog niet in het bezit is van de carte vitale of de dokter nog niet met de computer werkt. Sinds 2005 wordt bij de vergoeding van deze declaraties € 1 'eigen risico' niet meer vergoed. Bij vier maanden zwangere vrouwen en voor kinderen jonger dan 16 jaar is deze participation forfaitaire niet nodig. Informatie in detail is te vinden op de website van de gezamenlijke CPAM's.
Wie het niet eens is met een besluit van de Franse zorgverzekeraar kan in beroep gaan en proberen de zaak in der minne te regelen door een brief te schrijven aan de Commission de recour amiable (Cra). Hoor je vervolgens niets of is het verzoek afgewezen, dan is nog beroep mogelijk de Tass, Tribunal des affaires de Sécurité Sociale.
Print dit artikel
De CMU, een Franse paraplu voor alle Franse ingezetenen
Op 1 januari 2000 trad in Frankrijk een wet in werking die beoogde iedere ingezetene met een beperkt inkomen een basisdekking voor ziektekosten te geven, de Couverture Maladie Universelle (CMU). Ieder die niet valt onder een verplichte regeling als verzekerde (werknemer in loondienst, zelfstandige en ingeschreven bij een caisse of genieter van een overheidsuitkering) of rechthebbend gezinslid ( ayant droit), kan er aanspraak op maken onder de enkele voorwaarde van een rechtmatig en vast verblijf tijdens drie maanden.
Deze wet is ook, onder voorwaarden, van toepassing verklaard op vreemdelingen die hun regulier verblijf in Frankrijk hebben en geen ziektekostenverzekering kunnen afsluiten. Inmiddels zijn 1,7 miljoen mensen aangesloten bij de CMU de base en 4,8 miljoen met een CMU-C (CMU complémentaire). De premie van een aansluiting bij deze door de Franse staat gefinancierde zorgverzekering bedraagt 8% van het belastbaar inkomen (revenu fiscal de référence) minus een aftrek van (in 2008) € 8774 voor de CMU de base. Voor de CMU-C, waarbij alle ziektekosten worden vergoed, gelden inkomensplafonds. Een koppel dat maandelijks een inkomen geniet dat lager is dan € 931, kan om een dergelijke inschrijving vragen. Mensen die een mutuelle hebben en een inkomen genieten dat minder dan 15% hoger is dan het plafond voor de CMU-C, kunnen in aanmerking komen voor de ACS, de Aide pour une complémentaire santé. De jaarlijkse uitkering is € 100 voor mensen die jonger zijn dan 25 jaar, € 200 tussen 25 en 60 jaar en € 400 voor ouderen. Aan te vragen bij de CPAM.
Voor de buitenlanders die nog niet gepensioneerd zijn en van eigen middelen leven, is de toegang tot de CMU sinds 23 november 2007 niet meer mogelijk. Eind augustus werden talloze Britten en ook groepen Nederlanders opgeschrikt door een brief van de CPAM dat zij op grond van een decreet uit de CMU worden gezet. Frankrijk is namelijk bezig om de regelingen te herzien met het oog op fraudebestrijding dan wel verspilling. Betrokkenen werd gemeld dat zij hun carte vitale moesten inleveren. Uitgangspunt bij het 'nieuwe' beleid is de Europese regelgeving die zegt dat Europeanen die zich in een ander EU-land vestigen, moeten beschikken over voldoende middelen van bestaan en niet ten laste mogen komen van het sociale systeem van hun nieuwe woonland. Zij moeten zelf een verzekering bezitten of aangesloten zijn bij het zorgsysteem van hun thuisland. De opzegbrieven gelden niet voor gepensioneerden, die verzekerd zijn door hun land van herkomst. Deze categorie buitenlanders die in Frankrijk is neergestreken, heeft onder dezelfde voorwaarden toegang tot het sociale stelsel als de Fransen zelf. Het land van origine betaalt een vast bedrag per verzekerde.
Wie vóór 23 november 2007 een dekking onder de CMU had, kan deze behouden tot de leeftijd waarop een wettelijk pensioen uit Nederland wordt ontvangen. Mensen die na die datum binnenkomen, moeten vijf jaar wachten alvorens zich te kunnen laten inschrijven bij de CMU. Een uitzondering wordt nog wel gemaakt voor mensen die door onvoorziene omstandigheden plotseling in de financiële problemen raken en niet in staat zijn zelf een particuliere verzekering af te sluiten.
Iedereen in Frankrijk die 60 uur in een maand heeft gewerkt of 120 uur in drie maanden, behield de rechten op betalingen door de Sécu van ontvangen medische zorg en ziekenhuisopname voor een periode van vier jaar. Een decreet van begin 2008 brengt deze periode terug tot een jaar. De uit 1993 stammende regeling gold ook voor weduwen en gescheiden vrouwen die nooit officieel hebben gewerkt (vrouwen van winkeliers of artisans) en geen eigen pensioen ontvangen, noch dat van hun ex-echtgenoot. Het recht om vier jaar na de scheiding of overlijden verzekerd te blijven, is ook teruggebracht tot een periode van een jaar. Na dat jaar kunnen deze personen zich aanmelden bij de CMU en betalen dan een premie van 8% over hun jaarinkomen boven de franchise van € 7446. Die premie is niet aan een plafond gebonden, waardoor verzekerden met hoge inkomens soms torenhoge premies moeten betalen. Het nieuwe decreet kent geen terugwerkende kracht, zodat de personen die nu onder de regeling van vier jaar vallen deze termijn behouden.
|
Specialisten discrimineren Vier op de tien Franse specialisten weigeren verzekerden te behandelen die aangesloten zijn bij de CMU. Het zijn vooral de psychiaters, de gynaecologen en de kinderartsen die CMU-verzekerden weigeren, omdat zij het lastig vinden dat deze patiënten de honoraria niet kunnen voorschieten of dat zij extra honoraria van sommige specialisten niet kunnen betalen. Bij de huisartsen wil slechts een kleine 5% geen CMU’ers accepteren. Het verschijnsel van 'déconventioneren' is vrij masssaal, met als gevolg dat er een gezondheidszorg van twee snelheden ontstaat: één voor de goed verzekerden en één voor de minder bedeelden en allochtonen. Bovendien heerst er meer en meer onvrede over de ondoorzichtige tarieven. In de sector 1 moeten de specialisten zich houden aan het tarief van de Assurance maladie, de tarifs conventionnels, basis voor de berekening van de vergoedingen door de CPAM en andere uitvoeringsorganen. In sector 2 zijn de tarieven vrij. In die sector werken specialisten die zich beter gekwalificeerd voelen omdat zij ooit als kliniekchef hebben gefunctioneerd of als assistent in een ziekenhuis. De verschillen in tarieven kunnen tot het vijfvoudige oplopen. Naar schatting 40% van de ongeveer 55.000 specialisten maken gebruik van de tariefsvrijheid, vooral oogartsen en vrouwenartsen hanteren hoge tarieven. Niet alleen neemt het aantal vrije specialisten toe, ook hun tarieven gaan steeds verder omhoog. Voorbeelden: een consult bij de 'ophtalmo' (oogarts) kost in sector 1 € 28. Het gemiddelde in sector 2 is € 46. De consumentenorganisatie INC heeft in die sector een hoogste tarief gemeten van € 150 en een laagste van € 30. Een cardioloog: in sector 1 is het tarief € 49, het gemiddelde in sector 2 € 74. De hoogste € 195 en de laagste € 49. De specialisten zijn verplicht hun tarieven duidelijk in de spreekkamers te vermelden, maar velen zijn daar te beroerd voor. Op de site van de CPAM zijn alle adressen en tarieven te vinden. |
Print dit artikel
Kinderbijslag vanaf het tweede kind
Buitenlanders die permanent in Frankrijk wonen, kunnen ook aanspraak maken op kinderbijslag: allocations familiales. De regeling geldt voor iedereen met een gezin van in principe ten minste twee kinderen onder de 11 jaar of, als zij studeren, tot 21 jaar. In de overzeese gebiedsdelen wordt al bij één kind de bijslag uitgekeerd. De betalingen geschieden maandelijks. De 'gewone' kinderbijslag is nu € 120,32 netto per maand voor twee kinderen, € 274,47 voor drie kinderen, € 428,61 voor vier kinderen en € 154,15 voor elk kind meer. Voor kinderen vanaf 16 jaar komt daar nog € 60 bij. Wie in aanmerking wil komen voor de kinderbijslag moet het volgende neenemen: een kopie van het paspoort van de ouders, een uittreksel van het geboorteregister van de kinderen en de attestation de scolarité (bewijs dat de kinderen naar school gaan). Ook wordt wel een bewijs (in de Franse taal) verlangd van de Sociale Verzekeringbank dat men geen kinderbijslag uit Nederland meer krijgt. De kinderbijslag is aan te vragen bij de CAF’s, de overal verspreide Caisses d’allocations familiales.
Dan is er nog de allocation de rentrée scolaire – ARS, een bedrag van € 263,28 per kind van 6 tot 18 jaar bij het begin van het nieuwe schooljaar. De uitkeringen worden verstrekt aan gezinnen van wie het jaarinkomen lager is dan ruim € 17.000 bij één kind. Voor elk kind meer mag het grensinkomen met circa € 4.000 worden aangepast. Wie meer inkomen geniet, ontvangt een lagere ARS.
Print dit artikel
Europese verzekeringskaart
Nederlanders die permanent in Frankrijk wonen en ook in dat land tegen ziektekosten zijn verzekerd, doen er goed aan tijdens vakanties buiten Frankrijk de Europese verzekeringskaart bij zich te hebben. Is in het buitenland medische hulp nodig, dan zal op vertoon van de kaart de zorg zonder contante afrekening plaatsvinden.
De rekening wordt dan naar het Franse ziekenfonds of de verzekeraar gestuurd. De kaart is bij de CPAM op te halen op vertoon van de carte vitale. Het kan ook eenvoudig via internet, klik op Assurés. Deze carte européenne d’assurance maladie is geen vervanging van de carte vitale of een betalingsmiddel. De gratis kaart is een jaar geldig. Men kan de carte veertien dagen vóór het vertrek aanvragen (per telefoon, per post, ter plaatse) bij de caisse. De CPAM werkt in Nederland samen met de Verzekeraar AGIS te Amersfoort (tel. 0031 33 44 56 870). Problemen met onderzoek/behandeling in Nederland kunnen daar gemeld en zo nodig opgelost worden. Ook kunnen daar de rekeningen worden ingediend als de behandelaar of de aanbieder van diensten weigert de Europeese carte te accepteren. Wat in Nederland niet wordt vergoed op grond van de Europese kaart, is altijd nog met de plaatselijke CPAM te bespreken. In de praktijk blijkt dat het vaak lukt om onderdelen van de gemaakte kosten in Nederland vergoed te krijgen. Let er wel op dat de carte européenne alleen de kosten vergoedt van noodzakelijke doktersbezoeken of ziekenhuisopnamen. Een medische controle in Nederland valt daar dus niet onder. En voor reizen naar niet EU-landen is een aparte reisverzekering nodig.
Print dit artikel
Bliksem, hagel, kolkende watermassa’s, het is te verzekeren
Het onweert vaker in Frankrijk en veel leidingen zijn bovengronds. Daarom wordt geadviseerd om voorzieningen aan te brengen op de stopcontacten, of bij naderend onweer gevoelige elektrische apparatuur uit te schakelen.
Wie aan een ’s zomers romantisch kronkelende, licht ruisende rivier woont die ’s winters en in het vroege voorjaar echter regelmatig in een kwade kolkende watermassa verandert, zal zich niet gemakkelijk tegen overstromingsschade kunnen verzekeren. Slechts bij een uitspraak van de prefect namens de minister, op voorspraak van de burgemeester van een dorp of stad met een ondergelopen gebied, dat een streek is getroffen door een catastrophe naturelle, keert de verzekering de geleden schade uit aan de getroffenen, de sinistrés.
De eigenaar van de hond is verantwoordelijk voor de gedragingen van zijn viervoeter. Bij schade of verwondingen moet de schade worden vergoed, meestal door de WA-verzekering. Maar als de schade het gevolg is van de schuld van het slachtoffer, hoeft er niets te worden vergoed. Als iemand een huis betreedt met een duidelijk opschrift chien méchant en hij wordt gebeten, dan is dat pech voor het slachtoffer.
Franse verzekeraars stellen verschillende eisen aan de bescherming van een woning tegen inbraak. De meeste verzekeraars verlangen dat de voordeur is uitgerust met een slot en grendel volgens de norm A2P (Assurance prévention protection). Een vrij dure grap, tot € 1000 inclusief plaatsing. Sommige maatschappijen willen ook dat de ramen goed zijn beschermd met luiken of (ingemetselde) tralies; dat geldt zeker voor tweede (vakantie)woningen. Aan de huizen die permanent worden bewoond, worden over het algemeen minder strenge eisen gesteld. Wordt er vaker ingebroken, dan eisen de verzekeraars dat de beveiliging verder wordt verbeterd (zwaardere sloten, meer tralies en eventueel een alarminstallatie). Is een huis permanent bewoond en de bewoners gaan voor een langere periode weg dan in het contract staat vermeld (meestal 90 dagen), dan moeten zij de verzekeraar van de afwezigheid op de hoogte stellen. Bezitters van tweede huizen doen er goed aan een polis te nemen waarin geen voorwaarden zijn opgenomen over de perioden van niet-bewoning. De premies zijn dan wel 30 à 40% hoger dan bij verzekeringen van résidences principales.
Na het constateren van een inbraak moet men normaal gesproken binnen twee dagen aangifte (depôt de plainte) doen bij de politie/gendarmerie en moet de verzekeringsmaatschappij per aangetekende brief op de hoogte worden gebracht, met bijvoeging van een afschrift van de aangifte. Stuur vervolgens een opgave van de vermiste spullen met zo veel mogelijk bewijsmateriaal van de aanwezigheid van de gestolen waar vóór de inbraak, zoals betalingsbewijzen, garantiebewijzen, rekeningen van uitgevoerde reparaties en foto’s.
Print dit artikel
Verzekering van huis en inboedel
Huis en inboedel (habitation et son contenu) worden voor de verzekering tegen diefstal, brand, waterschade enzovoort als één geheel gezien. De algemene term voor deze zeer gebruikelijke verzekering is l’assurance multirisques habitation, waarin bovendien nog een WA-verzekering (RC, responsabilité civile) is opgenomen, echter niet altijd automatisch voor vakantiehuizen.
De gewone verzekeringsmaatschappijen en de 'onderlinge' (mutuelles) concurreren heftig met elkaar en verzinnen steeds wat nieuws. Het is dus zaak om bij het afsluiten van een verzekering flink te shoppen. Bij de courtier d’assurances, de verzekeringstussenpersoon, is het wat gemakkelijker om verschillende offertes te vragen. La multirisques habitation dekt de meest voorkomende schades: waterschade, brand, explosie, storm, diefstal (met braak meestal), natuurgeweld en de al genoemde WA. Bij het afsluiten van een polis is het zaak goed te letten op de eigen risico’s (franchise), de maximaal gegarandeerde uitkeringen en de begunstigden.
Huizenverzekeraars vergeleken De Franse consumentenorganisatie Que Choisir heeft 15 gewone polissen Multirisques habitation (de gecombineerde opstal-, inboedel- en WA-verzekering) via een puntensysteem met elkaar vergeleken op criteria als premiehoogte en voorwaarden. Daarbij rolt de volgende rangorde uit de bus: AGF met haar AGF Habitation scoort het hoogste met 18 punten en de laagsten met 10 punten zijn Matmut, MMA en Pacifica (onderdeel van Crédit Agricole). De middenmoot (15 tot 11 punten) wordt gevormd door Banques Populaires, AXA, BNP-Paribas, GMF, Aviva, Crédit Mutuel, Générali, GPA, MAAF en Macif. | Bij het vaststellen van de schade is het ook in Frankrijk van belang de aankoopnota’s te bewaren, foto’s te maken van het interieur en vooral op tijd, binnen de daarvoor gestelde termijn, de schadeclaim in te dienen. Bij het vaststellen van de premie geldt als basis het aantal kamers. Onder deze pièces worden niet gerekend de keuken, hal, overloop, badkamer, wc en opslagplaats. Een kamer groter dan 40 m² telt als twee kamers, maar kamertjes kleiner dan 7 m² worden niet meegerekend.
|
Verzekering elk jaar verlengen Naast de abonnementen op kranten en tijdschriften zullen ook de verzekeringen jaarlijks moeten worden verlengd. De maatschappijen moeten een herinnering sturen en een bevestiging ontvangen dat de verzekering kan worden verlengd. Aan stilzwijgende verlengingen is een einde gekomen. Als de herinneringsbrief later dan 14 dagen voor het verstrijken van het premiejaar is verschenen, kan de verzekerde binnen 20 dagen de polis beëindigen. Mocht de verzekeraar in het geheel niet van zich laten horen, dan kan de verzekerde op elk moment opzeggen. Een aangetekende brief is voldoende. | Bij schade wordt geen geld uitgekeerd, maar vergoedt de verzekering de kosten van herbouw en vernieuwing. Het Franse systeem kent twee varianten van de manier waarop schade aan een huis wordt vergoed. De normale procedure is dat de expert een flink percentage van de herbouwkosten af neemt wegens slijtage, beschadigingen en dergelijke. De uit te keren som is veel lager dan de herbouwkosten. Wie het niet eens is met de korting kan op eigen kosten een contra-expertise laten uitvoeren. Een andere procedure geldt bij een verzekering tegen nieuwwaarde (garantie valeur à neuf of rééquipement à neuf) waarbij de korting op de slijtage (vétusté) kleiner wordt, doordat maximaal 25% van de bouwkosten minus de slijtage als aanvulling wordt vergoed.
Bij brand kan het soms noodzakelijk zijn een bewijs over te leggen dat de schoorsteen jaarlijks is geveegd, een certificat de ramonage. In folders wordt in de herfst altijd veel reclame gemaakt voor bûches ramoneuses, dat zijn 'houtblokken' waarvan de 'rook' het schoorsteenkanaal zou reinigen. Het certificaat dat bij deze bûche wordt overhandigd, is van nul en generlei waarde. Het onweert vaker in Frankrijk en veel leidingen zijn bovengronds. Daarom wordt geadviseerd om voorzieningen aan te brengen op de stopcontacten, of bij naderend onweer gevoelige elektrische apparatuur uit te schakelen. Veel Fransen op het platteland hebben zo hun eigen oplossingen: niet door de hoofdschakelaar van de groep van de meterkast uit te schakelen, maar eenvoudig door de stekkers uit de stopcontacten te trekken en de antenne-aansluitingen uit de contactdozen. Met name voor gevoelige apparatuur zoals computer, modem, fax en telefoon is voldoende beveiligingsapparatuur te koop.
Spullen in huis die verbranden, worden gestolen of door de bliksem onbruikbaar worden, zullen normaliter tegen de dagwaarde worden vergoed. Een kapot geraakt televisietoestel van tien jaar oud wordt niet meer vergoed. Bij schade of verlies van een tv rekenen de meeste verzekeraars met een waardeverlies van 10% per jaar (voor computers soms zelfs 20%). De laatste jaren zijn de verzekeraars er echter meer en meer toe overgegaan om verloren gegane of gestolen spullen tegen nieuwwaarde (la valeur à neuf) te vergoeden. Wel zijn ook hier altijd aankoopnota’s over te leggen. Kostbaarheden vallen ook onder het contrat multirisque habitation, maar kennen een vergoeding met een plafond van 10 tot 30% van de totale verzekerde waarde van het onroerend goed. De waarde van de verzekerde inboedel wordt geïndexeerd volgens de indices van de FFB, Féderation Française du Bâtiment.
|
Facturen en bonnen bewaren De Franse verzekeringsmaatschappijen doen steeds moeilijker bij het uitkeren van verzekeringspenningen. Zij zeggen verlies te lijden op de inboedel- en opstalverzekeringen. Ging er twee jaar geleden nog geld bij de uitkeringen van autoschade, de situatie is nu omgekeerd. De verzekeringsmaatschappijen moeten steeds meer uitkeren aan huiseigenaren die schade hebben opgelopen als gevolg van natuurverschijnselen als rivieroverstromingen en zware stormen. Ook het aantal branden is toegenomen. De hedendaagse consument omringt zich met alle mogelijk elektronische apparatuur, die kapot kan gaan door stroomstoringen, blikseminslag e.d. De maatschappijen hebben gekozen voor een stringent beoordelingsbeleid in plaats van het verhogen van de tarieven. Er wordt veel meer op de ingediende facturen gelet en bij het ontbreken van bewijsmiddelen zal niet zal worden uitgekeerd. | Ook tweede huizen kunnen uiteraard worden verzekerd, maar de premie zal hoger zijn naarmate het huis langer onbewoond is per jaar. Daarnaast stellen sommige verzekeringsmaatschappijen hogere eisen aan de beveiliging daarvan dan bij woningen die permanent zijn bewoond.
Print dit artikel
Bonus-malus mag nog steeds in Frankrijk
Het systeem van het verzekeren van de auto (assurance auto) is in Frankrijk vergelijkbaar met dat in Nederland. Eigen risico, verplichte WA all risk, no-claimkorting enzovoort. Franse verzekeraars hanteren verplicht nog het bonus-malussysteem.
Bij elk jaar schadevrij rijden wordt de premie met 5% verlaagd tot een maximum van 50% korting. Nederlanders die hun auto in Frankrijk willen laten verzekeren, kunnen bij hun oude maatschappij in Nederland een formulier opvragen (meestal in het Engels) waarin wordt verklaard dat de verzekerde al dan niet schadevrij heeft gereden. De Franse verzekeraar houdt daarmee dan rekening bij de vaststelling van de premie. Bij schade wordt in Frankrijk de premie met 25% (12,5% als men gezamenlijk schuldig is aan de schade) verhoogd, met de mogelijkheid van extra verhogingen bij ernstige misdragingen op de weg tot een maximum van 400%. Premieverschillen zijn er voor de verschillende zones waarin de autorijders wonen en of de bestuurder een hij of een zij is; Parijs, Lyon en Marseille zijn duur, vrouwelijke verzekerden betalen minder premie.
Op internet staat de website Assurland, waarin de verzekeraars met elkaar worden vergeleken. Let bij het invullen van de zoekcriteria goed op het eigen risico, la franchise. Op de site van 321.auto is een berekening te maken van de goedkoopste verzekeringen. Ook wordt het afsluiten van verzekeringen via internet steeds populairder; de premies kunnen tot 30% lager zijn. Onder Links is een aantal aanbieders opgenomen.
De verschillende soorten autoverzekering zijn: de verplichte ‘WA’ (l’assurance automobile obligatoire de responsabilité civile of kortweg une assurance au tiers), de uitgebreidere ‘WA’ die vergoedt tot de maximale dagwaarde van de auto (la garantie tierce collision of la garantie dommages collision), de ‘all risk’ (l’assurance tous risques of dommages tous accidents) en een vorm van bijstandsverzekering (l’assistance et la garantie conducteur). Deze laatste dekt de onkosten van terugrijden vanuit het buitenland bij een ongeval, wegslepen, nieuwe onderdelen ophalen enzovoort en verleent ook een vergoeding in de ziektekosten bij een ongeval waarbij de chauffeur door eigen schuld gewond is geraakt.
Bij diefstal van de auto (jaarlijks wordt een kwart miljoen auto’s gestolen) moet men direct aangifte doen bij de politie. Via een aangetekende brief avec accusé de réception stelt de gedupeerde vervolgens zijn verzekeraar op de hoogte en stuurt alle gegevens op, alsmede een kopie van de aangifte. Ten slotte is het nodig de prefectuur in te lichten en het nummer van het kentekenbewijs (carte grise) op te geven via het sturen van een kopie van het document. Als de auto na een maand niet is teruggevonden, keert de verzekeraar uit op basis van de geschatte dagwaarde of naar de aanschafwaarde, uiteraard afhankelijk van de polisvoorwaarden.
Ook in Frankrijk bestaat een vergelijkbare vorm van de Nederlandse waarborgverzekering voor gevallen waarin geen sprake is van een traceerbare tegenpartij, zoals in de bekende situaties van doorrijden na een aanrijding. Zo’n fonds – le fonds de garantie automobile (FGA) – kan men ook te hulp roepen als de verantwoordelijke tegenpartij niet of onvoldoende is verzekerd. Het fonds (omgedoopt tot Fonds de garantie des assurances obligatoires de dommages), treedt alleen op bij ongelukken die in Frankrijk zijn gebeurd, maar kan niet worden ingeroepen bij aanrijdingen met voertuigen afkomstig uit landen waarmee FGA geen overeenkomst heeft (bijvoorbeeld Zweden en Zwitserland). In die gevallen moet de gedupeerde zich wenden tot het Bureau central français (11, rue de la Rochefoucauld, 75431 Paris CEDEX 9, tel. 01 49 93 65 50). In alle overige gevallen moet de benadeelde een aangetekende brief sturen (FGA, 64, rue Defrance, 94307 Vincennes CEDEX, tel. 01 43 98 77 00).
| Uitvoerige informatie over deze onderwerpen is te vinden in La Maison, uitg. Het Spectrum. |
Print dit artikel
|

het weer in Frankrijk
03 dec 2008
|