|
|
Negentiende aflevering: oktober 2006 1. un chien sale et un sale chien 2. une enfant drôle et une drôle d’enfant 3. un courage certain et un certain courage 4. un homme brave et un brave homme 5. un hôpital ancien et un ancien hôpital 6. un lit propre et un propre lit 7. un homme pauvre et un pauvre homme 8. une voisine curieuse et une curieuse voisine 9. un homme grand et un grand homme 10. (et un grand grand homme ?) 11. une femme seule et une seule femme 12. la semaine dernière et la dernière semaine Antwoorden : Algemene regel : in het geval van een bijvoeglijk naamwoord dat zovel vóór als na de naamwoord geplaatst kan worden, geeft een plaatsing vóór het werkwoord een letterlijke betekenis en de plaatsing na de naamwoord een figuurlijke. 1. een vuile hond (vies) / een gemene hond 2. een grappig kind (/meisje) / een vreemd kind (/meisje) 3. een grote mate van moed / een zekere maat van moed 4. een moedige man / een goeierd 5. een ouderwets ziekenhuis / een voormalig ziekenhuis 6. een schoon bed / een eigen bed 7. een arme man (niet rijk) / een arme sloeber 8. een nieuwsgierige buurvrouw / een vreemde buurvrouw 9. een lange man / een beroemde man 10. (een lange beroemde man) 11. een alleenstaande vrouw / een enkele vrouw 12. de afgelopen week / de laatste week
Deze pagina is laatst gewijzigd op 05-09-2008 om 15:58.
|
|