|
|
De Zorgverzekeringswet en wonen in Frankrijk
Ontving je als Frankrijkganger een langlopend Nederlands pensioen of uitkering, zoals WAO, AOW of Anw en was je ziekenfondsverzekerd in Nederland, dan was een overschrijving per gezinslid met het formulier E 121 naar de CPAM nodig, het plaatselijke kantoor van de Caisse primaire d’assurance maladie. Nu geldt deze verplichting sinds 1 januari 2006 ook voor de Nederlanders die in Frankrijk particulier verzekerd waren en een wettelijke pensioen uit Nederland ontvangen.
Via uiterst verwarrende procedures, onduidelijke richtlijnen was het nodig om dat formulier E 121 te pakken te krijgen. Het CVZ, College voor Zorgverzekeringen, dat is belast met de uitvoering van de nieuwe regels van de Zorgverzekeringswet (Zvw) voor Nederlanders in het buitenland, is inmiddels wat gewend geraakt aan de procedures en lijkt deze onder de knie te krijgen. Het opgelegde systeem, dat tot stormen van verontwaardiging heeft geleid, houdt in dat de gepensioneerden in Nederland een vaste bijdrage moeten betalen en nog eens bijdragen op pensioen en overige inkomsten en voor de AWBZ. Die bijdragen worden ingehouden op de AOW, uitkeringen en overige pensioenen. Nederland verrekent de ontvangen bijdragen met het land waar de Nederlanders gebruik maken van het ziekenfondssysteem aldaar.
Voor emigranten zijn er vier mogelijkheden van verzekeringen tegen ziektekosten: • men blijft in Nederland verzekerd als daar het inkomen wordt verdiend; • wie gaat werken in Frankrijk of een (pseudo)bedrijfje opricht, heeft niets meer met Nederland van doen en meldt zich bij een vaak goedkopere Franse ziekenfondskas. Het gehele inkomen moet dan wel in Frankrijk zijn verdiend. Wie ook nog een pensioen uit Nederland ontvangt betaalt daarover de heffingen in Nederland, naast de in Frankrijk betaalde premies; • je wordt 'verdragsgerechtigd' (bij een wettelijk pensioen of uitkering uit Nederland), aanmelding bij het CVZ is verplicht, waarna aanmelding in Frankrijk noodzakelijk is; • zelf een particuliere verzekering zoeken als er geen wettelijk pensioen in Nederland bestaat en men leeft van bijvoorbeeld eigen vermogen. Na een verblijf van vijf jaar is aanmelding mogelijk bij de CMU, hoewel deze regeling juli 2011 is herzien. De wachttijd van vijf jaar is vervallen.
De overheid verwoordt het aldus: de ‘verdragsgerechtigdheid’ betekent het hebben van aanspraak op vergoeding van medische- en zorgkosten ten laste van Nederland, naar de regels van het wettelijke stelsel in Frankrijk. Dit vloeit voort uit het Europese sociale zekerheidsrecht (EG1408/71). Die verdragsgerechtigdheid is op de eerste plaats gericht op degenen die een wettelijk pensioen of een wettelijke (langlopende) uitkering vanuit Nederland hebben (waaronder AOW en WAO, een ABP-pensioen en een militair pensioen enzovoort.) Bij een dergelijk pensioen zijn ook andere pensioenen en uitkeringen zoals lijfrente belastbaar voor de Zvw-bijdragen. Wie in Frankrijk woont en geen wettelijk pensioen geniet, dus (nog) niet verdragsgerechtigd is, zal over zijn wereldinkomen geen bijdragen behoeven te betalen.
Voor gezinsleden van 18 jaar en ouder moeten afzonderlijke bijdragen worden betaald en kan men in aanmerking komen voor de zorgtoeslag. Wie alleen een pensioen of uitkering uit Nederland ontvangt is niet meer verzekerd voor de AWBZ, maar moet zich tevreden stellen met de zorg in het woonland. Bij een eventuele terugkeer in Nederland is er een wachttijd van één maand voor elk jaar dat men in Frankrijk heeft gewoond, aangenomen dat niet vrijwillig de – dure – AWBZ-premie is doorbetaald tijdens het verblijf in Frankrijk. Die wachttijd geldt niet voor voor de mensen die tot 2006 bij een ziekenfonds verzekerd waren en ook zij die voor de invoering van de Zvw een AWBZ-voorziening hadden, behouden deze.
Het wordt aangeraden, zo legt het CVZ uit, tijdig de uitkerings- of pensioeninstantie te informeren, want bij een te laten melding kan het zijn dat er geen recht op medische zorg is in je nieuwe woonland. De Nederlandse zorgverzekeraar zal bij de verhuizing stoppen met de inhouding van de nominale premie en ook het CVZ informeren over de verhuizing. Deze zal dan het formulier E 121 toesturen, waarmee je je meldt bij de CPAM, gevestigd in de wat grotere plaatsen in de buurt. Voor meeverhuizende gezinsleden is een afzonderlijk formulier nodig. Niet-WAO'ers kunnen dan rekenen op een vergoeding van in het algemeen 70% van de gemaakte kosten. Men zal zelf voor een aanvullende verzekering moeten zorgen bij bijvoorbeeld een Franse maatschappij. Ontvangers van WAO vallen in Frankrijk onder het 100% vergoedingentarief. De basisvoorzieningen zijn overigens in Frankrijk wel ruimer, zoals tandartszorg.
Het wil nogal eens voorkomen dat kleinere kantoren van de CPAM niet erg bekend zijn met de procedures rond de inschrijving van buitenlanders. Vervoeg je daarom bij de overkoepelende CPAM in bij voorkeur de hoofdplaats van je departement waar ook een bureau voor immigrés is of een afdeling Service Relations Internationales. Je bent meestal direct aan de beurt. De beambten weigeren meestal om zelf contact op te nemen met CVZ voor een E 121 formulier of het vragen van nadere inlichtingen. Het is nuttig om bij de hand te hebben een uittreksel van het geboorteregister. Soms ook een uittreksel van de huwelijksakte (niet het trouwboekje) of het paspoort, de attestation sur l'honneur (verklarende dat de partner geen bijverdiensten heeft), een justificatif domicile in de vorm van een factuur van de EDF, papieren van de Sociale Verzekeringsbank waaruit blijkt dat men AOW ontvangt en ten slotte een RIB of RIP. Ook als men al langer in Frankrijk woont en verzekerd is, kan het voorkomen dat men opnieuw een inschrijving moet regelen. De CPAM kent namelijk verschillende regimes, zoals voor werkenden, gepensioneerden, WAO-ers en anderen. Ook de overgang van prepensioen naar AOW bijvoorbeeld beschouwt de CPAM als een verandering van regime. Als verzekerde moet je zelf het initiatief nemen om de wijziging te melden. Wie dat nalaat, krijgt prompt een brief in de bus dat de verzekering is gestopt en dat de carte vitale niet meer kan worden gebruikt.
De nieuwe premies en bijdragen voor de Zorgverzekeringswet
Voor 2012 is de woonlandfactor - de uitkomst van de gemiddelde kosten in een verdragsland, gedeeld door de gemiddelde kosten per verzekerde in Nederland - voor Frankrijk iets verlaagd: van 0,7747 naar 0,7685.
Rekening houdend met de woonlandfactor betekent dit in 2012 een bijdrage van € 82,68 voor een in Frankrijk wonende Nederlander die een uitkering of pensioen uit Nederland ontvangt. Voor ieder meeverzekerd gezinslid van 18 jaar of ouder die in een EU-land woont, is bovendien eenzelfde vaste bijdrage per maand verschuldigd. Voor iedere verzekerd is daarnaast ook inkomensafhankelijke bijdragen Zvw en AWBZ verschuldigd. Ook deze bijdragen worden berekend met behulp van de woonlandfactor. De premies voor de inkomensafhankelijke bijdragen zijn iets verlaagd, maar het inkomensplafond hierbij is aanzienlijk opgeschroefd en wel van ruim € 33.000 naar ruim € 50.000.
Nominale bijdrage: • per maand: € 107,58 (was vorig jaar € 104,83.) Met toepassing van de woonlandfactor komt dit deel van de bijdrage voor 2012 op € 82,68 per maand - was € 81,21. Inkomensafhankelijke bijdrage Zvw: • inhouding op loon, WAO-/WAZ-uitkering, Anw-/AOW-pensioen: 7,1% (was 7,75% in 2011) • inhouding op overige inkomsten: 5,0% (was 5,65% in 2011) • inkomstengrens: € 50.065 (was € 33.427 in 2011) Inkomensafhankelijke bijdrage AWBZ: • inhouding op inkomen in eerste en tweede belastingschijf: 12,15% (onveranderd, inhouding geldt ook als in Nederland geen belastingplicht bestaat) • inkomensgrens, geboren voor 1 januari 1946: € 34.055; geboren na 31 december 1945: € 33.863
Voorbeeldberekening bij alleen AOW van € 1200 per maand met één meeverzekerd gezinslid; het maandbedrag wordt uiteraard aanzienlijk hoger als ook de andere inkomsten, zoals een bedrijfspensioen, wordt meeberekend. Over die 'overige' inkomsten wordt 5,0% (2011 5,65%) bijdrage ingehouden, ook gecorrigeerd met de woonlandfactor.
| |
€ |
| Vaste bijdrage van € 107,58 x woonlandfactor Frankrijk van 0,7685 |
82,68 |
| Bijdrage over € 1200 AOW x woonlandfactor Frankrijk x 7,1% |
65,48
|
| Bijdrage AWBZ over € 1200 AOW x woonlandfactor Frankrijk x 12,15% |
112,05 |
| Vaste bijdrage voor gezinslid van € 107,58 x woonlandfactor Frankrijk |
82,68 |
Per maand (er is geen rekening gehouden met eventuele heffingskortingen)
|
342,89 (2011: 347,42) |
In detail is een en ander na te lezen op de website van het College voor Zorgverzekeringen.
De berekening van de zorgtoeslag De Belastingdienst in Heerlen die de Nederlanders in het buitenland onder zijn hoede heeft, wil op de hoogte zijn van hun inkomens. Al deze mensen moeten een formulier invullen. De Belastingdienst onderneemt die actie op verzoek van Belastingdienst/Toeslagen en het College voor zorgverzekeringen (CVZ). Het gaat om het niet in Nederland belaste inkomen (NiNbi). De voorlopige berekening van de zorgtoeslagen is gebaseerd op een schatting. Voor de definitieve berekening van de hoogte van de toeslag zal het toetsingsinkomen definitief vastgesteld moeten worden. Hiervoor is het wereldinkomen van de betrokkenen van belang, zo wordt uitgelegd. Bij de Belastingdienst/Limburg/kantoor Buitenland zal een aparte afdeling worden ingericht voor het NiNbi-proces. Uitsluitend voor NiNbi is onderstaand adres in gebruik genomen. Belastingdienst, Postbus 2546, 6401 DA Heerlen, Nederland. Algemene informatie en vragen over NiNbi worden beantwoord door de Belastingtelefoon Buitenland. Bereikbaar via +31 55 538 53 85, op maandag tot en met donderdag van 8.00 tot 20.00 uur en op vrijdag van 8.00 tot 17.00 uur. Het recht op zorgtoeslag is in het algemeen van toepassing op alleenstaanden en paren die verzekeringsplichtigen voor de Zvw zijn. Dit geldt ook als zij in het buitenland wonen. Men moet daadwerkelijk verzekerd onder de Zvw (en dus de nominale premie betalen) om het recht te kunnen verkrijgen. De Belastingdienst gaat – maandelijks - toetsen of een aanvrager (en zijn partner) wel echt terug te vinden is in het bestand van verzekerden. Als de partner niet verzekerd is krijgt men slechts 50% van de zorgtoeslag. Aangezien de zorgtoeslag tegemoet wil komen in de nominale premie hebben kinderen onder de 18 jaar geen recht op zorgtoeslag. Een bij een (echt)paar inwonend kind boven de 18 heeft een zelfstandig recht op zorgtoeslag als het aan de voorwaarden voldoet. De zorgtoeslag wordt per maand berekend en toegekend. De aanvraag kan schriftelijk bij de Dienst Toeslagen worden gedaan (zie ook www.toeslagen.nl). De Dienst Toeslagen (0031 555 385 385) is onderdeel van de Belastingdienst, maar niet geÏntegreerd met het onderdeel dat de inkomstenbelasting heft. Zowel binnenlandse als buitenlandse belastingplichtigen komen – als ze Zvw verzekerd of verdragserechtigd zijn – in aanmerking voor de zorgtoeslag. De zorgtoeslag is (in Nederland) geen belastbaar inkomen. Aanvragen van zorgtoeslag boven een verwacht verzamelinkomen van meer dan € 40.000 voor een paar, heeft geen zin: daarboven bestaat geen recht op zorgtoeslag. |
Hoop op vrijwillige ziektekostenverzekering voor pensionado's

Naar verwachting op 13 december zal de Centrale Raad van Beroep uitspraak doen over de al jaren slepende kwestie van de verplichte ziektekostenvereniging van Nederlandse gepensioneerden in het buitenland. Onderwerp van deze zaak is de opdracht aan de Centrale Raad van Beroep, afkomstig van het EU Hof van Justitie in Luxemburg, onderzoek te doen naar de mogelijke discriminatie van de groep Nederlanders in het buitenland ten opzichte van de Nederlandse verzekerden.
Sinds 1 januari 2006 is deze groep via de Zorgverzekeringswet verplicht om bijdragen af te dragen aan het College van Zorgverzekering. Inmiddels lijken de betrokken Nederlandse instanties - het ministerie van VWS en het CVZ - tot de gedachte te zijn gekomen dat de groep de keuze moet hebben om zelf een vrijwillige verzekering in Nederland af te sluiten. Het ministerie en het CVZ zullen op een bijeenkomst in Spanje voor postactieve Nederlanders een voorlichtingsbijeenkomst houden, waarin de zogenaamde opt-in regeling ter sprake zal komen. Deze regeling om een vrijwillige verzekering af te sluiten, was één van de kernpunten van het proces dat de Stichting Belangenbehartiging Nederlandse Gepensioneerden in het Buitenland al sinds 2005 tegen de staat voert. De inhoud van de oproep vor de bijeenkomst geeft aan dat er zeer vergevorderde plannen bestaan om een vrijwillige toetreding tot de Zvw ook beschikbaar te maken voor de verdragsgerechtigden, met de kennelijke bedoeling om de vermeende discriminatie zoals uitgesproken in de uitspraak van het Europese Hof, ongedaan te maken. Zouden deze plannen inderdaad werkelijkheid worden, dan is daarmee een van de belangrijkste doelstellingen van de Stichting van gepensioneerden verwezenlijkt.
In De Volkskrant verscheen onlangs een artikel over de materie waarmee al zovele jaren wordt geworsteld. Het artikel van de hand van Jet Bruinsma is hier op onze website overgenomen. Het oud-kamerlid Myra Koomen van het CDA heeft zich destijds ingezet voor de verdediging van de Nederlanders in het buitenland. Zij is nu wethouder in Enschede. Zij deed een oproep aan de overheid om de Nederlanders zelf een keuze te laten maken.
Alleen EHIC is voldoende, geen Verklaring Agis meer nodig Sinds 1 mei 2010 hebben de verdragsgerechtigden op basis van een “verklaring van zorg” toegang tot het volledige basispakket in Nederland. Die toegang wordt vanaf 2012 vereenvoudigd doordat de genoemde benodigde verklaring komt te vervallen en men rechtstreeks met de EHIC-kaart aanspraak kan maken op het basispakket in Nederland. In 2012 is alleen de EHIC te gebruiken voor zorg in Nederland. De verklaring van Agis Zorgverzekering is dan niet meer nodig. De nieuwe kaart is aan te vragen via de website www.cvz.nl (pagina Zorgverzekeringen en buitenland.) (09.11.11)
Ombudsman: overheid moet € 6 miljoen terugbetalen aan Nederlandse pensionado's

De Nationale ombudsman, Alex Brenninkmeijer, vraagt de minister van Financiën, de minister van VWS en het College voor zorgverzekeringen om € 6.075.000 terug te betalen aan 13.500 Nederlanders in het buitenland. Gemiddeld gaat het bij deze groep om € 450 per persoon. De Belastingdienst heeft van 2006 tot en met 2009 ten onrechte deze bijdragen Zorgverzekeringswet (Zvw) ontvangen en vindt ambtshalve teruggaaf niet uitvoerbaar.
In een bericht op de website van de Ombudsman zegt Brenninkmeijer: 'Ik vind de passieve opstelling van de overheid niet behoorlijk. De problematiek is veroorzaakt doordat het CVZ in 2006 grote problemen had met tijdige toezending en verwerking van de aanmeldingsformulieren. Ik vind het niet gepast, dat het ministerie de pensionado's verwijt, dat zij hun emigratie te laat aan het CVZ hebben doorgegeven. De overheid is debet aan deze problemen en moet er dan ook voor zorgen dat de Nederlanders in het buitenland 'linksom of rechtsom' hun geld terug moeten krijgen.'
In de jaren 2006 - 2009 werd van circa 13.500 Nederlanders in het buitenland de Zvw-bijdrage ten onrechte als 'Zvw-binnenland' aangemerkt. Door dit verkeerde oormerk droeg de inhoudende instantie (zoals de SVB, een pensioenfonds of het UWV) deze bijdrage ten onrechte af aan de Belastingdienst. Maar omdat de verzekerde inmiddels in het buitenland woonde en onder de buitenlandregeling Zvw viel, had dit afgedragen moeten worden aan het CVZ. Daardoor had het CVZ te weinig ontvangen en moesten velen (te veel) bijbetalen. De meeste betrokkenen wisten en weten niet dat ze deze Zvw-bijdrage kunnen terugvragen bij de Belastingdienst.
Het ministerie van Financiën vindt ambtshalve teruggaaf over de periode 2006 t/m 2009 niet uitvoerbaar. De rechthebbenden moeten zelf teruggaaf vragen. Wél erkent het ministerie dat het probleem – ook ná 2009 – structureel is. Daarom gaat het ministerie onderzoeken of het mogelijk is om vanaf het belastingjaar 2010 ambtshalve teruggaaf te verlenen.
Over de praktische uitvoering hiervan meldt het bureau van de ombudsman nog het volgende:
Als iemand emigreert naar een EU- of verdragsland of als iemand nieuw inkomen krijgt uit Nederland (bijv een voormalige niet-verdiener krijgt op zijn 65+ste recht op AOW) moet het CVZ vaststellen of iemand onder de verdragsregeling valt. Daarvoor heeft het minimaal enkele maanden nodig (verstrekken en verwerken E-121-formulier). Dit probleem doet zich nu nog steeds voor. Het Ministerie van Financiën heeft toegezegd dat het een systeem gaat ontwikkelen waarin de Belastingdienst vanaf het belastingjaar 2010 ambtshalve teruggaaf verleent van de ten onrechte betaalde Zvw-bijdrage binnenland.
Recht op teruggaaf Zvw-bijdragen binnenland? U kunt zelf nagaan of u recht heeft op teruggaaf van de Zvw-bijdrage binnenland door de volgende gegevens te controleren:
1. Heeft de SVB, UWV, pensioenfonds of verzekeringsmaatschappij Zvw-bijdrage over de jaren vanaf 2006 Zvw-bijdrage op uw Nederlands inkomen ingehouden? 2. Ziet u deze ingehouden bedragen terug in de definitieve jaarafrekening 2006 of 2007 of in de voorlopige jaarafrekening 2008 van het CVZ? Zo ja, dan heeft u geen recht op teruggaaf over deze jaren. Zo nee, dan heeft u waarschijnlijk recht op teruggaaf over deze jaren.
Het jaar 2009 kunt u zelf niet controleren omdat u nog geen (voorlopige) jaarafrekening 2009 van het CVZ heeft ontvangen. Wij raden u aan de voorlopige jaarafrekening van het CVZ af te wachten, die u waarschijnlijk in het najaar 2011 zult ontvangen. U kunt om teruggaaf verzoeken over de jaren 2006 tot en met 2009 door een brief te sturen aan:
Belastingdienst/Rivierenland/kantoor Nijmegen Afdeling EBV/EPV Postbus 7030 6503 GM Nijmegen
Vermeld in uw brief duidelijk:
- dat u verzoekt om 'teruggaaf ten onrechte ingehouden bijdrage Zvw';
- welke periode/jaren u via het CVZ in het buitenland verdragsverzekerd was;
- uw bankrekeningnummer.
Let op: over het jaar 2006 kunt nog tot en met 31 december 2011 teruggaaf vragen.
Eerder maakte de Nationale ombudsman zich ook al boos over de behandeling van Nederlanders in het buitenland.
Wederom heeft de Nationale Ombudsman Alex Brenninkmeijer zich druk gemaakt over de manier waarop Nederlanders in het buitenland zich verplicht moeten verzekeren in Nederland. De ombudsman heeft vaker zijn afkeuring uitgesproken over de manier waarop Nederland met deze categorie Nederlanders omgaat, die verplicht zijn in Nederland premie af te dragen voor een zorg die zij in eigen land onvoldoende kunnen krijgen. 'Nederlanders die in het buitenland wonen, kunnen bijna geen betaalbare zorgverzekering afsluiten. Hoog tijd dat de minister ingrijpt', vindt de ombudsman. Hij schrijft aan de Vaste Kamercommissie dat de minister daar niet te lang mee moet wachten, omdat het probleem al sinds 2006 speelt. Minister Schippers wil namelijk eerst een lopende procedure bij de Centrale Raad van Beroep afwachten. Brenninkmeijer: 'Ik betreur het dat de minister zich zo formeel opstelt. Zij miskent de ernst en de urgentie van de problemen en laat kostbare tijd hiermee verloren gaan. De minister kan beter het slepende conflict nu de-escaleren, dejuridiseren en zoeken naar oplossingen voor de toekomst.'Op de website van de ombudsman wordt toegelicht dat een klacht van de Stichting belangenbehartiging Nederlandse gepensioneerden in het buitenland (SBNGB) de aanleiding is voor de brief. Veel Nederlanders die in het buitenland wonen, kunnen sinds de invoering van de Zorgverzekeringswet (Zvw) in 2006 geen behoorlijke zorgverzekering tegen een redelijk tarief afsluiten. Juist voor deze groep ouderen – veelal gepensioneerde 60+ers – is een goede zorgverzekering van groot belang. In veel Europese landen zien zij zich echter geconfronteerd met een onvolledige dekking van de zorgverzekering in hun woonland en met (het risico van) hoge zorgkosten. Zij kunnen zich niet of alleen tegen een zeer hoge premie aanvullend verzekeren. Vooral mensen die in 2006 al in het buitenland woonden, zijn hierdoor in financiële problemen gekomen. Sommigen zagen zich zelfs genoodzaakt om naar Nederland te remigreren. De Nationale ombudsman bood in een brief van 4 maart jl. aan een bemiddelende rol te vervullen in een gesprek tussen de minister en de SBNGB. Dit wees de minister af, zij wilde eerst de lopende juridische procedure afwachten bij de Centrale Raad van Beroep. A.s. vrijdag is er weer zitting van de Centrale Raad van Beroep over deze slepende kwestie.
Minister reageert op de bezwaren van Nederlandse gepensioneerden in het buitenland

De laatste fase van de processen die Nederlandse gepensioneerden in het buitenland voeren tegen de gevolgen van de invoering van de Zorgverzekeringswet in 2006, speelt zich de komende weken af. De minister van Volksgezondheid is niet op het verzoek van de Stichting Belangenbehartiging Nederlandse Gepensioneerden ingegaan om in deze laatste fase een schikking te treffen. Desgevraagd legt de woordvoerder van minister Edit Schippers uit dat men bij het ministerie van VWS aan het verkeerde adres is.
De zienswijze van de minister over de zich voortslepende kwestie luidt als volgt: 'Op grond van de Europese sociale zekerheidsverordening hebben personen die een Nederlands wettelijk pensioen of uitkering ontvangen in hun woonland ten laste van Nederland een verdragsrecht op de medische zorg zoals die is geregeld in de sociale ziektekostenregeling van dat land (woonlandpakket). Betrokkenen zijn hiervoor een bijdrage aan Nederland verschuldigd, die door middel van de woonlandfactor wordt gerelateerd aan het verschil in zorgkosten per verzekerde tussen Nederland en het woonland. Nederland heeft het verdragsrecht per 1 mei 2010 verruimd door betrokkenen ook de mogelijkheid te bieden gebruik te maken van zorg in Nederland (AWBZ en Zvw-pakket).
'Het Europees Hof heeft in zijn uitspraak van 14 oktober 2010 in zaak C 345/09 (Van Delft e.a.) de opvatting van Nederland bevestigd, dat het hier gaat om een verplichte dekking en dat Nederland hiervoor een bijdrage mag heffen. Het Hof wijst betrokkenen erop dat de Verordening – in tegenstelling tot hetgeen beweerd wordt – juist is gemaakt met als doel het vrij verkeer in Europa te bevorderen en dat Nederland hieraan nog een verdere bijdrage heeft geleverd door de introductie van de woonlandfactor.
'De Stichting Belangenbehartiging Nederlandse Gepensioneerden in het Buitenland heeft aangegeven dat veel particuliere verzekeraars in 2006 van de gelegenheid van de invoering van de Zorgverzekeringswet gebruik hebben gemaakt om polissen met in het buitenland wonende verzekerden op te zeggen of de premie aanmerkelijk te verhogen. Deze signalen hebben VWS ook bereikt. Hoewel dergelijke premieverhogingen volgens de Nederlandse rechter niet onredelijk waren, aangezien het draagvlak van de verzekeringen verkleind was, kan ik mij voorstellen dat betrokkenen onaangenaam verrast zijn geweest door de algehele opzegging van particuliere verzekeringen.
'Op grond van de Invoerings- en Aanpassingswet Zorgverzekeringswet zijn particuliere verzekeringen van personen die een verdragsrecht op grond van de Verordening kregen, van rechtswege beëindigd voor zover de dekking ervan door de Verordening (het woonlandpakket) werd overgenomen, teneinde te voorkomen dat betrokkenen een dubbele dekking zouden hebben. Voor het overige zijn deze verzekeringen door de Zorgverzekeringswet niet aangetast. Door de particuliere verzekeringen in hun geheel op te zeggen zijn enkele verzekeraars aanmerkelijk verder gegaan. Eventueel hieruit voortvloeiende schade moeten betrokkenen verhalen op de betreffende verzekeraars. Zij kiezen er echter voor de Nederlandse Staat hiervoor aansprakelijk te stellen, terwijl de Staat bij deze particuliere verzekeringsovereenkomsten geen partij is. Betrokkenen zijn met hun verzoek om een minnelijke (schadevergoedings)regeling dan ook aan het verkeerde adres.
'In de periode sinds de invoering van de Zorgverzekeringswet hebben medewerkers van VWS meerdere malen met vertegenwoordigers van de SBNGB van gedachten gewisseld. De klachten van betrokkenen zijn daarbij uitgebreid aan bod gekomen. Geconcludeerd kan worden dat op enkele punten een fundamenteel verschil van mening is blijven bestaan. Met betrekking tot het verplichte karakter van de dekking van de Europese sociale zekerheidsverordening en de bevoegdheid van Nederland om daarvoor een bijdrage te heffen, heeft het Europees Hof van Justitie op 14 oktober 2010 uitspraak gedaan waarbij de Nederlandse overheid in het gelijk is gesteld. Inmiddels zijn wij in de fase dat de laatste geschilpunten onder de nationale rechter zijn', aldus de uitleg van minister Edith Schippers (VVD) van VWS.
Tips voor Nederlanders in het buitenland om CVZ te controleren

Het controleren van jaarafrekening van het College voor zorgverzekeringen kan gepensioneerden in het buitenland voordeel opleveren.Vanaf eind december 2010 ontvangen gepensioneerden in het buitenland van het College voor zorgverzekeringen (CVZ) de voorlopige jaarafrekening over 2008. Veel gepensioneerden zullen geld terugkrijgen. Omdat gebleken is dat in de jaarafrekeningen van het CVZ geregeld fouten voorkomen, blijft het zinvol om deze goed te controleren. Gepensioneerden krijgen daardoor mogelijk (extra) geld terug.
Het Werkkollektief Amsterdam geeft hieronder een aantal tips voor de controle.
Tip 1 Controleer of het aantal maanden nominale bijdrage Zvw overeenkomt met de periode van wonen in het buitenland met verdragsrecht van u, uw eventuele partner en kinderen ouder dan 18 jaar in 2008.
Tip 2 Komen de bijdrage-inkomens Zvw en AWBZ, en de ingehouden bijdrages Zvw overeen met de (totalen van) inkomens en inhoudingen op de jaaropgave(s) van pensioen- en uitkeringsinstanties? Beter is nog te rekenen met de specificaties van de maanduitkeringen. Meer werk, maar zeker bij een uitkering van het UWV is dit wenselijk.
Tip 3 Is de procentuele Zvw bijdrage door het pensioenorgaan abusievelijk aan de Belastingdienst afgedragen? Vraag teruggave www.belastingdienst.nl/zvw
Tip 4 De verzekeringssituatie op de eerste dag van de maand is voor het CVZ bepalend voor de hele maand. Vooral als u in 2008 terug naar Nederland bent gegaan, moet u hierop attent zijn. Als uw vestigingsdatum in Nederland niet op de eerste van de maand valt, is de kans groot dat u over die maand dubbel betaalt.
Tip 5 Hebt u een partner die niet is meeverzekerd bij u en met weinig of geen inkomen, of bent u een alleenstaande ouder, of hebt u maatschappelijk, gedurfd of cultureel belegd? Vraag voor de definitieve jaarafrekening 2008 extra heffingskortingen aan. Zie www.buitenland.cvz.nl/webformulieren/aanvraag_heffingskortingen.asp
Tip 6 Veel gepensioneerden zullen overigens met de voorlopige jaarafrekening 2008 geld van het CVZ krijgen. Een (verlate) kerstbonus? Nee, teruggave van te veel ingehouden Zvw bijdrage. Wie? Waarom? Hoeveel? Zie www.hetwka.nl/home/geldterug2008
Bezwaren tegen Zorgverzekeringswet dreigen te verjaren
De Stichting Belangenbehartiging Nederlandse Gepensioneerden in het Buitenland is een actie gestart om de verjaring van de al jaren durende procedures te stuiten. Hoewel het Europese Hof van Justitie medio oktober al had uitgesproken dat Nederland gerechtigd is om de bijdragen van Nederlanders in het buitenland te vragen, moet de Nederlandse rechter nog oordelen over de vraag of de betrokken groep op dezelfde manier wordt behandeld als inwoners van Nederland. De Zorgverzekeringswet is in 2006 ingevoerd en nog lopende procedures dreigen te verjaren in 2011. Volgens de Stichting laat het arrest van het Hof de mogelijkheid open dat de invoering van de wet een ongerechtvaardigde inbreuk op het vrije verkeer van burgers van de Unie vormt. Mocht dat juridisch komen vast te staan, dan is de invoering van de wet onrechtmatig geweest en kan de Nederlandse staat aansprakelijk worden gesteld voor de geleden schade, aldus de opvatting van de Stichting. De verjaring kan worden gestuit door het schrijven van een brief aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport waarin men zich ondubbelzinnig het recht op nakoming door de Staat voorbehoudt. De Stiching adviseert een aangetekende brief te sturen. Een standaardbrief is hier te vinden.
|
Zorgverzekeringswet: Nederlanders in het buitenland moeten betalen
Nederland mag een bijdrage aan het Nederlandse ziektekostenstelsel vragen van gepensioneerden en uitkeringsgerechtigden die in een ander Europees land wonen. Dat heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie beslist in een rechtszaak die was aangespannen door zes pensionado’s. Zij maken bezwaar tegen de bijdrage die zij sinds de invoering van de Zorgverzekeringswet (ZVW) op 1 januari 2006 moeten betalen. Volgens het Hof is de inhouding van deze bijdrage op hun pensioen- of arbeidsongeschiktheidsuitkering niet in strijd met Europees recht, zo bericht NRC Handelsblad.
De zorgverzekeringswet regelt dat pensionado’s recht op zorg (of vergoeding van de kosten) in hun woonland hebben. Daarvoor zijn ze een vaste en een inkomensafhankelijke bijdrage verschuldigd. De zes pensionado’s, die in België, Frankrijk, Malta en Spanje wonen, zeggen op te komen voor circa 100.000 Nederlanders in het buitenland. Ze verzetten zich tegen het verplichte karakter van de zorgbijdragen. En ze vinden dat Nederland het EU-verdrag schendt, doordat de zorgbijdragen hun recht op vrij reizen en verblijven in de EU zou belemmeren. In eerste instantie verwierp de rechtbank Amsterdam in januari 2008 hun bezwaren. Ze tekenden appèl aan bij de Centrale Raad van Beroep. Die legde de kwestie vooraan het Europees Hof. Het Hof oordeelde nu dat de pensionado’s zich niet mogen onttrekken aan het Nederlandse zorgstelsel. Voorwaarde is wel dat geen ongerechtvaardigd verschil wordt gemaakt tussen ingezetenen en niet-ingezetenen. Dat is ter beoordeling van de Nederlandse rechter, aldus het Hof.
Het commentaar van de advocaat:
Het Hof van Justitie volgt de Advocaat- Generaal in zijn oordeel dat noch Verordening 1408/71 noch artikel 21 VwEU (vrijheid van reizen en verblijven voor Europese burgers) in de weg staat aan een nationale regeling die bepaalt dat - ook als geen aanmelding heeft plaatsgevonden bij de ziekenkas van het woonland - een bijdrage ingehouden wordt op het pensioen.
Net als de Advocaat-generaal eerder concludeerde, overweegt het Hof van Justitie dat dit er in de praktijk echter niet toe mag leiden dat burgers die gebruik maken van het recht in een andere lidstaat te verblijven, minder gunstig worden behandeld dan personen die blijven wonen in de lidstaat waarvan zij de nationaliteit hebben. De beoordeling of sprake is van een minder gunstige behandeling van niet-ingezetenen is geen taak van het Hof van Justitie maar moet - aldus het Hof van Justitie - door de nationale rechter worden onderzocht. het Hof van Justitie laat het echter niet bij die overweging maar zet zorgvuldig op een rij welke aspecten de nationale rechter moet onderzoeken om te bepalen of sprake is van een ongelijke behandeling van ingezetenen en niet-ingezetenen. De nationale rechter zal moeten toetsen of:
- de beëindiging van rechtswege van de oude verzekeringsovereenkomsten dezelfde rechtsgevolgen heeft gehad voor ingezetenen en niet - ingezetenen;
- of de verzekeringsmaatschappijen een acceptatieplicht is opgelegd voor niet-ingezetenen; en
- of de verzekeringsmaatschappijen zich ertoe hebben verbonden, op verzoek van de Nederlandse regering, ervoor te zorgen dat de globale dekking voor en na 2006 behouden bleef, en zo ja of die verbintenis alleen voor ingezeten of ook voor niet-ingezetenen was.
Het arrest geeft dus een hele duidelijke instructie voor de nationale rechter. Dat biedt uiteraard kansen voor een volgende ronde, aldus de advocaat. (14.10.10)
|
Op internet is het nodige te vinden voor Nederlanders die in Frankrijk (gaan) wonen en zich op de hoogte willen stellen van de nieuwe wetgeving op het gebied van de ziektekostenverzekering. Het College voor Zorgverzekeringen onderhoudt de contacten met de buitenlanders. Men kan zich via e-mail aanmelden als men gaat verhuizen of al in het buitenland woont. Het CVZ heeft een telefoonnummer voor Nederlanders die wonen of werken in het buitenland:+31 (0)10 – 428 95 51 bereikbaar van maandag t/m vrijdag tussen 9.00 en 17.30 uur. In Frankrijk is een Internationale Club van Nederlandse Gepensioneerden actief die er een website met nieuws op nahoudt. Er is ook nog een overkoepelende stichting actief, die processen voert om de situatie voor de buiten-Nederlanders te verbeteren: Stichting Belangenbehartiging Nederlandse Gepensioneerden in het buitenland. Ten slotte is er het forum van de website Wonen en leven in Frankrijk waarin vele honderden berichten zijn geplaatst van Nederlanders in Frankrijk die met het probleem van de Zvw hebben geworsteld.
|
Print dit artikel
'Achtergestelde' pensionado moet uitspraak afwachten
Nederlandse gepensioneerden die in het buitenland wonen, zijn vaak duizenden euro’s meer kwijt aan ziektekosten dan leeftijdsgenoten in Nederland. De Centrale Raad van Beroep kijkt of dit discriminatie is. Volgende maand, zes jaar en een reeks rechtszaken later, beslist de Nederlandse rechter of de staat zich schuldig heeft gemaakt aan het discrimineren van Nederlandse gepensioneerden in het buitenland. Want sinds de nieuwe Zorgverzekeringswet in 2006 van kracht werd, zijn ‘pensionado’s’ vaak duizenden euro’s meer kwijt aan ziektekosten dan hun leeftijdgenoten in Nederland.
Het zal je gebeuren: je woont als Nederlandse gepensioneerde in het buitenland en plotseling word je Nederlandse ziektekostenverzekering opgezegd. Je kunt je aanmelden bij het ziekenfonds in het land waar je woont. Je zorgpremie zal vanaf 1 januari 2006 – als in Nederland een nieuwe Zorgverzekeringswet wordt ingevoerd – voortaan automatisch worden ingehouden op je Nederlandse pensioen. Het overkwam eind 2005 zo’n 70.000 Nederlandse pensionado’s. Stelt de rechter hen in het gelijk, dan kan de Nederlandse overheid een miljoenenclaim tegemoet zien van de gedupeerde pensionado’s. De uitspraak is hun laatste kans om genoegdoening te krijgen voor het onrecht dat hun, vinden zij, is aangedaan. Beroep tegen de beslissing is niet meer mogelijk. Wellicht kunnen ze het nog hogerop zoeken bij het Europese Hof voor de Mensenrechten in Straatsburg. Maar dat lijkt zinloos: de wachttijd daar is lang en de pensionado’s zijn oud.
De ‘slachtoffers van de zorgwet’ begonnen hun lange mars langs de rechters op 1 januari 2006. Toen gingen het ziekenfonds en de particuliere verzekering op in een nieuwe zorgverzekering. Voortaan was elke zorgverzekeraar verplicht om iedereen, ongeacht leeftijd en kwalen, te accepteren voor dezelfde premie. De Nederlandse ingezetenen schoven soepel door naar de nieuwe zorgverzekering; de verzekeraars accepteerden hen voor deze keer allemaal inclusief hun aanvullende polissen. Maar tienduizenden pensionado’s in het buitenland met een particuliere polis raakten hun verzekering kwijt. Als gevolg van de nieuwe zorgwet vielen zij voortaan onder de regels van de Europese Unie. Sinds 2006 houdt Nederland op hun AOW, (nabestaanden-) pensioen of WAO-uitkering maandelijks een premie in voor ziektekosten. Ze kunnen zich melden bij het ziekenfonds ter plaatse. Ook degenen die een eigen voorziening willen treffen en geen gebruikmaken van het lokale ziekenfonds, betalen die premie. Een van hun klachten is dat het ziekenfonds veel minder zorg vergoedt dan hun oude polis. Daarmee konden ze voor 2006, bijvoorbeeld in Spanje, terecht in privéklinieken, vaak bij Nederlands sprekende artsen. Maar de Seguridad Social, het Spaanse ziekenfonds, doet geen zaken met privéklinieken. Bijverzekeren bleek nauwelijks mogelijk, tenzij voor torenhoge premies. Dat kwam doordat Nederlandse verzekeraars voor 2006 geen risico liepen op oudere (dus vaker zieke) verzekerden; dat was namelijk uitgesmeerd over het totale verzekerdenbestand. Maar in het nieuwe verzekeringsregiem vormen de pensionado’s een aparte, kleine groep, die de verzekeraar verlies oplevert. Tenzij ze een kostendekkende, voor velen onbetaalbare, premie betalen.
‘In 2006 werden we uit de solidariteit gegooid’, zegt Cees van der Wiel, voorzitter van de Stichting Belangenbehartiging Nederlandse Gepensioneerden in het Buitenland. ‘We hebben tientallen jaren premie betaald. Nu we oud zijn, kunnen wij er niet meer van profiteren, terwijl de verzekeraar zijn reservekas kon spekken.’ De reactie van Hans Hoogervorst, de toenmalige minister van Volksgezondheid, en Hans Wiegel, voorzitter van Zorgverzekeraars Nederland, was dat ze niet konden ingrijpen in het handelen van private zorgverzekeraars, op straffe van een veroordeling door Europa. In hun woonland konden de pensionado’s zich evenmin bijverzekeren, omdat ook daar de verzekeraars niet zitten te wachten op dure bejaarde verzekerden uit andere Europese lidstaten.
Vanaf het begin verzetten de pensionado’s zich fel tegen hun nieuwe status. In zes jaar tijd voerde hun belangenorganisatie (met steun van onder anderen voormalig Eurocommissaris Frans Andriessen, pensionado in België) een reeks rechtszaken. Kosten: een half miljoen euro. Deels met succes: hun zorgpremie, die even hoog was als in Nederland, werd onmiddellijk afgestemd op omvang en kostenniveau van de zorg in het woonland (lees: doorgaans verlaagd). Het toenmalige VVD-Kamerlid Edith Schippers (nu minister van Volksgezondheid) had daar al voor gepleit tijdens de debatten over de zorgwet. Maar het Europese Hof van Justitie in Luxemburg – de hoogste rechter in Europa – oordeelde uiteindelijk dat Nederland de zorgpremie van alle de pensionado’s mocht inhouden. Het Hof sloot echter niet uit dat de ‘particuliere’ pensionado’s in 2006 wel degelijk waren gediscrimineerd. De Centrale Raad van Beroep – de hoogste rechter in Nederland voor de sociale zekerheid – zocht het uit en doet op 13 december uitspraak.
Hoe maken de pensionado’s het na zes jaar zorgwet? Een gedeelte wist zich toch bij te verzekeren of betaalt de zorg uit eigen zak. Dat kost soms duizenden euro’s per jaar meer dan in de goede oude tijd. Anderen gingen terug naar Nederland: wie minder dan zes maanden per jaar in het buitenland verblijft, woont officieel in Nederland en kan zich daar gewoon verzekeren. En een onbekend aantal heeft zich wel ingeschreven en verzekerd in Nederland, maar bleef in het buitenland wonen. Niemand weet hoeveel van die ‘spookpensionado’s’ er zijn. Zo wonen er volgens recente cijfers van het ministerie van Volksgezondheid bijvoorbeeld in Spanje officieel bijna 13.000 Nederlandse gepensioneerden. ‘Maar het kunnen er evengoed honderdduizend zijn’, zegt penningmeester Albert Kiffen van de Nederlandse belangenorganisatie.
De Nationale Ombudsman, die beschikt over een megadossier met klachten van honderden radeloze pensionado’s, heeft vanwege alle perikelen begrip voor de spookpensionado’s. Hoe heeft de invoering van de zorgwet zo uit de hand kunnen lopen voor de relatief kleine groep Nederlandse gepensioneerden in het buitenland? Uit stukken en gesprekken met betrokkenen, blijkt dat de meeste politici, verzekeraars en het College voor Zorgverzekeringen (CVZ) een blinde vlek hadden voor de particulier verzekerden, een minderheid. Ze waren gefocust op de de meerderheid van ziekenfondsverzekerden. Het CVZ erkent ook dat het geen enkele ervaring had met het innen van bijdragen uit het buitenland. Tijdens de debatten tussen voor- en tegenstanders van de zorgwet werd deze kleine groep gepensioneerden overstemd. Daar kwam een negatieve beeldvorming bij: die pensionado’s zaten lekker aan de Costa’s in hun riante villa’s, en klagen dan over hoge premies. Was het ziekenfonds hun soms te min? Het simpelste antwoord komt van een Nederlandse verzekeraar: ‘Er is gewoon niet goed nagedacht over de gevolgen voor de pensionado’s.’
Zes jaar vergeefs procederen tegen Zorgverzekeringswet
Na zes jaar proceduren over de gevolgen van de invoering van de Zorgverzekeringswet voor Nederlanders in een EU-land, hebben de pensionado's in hoogste instantie nul op het rekest gekregen. De duizenden manuren en de vele tienduizende euro's die aan de processen zijn besteed, hebben niets opgeleverd. In zijn uitspraak van 13 december oordeelt de Centrale Raad van Beroep uiteindelijk dat gepensioneerde burgers met een Nederlands wettelijk pensioen die in een ander EU-land wonen voor ontvangen zorg in die lidstaat een bijdrage moeten betalen en dat er geen sprake is van ongelijke behandeling.
De Stichting Belangenbehartiging Nederlandse Gepensioneerden in het Buitenland legt het nog eens uit: burgers die in Nederland wonen, vallen onder de wettelijk verplichte zorgverzekering. Burgers die in een ander EU-land wonen maar wel een Nederlands wettelijk pensioen ontvangen, hebben op grond van Europese regels recht op zorg in het EU-land waarin zij wonen. Omdat Nederland voor die zorg moet betalen aan het woonland, mag Nederland een bijdrage inhouden op het pensioen. Door invoering van de Zorgverzekeringswet in 2006 zijn meer burgers onder de verplichte zorgverzekering gaan vallen en daardoor ook onder de Europese regels. Zij moesten een bijdrage gaan betalen.
De gepensioneerden zijn van mening dat de bijdrage in strijd is met de Europese regelgeving. De Centrale Raad van Beroep stelde daarover vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie. Het Hof van Justitie van de Europese Unie oordeelde in zijn arrest van 14 oktober 2010 dat de Zorgverzekeringswet niet in strijd is met de Europese regels. In zijn uitspraak van 15 juli 2011 oordeelde de Centrale Raad van Beroep op dit punt overeenkomstig het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie. Wel stelde het Hof van Justitie van de Europese Unie dat er ook bij de invoering van de Zorgverzekeringswet in 2006 geen verschil in behandeling mag zijn geweest tussen burgers die in Nederland wonen en burgers die in een ander EU-land wonen. De Centrale Raad van Beroep moest dat aan de hand van het arrest zelf beoordelen. Die Raad komt in zijn uitspraak tot het oordeel dat bij de invoering van de Zorgverzekeringwet in 2006 geen sprake is geweest van ongunstiger behandeling van burgers die met een Nederlands wettelijk pensioen in een ander EU-land wonen ten opzichte van burgers die in Nederland wonen. 'Anders dan appellanten menen, is er geen strijd met de Europese regelgeving', aldus de Raad.
Commentaar van advocaat Erik H. Pijnacker Hordijk op de uitspraak: 'de hoofdstelling van de Centrale Raad lijkt te zijn dat niet is komen vast te staan dat de bestuurlijke afspraken tussen de regering en de verzekeraars over de behandeling van verzekerden onder het overgangsregime enkel betrekking hadden op ingezetenen. Mijns inziens een onbegrijpelijk oordeel. Gevolg zou zijn dat individuele verzekerden alsnog individuele verzekeraars zouden moeten gaan aanspreken. Maar dan geldt weer dat verzekeraars kunnen stellen dat de omstandigheden waren veranderd en als gevolg daarvan een aanzienlijk hogere premie moest worden gevraagd. Helaas is er geen hogere instantie meer die het oordeel van de Centrale Raad kan toetsen. Het is extreem onbevredigend en teleurstellend dat bijna zes jaar procederen een dergelijk eindresultaat oplevert'. (14.12.11)
Gedoe met onterechte afdracht Zvw-bijdragen aan fiscus

De Nationale Ombudsman in Nederland heeft wederom de helpende hand moeten uitsteken aan Nederlanders in het buitenland die premies en bijdragen voor de Zorgverzekeringswet afdragen aan het CVZ, College voor Zorgverzekeringen. Bij de invoering van de regeling in 2006, heeft de uitvoerende instantie CVZ veel problemen moeten overwinnen om de verwerking in goede banen te leiden. Maar vijf jaar na dato blijken nog niet alle slordigheden te zijn rechtgetrokken, zoals de onterechte afdracht door pensioenfondsen en Sociale Verzekeringsbank (AOW) aan de fiscus in plaats van aan het CVZ.
De Natione Ombudsman geeft hierover de navolgende informatie: 'Als u emigreert naar een EU- of verdragsland of als u ‘nieuw’ inkomen krijgt uit Nederland in het buitenland, dan stelt het College voor Zorgverzekeringen (CVZ) vast of u onder de verdragsregeling valt. Voor het verstrekken van het aanvraagformulier, het zogeheten E121 formulier, de wederontvangst en verwerking daarvan heeft het CVZ echter minimaal enkele maanden nodig. In het rapport 'Zorg(en) in het buitenland' gepubliceerd in september 2006 constateerde de Nationale Ombudsman al dat het CVZ aan veel mensen in het buitenland niet tijdig een E121 formulier heeft verstrekt. Ook had het CVZ in de eerste maanden van 2006 forse achterstanden in de verwerking van de ingezonden E121 formulieren.
Door deze verwerkingsproblemen bij het CVZ heeft een grote groep pensionado’s en emigranten zich niet tijdig kunnen aanmelden bij een ziektekostenverzekeraar in het verdragsland en is de inning van de Zvw-bijdrage door de inhoudende instantie, zoals de SVB, pensioenfondsen of het UWV, ten onrechte aangemerkt als Zvw binnenland. Veel Nederlanders in het buitenland hebben hierdoor extra moeten bijbetalen, omdat het CVZ de - onterecht - aan de belastingdienst betaalde bijdragen niet kende. In een brief van eind februari 2011 erkent het Ministerie van Financiën dat het probleem structureel is en nog actueel is, maar teruggaaf over de periode 2006 tot en met 2009 vindt het ministerie ambtshalve niet uitvoerbaar. 'De mensen die hier recht op hebben moeten zelf maar om teruggaaf vragen', zo stelt het Ministerie van Financiën.
U kunt nagaan of u recht heeft op teruggaaf van de Zvw-bijdrage binnenland door de volgende gegevens te controleren:
- Heeft de SVB, UWV, pensioenfonds of verzekeringsmaatschappij Zvw-bijdrage over de jaren vanaf 2006 Zvw-bijdrage op uw Nederlands inkomen ingehouden?
- Ziet u deze ingehouden bedragen terug in de definitieve jaarafrekening 2006 of 2007 of in de voorlopige jaarafrekening 2008 van het CVZ?
Zijn beide vragen bevestigend te beantwoorden dan heeft u geen recht op teruggaaf over de 2006 tot en met 2009. Is één van de vragen ontkennend te beantwoorden, dan heeft u waarschijnlijk recht op teruggaaf over deze jaren. Het jaar 2009 kunt u nog niet controleren omdat u nog geen (voorlopige) jaarafrekening 2009 van het CVZ heeft ontvangen. Wacht daarom de voorlopige jaarafrekening van het CVZ af, die u waarschijnlijk in het najaar 2011 zult ontvangen.
U kunt om teruggaaf verzoeken over de jaren 2006 tot en met 2009 door een brief te sturen aan:
Belastingdienst/ Rivierenland/kantoor Nijmegen Afdeling EBV/EPV Postbus 7030 6503 GM Nijmegen
Vermeld in uw brief duidelijk: - dat u verzoekt om 'teruggaaf ten onrechte ingehouden bijdrage(n) Zvw'; - welke perioden/jaren u via het CVZ in het buitenland verdragsverzekerd was; - uw bankrekeningnummer.
Let op: over het jaar 2006 kunt nog tot en met 31 december 2011 teruggaaf vragen.
Bron: De Nationale Ombudsman
Misschien DigiD op ambassades
Een DigiD voor alle Nederlanders in het buitenland zit er nog niet in. Dat heeft minister Donner gezegd tegen de Tweede Kamer. Oorzaak is het ontbreken van betrouwbare adresgegevens van deze groep. De minister werkt wel aan de opening van een DigiDbalie op Schiphol begin 2012.
Enkele parlementariërs stelden Kamervragen aan minister Donner van Binnenlandse Zaken over de onmogelijkheid van het aanvragen van een DigiD voor Nederlanders in het buitenland. Hierdoor kan deze groep (met uitzondering van de 287.000 die ingeschreven staan bij de Sociale Verzekeringsbank omdat zij kinderbijslag of AOW ontvangen) niet digitaal belastingaangifte doen of gebruik maken van de nieuwe website Mijnpensioenoverzicht. Donner schrijft in zijn antwoord dat op dit moment meer dan 8 miljoen Nederlanders over een DigiD beschikken, en dat hij bereid is aan de wens van Nederlanders in het buitenland voor een DigiD tegemoet te komen. Maar het ministerie beschikkt niet over betrouwbare adresgegevens. Om dat probleem op te lossen wordt volgens Donner gekeken naar de mogelijkheid om DigiD via een balie uit te reiken aan Nederlanders in het buitenland. De noodzakelijke technische aanpassingen hiervoor zijn begin 2012 klaar, aldus de minister. Waar die balie komt, is nog even afwachten. De bedoeling is op Schiphol, maar de gemeente Haarlemmermeer heeft afgehaakt. Donner: 'Ik ben inmiddels in overleg met verschillende partijen om te bezien of balie-uitgifte van DigiD bij een balie op Schiphol, op posten in het buitenland en in een aantal grensgemeentes gerealiseerd kan worden.' Aldus een bericht van de Wereldomroep. De consul in Parijs zegt desgevraagd aan Wonen en leven in Frankrijk dat de berichtgeving wat prematuur is en verwachtingen kan wekken. De ambassade in Parijs is in ieder geval nog niet ingelicht.
Ministerie wil niet schikken in kwestie Zorgverzekering voor Nederlanders in het buitenland
De advocaat die Nederlanders in het buitenland bijstaat in de procedures rond de invoering van de Zorgverzekeringwet, ondervindt weerstand bij het ministerie van Sociale Zaken om tot een regeling te komen. De kwestie na het afsluiten van de processen totaan het Europese Hof van Justitie is door de advocaat aldus verwoord aan het ministerie:
'In zijn arrest van 14 oktober 2010 heeft het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen uitdrukkelijk geoordeeld dat het beginsel van het vrije verkeer van burgers van de Unie als bedoeld in artikel 21 lid 1 VWEU in de weg staat aan een nationale wettelijke regeling die een ongerechtvaardigd verschil in behandeling inhoudt voor wat betreft het behoud van de globale dekking tegen ziektekosten die ingezetenen en niet-ingezetenen hadden in het kader van vóór de inwerkingtreding van die wettelijke regeling (waarmee gedoeld wordt op de Zvw) gesloten ziektekostenverzekeringen. Het Hof laat het in het kader van de taakverdeling tussen de gemeenschapsrechter en de nationale rechter aan de laatste over om definitief de feiten vast te stellen op basis waarvan kan worden beoordeeld of van een dergelijke ongelijke behandeling sprake is. Namens de Stichting Belangenbehartiging Nederlandse Gepensioneerden in het Buitenland en de bij haar aangesloten gepensioneerden bericht ik u dat dezen van oordeel zijn dat inderdaad sprake is van verboden discriminatie en dat zij voornemens zijn de bevoegde Nederlandse rechter te verzoeken zulks te bevestigen. De verwachting is dat de Nederlandse rechter zulks daadwerkelijk zal doen. Als gevolg van de door het Hof geïdentificeerde discriminatie hebben tienduizenden in het buitenland wonende gepensioneerden ernstige schade geleden. De Stichting realiseert zich dat een gerechtelijke procedure - gericht op verhaal van deze schade - jaren in beslag kan nemen en dat de proceskosten voor alle betrokken partijen hoog zullen zijn. Hoewel zij vastbesloten is ten behoeve van al degenen wier belangen zij behartigt datgene te doen wat nodig is opdat zij hun recht kunnen halen, bericht ik u onder verwijzing naar artikel 3:305a lid 2 BW dat de Stichting gaarne bereid is om de mogelijkheid van een minnelijke regeling te beproeven.'
Het ministerie heeft bij brief van 10 februari laten weten geen belangstelling te hebben voor een minnelijke schikking. Geen koopkrachttegemoetkoming meer voor buitenlandse Nederlanders
Berichtje van de Sociale Verzekeringsbank van december 2010: De Tweede Kamer heeft een wetsvoorstel aangenomen om de tegemoetkoming AOW te vervangen door de Koopkrachttegemoetkoming Oudere Belastingplichtigen, de tegemoetkoming KOB. De tegemoetkoming KOB is even hoog als de huidige tegemoetkoming AOW: € 33,09 bruto per maand. Ouderen in Nederland ontvangen de tegemoetkoming KOB automatisch. AOW’ers die buiten Nederland wonen, krijgen de tegemoetkoming KOB alleen als ten minste 90% van hun wereldinkomen in Nederland onder de belasting valt. Het wereldinkomen is het totale inkomen uit Nederland en daarbuiten. Het is nog niet bekend wanneer de tegemoetkoming KOB ingaat. De Eerste Kamer moet het wetsvoorstel nog behandelen.
De stichting Belangenbehartiging Nederlandse Gepensioneerden in het Buitenland en de daarbij aangesloten gepensioneerden zijn hierover zeer verbolgen en hebben zich nu via de advocaat gewend tot de vaste commissie voor sociale zaken en werkgelegenheid van de Eerste Kamer en duidelijk gemaakt dat de nieuwe regeling voor AOW'ers in het buitenland strijdig is met de Europese wetgeving. Bovendien is de aanknoping bij het fiscale stelsel een ongepaste constructie die klaarblijkelijk geen enkel ander doel dient dan (ongeoorloofde) omzeiling van het Europees recht, schrijft de advocaat. De koppeling van het recht op de vervangende tegemoetkoming aan de eis dat ten minste 90% van het wereldinkomen in Nederland belast moet zijn, is in strijd met de Europese verordening. 'Immers, deze eis zal het overgrote deel van niet-ingezetenen van Nederland uitsluiten van de vervangende tegemoetkoming.' De verordening bepaalt onder andere dat uitkeringen bij ouderdom verkregen op grond van de wetgeving van de lidstaten op generlei wijze mogen worden verminderd, gewijzigd, geschorst, ingetrokken of verbeurd verklaard op grond van het feit dat de rechthebbende op het grondgebied van een andere lidstaat woont dan die waar het orgaan dat deze uitkering verschuldigd is zich bevindt.
Het nog door de senaat goed te keuren of af te wijzen wetsvoorstel is 'ontegenzeggelijk een verslechtering van de situatie van burgers van de Europese Unie die gebruik hebben gemaakt van hun recht op vrij verkeer en daarom niet meer in Nederland wonen.' De besparing voor de Nederlandse schatkist zou rond de € 100 miljoen liggen. De strijdigheid met Europees recht was ook al geconstateerd door de Raad van State.
Print dit artikel
De Europese verzekeringskaart
Nederlanders die permanent in Frankrijk wonen en ook in dat land zelf tegen ziektekosten zijn verzekerd, dus niet onder de Zorgverzekeringswet vallen, doen er goed aan tijdens vakanties buiten Frankrijk of buiten Nederland de Europese verzekeringskaart EHIC bij zich te hebben. Is in het buitenland of Nederland medische hulp nodig, dan zal op vertoon van de kaart de zorg zonder contante afrekening moeten kunnen plaatsvinden.
Nederlanders in het buitenland die onder de Nederlandse Zorgverzekeringswet vallen - de verdragsgerechtigden, genieters van een uitkering en gepensioneerden - ontvangen sinds 1 mei 2010 van het College voor Zorgverzekeringen CVZ het grijze kaartje EHIC, de European Health Insurance Card, in het Frans CEAM, carte européenne d'Assurance Maladie. Dit onderdeel van de verzekering wordt verzorgd door de Nederlandse verzekeraar Agis Zorgverzekeringen Groep Buitenlands Recht (Tel. 033 445 68 70, postbus 1725, 3800 BS Amersfoort, www.agisweb.nl.
Men dient hiervoor tot 1 januari 2012 de 'Verklaring Aanspraak op Medische Zorg in Nederland' over te leggen die gelijk met het EHIC-kaartje is ontvangen. Deze verklaring is een bewijs van verzekering voor Nederlandse gepensioneerden en verdragsgerechtigden in landen als Frankrijk, die in Nederland die EHIC-kaart niet meer nodig hebben. Men moet wel deze zgn. Agisverklaring bij zich hebben. Omdat deze verklaring vaak zal moeten worden overhandigd, is het raadzaam een aantal kopieën mee te nemen. Mocht men toch zelf kosten hebben betaald dan kan men de originele nota’s met een kopie van het verzekeringsbewijs naar Agis sturen. Maak voor het declareren van kosten gebruik van het declaratieformulier, te downloaden via de website van Agis, www.agisweb.nl.
Nogmaals: de EHIC, de zorgverzekering èn de AWBZ Zoals eerder gemeld op deze website, verstrekt voortaan het College voor Zorgverzekeringen (CVZ) op aanvraag de Europese verzekeringskaart tegen ziektekosten. De Federatie van Nederlandse Verenigingen in Frankrijk FANF (Fédération des Associations Neérlandaises en France) heeft nog enige aanvullende informatie verstrekt over de praktische gevolgen van het gebruik van deze EHIC-kaart. Zo wordt nog eens duidelijk vastgelegd dat de nieuwe EHIC te gebruiken is voor dringende zorg in alle Europese landen en voor drigende en niet-dringende zorg naar keuze in Nederland. In een brief aan alle betrokkenen heeft het CVZ gemeld dat de in 2011 ontvangen verklaring van Agis 'Aanspraak op Medische Zorg in Nederland' in 2012 niet meer geldig is. Nu de EHIC via het CVZ loopt, zou men kunnen concluderen dat het CVZ nu de verzekeraar is. Dit is niet het geval. Agis blijft het contactpunt voor zorg in Nederland. Declaraties moeten bij Agis worden ingediend en ziekenhuisopname wordt in overleg met Agis geregeld. Men heeft recht op zorg volgens de Agis-basispolis èn de AWBZ (zie de informatie hierover op de website van Agis.) In de brief wordt niet ingegaan op medische zorg buiten Europa. De EHIC dekt geen medische kosten, ook geen dringende, buiten de landen van de Europese Unie plus IJsland, Noorwegen, Liechtenstein en Zwitserland. Voor verblijf buiten deze landen kon men vroeger de CPAM verzoeken of deze instantie bereid was eventuele kosten van spoedeisende hulp te dekken. Dit blijft ongewijzigd. Wanneer de CPAM bereid is dekking te verlenen, zal deze instantie een bewijs van het CVZ verlangen waarin het CVZ declaraties van gemaakte kosten afwijst. Het CVZ gebruikt een standaardbrief om de CPAM aldus te informeren. Het CVZ adviseert om ook altijd een reisverzekering af te sluiten. Na spoedeisende hulp buiten Frankrijk wordt ziekenvervoer naar Frankrijk bijvoorbeeld niet via de EHIC vergoed. Een aanvullende verzekering ('mutuelle') in Frankrijk is gewoonlijk gekoppeld aan de CPAM. Er wordt dan slechts een aanvullende vergoeding betaald wanneer de CPAM de declaratie heeft goedgekeurd. Aangezien de EHIC nu niet meer via de CPAM loopt maar via het CVZ, zal de mutuelle geen aanvullende vergoeding meer uitkeren voor medische zorg in Europa buiten Frankrijk. De wijziging in de Europese regelgeving die op 1 mei 2010 is ingegaan, betekent dat betrokkenen weer aanspraken kunnen maken in het kader van de AWBZ. Deze aanspraken vervielen op 1 januari 2006 met de invoering van de Zorgverzekeringswet. Uitgangspunt blijft dat de aanspraak op zorg in Nederland wordt gegeven volgens de voorwaarden van de Zorgverzekeringswet en de AWBZ. Zo is verwijzing van een huisarts in Nederland nodig voordat men een specialist kan bezoeken. (12.12.11)
Alleen EHIC is voldoende, geen Verklaring Agis meer nodigSinds 1 mei 2010 hebben de verdragsgerechtigden op basis van een “verklaring van zorg” toegang tot het volledige basispakket in Nederland. Die toegang wordt vanaf 2012 vereenvoudigd doordat de genoemde benodigde verklaring komt te vervallen en men rechtstreeks met de EHIC-kaart aanspraak kan maken op het basispakket in Nederland. In 2012 is alleen de EHIC te gebruiken voor zorg in Nederland. De verklaring van Agis Zorgverzekering is dan niet meer nodig. De nieuwe kaart is aan te vragen via de website www.cvz.nl (pagina Zorgverzekeringen en buitenland.) (09.11.11)
Vrees voor verhogingen CVZ-bijdragen
EHIC ook geldig in Nederland: is mutuelle dan nog noodzakelijk?
De vereniging van Nederlandse verenigingen in Frankrijk FANF (Fédération des Associations Néerlandaises en France) beschikt over aanwijzingen dat het ministerie van VWS (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) van plan is de bijdragen van verzekerden bij het CVZ (College voor Zorgverzekeringen) te verhogen. Directe aanleiding: de nieuwe mogelijkheid om via de Europese verzekeringskaart EHIC ook medische handelingen te ondergaan in Nederland. Per 1 januari 2012 zal AGIS dit aspect van de verzekering niet meer verzorgen.
De huidige situatie die per 1 januari 2012 wijzigt: Nederlanders in het buitenland die onder de Nederlandse Zorgverzekeringswet vallen - de verdragsgerechtigden, genieters van een uitkering en gepensioneerden - ontvangen sinds 1 mei 2010 van het College voor Zorgverzekeringen CVZ het grijze kaartje EHIC, de European Health Insurance Card. Dit onderdeel van de verzekering wordt verzorgd door de Nederlandse verzekeraar Agis Zorgverzekeringen Groep Buitenlands Recht. Men dient hiervoor de 'Verklaring Aanspraak op Medische Zorg in Nederland' over te leggen die gelijk met het EHIC-kaartje is ontvangen. Deze verklaring is een bewijs van verzekering voor Nederlandse gepensioneerden en verdragsgerechtigden in landen als Frankrijk, die in Nederland die EHIC-kaart niet meer nodig hebben.
De nieuwe situatie: In 2012 loopt dit niet meer via Agis maar via het CVZ. Het Ministerie van VWS heeft expliciet aangegeven dat dit gevolgen kan hebben voor de premieberekening. De premieberekening volgt nu nog alleen de Nederlandse methode waarbij de uitkomst wordt vermenigvuldigd met de woonlandfactor. De ontvangen bijdragen worden afgedragen aan Frankrijk. In de toekomst kunnen bij de premies en bijdragen de kosten komen die Agis maakte. Daarnaast geeft het ministerie aan dat ook de verzekering via de EHIC (European Health Insurance Card) voor urgente gevallen in Europese landen buiten Frankrijk consequenties kan hebben voor de premieberekening, omdat de verzekering nu via het CVZ loopt en niet meer opgenomen is in die van de CPAM. 'Er bestaat dus een concrete dreiging dat de premie van de verplichte verzekering via het CVZ omhoog gaat', aldus de FANF.
Nu men zich ook naar keuze in Nederland kan laten behandelen en de dekking, voor zover opgenomen in het Nederlandse basispakket, vaak 100% is in plaats van de 60 à 70% van de CPAM, zijn er leden van onze verenigingen die zich afvragen of een aanvullende verzekering voor Frankrijk (mutuelle) nog wel nodig is. Men kan zich immers naar keuze in Nederland laten behandelen. Daar staat tegenover dat men zonder mutuelle maar beperkt verzekerd is wanneer er plotseling behoefte is aan medische zorg in Frankrijk. Daarnaast kunnen er zich situaties voordoen waarbij men zich in Nederland laat behandelen maar voor nabehandeling in Frankrijk kiest.
Blijkens de Verzekerdenmonitor 2011 waren er in 2010 8054 verdragsgerechtigden in Frankriijk. 324 verdragsgerechtigden van Frankrijk maakten gebruik van pensioenlandzorg in 2010, ingegaan per 1 mei 2010) ten bedrage van € 189.984.
De leden van de Nederlandse verenigingen en andere betrokkenen kunnen een korte enquête invullen. Met de resultaten daarvan zal FANF verder onderhandelingen gaan voeren met het ministerie. De onderstaande vragen kunnen met een eenvoudig 'ja' of 'nee' worden beantwoord
Vragen:
- Hebt u voor de keuze gestaan van een medische behandeling in Frankrijk of in Nederland? Het gaat hier niet om een noodgedwongen, spoedeisende behandeling maar om een voorziene (geplande) behandeling naar keuze in Frankrijk of in Nederland. Antwoord met ja of nee. Zo ja, ga naar vraag 2 anders, naar vraag 3.
- Hebt u voor Nederland gekozen?
- Verwacht u, gezien de uitbreiding van de verzekering met de keuzecomponent, dat u in de toekomst gebruik kan gaan maken van de mogelijkheid u naar keuze in Nederland te laten behandelen?
- Als u had kunnen kiezen voor een uitbreiding van de verzekering met de mogelijkheid van een behandeling naar keuze in Nederland, met als consequentie een mogelijk verhoogde premie, zou u daar dan voor hebben gekozen?
- De dekking van de Agis basisverzekering in Nederland is, in zoverre het de componenten van de verzekering betreft, meestal groter dan de dekking van de CPAM. De dekking van de CPAM wordt vaak aangevuld met een mutuelle. Vindt u een aanvullende verzekering (mutuelle) in Frankrijk nodig nu u zich naar keuze vollediger verzekerd in Nederland kan laten behandelen?
De antwoorden kunnen worden gestuurd naar de voorzitter van de FANF: guido.smoorenburg@orange.fr.
Wie als Nederlander uit het buitenland in Nederland aanspraak op zorg maakt, is gelijkgesteld met de andere Nederlanders. Er is geen toestemming voor behandeling in Nederland meer nodig van de CPAM voor de categorie verdragsgerechtigden e.a. Met de EHIC heeft men tijdens vakantie in een ander EU-land dan Frankrijk of Nederland, een EER-land en Zwitserland, recht op zorg zoals deze in het land wettelijk is geregeld. Het moet dan gaan om medische zorg die tijdens het verblijf nodig wordt. Meer informatie hierover is te vinden op de website van het CVZ, www.cvz.nl. Zo luidt althans de theorie, maar in de praktijk blijkt de nog vrij nieuwe regelgeving niet overal even duidelijk. Niet bij alle Franse caisses is helder dat de Nederlanders die niet via het CVZ in Nederland zijn verzekerd (werknemers in Franse loondienst, zelfstandigen met een eigen caisse) gewoon recht blijven behouden op verstrekking door die caisse van de Europese kaart. Deze moet jaarlijks per lid van het gezin worden aangevraagd, o.a. online via www.ameli.fr. Sommige Franse caisses weigeren sinds mei 2010 uit onwetendheid aan deze categorie van Nederlanders in Frankrijk de Europese kaart te verstrekken.
Bovendien moet men weten - en dat geldt voor alle Nederlanders in Frankrijk die bij tijdelijk verblijf in Nederland een medische behandeling ondergaan - dat in Nederland een ander pakket van verstrekkingen geldt dan met tot mei vorig jaar gewend was in Frankrijk te ontvangen. Sommige zaken zoals brillen en tandheelkundige ingrepen worden in Nederland over het algemeen niet vergoed. Het niet verzekerde deel kan echter niet worden geclaimd bij de aanvullende verzekeringen die de Nederlanders in Frankrijk hebben afgesloten bij de mutuelles en andere aanvullende verzekeraars. Daarboven op komt dan nog de eigen bijdrage van € 170 die als eigen risico moet worden betaald bij het gebruikmaken van de medische zorg in Nederland.
Print dit artikel
Ticket modérateur, het eigen risico
Een consult bij een specialist conventionné is toegankelijk voor ziekenfondspatiënten. Er zijn ook specialisten die bij hun ontvangstbalie een bordje hebben met: conventionné à honoraires libres. Dat betekent dat zij meer mogen rekenen voor een consult, maar de Sécu betaalt in principe alleen het vastgestelde tarief, tarif de convention, en daarvan weer een percentage, meestal tussen de 60 en 80. Afhankelijk van de soort bijverzekering, de mutuelle, kan het verschil, dit eigen risico (ticket modérateur), geheel of gedeeltelijk worden vergoed.
Voorbeeld: je gaat naar een specialist na een verwijzing van de huisarts. Een consult bij de 'gewone' specialist die geen vrije tarieven hanteert, kost € 28, waarvan € 18,60 wordt vergoed door de CPAM (70% minus de € 1 eigen risico) en € 8,40 door de aanvullende verzekering. Als je op eigen houtje een specialist bezoekt, berekent deze geneesheer zelf al een hoger tarief van € 32, waarvan maar € 14 terugkomt van de CPAM en € 7,50 van de complémentaire santé. Zelf betaal je € 10,50. Informatie over de remboursements is voor iedere verzekerde op internet te vinden onder www.ameli.fr, rubriek Assurés. Een paswoord krijg je van de plaatselijke CPAM, Caisse primaire de l’Assurance Maladie.
De premies (cotisations) voor dergelijke complementaire verzekeringen zijn hoog. Sommige aanbieders schermen met vergoedingen van 200%, 300% tot 500% van het verschil tussen de honoraria en de gehanteerde lage vergoedingstarieven van de Sécu. Kronen en bruggen en ook brillen kennen een zeer laag tarif de convention: 65% van de extreem lage basivergoedingen. Voorbeeld: een eenvoudig brillenglas kent een basistarief van € 12,04 voor kinderen tot 18 jaar en € 2,29 voor volwassenen. In het eerste geval bedraagt de vergoeding € 7,83 en in het twee € 1,49. De vergoeding voor monturen is voor jongeren € 19,82 en voor ouderen € 1,85. Wie een aanvullende verzekering heeft, kan nog wat terug verwachten van deze mutuelle. Deze aanbieders van aanvullende verzekeringen kennen verschillende pakketen van verzekeringen, vaak genoemd 100%, 200%, 300%. In het eerste geval zorgt de vergoeding van de mutuelle er voor dat 100% van het basistarief wordt vergoed, dus € 0,80 voor de brillenglazen voor de volwassen (€ 2,29). Bij 300% vergoedt de mutuelle dus tot driemaal het basistarief.
Ook de vergoedingen voor tandartshulp is laag. De tarieven voor prothesen zijn vrij en het ziekenfonds vergoedt 70% van de prijzen die op een lijst voorkomen. De tandarts moet altijd een devis leveren aan de patiënt dat moet worden goedgekeurd door het ziekenfonds. De tandarts vermeldt de tarieven per SPR gevolgd door een nummer. Een SPR vertegenwoordigt een waarde van € 2,15. Voorbeeld: een kroon is omschreven met SPR 50, de vergoeding is dan 70% van de basis van € 107,05 (50 x € 2,15). Een inlay is vaak SPR 57 en een brug van drie elementen SPR 130. Als de dentiste een kroon en inlay van € 1000 plaatst, vergoedt de Sécu slechts € 251,55 minus de ticket modérateur van 30% (€ 75,46). De uitkering bedraagt dan € 176,09. Je moet dus zelf € 823,91 betalen en een deel daarvan zien terug te krijgen van de aanvullende verzekering. Een eenvoudige aanvullende verzekering betaalt alleen het eigen risico van € 75,46.
Bij medische behandelingen die duurder zijn dan € 91 moet de patiënt een eigen bijdrage betalen van € 18. Dit forfait zal niet worden gevraagd bij zwangerschappen, bedrijfsongevallen of langdurige ziekte (kanker, aids) en geldt evenmin voor verzekerden onder de CMU, bedoeld voor mensen met lage inkomens.
Men ontvangt na het consult bij huisarts of specialist een door hem of haar (er zijn veel vrouwelijke huisartsen in Frankrijk) ingevuld en ondertekend bewijs voor de verzekering of het ziekenfonds, een zgn. feuille de soins, als men nog niet in het bezit is van de carte vitale of de dokter nog niet met de computer werkt. Sinds 2005 wordt bij de vergoeding van deze declaraties € 1 'eigen risico' niet meer vergoed. Bij vier maanden zwangere vrouwen en voor kinderen jonger dan 16 jaar is deze participation forfaitaire niet nodig. Informatie in detail is te vinden op de website van de gezamenlijke CPAM's.
Wie het niet eens is met een besluit van de Franse zorgverzekeraar kan in beroep gaan en proberen de zaak in der minne te regelen door een brief te schrijven aan de Commission de recour amiable (Cra). Hoor je vervolgens niets of is het verzoek afgewezen, dan is nog beroep mogelijk de Tass, Tribunal des affaires de Sécurité Sociale.
Consumentenbond hekelt hoge kosten bij de mutuelles

De Fransen hebben vorig jaar voor € 25,4 miljard aan premies betaald voor de aanvullende ziektekostenverzekering, een verhoging van 16,6% in vijf jaar en tweemaal zo groot als de gemiddelde inkomensstijging van deze periode. De consumentenorganisatie Que Choisir zegt begrip te hebben voor deze explosie, veroorzaakt door opgelegde belastingverhogingen die onder meer de CMU moeten financieren. Deze heffingen bedragen inmiddels 13,3% van het premie-inkomen tegen 1,8% in 2005.
De bond heeft minder begrip voor de hoge beheerskosten die de mutuelles maken, € 7 miljard per jaar. Van elke € 100 aan ontvangen premies gaat € 22 naar de kosten voor het instandhouden van het apparaat (€ 19,8 bij de collectieve contracten en € 23,4 bij de individuele contracten.)
Volgens de Algemene Rekenkamer bedragen de beheerskosten van het socialezekerheidstelsel Sécurité sociale 3%. Minister Valérie Pécresse van Begrotingszaken verwacht dat het tekort bij de Sécu sneller zal dalen dan eerder werd verwacht. Dat is mogelijk door verhogingen van de inkomsten, bezuinigingen en het minder vergoeden van de vaak overbodig voorgeschreven medicijnen. Frankrijk slikt de meeste pillen per inwoner ter wereld en gebruikt daarbij ook de duurste medicijnen. Het minder vergoeden en meer voorschrijven van generieke middelen kan een besparing van € 600 miljoen opleveren.
Het commentaar van Que Choisir op de hoge beheerskosten van de aanvullende verzekeraars komt op het moment dat de mutuelles klagen over de nieuwe belastingen die bij de bezuinigingsoperatie van de overheid worden opgelegd. Als gevolg daarvan zullen de premies per 1 oktober gemiddeld met 0,9% stijgen en per 1 januari nog eens met 8%. In de reeks bezuinigingsmaatregelen van de Franse overheid (€ 11 miljard in 2012) is ook een belastingverhoging van 3,5 tot 7% opgenomen ten laste van de aanbieders, de mutuelles de santé. De belastingmaatregel moet de staat jaarlijks € 1 miljard opleveren. In 2010 gingen de premies met 7 tot 8% omhoog door een eerdere belastingmaatregel. Sommige verzekeraars bereiden voor volgend jaar zelfs premieverhogingen voor van 12 tot 13%, doordat zij ook andere factoren in de premieberekening laten meewegens zoals de stijgende medische kosten en de verdere vergrijzing van de bevolking. De regering rechtvaardigt de belastingverhogingen door te wijzen op het verschillende karakter van de mutuelles vergeleken met dat van 'gewone' ondernemingen. Zij maken geen winst en berekenen de kosten rechtstreeks door. De mutuelles op hun beurt wijzen op de noodzaak van het vormen van reserves om latere tegenvallers zoals die van de ouderenzorg, te kunnen opvangen.
De particuliere maatschappijen als Axa en Allianz krijgen kritiek op de hoge kosten die zij bij de acquisitie maken. Zij besteden erg veel geld aan reclame, drie keer zoveel als de mutuelles. De minste kosten maken de instituten voor de ouderenverzekering (prévoyance), beheerd door werkgevers en werknemers bij wie de potentiële klanten bekend zijn.
Premies mutuelles gaan volgend jaar flink omhoog Het plan van de Franse overheid om € 2,5 miljard te bezuinigen op ziektekosten zal volgens de aanbieders van de aanvullende ziektekostenverzekeringen, de mutuelles, automatisch leiden tot verhoging van de premies, in de orde van grootte van 8 tot 10%. De Fransen gaven vorig jaar € 223 miljard aan ziektekosten uit. Om de uitgaven voor de Sécurité sociale te beheersen, denkt de overheid aan het verder verminderen van de vergoedingen. Zo zullen personen die lijden aan een langdurige ziekte niet automatisch meer geheel worden vergoed. Ook denkt men aan een verlaging van de vergoeding van ziekenvervoer. Het eigen risico, de ticket modérateur, zal vermoedelijk met een half procent omhoog gaan en de medicijnen die nu een remboursement kennen van 35% (vignette bleue) zullen volgend jaar nog voor 30% worden terugbetaald door de ziekenkassen. (18.09.10)
Ziekenfondsen denken na over bezuinigingen De directie van de Caisse nationale d'assurance-maladie (Cnam) heeft de eerste voorstellen gedaan om besparingen te bereiken in de uit de pan gerezen kosten van het ziektekostendeel van de Sécurité sociale. De bekendste daarvan zijn klassiek: verlaging van de kosten van medicijnen en ziekenvervoer en gelijktrekking van de tarieven tussen de privé klinieken en ziekenhuizen. Nieuwer zijn de gedachten om nierdyalises thuis te laten doen en ook om een betere verdeling te krijgen van de plaatsen waar nazorg en therapie kunnen worden gegeven. In plaatsen waar deze voorzieningen niet zijn, moeten behandelde patiënten dure ziekenhuisplaatsen bezet houden. Ook zouden de talrijke patiënten beter thuis kon worden nabehandeld door een fysiotherapeut of een verpleegkundige. Consequentie daarvan is wel dat ook een deel van de kosten van de kiné moeten worden vergoed. Het arbeidsverzuim als gevolg van medische ingrepen verschilt van departement tot departement. Na een blindedarmoperatie moet de een na 17 dagen weer aan het werk, de ander pas na 25 dagen. De Cnam is fel tegenstander van het idee om een bouclier sanitaire (plafonnering) in te stellen in de vergoeding van de kosten (100%) van verpleging van langdurig zieken, zoals voorgesteld door kabinetslid Martin Hirsch. Er zou een ticket modérateur (eigen risico) moeten komen voor alle verzekerden, ook voor de ernstig zieken. Pas als de kosten boven een zeker plafond uitkomen, moeten de ziekenfondsen vergoeden en in dat geval integraal. (07.07.09) |
Print dit artikel
De kwesties van de Zorgverzekering en de internationale gezondheidskaart

De Centrale Raad van Beroep heeft twee uitspraken gedaan in de acht proefprocedures rond de kwesties van de Nederlandse Zorgverzekeringswet en de gevolgen daarvan voor de Nederlanders in het buitenland. De twee belangrijkste onderwerpen die na tal van gerechtelijk procedures uiteindelijk aan het hoogste rechtsorgaan in administratie kwestie zijn voorgelegd, betreffen het keuzerecht en de woonlandfactor.
In de eerste zaak besloot de Centrale Raad het oordeel te vragen van het Europese Hof. De bezwaarden menen dat de Nederlandse Staat niet bevoegd is een Zvw-bijdrage in te houden op de AOW-uitkering van geëmigreerde gepensioneerden die zich niet hebben ingeschreven bij de ziekenkas van hun woonland met gebruikmaking van een E 121 formulier. De raad onderschrijft de bezwaren wel: toch premie betalen terwijl geen gebruik wordt gemaakt van de zorg in het woonland; belemmering van het vrije verkeer omdat het aldus minder aantrekkelijk is om naar het buitenland te vertrekken. Het Europese Hof moet nu toetsen of de Europese artikelen correct zijn toegepast.
Het onderwerp woonlandfactor, waarbij de verplichte bijdragen worden 'gecorrigeeerd' voor de zorgkosten in het woonland, is afgehandeld. De Raad meent dat de hantering van de woonlandfactor te verdedigen valt. Hoewel de kostenvergelijkingen van de zorg in Nederland niet altijd opgaan, meent de Centrale Raad dat een honderd procent evenwicht niet mogelijk is en dat bij sociale verzekeringen nu eenmaal het begrip solidariteit een belangrijke rol speelt. De uitspraak over de woonlandfactor is definitief; er is geen hoger beroep mogelijk. De uitspraken van de Centrale Raad zijn te lezen op de site van de ICNG, Internationale Club van Nederlandse Gepensioneerden.
Een andere kwestie is de zorg die in het buitenland wonende Nederlanders kunnen ontvangen, als zij tijdens een verblijf in Nederland spoedeisende medische hulp nodig hebben. De Stichting Belangenbehartiging Nederlandse Gepensioneerden in het Buitenland meldt hierover het volgende.
'Gedurende de eerste helft van 2010 zal de huidige EU verordening 1408/71, die ten grondslag ligt aan de door ons verfoeide Zorgverzekeringswet, vervangen worden door een opvolger met het nummer 883/2004. De laatste informatie wijst erop dat dit vanaf 1 mei 2010 het geval zal zijn. De gevolgen daarvan voor onze doelgroep zullen vrij ingrijpend zijn. Allereerst zullen wij recht op zorg in Nederland krijgen ten laste van Nederland en wel zonder enige toestemming van de publieke zorg in het woonland. Vervolgens zal vanaf diezelfde datum de EHIC (European Health Insurance Card; in Frankrijk Carte Européenne d'Assurance Maladie) die ons toegang verschaft tot spoedeisende zorg in alle verdragslanden met uitzondering van het woonland, niet meer worden uitgegeven door het woonland maar onder verantwoordelijkheid van het pensioenland; Nederland in ons geval. Hopelijk zal Nederland hier in voorzien vóór de ingangsdatum van de nieuwe verordening. Over de implementatie van de nieuwe verordening zijn wij nog volstrekt in het ongewisse en ook de SVB en de Nederlandse ambassade in Madrid zijn desgevraagd niet in staat ons iets te vertellen. De vrees bestaat derhalve dat er wel een regeling is getroffen maar dat de implementatie daar achteraan hinkt, zoals ook met de verstrekking van E 121 het geval was. Met het doel daarover uitsluitsel te krijgen, hebben wij ons gewend tot het ministerie VWS,' aldus de SBNG.
(De nieuwste ontwikkelingen over deze zaak zijn hier te volgen).
Ombudsman bezorgd over aanhoudende problemen bij CVZ De Nationale ombudsman, Alex Brenninkmeijer, heeft in een brief aan de Raad van Bestuur van het College voor Zorgverzekeringen CVZ zijn zorgen geuit over de aanhoudende problemen bij de organisatie. Sinds eind 2007 ontvangt de ombudsman regelmatig klachten die samenhangen met de grote achterstand in de afhandeling van jaarafrekeningen van in het buitenland woonachtige Nederlanders.
In zijn brief vraagt de ombudsman het CVZ naar de oorzaken van de achterstand en wanneer deze is ingehaald. Ook wil hij weten welke maatregelen het CVZ neemt om de slechte telefonische bereikbaarheid te verbeteren. In 2009 deed de ombudsman ook een oproep om meer aandacht te besteden aan de dienstverlening van het CVZ, zo wordt gemeld op de website van de ombudsman.
Er wonen ongeveer 120.000 Nederlanders in het buitenland die via het CVZ verzekerd zijn voor hun ziektekosten. Een verzekerde in het buitenland is verplicht een bijdrage voor de verzekering te betalen aan het CVZ. Die bijdrage wordt automatisch ingehouden op het inkomen dat iemand uit Nederland ontvangt, zoals een AOW-uitkering of een pensioen. De bijdrage is inkomensafhankelijk en aan een maximum gebonden. Het CVZ gaat ieder jaar na of iemand het juiste bedrag heeft betaald en verstuurt hierover een jaarafrekening. Heeft iemand te veel betaald, dan moet het CVZ terugbetalen. Achterstand betekent dus dat mensen hun geld pas veel te laat terug krijgen.
Het CVZ blijkt nu ruim 60.000 definitieve jaarafrekeningen over 2006 en 2007 nog niet te kunnen opstellen en verzenden. Dat komt neer op ongeveer een kwart van het totale aantal jaarafrekeningen van die twee jaren. Het CVZ geeft aan deze jaarafrekeningen 'zo spoedig mogelijk' te verzenden. De Nationale ombudsman heeft het CVZ gevraagd wat de oorzaak is van de achterstand en wanneer deze is ingehaald. Deze situatie baart de ombudsman zorgen omdat het CVZ eerdere toezeggingen over de datum waarop mensen hun ten onrechte ingehouden bijdrage teruggestort zouden krijgen uiteindelijk niet kon nakomen. Een onbekend aantal mensen zit hierdoor al veel te lang op hun geld te wachten. In sommige gevallen gaat het om enkele duizenden euro's. Bovendien doet eenzelfde probleem zich voor bij de voorlopige jaarafrekening over 2008. Die had het CVZ uiterlijk 30 september 2009 moeten verzenden, maar is daaraan nog steeds niet toegekomen.
Door de achterstand in jaarafrekeningen belden veel mensen met vragen naar het callcenter van CVZ. Dit leidde tot lange wachttijden van soms wel drie kwartier of tot het plotseling verbreken van de verbinding. Het CVZ heeft maatregelen genomen om deze problemen te verhelpen: jaarafrekeningen worden gefaseerd verzonden en het aantal callcentermedewerkers is verdubbeld. De ombudsman vindt dit op zichzelf een positieve ontwikkeling. Echter, de bereikbaarheid laat nog altijd te wensen over. Hij heeft het CVZ daarom gevraagd welke maatregelen er genomen worden om de deze verder op orde te krijgen. De Nationale ombudsman bracht in september 2009 het rapport Wachten op terugbetaling uit, over Nederlanders die in het buitenland wonen en grote problemen hebben om hun te veel betaalde bijdrage voor zorg terug te krijgen. De ombudsman deed een oproep aan de verantwoordelijke politici om de dienstverlening van het CVZ aan deze mensen meer aandacht te geven. Nu de problemen nog altijd niet zijn opgelost trekt de ombudsman opnieuw aan de bel. Een afschrift van de brief aan het CVZ is ook gestuurd aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en de vaste commissie voor VWS van de Tweede Kamer.
Print dit artikel
Ziektekostenverzekering op z’n Frans
De regelingen rond de ziektekostenverzekering zijn ook in Frankrijk aan voortdurende herziening en uitbreiding onderhevig. Het is voor de Fransen zelf al ingewikkeld en zeker voor buitenlanders is de situatie niet erg overzichtelijk. De overheid is met een pakket maatregelen gekomen om het systeem, bekend als de Sécu (Sécurité Sociale), te moderniseren en minder kostbaar te maken.
Binnen de Sécu vallen drie organisaties: de ziektekostenverzekeraar CNAM (Caisse nationale d’assurance maladie), de sociale dienst die ook de kinderbijslag betaalt CNAF (Caisse nationale d’allocations familiales) en de pensioenenbetaler CNAV (Caisse nationale d’assurance vieillesse). Naast de Sécu is er nog de sociale hulp (aide sociale), die op departementaal niveau ook uitkeringen verstrekt aan specifieke groepen, zoals daklozen, gehandicapten en personen die thuiszorg nodig hebben. De bij Nederlanders in Frankrijk niet onbekende CMU (couverture maladie universelle, een bijzondere vorm van ziektekostenverzekering als vangnet) valt ook onder deze aide sociale. Ten slotte zijn er nog de institutions de prévoyance die aan mensen die niet in loondienst werken verzekeringsvormen bieden die niet of onvoldoende door de Sécu zijn gedekt.
De tekorten op het ziektekostenpakket van de Sécu zijn in 2011 tot meer dan € 30 miljard opgelopen. Daarom wil de overheid niet alle kosten rond de gezondheidszorg meer
vergoeden. Het Franse ziekenfonds verzekert lang niet alle gemaakte kosten voor 100%, het zit meestal dichter bij de 70% of soms nog lager. De terugbetalingen zijn wel 100% bij zwangerschap en arbeidsongeschiktheid, dat laatste ook voor Nederlanders die een Nederlandse volledige WAO-uitkering genieten. Mensen die langdurig ziek zijn, kunnen op basis van de regeling ALD Affections de longue durée 100% van de medische kosten vergoed krijgen. Zo’n ALD-verklaring moet komen via bemiddeling van de behandelend geneesheer, de médecin traitant.
Bijzonder is het nog systeem van de carte vitale, het plastic groene kaartje - tegenwoordig met chip en pasfoto - dat iedere verzekerde moet tonen bij een bezoek aan de huisarts, althans de meeste, de apotheker en het ziekenhuis. Met de carte hoeft meestal niet contact te worden betaald en zorgt het systeem ervoor dat de begunstigde en de aanvullende verzekering worden betaald c.q. op de hoogte worden gesteld. Als nog wel contant moet worden afgerekend, zoals bij nog talrijke huisartsen, dan behoeft geen feuille de soins meer te worden afgeschreven, maar kan de administrtieve afwikkeling via de carte vitale gebeuren. Men krijgt het voorgeschoten bedrag binnen tien dagen terug van het ziekenfonds en het aanvullende niet-verzekerde bedrag van de mutuelle. Bij de apotheker en de verzekeraars is de carte te actualiseren, mettre à jour, als er wijzigingen zijn opgetreden in het gezin of als er van mutuelle is veranderd. Er staat een borne (update-zuil), die zeer eenvoudig is te bedienen.
Carte vitale vergeten: twee kwartjes extra De Franse ziekenfondsen gaan artsen 'beboeten' als zij nog gebruik maken van de papieren waarmee de patiënt zijn betaalde consulten kan terugkrijgen. Dat kost de arts per keer 50 centimes. Als een patiënt zijn of haar carte vitale vergeet en de dokter gebruik moet maken van de klassiek geworden feuille de soin, kan hij die twee kwartjes doorberekenen aan de patiënt, zo hebben de artsenorganisaties onderling afgesproken. De minister van Volksgezondheid is het niet eens met de opstelling van de artsenorganisaties en zegt dat de patiënten niet verplicht kunnen worden om die twee kwartjes te betalen. In de wachtkamers zal een papier worden opgehangen waarin de patiënten worden opgeroepen toch vooral hun carte vitale niet te vergeten. De honoraria voor de huisartsen zijn dit jaar vastgesteld op € 23 per gewoon consult. Ongeveer 30% van de artsen wil nog steeds niet aan de elektronische verwerking van de honoraria meewerken en zullen moeten betalen als zij minder dan 75% van de transacties elektronisch verwerken. Dat kost de arts per keer 50 centimes. Als een patiënt zijn of haar carte vitale vergeet en de dokter gebruik moet maken van de klassiek geworden feuille de soin, kan hij die twee kwartjes doorberekenen aan de patiënt, zo hebben de artsenorganisaties onderling afgesproken. De minister van Volksgezondheid is het niet eens met de opstelling van de artsenorganisaties en zegt dat de patiënten niet verplicht kunnen worden om die twee kwartjes te betalen. In de wachtkamers zal een papier worden opgehangen waarin de patiënten worden opgeroepen toch vooral hun carte vitale niet te vergeten. De honoraria voor de huisartsen zijn dit jaar vastgesteld op € 23 per gewoon consult. Ongeveer 30% van de artsen wil nog steeds niet aan de elektronische verwerking van de honoraria meewerken en zullen moeten betalen als zij minder dan 75% van de transacties elektronisch verwerken. In 2009 kostte de verwerking van de papieren nog € 200 miljoen. (10.02.11)
Vergoedingen door de Sécu: het wordt steeds zuiniger De laatste jaren bemerken de Franse verzekerden tegen ziektekosten dat de vergoedingen van het gekoesterde instituut van de 'Sécu' (Sécurité sociale) steeds lager worden. Die tendens zal zich ook in 2011 voortzetten. De eigen risico's worden hoger, tal van medicijnen worden niet meer of minder vergoed, wie geen verwijsbriefje naar de specialist heeft, moet extra betalen. Sinds 2000 zijn de kosten voor gezondheidszorg in een gemiddeld Frans gezin met 50% gestegen. De regering heeft plannen om de tekorten bij het ziektekostendeel van de Sécu verder te verlagen. Zonder dat er veel ophef over werd gemaakt, zijn bij drie regeringsbesluiten afgelopen zomer weer 64 medicijnen geschrapt van de lijst van geneesmiddelen die worden vergoed. Sinds 2003 zijn al vier keer groepen medicijnen uit de verzekering gehaald, in totaal meer dan 1000 medicamenten. De meeste daarvan zijn huismiddeltjes en pillen en poeders die nauwelijks werkzaam blijken. In april van dit jaar zijn de vergoedingen op 200 medicijnen met een zwak nut van 35 naar 15% gezakt (het nieuwe vignet oranje). Besparingen van deze laatste maatregel: € 145 miljoen. En er is zelfs sprake van om de pillen met een vergoeding van 35% (blauwe vignet) nog maar voor 30% terug te betalen. De verzekeraars van de aanvullende verzekeringen, de mutuelles, willen dat de geneesmiddelen worden vergoed op grond van hun werkzaamheid en niet meer via een procentenlijst van de Sécu (100%, 70%, 35%). De overheid heeft besloten het ziekenvervoer niet meer in alle gevallen voor 100% te vergoeden. De remboursement zal afhankelijk zijn van de echte noodzaak. Verder zal de behandeling tegen hoge bloeddruk - jaarlijks komen er 40.000 patiënten bij - moeten worden geschrapt van de lijst van 30 aandoeningen van langdurige ziekten, de bekende ALD, affections de longue durée, die voor 100% worden vergoed. Het eigen risico, de ticket modérateur, wordt met 0,5 punt omhoog geschroefd. De mutuelles zullen het verschil bijpassen. De tarieven van de talrijke laboratoria die bloed- en urinemonsters onderzoeken, gaan volgend jaar verder naar beneden. Eind oktober gaat het Franse parlement over de voorstellen beraadslagen. (22.10.10)
Het Franse systeem maakt het voor vrijwel iedere verzekerde noodzakelijk een aanvullende verzekering voor de hoofdverzekerde en de eventuele medeverzekerden af te sluiten, een assurance complémentaire en ook wel genoemd de mutuelle de santé. Bij de laatste vorm, zeg een niet op winst gerichte 'onderlinge', is het niet noodzakelijk een gezondheidsverklaring in te dienen, iedereen moet worden geaccepteerd. Wel hanteren steeds meer 'complémentaires' en 'onderlingen' leeftijdscriteria bij de toetreding en passen bij het voortschrijden der jaren van de verzekerde vaak andere criteria en tarieven toe. Een mutuelle zal je niet uit de aanvullende verzekering stoten als je kort na toetreding een grootverbruiker blijkt te zijn van medicijnen en medische diensten. Een gewone verzekeraar heeft die mogelijkheid wel binnen twee jaar na het afsluiten van de polis. Op internet zijn verschillende mogelijkheden beschikbaar om de kwaliteit en tarieven van de talrijke aanbieders van aanvullende verzekeringen met elkaar te vergelijken: Assurland, Devis Mutuelle, Eca-Assurances, Les Meilleures mutuelles, Mutuelle Conseil en Choisir sa mutuelle.
Meer in het algemeen: Men moet minimaal 60 uur per maand werken om in Frankrijk een basisverzekering te kunnen krijgen.
Straffen voor misbruik ziekenfonds President Nicolas Sarkozy wil dat het Franse ziekenfondssysteem in 2011 financieeel op orde is. Om dat doel te bereiken zullen nieuwe maatregelen worden aangetroffen waaronder het opleggen van bodemstraffen in 2009 bij misbruik en fraude van de assurance-maladie. Dit jaar zal het tekort uitkomen op € 4,1 miljard en op meer dan € 6 miljard in 2009 als maatregelen uitblijven. Gedacht wordt aan het extra belonen via een winstdelingsregeling van ziekenhuispersoneel dat erin slaagt zonder verlies een hospitaal te kunnen exploiteren. De mutuelles, de aanbieders van aanvullende verzekeringen, zullen hun kosten beter moeten gaan beheersen. Op het ministerie van Volksgezondheid is inmiddels bekendgewmaakt dat de verzekerde generieke geneesmiddelen volgend jaar 5% goedkoper zullen worden. Het gaat hierbij om medicijnen die in 2009 op de markt zullen komen. De overheid wil dat de prijzen van generieke medicijnen 55% goedkoper zijn dan de originele en dat uiteindelijk de vergoedingen van medicijngebruik worden gebaseerd op de prijs van de generieke pillen en poeders. (18.09.08) |
Zeer Frans is ook de zorgplicht: kinderen, ook de aangetrouwde, zijn verantwoordelijk voor het levensonderhoud van hun (schoon)ouders als die er zelf tot op zekere hoogte niet toe in staat zijn. Andersom geldt deze obligation alimentaire ook. Deze zorgplicht ligt wettelijk vast - het niet nakomen van de verplichting is een delict - en kent ook fiscale gevolgen: de ontvanger van zo'n pension alimentaire moet daarvan aangifte doen en de verstrekker kan de kosten aftrekken.
Een zelfstandige meldt zich niet aan bij de CPAM maar bij een caisse maladie régionale. Deze instelling werkt als een verzekeringsmaatschappij en int de premies en betaalt terug. Een vrije-beroeper moet zich bovendien aansluiten bij een ouderdomsverzekering (caisse de vieillesse) en een socialeverzekeringskas voor o.m. de uitbetaling van de kinderbijslag (CAF, caisse pour les allocations familiales). Voor een in een verdragsland wonende zelfstandig ondernemer gelden dezelfde voorwaarden als voor de zelfstandig ondernemer, die in Nederland woont.
De CPAM werkt in Nederland samen met de Verzekeraar AGIS te Amersfoort (tel. 0031 334456870).
Problemen met onderzoek/behandeling in Nederland kunnen daargemeld en zo nodig opgelost worden. Ook kunnen rekeningen daar worden ingediend als de behandelaar weigert de Europeese carte te accepteren.
Voor wie problemen wil aankaarten rond de Sécurité Sociale en het Frans niet beheerst, is een telefoonnummer beschikbaar om met Engels sprekende beambten te spreken: 01 53 35 23 00.
Print dit artikel
De CMU, een Franse paraplu voor alle Franse ingezetenen
Op 1 januari 2000 trad in Frankrijk een wet in werking die beoogde iedere ingezetene met een beperkt inkomen een basisdekking voor ziektekosten te geven, de Couverture Maladie Universelle (CMU). Ieder die niet valt onder een verplichte regeling als verzekerde (werknemer in loondienst, zelfstandige en ingeschreven bij een caisse of genieter van een overheidsuitkering) of rechthebbend gezinslid (ayant droit), kan er aanspraak op maken onder de enkele voorwaarde van een rechtmatig en vast verblijf gedurende drie maanden.
Deze wet is ook, onder voorwaarden, van toepassing verklaard op vreemdelingen die hun regulier verblijf in Frankrijk hebben en geen ziektekostenverzekering kunnen afsluiten. Inmiddels zijn 1,7 miljoen mensen aangesloten bij de CMU de base en 4,8 miljoen met een CMU-C (CMU complémentaire). De premie van een aansluiting bij deze door de Franse staat gefinancierde zorgverzekering bedraagt 8% van het belastbaar inkomen (revenu fiscal de référence) minus een aftrek van (tot september 2011) € 9029 voor de CMU de base. Voor de CMU-C, waarbij alle ziektekosten worden vergoed, gelden inkomensplafonds. Iemand met een inkomen dat lager is dan € 7771 per jaar (€ 11.657 voor een koppel) , kan om een dergelijke inschrijving vragen. Mensen die een mutuelle hebben en een inkomen genieten dat minder dan 26% hoger is dan het plafond voor de CMU-C, kunnen in aanmerking komen voor de ACS, de Aide pour une complémentaire santé. De jaarlijkse uitkering is € 100 voor mensen die jonger zijn dan 16 jaar, € 200 tussen 16 en 49 jaar, € 350 tussen 50 en 59 jaar en € 500 voor ouderen. Aan te vragen bij de CPAM. Genieters van een eigen huis kunnen gebruik van de CMU-c, maar moeten hun inkomen ophogen met een huurwaarde van € 110,42 per maand per koppel.
Voor de buitenlanders die nog niet gepensioneerd zijn en van eigen middelen leven, was de toegang tot de CMU sinds 23 november 2007 niet meer mogelijk. Eind augustus van dat jaar werden talloze Britten en ook groepen Nederlanders opgeschrikt door een brief van de CPAM dat zij op grond van een decreet uit de CMU worden gezet. Frankrijk is namelijk bezig om de regelingen te herzien met het oog op fraudebestrijding dan wel verspilling. Betrokkenen werd gemeld dat zij hun carte vitale moesten inleveren. Uitgangspunt bij het 'nieuwe' beleid is de Europese regelgeving die zegt dat Europeanen die zich in een ander EU-land vestigen, moeten beschikken over voldoende middelen van bestaan en niet ten laste mogen komen van het sociale systeem van hun nieuwe woonland. Zij moeten zelf een verzekering bezitten of aangesloten zijn bij het zorgsysteem van hun thuisland. De opzegbrieven gelden niet voor gepensioneerden, die verzekerd zijn door hun land van herkomst. Deze categorie buitenlanders die in Frankrijk is neergestreken, heeft onder dezelfde voorwaarden toegang tot het sociale stelsel als de Fransen zelf. Het land van origine betaalt een vast bedrag per verzekerde.
Wie vóór 23 november 2007 een dekking onder de CMU had, kan deze behouden tot de leeftijd waarop een wettelijk pensioen uit Nederland wordt ontvangen. Mensen die na die datum binnenkomen, moeten vijf jaar wachten alvorens zich te kunnen laten inschrijven bij de CMU. Een uitzondering wordt nog wel gemaakt voor mensen die door onvoorziene omstandigheden plotseling in de financiële problemen raken en niet in staat zijn zelf een particuliere verzekering af te sluiten. In juni 2011 is de Franse overheid teruggekomen op deze maatregel, kennelijk teruggefloten door de Europese Commissie. De circulaire over de genoemde vijf jaren wachttijd voor pre-gepensioneerden is ingetrokken en de toelating tot de CMU of de CMU-C zal voor deze categorie Europese buitenlanders van geval tot geval worden bekeken.
'Frankrijk moet vroeg-gepensioneerden toelaten tot CMU'

Nog voor de zomer zal het Franse ministerie van Volksgezondheid met een circulaire komen, waarin nieuwe regels zijn opgenomen over de toelating van niet-gepensioneerde Europese buitenlanders tot het Franse systeem van de ziektekostenverzekering CMU. Eind 2007 besloot Frankrijk de toegang tot de CMU voor vroeg-gepensioneerden te beperken en deze pas toe te laten nadat deze categorie buitenlanders vijf jaar regulier waren gevestigd in Frankrijk.
Dat besluit werd destijds genomen omdat met name gefortuneerde Britten in gebieden als de Dordogne en Côte d'Azur via constructies lage inkomens presenteerden, zodat men zich goedkoop tegen ziektekosten kon verzekeren. 'Brussel' lijkt volgens een bericht op een Britse website deze handelwijze van Frankrijk - de invoering van de wachtperiode van vijf jaar - te veroordelen, omdat het land daarmee inbreuk maakt op de Europese regelgeving. Voor de buitenlanders die nog niet gepensioneerd zijn en van eigen middelen leven, is de toegang tot de CMU sinds 23 november 2007 niet meer mogelijk. Eind augustus van dat jaar werden talloze Britten en ook groepen Nederlanders opgeschrikt door een brief van de CPAM dat zij op grond van een decreet uit de CMU werden gezet. Frankrijk was namelijk bezig om de regelingen te herzien met het oog op fraudebestrijding dan wel verspilling. Betrokkenen werd gemeld dat zij hun carte vitale moesten inleveren.
Uitgangspunt bij het 'nieuwe' beleid van toen was de Europese regelgeving die zegt dat Europeanen die zich in een ander EU-land vestigen, moeten beschikken over voldoende middelen van bestaan en niet ten laste mogen komen van het sociale systeem van hun nieuwe woonland, aldus de motivering destijds. Deze Europeanen moeten zelf een verzekering bezitten of aangesloten zijn bij het zorgsysteem van hun thuisland. De opzegbrieven golden niet voor gepensioneerden, die verzekerd zijn door hun land van herkomst. Deze categorie buitenlanders die in Frankrijk is neergestreken, heeft onder dezelfde voorwaarden toegang tot het sociale stelsel als de Fransen zelf. Het land van origine betaalt een vast bedrag per verzekerde, in Nederland van kracht geworden in 2006 bij de invoering van de Zorgverzekeringswet. Iedereen in Frankrijk die 60 uur in een maand heeft gewerkt of 120 uur in drie maanden, behield de rechten op betalingen door de Sécu van ontvangen medische zorg en ziekenhuisopname voor een periode van vier jaar. Een decreet van begin 2008 brengt deze periode terug tot een jaar. De uit 1993 stammende regeling gold ook voor weduwen en gescheiden vrouwen die nooit officieel hebben gewerkt (vrouwen van winkeliers of artisans) en geen eigen pensioen ontvangen, noch dat van hun ex-echtgenoot. Het recht om vier jaar na de scheiding of overlijden verzekerd te blijven, is ook teruggebracht tot een periode van een jaar. Na dat jaar kunnen deze personen zich aanmelden bij de CMU en betalen dan een premie van 8% over hun jaarinkomen boven de franchise van € 7446. Die premie is niet aan een plafond gebonden, waardoor verzekerden met hoge inkomens soms torenhoge premies moeten betalen. Het nieuwe decreet kent geen terugwerkende kracht, zodat de personen die nu onder de regeling van vier jaar vallen deze termijn behouden.
|
Specialisten discrimineren Vier op de tien Franse specialisten weigeren verzekerden te behandelen die aangesloten zijn bij de CMU. Het zijn vooral de psychiaters, de gynaecologen en de kinderartsen die CMU-verzekerden weigeren, omdat zij het lastig vinden dat deze patiënten de honoraria niet kunnen voorschieten of dat zij extra honoraria van sommige specialisten niet kunnen betalen. Bij de huisartsen wil slechts een kleine 5% geen CMU’ers accepteren. Het verschijnsel van 'déconventioneren' is vrij masssaal, met als gevolg dat er een gezondheidszorg van twee snelheden ontstaat: één voor de goed verzekerden en één voor de minder bedeelden en allochtonen. Bovendien heerst er meer en meer onvrede over de ondoorzichtige tarieven. In de sector 1 moeten de specialisten zich houden aan het tarief van de Assurance maladie, de tarifs conventionnels, basis voor de berekening van de vergoedingen door de CPAM en andere uitvoeringsorganen. In sector 2 zijn de tarieven vrij. In die sector werken specialisten die zich beter gekwalificeerd voelen omdat zij ooit als kliniekchef hebben gefunctioneerd of als assistent in een ziekenhuis. De verschillen in tarieven kunnen tot het vijfvoudige oplopen. Naar schatting 40% van de ongeveer 55.000 specialisten maken gebruik van de tariefsvrijheid, vooral oogartsen en vrouwenartsen hanteren hoge tarieven. Niet alleen neemt het aantal vrije specialisten toe, ook hun tarieven gaan steeds verder omhoog. Voorbeelden: een consult bij de 'ophtalmo' (oogarts) kost in sector 1 € 28. Het gemiddelde in sector 2 is € 46. De consumentenorganisatie INC heeft in die sector een hoogste tarief gemeten van € 150 en een laagste van € 30. Een cardioloog: in sector 1 is het tarief € 49, het gemiddelde in sector 2 € 74. De hoogste € 195 en de laagste € 49. De specialisten zijn verplicht hun tarieven duidelijk in de spreekkamers te vermelden, maar velen zijn daar te beroerd voor. Op de site van de CPAM zijn alle adressen en tarieven te vinden.
|
|
Parijse dokters weigeren CMU-patiënten
 Wederom is een studie verschenen over het acceptatiegedrag van artsen en specialisten van patiënten die zijn verzekerd onder de CMU, couverture maladie universelle. Een kwart van de Parijse artsen weigert deze patiënten te behandelen. Bij een eerdere studie elders in het land werden hogere percentages - tot 40% -gemeten.
Minister Roselyne Bachelot van Volksgezondheid werkt aan een wetsontwerp om artsen te kunnen bestraffen als zij CMU-patiënten weigeren. Over het algemeen zijn deze verzekerden personen met lage inkomens, die niet elders een ziektekostenverzekering kunnen afsluiten. Veel specialisten vragen hogere honoraria dan door de Sécu worden vergoed. Het verschil moet komen uit de aanvullende verzekeringen of uit de portemonnee van de patiënt. Volgens de bestaande wet mogen artsen de overschrijdingen niet in rekening brengen bij de CMU-verzekerden (4,8 miljoen) en weigeren daarom in groten getale deze mensen te behandelen.
Na verschillende waarschuwingen aan de beroepsgroep, begint de minister nu genoeg te krijgen van het artsengedrag en verhardt haar toon. De plaatselijke CPAM's (Caisses primaires d'assurance maladie) mogen nu testen gaan uitvoeren en bij een geconstateerde weigering om een patiënt aan te nemen, kan er een financiële sanctie volgen of een verbod worden opgelegd om hogere tarieven te hanteren. Zelfs leeft het idee om overtreders publiekelijk aan de schandpaal te binden en daarbij in het bijzonder aandacht te hebben voor de specialisten van secteur 2 (aangesloten bij de CPAM en geautoriseerd om hogere tarieven te vragen).
Bij het laatste onderzoek werden steekproeven genomen en deden onderzoekers zich voor als CMU-verzekerden die na een verhuizing op zoek waren naar een nieuwe arts. Van de ondervraagde 900 tandartsen, huisartsen en specialisten in Parijs bleek dat bijna eenderde (31,6%) van de weigeringen bij tandartsen voorkwam en 19,4% bij huisartsen. Vrouwenartsen en oogartsen weigerden patiënten voor respectievelijk 38 en 28%. Radiologen onderscheiden zich met 5%.
Als eerste reden voor het niet ontvangen van CMU-patiënten wordt genoemd de papierwinkel en de lastige administratie met de verzekeringen. De belangrijkste reden is echter een financiële: in veel geval kunnen de CMU-verzekerden de hogere, niet vergoede, honoraria niet betalen. In Parijs blijkt 58% van de artsen dergelijke dépassements d'honoraires te hanteren.
|
Print dit artikel
CMU: wachttijd van vijf jaar afgeschaft, toetsing per geval
De Franse overheid heeft de uitvoerders van de Franse ziekenfondsen per circulaire meegedeeld dat niet-actieve Europese burgers die in Frankrijk (gaan) wonen (pre-gepensioneerden), toegelaten moeten worden tot de verzekeringsvorm CMU, de Couverture maladie universelle. De in november 2007 ingevoerde wachttijd van vijf jaar is van de baan.
Deze in 2000 gecreëerde verzekeringsvorm is bedoeld voor inwoners van Frankrijk die niet op een gebruikelijke manier tegen ziektekosten in Frankrijk kunnen worden verzekerd. Deze vanghetregeling gold ook voor Europese buitenlanders die met bescheiden inkomens zich in Frankrijk vestigden en een beroep op de CMU konden doen.
In november 2007 werd de toelating tot deze CMU voor buitenlanders uit Europa beperkt. Niet-actieven moesten sinds 23 november 2007 een wachttijd in acht nemen van vijf jaar. Nederlandse gepensioneerden in Frankrijk werden niet door deze regeling getroffen, omdat zij via de Zorgverzekeringswet van 2006 'automatisch' zijn verzekerd in Frankrijk tegen ziektekosten. Frankrijk heeft deze regel met de wachttijd nu afgeschaft, kennelijk op grond van strijdigheid ervan met de Europese regelgeving. Frankrijk maakte de toegang tot de twee vormen van de CMU moeilijker: CMU de base met premiebetaling (8% over het inkomen boven de € 9029) en de gratis CMU-complémentaire voor de laagste inkomens. Dit gebeurde omdat gebleken was dat in sommige regio's misbruik werd gemaakt door vermogende buitenlanders die via trucs een laag inkomen in Frankrijk wisten te presenteren. Nu al is vastgelegd dat buitenlanders met lage inkomens, maar eigenaar van een eigen woning in Frankrijk, geen aansluiting bij de gratis CMU-C meer kunnen krijgen.
Voor de buitenlanders die nog niet gepensioneerd zijn en van eigen middelen leven, was de toegang tot de CMU sinds 23 november 2007 niet meer mogelijk. Eind augustus van dat jaar werden talloze Britten en ook groepen Nederlanders opgeschrikt door een brief van de CPAM dat zij op grond van een decreet uit de CMU werden gezet. Frankrijk is namelijk bezig om de regelingen te herzien met het oog op fraudebestrijding dan wel verspilling. Betrokkenen werd gemeld dat zij hun carte vitale moesten inleveren. Uitgangspunt bij het 'nieuwe' beleid is de Europese regelgeving die zegt dat Europeanen die zich in een ander EU-land vestigen, moeten beschikken over voldoende middelen van bestaan en niet ten laste mogen komen van het sociale systeem van hun nieuwe woonland. Zij moeten zelf een verzekering bezitten of aangesloten zijn bij het zorgsysteem van hun thuisland. De opzegbrieven gelden niet voor gepensioneerden, die verzekerd zijn door hun land van herkomst. Deze categorie buitenlanders die in Frankrijk is neergestreken, heeft onder dezelfde voorwaarden toegang tot het sociale stelsel als de Fransen zelf. Het land van origine betaalt een vast bedrag per verzekerde.
Wie vóór 23 november 2007 een dekking onder de CMU had, kon deze behouden tot de leeftijd waarop een wettelijk pensioen uit Nederland wordt ontvangen. Mensen die na die datum binnenkomen, moesten vijf jaar wachten alvorens zich te kunnen laten inschrijven bij de CMU. Een uitzondering werd nog wel gemaakt voor mensen die door onvoorziene omstandigheden plotseling in de financiële problemen raken en niet in staat zijn zelf een particuliere verzekering af te sluiten. In juni 2011 is de Franse overheid teruggekomen op deze maatregel, kennelijk teruggefloten door de Europese Commissie. De circulaire over de genoemde vijf jaren wachttijd voor pre-gepensioneerden is ingetrokken en de toelating tot de CMU of de CMU-C zal voor deze categorie Europese buitenlanders van geval tot geval worden bekeken. Opgelet: het duurt enige jaren voordat circulaires van 'Parijs' tot in alle uithoeken van La France profonde zijn doorgedrongen. Er zijn daar rijkelijk veel voorbeelden van. Het is nu zaak om de jongste circulaire voor te leggen aan de CPAM-ambtenaren.
In de circulaire worden de CPAM's erop gewezen dat zij voortaan de niet-werkzame burgers van de Europese Unie die een beroep willen doen op de CMU, afzonderlijk moeten gaan toetsen. Mensen die langer dan drie maanden in Frankrijk wonen, er permanent verblijven en over voldoende middelen van levensonderhoud beschikken (ten minste de werkloosheidsuitkering RSA van € 700 per maand voor een koppel) kunnen een beroep doen op de CMU. Ook in sommige andere gevallen moet deze aansluiting mogelijk zijn. Voorbeelden hiervan: als een onvoorziene inkomensdaling het onmogelijk maakt om er een particuliere verzekering op na te houden, zoals het werkloos raken van de partner, bij overlijden of echtscheiding.
De CPAM-ambtenaren moeten er verder op toezien dat de aanvragers niet omwille van een dure medische ingreep die in eigen land niet vergoed zou worden, 'emigreren' naar Frankrijk. Ook moeten zij in voorkomende gevallen onderzoeken of het opzeggen van een particuliere verzekering gerechtvaardigd was en niet alleen tot doel had aansluiting bij de CMU te verkrijgen. Kortom, de aanvragen van de specifieke categorie zullen van geval tot geval worden beoordeeld, waarbij ook nauwlettend naar de inkomenssituatie zal worden gekeken en naar het karakter van de verblijfplaats in Frankrijk. Het moet echt gaan om de hoofdbewoning, waarin men de meeste tijd van het jaar doorbrengt.
Print dit artikel
APA, een eenvoudige vorm van AWBZ
In 2002 is in Frankrijk de APA (Allocation Personnalisée d’Autonomie) ingevoerd. Iedereen die in Frankrijk woont, kan van de wet APA gebruikmaken, dus ook buitenlanders die permanent in Frankrijk wonen. De regeling, beheerd door het departement, is bedoeld voor ouderen vanaf 60 jaar die meer of minder afhankelijk van zorg zijn geworden.
Was gerekend op een totaal aantal gebruikers van 800.000, nu profiteren meer dan een miljoen ingezetenen van deze allocation. De financiële steun om persoonlijke zorg in te kopen wordt voor 60% besteed aan thuiszorg en voor 40% ter aanvullende betaling van de zorg in een tehuis. Ruim 80% van de genieters van de APA is ouder dan 75 jaar.
Om de hoogte van de maandelijkse uitkering te berekenen is de mate van afhankelijkheid in zes groepen verdeeld. Een team van deskundigen bepaalt per individueel geval tot welke groep je behoort. Vervolgens wordt berekend welke kosten moeten worden gemaakt om de betrokkene te helpen. De gebruiker van de diensten moet een eigen bijdrage betalen, dus het is geen verzekering waarvoor men premie betaalt. De hoogte van de eigen bijdrage (participation) hangt af van de mate van hulpbehoevendheid en van het inkomen. De maximumbedragen voor de vier belangrijkste groepen (GIR – Groupe Iso Resources) die maandelijks worden uitgekeerd zijn in GIR 1 € 1235,65 per maand, GIR 2 € 1059,13 per maand, GIR 3 € 794,35 per maand en GIR 4 € 529,56 per maand. De hoogte van de eigen bijdrage hangt af van het inkomen. Geen eigen bijdrage wordt gevraagd bij mensen die thuis wonen en een inkomen hebben dat lager is dan € 695,70. Bij GIR 5 en GIR 6 betaalt de APA niet, maar met de verklaring dat men in deze groepen is ingedeeld, bestaat wel recht op huishoudelijke hulp.
Voor personen die in een tehuis of verpleeginrichting verblijven, gelden weer andere bijdragen. Over de uitkeringen wordt geen inkomstenbelasting geheven en ook vallen de toeslagen buiten de heffing van CSG en CRDS, de sociale premies. De APA heeft overeenkomsten met de uitvoering van de AWBZ. Men kan zelf met de hulp van een raadgever van de APA een hulpplan opstellen. Na goedkeuring ervan kan de hulpzoeker met het vastgestelde budget zelf personeel aantrekken. Familieleden mogen deze diensten ook verrichten.
De APA kan geen vervanger zijn van de Nederlandse AWBZ die alleen nog zal gelden voor in het buitenland wonende Nederlanders die al, vóór de invoering van de Zorgverzekeringswet, uitkeringen uit de AWBZ-pot genoten. Sinds 2002 bestaat deze via de departementen georganiseerde en gefinancierde vorm van AWBZ-zorg, bekend onder de naam APA. De hoogte van het inkomen van de aanvrager bepaalt de hoogte van de eigen bijdrage. 'Dan blijkt dat een Nederlandse 60-plusser met een gezamenlijk modaal of hoger inkomen nauwelijks of geen aanspraak kan maken op APA-gelden voor thuiszorg en een buitengewoon hoge eigen bijdrage dient te voldoen bij opname in een zorginstelling. Een hard gelag voor Nederlanders in Frankrijk die maandelijks AWBZ-premie aan Nederland betalen en daarvoor niets terugkrijgen in Frankrijk', aldus de in Frankrijk wonende mevrouw Mimi Mentink die een onderzoek heeft gedaan naar deze vorm van zorg.
Kan een Franse 60-plusser de zorg thuis of in een instelling ondanks de APA en de eventuele extra voorzieningen door pensioenfondsen niet volledig betalen, dan zal de rechter kinderen, schoonkinderen (ja, zelfs ex-schoonkinderen) en kleinkinderen de verplichting opleggen een bijdrage te leveren. Alleen wanneer nakomelingen onvoldoende inkomen hebben of wanneer een ouder aantoonbaar zijn kinderen verwaarloosde of mishandelde, kan deze bijdrage worden kwijtgescholden. Deze verplichting kan echter niet worden opgelegd aan in Nederland wonende kinderen van in Frankrijk wonende Nederlandse bejaarden. De Nederlander in Frankrijk zal derhalve een prêt viager hypothécaire (een soort lening op het onroerend goed) moeten afsluiten of geld moeten lenen bij het departement, hetgeen met de afwikkeling van de nalatenschap wordt verrekend.
'President Sarkozy ziet in', aldus mevrouw Mentink, 'dat een toegesneden zorgplicht van (klein)kinderen voor (groot)ouders niet meer van deze tijd is en heeft voorgesteld iedere 50-plusser te verplichten een soort autonomieverzekering met een maandpremie van € 50 af te sluiten die voorziet in uitkeringen tot € 1000 per maand bovenop de APA-uitkeringen. Het is de vraag of hier enig beleidsbesluit uit zal voorkomen. Inmiddels sloten velen al vrijwillig zo’n verzekering af, die zeer betaalbaar is wanneer men er jong instapt. Verzekert men zich op hogere leeftijd dan is de premie aanzienlijk hoger. En is men al 75 jaar, dan is er geen verzekering meer mogelijk. Kankerpatiënten zullen weinig autonomieverzekeringen bereid vinden, hen op te nemen.'
Een echtpaar waarvan de oudste partner de 60 al passeerde, zal een gezamenlijke maandelijkse premie betalen van ongeveer € 110 per maand voor een uitkering tot € 1000 per maand per persoon bij GIR 1 bovenop de APA-uitkeringen. Vervolgens wordt (eenmalig) een redelijk bedrag verstrekt voor noodzakelijke aanpassingen in huis en hulpmiddelen. Bij een hogere premie stijgt uiteraard ook de uitkering. 'Diverse Nederlanders in Frankrijk sloten een autonomieverzekering af en betalen daarvoor een forse maandpremie bovenop hun maandelijkse AWBZ-premie. Krijgt Sarkozy zijn zin, dan betaalt iedere in Frankrijk wonende Nederlander verplicht een dubbele premie. Lang leve Europa!'
De Nederlander in Frankrijk kent geen uit AWBZ-gelden bekostigde WMO. In Nederland heeft zelfs een gefortuneerde recht op gratis noodzakelijke basisaanpassingen om thuis te kunnen blijven wonen. In Frankrijk heeft de Nederlandse Jan Modaal daar nog niet eens recht op. Deze Jan betaalt echter wel AWBZ aan Nederland om daarvan leeftijdgenoten in Nederland verhoogde wc-planken en douchestoeltjes cadeau te doen, zo concludeert mevrouw Mentink.
Verplichte verzekering voor ouderenzorg
De Franse overheid ziet af van het door Sarkozy gelanceerde plan om aan het systeem van de sociale zekerheid een vijfde poot toe te voegen: ouderenzorg. De Sécurité sociale is nu opgebouwd uit vier vormen van voorzieningen: ziektekosten, arbeidsongeschiktheid, pensioenvoorzieningen en gezinszorg. Het geheel toevoegen van de totale zorg voor afhankelijke ouderen gaat te veel geld kosten en kan niet alleen worden betaald uit de publieke middelen. Deze kosten bedragen nu al € 22 miljard per jaar, waarvan € 13,4 miljard ten laste komt van de Sécu, € 4,9 miljard door de departementen (APA) en € 2,9 miljard door de Caisse nationale de solidarité pour l'autonomie (CNSA). Daarnaast zijn er nog de sociale en fiscale vrijstellingen die de overheid € 2,1 miljard kosten. Een parlementaire commissie werkt aan voorstellen om een verplichte verzekering in te voeren voor personen vanaf 50 jaar. Men zal zich dan moeten inschrijven voor een verzekering tegen het verlies van de zelfstandigheid bij een mutuelle, een société de prévoyance of een gewone verzekeringsmaatschappij. Het nieuwe systeem zal op termijn de in 2001 ingevoerde APA (allocation personnalisée d’autonomie) moeten vervangen. Ongeveer 1,1 miljoen personen van 60 jaar en ouder maken gebruik van deze regeling. Het aantal Fransen dat zelf al een verzekering afsluit, neemt jaarlijks toe. Volgens becijferingen van de verzekeraars wordt 15% van de personen vanaf 65 jaar afhankelijk van zorg door derden; dat percentage is 60 voor een generatie die 90 jaar oud wordt. Verzekerden vanaf 60 jaar kunnen gemiddeld rekenen op een maandelijkse uitkering van € 1000 met een maandpremie van € 30 en van € 21 vanaf 40 jaar. Bijzonderheden van de nieuwe regelingen moeten nog worden uitgewerkt. Zo wordt eraan gedacht de uitkeringen voor vermogenden te verlagen of hen te verplichten een deel van het bezit 'op te eten'. Om de financiering van de zorg te completeren leven ook gedachten om de sociale premie op pensioenen CSG (contribution sociale généralisée) te verhogen of de vrijstellingen ongedaan te maken. Artisans, vrije beroepers, boeren en gepensioneerden die niet hoeven bij te dragen aan de CSA (contribution solidarité autonomie) zouden deze vrijstelling verliezen. Het fonds bestaat sinds 2004 en werd opgericht een jaar na de hittegolf waarbij veel ouderen voortijdig door een gebrek aan zorg het leven lieten. De Tweede Pinksterdag werd een journée de solidarité, waarbij de af te dragen sociale premies van deze gewerkte of opgenomen ATV-dag ten goede komen aan de ouderenzorg. (20.07.10)
Print dit artikel
De Franse thuiszorgNaast de hierboven beschreven vormen van AWBZ-achtige zorg via de APA, kent Frankrijk ook andere vormen van hulp met de diensten die zorgen voor het schoonhouden van het huis, voor de was, de boodschappen en de bereiding van de maaltijden als ook voor enkele administratieve handelingen. Een dergelijke hulp kan ook actief zijn bij het helpen opstaan, wassen en eten geven. Deze vormen van thuishulp worden geboden door toegelaten instellingen van de dienstverlening: de verenigingen voor huishoudelijke hulp (associations d'aides ménagères) en de CCAS, Centre Communal d'Action Sociale. www.ccas.fr.)Er vallen hier, afhankelijk van de inkomens, twee vormen van vergoedingverstrekking te onderscheiden. Personen met een pensioen dat hoger is dan € 7781 per jaar (€ 13.629 voor een koppel) kunnen terecht bij de Cnav (Caisse nationale d'assurance vieillesse of de Cram (Caisse régionale d'assurance maladie) , respectievelijk voor Ile-de-France of in 'de provincie'. Mensen met lagere inkomens kunnen gebruik maken van de huishoudelijke hulp (aide ménagère), gefinancierd door de departementen. Aanvragen voor deze hulp moet men op het gemeentehuis doen of bij een vereniging, een association d'aide ménagère à domicile. De adressen zijn te verkrijgen op het gemeentehuis of bij de Cnav en Cram, www.cnav.fr en www.cram.fr.
Dan is er nog de thuishulp bij zieken, de ziekenhulp - les services de soins à domicile. Zij treden op bij een medische indicatie zoals bedlegerigheid of het erg afhankelijk zijn. In de praktijk betekent dit zorg voor personen van 85 jaar en ouder, die een ziekenhuisopname achter de rug hebben, aan een ernstige ziekte lijden of een ongeluk hebben beleefd. Het uitgangspunt is dat deze vormen van zorg zijn gereserveerd voor personen van 60 jaar en ouder. Verpleeghulpen en infirmières bieden over het algemeen deze zorg, die bestaat uit het verstrekken van de medicijnen, het voorkomen van doorliggen, het geven van injecties en het knippen van de nagels. De procedure is dat de huisarts de noodzaak van deze medische thuiszorg constateert en vervolgens een aanvraag richt aan het ziekenfonds. Deze vergoede hulp kan boven de eventuele APA-vergoedingen komen, maar het kan hierbij voorkomen dat de APA-vergoeding dan iets wordt verlaagd.
Vervolgens bestaat er het systeem van de thuisgenezing na een ziekenhuisopname, de hospitalisation à domicile (HAD). Deze hulp richt zich op zieken die na behandeling in het hospitaal thuis verder genezen en daarbij voortdurend toezicht en zorg nodig hebben. Met deze hulp kan het verblijf in het ziekenhuis worden verkort. Deze hulp wordt voor 100% vergoed door het ziekenfonds en de afspraken over de kosten worden gemaakt in samenspraak met het betreffende ziekenhuis.
Ten slotte kent men nog het systeem van de financiële hulp aan afhankelijke personen die altijd een persoon bij zich moeten hebben, die toezicht houdt. Te denken valt aan toezicht direct na ontslag uit het ziekenhuis, bij chronische ziekte, afwezigheid van familieleden. Deze hulp - de garde à domicile - is bedoeld voor mensen van 55 jaar en ouder die een pensioen hebben dat lager is dan € 1860 per maand (€ 2790 voor een koppel). De Cnav of Cram neemt 80% van de kosten voor haar rekening met een maximum van € 1430 per persoon.
Een lijst van instellingen en hun adresgegevens:
Notre Temps
ANRESPA Association pour le développement des Nouvelles Résidences avec Services pour les Personnes Agées 15, rue Chateaubriand - 75008 PARIS Tel. : 01 40 75 52 47 - Fax : 01 40 75 52 48 info@residence-edilys.fr www.edilys.org
FEHAP Fédération des établissements hospitaliers et d’assistance privés 179, rue de Lourmel - 75015 Paris Tél. : 01 53 98 95 00 - Fax : 01 53 98 95 02 www.fehap.fr
FINESS Fichier national des établissements sanitaires et sociaux répertorié par le ministère chargé des Affaires sanitaires et sociales
FNAF Fédération nationale de l’accueil familial 815, Allée de Sénéjac - 33290 Le Pian Médoc Tel. : 05 56 57 72 28
Cap Retraite 9 rue Louis Rameau 95 870 Bezons Tél. : 0 800 891 491 (Appel Gratuit) www.capretraite.fr
Plan retraite (Ile de France & Province) 2/4/6 rue Suchet - 94 700 Maison Alfort Tel. : 0 800 575 584 (numéro vert) Tel. : 01 43 76 40 40 www.plan-retraite.fr
Retraite assistance Seniors Services 27, rue Emile Lepeu - 75011 Paris Tel. : 01 40 24 02 24 - Fax 01 40 24 00 99 www.retraite-assistance.fr
Print dit artikel
Ziek in Nederland? Extra betalen
Per 1 mei 2010 is een nieuwe Europese Verordening in werking getreden, waardoor er een aantal zaken veranderen voor verdragsgerechtigden die in een ander EU-land wonen. Eén van die wijzigingen gaat om de afgifte van de Europese verzekeringskaart (EHIC), in Frankrijk de CEAM (Carte Européenne d'Assurance Maladie) af te geven. Bestaande Europese verzekeringskaarten zullen vanaf 1 mei niet meer in Nederland worden geaccepteerd. Het land dat de uitkering of het pensioen verstrekt, wordt verantwoordelijk voor deze kaarten, bedoeld om ook elders dan het woonland verzekerd te zijn tegen ziektekosten. Naast het recht op direct noodzakelijke zorg via de EHIC in alle lidstaten van de Unie, geeft de nieuwe verordening bij verblijf in Nederland recht op aanspraak ingevolge de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). Toestemming van bijvoorbeeld de CPAM om in Nederland een gewone medische behandeling te ondergaan, dus niet spoedeisend, is niet meer nodig. Voor het inroepen van zorg in Nederland door de postactieve buitenlandse resident behoeft men geen gebruik te maken van de EHIC. Wel zal men dan te maken krijgen met het Nederlandse eigen risico van € 110 per jaar als tijdens een verblijf in een lidstaat medische hulp wordt ingeroepen. Of dat eigen risico is terug te vragen bij de caisse in Frankrijk en/of bij de aanvullende verzekering, de complémentaire/mutuelle is nog niet zeker. Naar verwachting dient men zich in voorkomend geval te wenden tot AGIS Zorgverzekeringen, zo heeft het CVZ laten weten aan de belangengroeperingen van Nederlanders in het buitenland. Het betekent wel dat de bijdragen op dit punt moeten worden herzien. Na een jaar van ervaringen opdoen, zal worden bekeken in hoeverre van de voorziening gebruik is gemaakt en of de kosten hoger zijn dan de nu bestaande regeling. In 2011 zou de verdragsbijdrage onderscheid gaan maken tussen dat deel van de zorg dat in het woonland wordt geconsumeerd en het deel daarbuiten. De gedachte achter deze splitsing is, dat het grootste deel van de zorg wordt genoten in het woonland en een beperkt deel daarbuiten, in Nederland vooral. Voor de zorg in het woonland blijft de woonlandfactor van toepassing op de verdragsbijdrage. De bijdrage voor zorg die buiten het woonland wordt geconsumeerd, wordt dan niet door de woonlandfactor gecorrigeerd. Het CVZ redeneert: 'U hebt in Nederland immers recht op zorg overeenkomstig de Zvw en de AWBZ en ook de zorg in de overige lidstaten van de EU buiten het woonland zijn via de EHIC voor rekening van Nederland.' Of meer in detail: Volgens de Verordening 883/2004 hebben verdragsgerechtigden (en hun gezinsleden) wonend in de EU-verdragslanden, na 1 mei ook in Nederland aanspraak op zorg. Het gaat dan om zorg die in Nederland op grond van de Zvw en AWBZ voor vergoeding in aanmerking komt. U hebt daarvoor geen EHIC of E112 formulier meer nodig en u hoeft ook geen toestemming te vragen. Wel hebt u de 'Verklaring aanspraak op medische zorg in Nederland' van Agis Zorgverzekeringen nodig, aldus het CVZ op zijn website. Bij het berekenen van het af te splitsen percentage wordt uitgegaan van het totaal van de gemiddelde kosten van het zorggebruik in de woonlanden, vergeleken met de kosten van door verdragsgerechtigden in Nederland ingeroepen zorg én van het totaal van de gemiddelde kosten in alle woonlanden gezamenlijk en het totaal van de extra kosten in Nederland. Daarmee wordt voorkomen, meent de Nederlandse overheid, dat binnen de groep verdragsgerechtigden te grote verschillen ontstaan. Dit draagt volgens het ministerie van minister Ab Klink en zijn uitvoeringsorganisatie CVZ bij aan solidariteit binnen de groep. Het ziet er naar uit dat velen meer bijdragen gaan betalen, zonder dat zij gebruik gaan maken van de nieuwe regeling. Het laatste woord lijkt hierover nog niet te zijn gesproken en veel is nog onduidelijk. Op deze website zullen de ontwikkelingen worden gemeld. (10.03.10)
Print dit artikel
Deze pagina is laatst gewijzigd op 23-01-2012 om 10:28.
|

het weer in Frankrijk
08 feb 2012
|