De Zorgverzekeringswet en wonen in Frankrijk

Ontving je als Frankrijkganger een langlopend Nederlands pensioen of uitkering, zoals WAO, AOW of Anw en was je ziekenfondsverzekerd in Nederland, dan was een overschrijving per gezinslid met het formulier E 121 naar de CPAM nodig, het plaatselijke kantoor van de Caisse primaire d’assurance maladie. Nu geldt deze verplichting sinds 1 januari 2006 ook voor de Nederlanders die in Frankrijk particulier verzekerd waren en een wettelijke pensioen uit Nederland ontvangen.

Via uiterst verwarrende
procedures, onduidelijke richtlijnen was het nodig om dat  formulier E 121 te pakken te krijgen. Het CVZ, College voor Zorgverzekeringen, dat is belast met de uitvoering van de nieuwe regels van de Zorgverzekeringswet (Zvw) voor Nederlanders in het buitenland, is inmiddels wat gewend geraakt aan de procedures en lijkt deze onder de knie te krijgen. Het opgelegde systeem, dat tot stormen van verontwaardiging heeft geleid, houdt in dat de gepensioneerden in Nederland een vaste bijdrage moeten betalen en nog eens bijdragen op pensioen en overige inkomsten en voor de AWBZ. Die bijdragen worden ingehouden op de AOW, uitkeringen en overige pensioenen. Nederland verrekent de ontvangen bijdragen met het land waar de Nederlanders gebruik maken van het ziekenfondssysteem aldaar.

Voor emigranten zijn er vier mogelijkheden van verzekeringen tegen ziektekosten:
• men blijft in Nederland verzekerd als daar het inkomen wordt verdiend;
• wie gaat werken in Frankrijk of een (pseudo)bedrijfje opricht, heeft niets meer met Nederland van doen en meldt zich bij een vaak goedkopere Franse
ziekenfondskas;
• je wordt 'verdragsgerechtigd' (bij een wettelijk pensioen of uitkering uit Nederland), aanmelding bij het CVZ is verplicht, waarna aanmelding in Frankrijk noodzakelijk
is;
• zelf een particuliere verzekering zoeken als er geen wettelijk pensioen in Nederland bestaat en men leeft van bijvoorbeeld eigen vermogen. Na een verblijf van vijf
jaar is aanmelding mogelijk bij de CMU.

De overheid verwoordt het aldus: de ‘verdragsgerechtigdheid’ betekent het hebben van aanspraak op vergoeding van medische- en zorgkosten ten laste van Nederland, naar de regels van het wettelijke stelsel in Frankrijk. Dit vloeit voort uit het Europese sociale zekerheidsrecht (EG1408/71). Die verdragsgerechtigdheid is op de eerste plaats gericht op degenen die een wettelijk pensioen of een wettelijke (langlopende) uitkering vanuit Nederland hebben (waaronder AOW en WAO, een ABP-pensioen en een militair pensioen enzovoort.) Bij een dergelijk pensioen zijn ook andere pensioenen en uitkeringen zoals lijfrente belastbaar voor de Zvw-bijdragen. Wie in Frankrijk woont en geen wettelijk pensioen geniet, dus (nog) niet verdragsgerechtigd is, zal over zijn wereldinkomen geen bijdragen behoeven te betalen.

Voor gezinsleden van 18 jaar en ouder moeten afzonderlijke bijdragen worden betaald en kan men in aanmerking komen voor de zorgtoeslag. Wie alleen een pensioen of
uitkering uit Nederland ontvangt is niet meer verzekerd voor de AWBZ, maar moet zich tevreden stellen met de zorg in het woonland. Bij een eventuele terugkeer in Nederland is er een wachttijd van één maand voor elk jaar dat men in Frankrijk heeft gewoond, aangenomen dat niet vrijwillig de – dure – AWBZ-premie is doorbetaald tijdens het verblijf in Frankrijk. Die wachttijd geldt niet voor voor de mensen die tot 2006 bij een ziekenfonds verzekerd waren en ook zij die voor de invoering van de Zvw een AWBZ-voorziening hadden, behouden deze.


Nederland mag bijdrage inhouden van geëmigreerden

Hof van JustitieNederlandse gepensioneerden in het buitenland mogen wel degelijk worden verplicht tot een bijdrage voor het College Voor Zorgverzekeringen. De instelling mag de premie inhouden op de AOW van de gepensioneerden, zo heeft de advocaat-generaal van het Europees Hof van Justitie aan de rechters geadviseerd. De advocaat-generaal liep daarmee vooruit op een uitspraak van het Hof over het Nederlandse ziektekostenstelsel. Enkele Nederlanders die in het buitenland wonen, hebben bezwaar tegen de verplichte aansluiting bij het CVZ. De advocaat-generaal stelt dat de EU-regels geen belemmering zijn voor een nationale bepaling die mensen verplicht zich te melden bij het CVZ en voor de inhouding van een bijdrage op het pensioen. De rechters van het EU-Hof doen over enkele maanden uitspraak. Meestal volgen zij de redenering van de advocaat-generaal.
In een toelichting schrijft de advocaat van de procederende Nederlanders dat de de Advocaat-Generaal de opvatting heeft dat de verplichting tot aanmelding bij de ziekenkas van het woonland en het inhouden van een bijdrage - ook als die aanmelding niet heeft plaatsgevonden - niet in strijd zijn met de Verordeningen 1408/71 en 574/72. De Advocaat-Generaal meent verder dat de beginselen van vrij verkeer van werknemers en van personen niet in de weg staan aan de Nederlandse wetgeving die in deze procedure ter discussie staat. De Advocaat-Generaal voegt daar wel aan toe dat wettelijke voorschriften op het gebied van sociale bescherming er in de praktijk niet toe mogen leiden dat burgers die in een andere lidstaat verblijven, minder gunstig worden behandeld dan personen die in eigen land wonen. Of sprake is van een minder gunstige behandeling van niet-ingezetenen blijkt volgens de Advocaat-Generaal niet uit de informatie die de Centrale Raad van Beroep heeft verstrekt. De Centrale Raad van Beroep zou daarom zelf moeten onderzoeken of de Nederlandse Staat bij de stelselwijziging alleen ten behoeve van ingezetenen ervoor heeft gezorgd dat de continuïteit van het beschermingsniveau werd gewaarborgd. Als dat zo is, zouden de beginselen van vrij verkeer van werknemers en van personen zich tegen het hervormde stelsel verzetten. Het is nu afwachten of het Hof van Justitie het advies van de Advocaat-Generaal overneemt.

Voor de liefhebbers: in vrijwel niet leesbare tekst is de laatste ontwikkeling bij het Europese Hof hier te lezen.
(18.07.10)



CVZ van goede wil, maar krijgt geen politieke steun

Klink

Duizenden Nederlanders in het buitenland wachten al jaren op geld dat het College voor Zorgverzekeringen CVZ hun moet terugbetalen. Ook liggen er 7500 onbehandelde bezwaarschriften. Nationale Ombudsman Alex Brenninkmeijer vraagt nu om opheldering bij minister Ab Klink van Volksgezondheid (foto). ‘Ik vind dat je niet op deze manier met mensen kunt omgaan. Voor veel Nederlanders in het buitenland gaat het om geld dat ze heel hard nodig hebben.’ Aldus een interview op de website van Radio Nederland Wereldomroep.


Voor de zoveelste keer trekt ombudsman Alex Brenninkmeijer aan de bel. Duizenden Nederlanders in het buitenland wachten nog steeds op een definitieve jaarafrekening over 2006 en 2007. Dat kan gaan om teruggave van hun te veel betaalde bijdrage aan de zorg of betalingen die zij nog moeten doen. Ondanks verscheidene brieven aan het College Voor Zorgverzekeringen zijn de problemen niet opgelost. Sterker nog, ze zijn alleen maar toegenomen, stelt ombudsman Brenninkmeijer. Hij constateert dat het CVZ van goede wil is, maar onvoldoende middelen krijgt om zijn werk goed te doen. Sinds de invoering van de Zorgverzekeringswet in 2006 is bekend dat de politiek volstrekt geen belangstelling heeft voor de electoraal niet interessante Nederlanders in het buitenland.

RNW aan Brenninkmeijer: U zegt dat het probleem groter is dan verwacht. Waaruit blijkt dat?

‘Op dit moment worden bijna 50.000 jaarafrekeningen over 2006 en 2007 verstuurd. Dat zijn enorme aantallen. Er is dus een geweldige vertraging opgelopen. Daarbij komt nog dat 2008 blijft liggen, en over 2009 zwijg ik maar. Bovendien liggen er nog 7500 bezwaarschriften te wachten op behandeling. Als mensen opkomen tegen onjuiste beslissingen, moeten ze dus ook nog heel lang wachten op resultaat.’

In een eerder gesprek met de Wereldomroep hebt u Nederlanders in het buitenland opgeroepen zich te melden als ze hier tegenaan liepen. Wat voor verhalen heeft dat opgeleverd?

‘Dat leverde veel brieven op. Ze gaan over te late terugbetalingen en over vorderingen over 2006 en 2007, over het feit dat het CVZ slecht bereikbaar is, of dat eerdere inhoudingen niet zijn meegenomen in de jaarafrekening die men uiteindelijk krijgt. Ook zijn er mensen die nog wachten op de terugbetaling over 2008. Zo kan ik nog een tijdje doorgaan. Er zijn allerlei problemen waar mensen op stuiten.’

U hebt al eerder geklaagd bij het CVZ. Wat voor antwoord kreeg u?

‘Op zich is er goed overleg met het CVZ, maar het blijkt toch een heel hardnekkig probleem te zijn. Ik heb hun in mei opnieuw een brief geschreven. Toen antwoordde het CVZ dat ze bezig waren met het ICT-systeem, en dat ze de werkprocessen beter zouden regelen. Maar het gaat om hele grote aantallen. Vervolgens heb ik in juli een brief gestuurd aan minister Klink van Volksgezondheid, met een afschrift aan de Tweede Kamer, om ook politieke aandacht te vragen voor het probleem. Want ik heb het idee dat het nog wel lang kan duren.’

Het CVZ heeft het over computerproblemen. Is het een kwestie van overmacht of onwil?

‘Voor het CVZ is het geen onwil, maar overmacht. Maar bij de politiek zie ik wel onwil. Een paar jaar geleden is die zorgverzekeringswet in werking getreden. Toen hebben ze dit gewoon niet goed geregeld. Die wet moest er komen, en daarom zijn ze heel gehaast geweest. Er was helemaal geen computersysteem om dit goed uit te voeren en men heeft destijds ook helemaal niet ingeschat welke problemen het voor Nederlanders in het buitenland zou opleveren. Toen er problemen ontstonden, dacht men: ‘het gaat maar om een kleine groep, de zorgverzekeringswet is belangrijker’ en ‘we zullen wel zien waar het schip strandt’.’

Bestaan die Nederlanders in het buitenland dan wel voor de CVZ en de politiek?

‘Je kan in ieder geval zeggen dat men onvoldoende oog heeft voor de positie van deze mensen in het buitenland. Dat moet veranderen. Ik vind dat je niet op deze manier met mensen om kan gaan. Het gaat om groepen die afhankelijk zijn van inkomen uit Nederland. Voor veel mensen gaat het om geld dat ze heel hard nodig hebben. Als dat niet op je bankrekening komt, dan zit je echt met de gebakken peren.’

U bent er als ombudsman al een paar jaar mee bezig. Heeft u het gevoel dat u er verder mee komt?

‘Met het CVZ komen we op zich wel verder. Ik zie dat ze de intentie hebben om het in orde te maken. Maar de capaciteit is beperkt, en dat is een kwestie van de politiek. Als u mij vraagt hoe ik daar tegenaan kijk, dan ben ik wel in mineur. Dan ben ik echt somber gestemd over hoe de opstelling is van de politiek ten aanzien van deze groepen mensen. Het is belangrijk dat als je geld van mensen vordert, het de juiste bedragen zijn. Als er dan een definitieve afrekening plaatsvindt, verwacht je dat die tijdig wordt verstuurd en niet na jaren, waardoor mensen jarenlang niet weten wat voor bedrag ze verschuldigd zijn. Bovendien gaat het erom dat mensen aanzienlijke bedragen moeten betalen voor de bijdrage in de AWBZ, terwijl ze heel vaak in het buitenland helemaal geen recht hebben op enige AWBZ. Dat is nogal scheef. Veel mensen hebben mij hierover geschreven.’

U spreekt nu in een brief rechtstreeks minister Klink van Volksgezondheid aan. Wat wilt u van hem?

‘Het probleem is dat we nu eerst een nieuw kabinet moeten hebben. Minister Klink zweeft nu politiek gezien tussen hemel en aarde en dat is een wat ongelukkige situatie. Ik verwacht dat de minister genoeg capaciteit bij het CVZ beschikbaar stelt om deze klus met voortvarendheid te klaren.’

Is daar wel geld voor?

‘Dat is niet een vraag waar ik als ombudsman over ga. Als ombudsman zeg ik alleen dat dit helemaal niet goed loopt. Ik heb al een paar maal aangedrongen op verbetering en ik zie dat er geen verbetering komt. Dan moeten er langzamerhand maar maatregelen worden genomen.’

Wat zou het nieuwe kabinet beter moeten doen in dit dossier?

‘In dit dossier is een hopeloze situatie ontstaan. Het is dweilen met de kraan open. In dit dossier zou het nieuwe kabinet wel kunnen zorgen voor voldoende mensen bij het CVZ die met voldoende snelheid al deze kwesties kunnen afronden. Maar ik realiseer me ook dat we juist in een tijd zitten waarin we moeten bezuinigen. Dus het ligt nogal moeilijk. Maar ook een nieuw kabinet zal niet snel van me afzijn. Dit is iets waar ik steeds weer de aandacht voor zal vragen.’
(08.07.10)




Enquête over procedures bij het CVZ
De Internationale Club van Nederlandse Gepensioneerden ICNG, vooral actief in Frankrijk, wil inzicht verwerven in de manier waarop Nederlanders in het buitenland te maken krijgen met het College voor Zorgverzekeringen CVZ, dat de uitvoerder is van de Nederlandse Zorgverzekeringswet voor in het buitenland wonende Nederlanders. Met name wil men meer inzicht krijgen in de procedures die men heeft ondervonden met het indienen van een bezwaarschrift naar aanleiding van de jaarafrekeningen 2006 en 2007. De uitslag van de enquête kan aanleiding zijn om bij afwijzingen van het bezwaarschrift een gang naar de rechtbank voor te bereiden. Bovendien wenst de Nationale ombudsman inzicht te hebben in een aantal concrete gevallen om het te laat versturen van de jaarafrekeningen met het CVZ te bespreken. Klachten over de afrekeningen kunnen nog steeds worden verstuurd naar de ombudsman. De uitslag van de enquête van de ICNG is te vinden op de website van deze organisatie.



Europarlementariër: CVZ maakt er een potje van


Ria  Oomen2Het lid van het Europse Parlement Ria Oomen die zich veel bezighoudt met kwesties rond Nederlanders in het buitenland, heeft een inventarisatie gemaakt van de klachten die Nederlanders in het buitenland ondervinden in hun contacten met het College voor Zorgverzekeringen CVZ. Zij heeft de reacties gebundeld en aan minister Ab Klink van Volksgezondheid gestuurd. Uit de reacties valt volgens het bureau van mevrouw Oomen de volgende punten af te leiden.



1. Het CVZ houdt zich niet aan de termijn waarbinnen de definitieve jaarafrekeningen over de jaren 2006 en volgende worden opgelegd. Jammer genoeg geldt hiervoor geen sanctiebepaling voor het CVZ.

2. Los van de laattijdigheid zijn zeer veel afrekeningen fout. Zo komen de inhoudingen die wel degelijk gebeurd zijn en die ook op de jaaropgaven voorkomen in heel veel gevallen gewoon niet voor op de afrekening, met als gevolg navorderingen van vaak duizenden euro’s. Er moet dan vervolgens in bezwaar worden gegaan, waarbij het niet mogelijk is om uitstel van betaling te krijgen.

3. Een aantal inhoudingspichtige heeft waarschijnlijk foute informatie doorgegeven aan het CVZ. Dit geldt vooral voor de voormalige USZO – nu UWV- gevallen, dat wel de zorgbijdragen inhoudt doch deze informatie niet heeft doorgegeven aan het CVZ. Betrokken gepensioneerden krijgen een naheffing van CVZ.

4. Het CVZ baseert zijn afrekeningen op de opgaaf wereldinkomen, die door de Belastingdienst wordt verstrekt. Als deze fout is, dan is ook de afrekening fout. In bezwaar gaan bij het CVZ volstaat dan niet. Men moet tezelfdertijd ook in bezwaar gaan tegen de beschikking wereldinkomen.

5. Veel jaarafrekeningen van pensioenfondsen enz. zijn totaal ondoorzichtig. Er wordt niet de juiste terminologie voor de inhoudingen gebruikt.

6. Sinds de invoering van de ZVW in 2006 zijn en blijven foutieve inhoudingen schering en inslag.

 


 



Bijdrage CVZ over 2008 iets lager
De nominale bijdrage op grond van de Zorgverzekeringswet die Nederlanders in het buitenland moeten betalen is voor 2008 herzien en komt iets lager uit op € 91,42. Dit bedrag dient als basis voor de toepassing van de woonlandfactor, voor Frankrijk 0,6790 in 2009 (0,6935 voor 2008). De nominale bijdrage voor 2008 was oorspronkelijk vastgesteld op € 100 per maand. Later bleek dat bij de vaststelling geen rekening was gehouden met de invloed van het eigen risico. De nominale bijdrage kwam daardoor op jaarbasis € 103 te hoog uit. De juiste nominale premie is € 1.097 per jaar (€ 91,42 per maand).

Op de jaarafrekening over het kalenderjaar 2008 zal het CVZ de correcte bedragen hanteren. Het CVZ geeft op dit moment de hoogste prioriteit aan het opstellen van de definitieve jaarafrekeningen over de jaren 2006 en 2007. De doelstelling is om voor het einde van 2009 correcte jaarafrekeningen over deze twee jaren te versturen. Het geven van prioriteit aan het opstellen van de definitieve jaarafrekeningen over 2006 en 2007 heeft als gevolg dat het CVZ het verstrekken van de voorlopige jaarafrekening over het jaar 2008 uitstelt. Het CVZ wil bovendien voorkomen dat opnieuw fouten ontstaan. De kwaliteit van de jaarafrekeningen staat voorop. De verwachting op dit moment is dat de voorlopige jaarafrekening over 2008 in het eerste kwartaal van 2010 wordt afgegeven.
Bron: website CVZ.


Informatie op internet
Op internet is het nodige te vinden voor Nederlanders die in Frankrijk (gaan) wonen en zich op de hoogte willen stellen van de nieuwe wetgeving op het gebied van de ziektekostenverzekering. Het College voor Zorgverzekeringen onderhoudt de contacten met de buitenlanders. Men kan zich via e-mail aanmelden als men gaat verhuizen of al in het buitenland woont. Het CVZ heeft een telefoonnummer voor Nederlanders die wonen of werken in het buitenland:+31 (0)10 – 428 95 51 bereikbaar van maandag t/m vrijdag tussen 9.00 en 17.30 uur.
In Frankrijk is een
Internationale Club van Nederlandse Gepensioneerden actief die er een website met nieuws op nahoudt. Er is ook nog een overkoepelende stichting actief, die processen voert om de situatie voor de buiten-Nederlanders te verbeteren: Stichting Belangenbehartiging Nederlandse Gepensioneerden in het buitenland. Ten slotte is er het forum van de website Wonen en leven in Frankrijk 
waarin vele honderden berichten zijn geplaatst van Nederlanders in Frankrijk die met het probleem van de Zvw hebben geworsteld.


Het wordt aangeraden, zo legt het CVZ uit, tijdig de uitkerings- of pensioeninstantie te informeren, want bij een te laten melding kan het zijn dat er geen recht op medische zorg is in je nieuwe woonland. De Nederlandse zorgverzekeraar zal bij de verhuizing stoppen met de inhouding van de nominale premie en ook het CVZ informeren over de verhuizing. Deze zal dan het formulier E 121 toesturen, waarmee je je meldt bij de CPAM, gevestigd in de wat grotere plaatsen in de buurt. Voor meeverhuizende gezinsleden is een afzonderlijk formulier nodig. Niet-WAO'ers kunnen dan rekenen op een vergoeding van in het algemeen 70% van de gemaakte kosten. Men zal zelf voor een aanvullende verzekering moeten zorgen bij bijvoorbeeld een Franse maatschappij. Ontvangers van WAO vallen in Frankrijk onder het 100% vergoedingentarief. De basisvoorzieningen zijn overigens in Frankrijk wel ruimer, zoals tandartszorg.

Het wil nogal eens voorkomen dat kleinere kantoren van de CPAM niet erg bekend zijn met de procedures rond de inschrijving van buitenlanders. Vervoeg je daarom bij de overkoepelende CPAM in bij voorkeur de hoofdplaats van je departement waar ook een bureau voor immigrés is of een afdeling Service Relations Internationales. Je bent meestal direct aan de beurt. De beambten weigeren meestal om zelf contact op te nemen met CVZ voor een E 121 formulier of het vragen van nadere inlichtingen. Het is nuttig om bij de hand te hebben een uittreksel van het geboorteregister. Soms ook een uittreksel van de huwelijksakte (niet het trouwboekje) of het paspoort, de attestation sur l'honneur (verklarende dat de partner geen bijverdiensten heeft), een justificatif domicile in de vorm van een factuur van de EDF, papieren van de Sociale Verzekeringsbank waaruit blijkt dat men AOW ontvangt en ten slotte een RIB of RIP. Ook als men al langer in Frankrijk woont en verzekerd is, kan het voorkomen dat men opnieuw een inschrijving moet regelen. De CPAM kent namelijk verschillende regimes, zoals voor werkenden, gepensioneerden, WAO-ers en anderen. Ook de overgang van prepensioen naar AOW bijvoorbeeld beschouwt de CPAM als een verandering van regime. Als verzekerde moet je zelf het initiatief nemen om de wijziging te melden. Wie dat nalaat, krijgt prompt een brief in de bus dat de verzekering is gestopt en dat de carte vitale niet meer kan worden gebruikt.

Voor 2010 is de woonlandfactor voor Frankrijk verhoogd van 0,6790 naar 0,7747. Rekening houdend met de woonlandfactor betekent dit een bijdrage van € 74,44 voor een in Frankrijk wonende Nederlander die een uitkering of pensioen uit Nederland ontvangt. Voor ieder meeverzekerd gezinslid van 18 jaar of ouder die in een EU-land woont, is bovendien eenzelfde vaste bijdrage per maand verschuldigd.
Voor iedere verzekerd is daarnaast ook inkomensafhankelijke bijdragen Zvw en AWBZ verschuldigd. Ook deze bijdragen worden berekend met behulp van de woonlandfactor.

Voor de berekening van de woonlandfactor 2010 is het Ministerie van VWS uitgegaan van het peiljaar 2007, dit is momenteel het meest actuele jaar waarvan de cijfers voorhanden zijn. Tot dit jaar werd er gebruik gemaakt van het peiljaar 2005. De actualisatie van het peiljaar en een hardere stijging van de gemiddelde kosten in Frankrijk in vergelijking met Nederland, zorgen ervoor dat de woonlandfactor met 14% is gestegen. 

Door de aanpassing van het peiljaar van 2005 naar 2007 zijn er enkele verschuivingen geweest. De gemiddelde zorgkosten in Frankrijk waren in 2005 € 1995,84 en werden in 2007 vastgesteld op € 2238,90. Door de invoering van de Zorgverzekeringswet daalden in dezelfde periode de gemiddelde kosten in Nederland van € 2939,58 in 2005 naar € 2890,21 in 2007. Deze aanpassing komt in de woonlandfactor terug als volgt:
Woonlandfactor 2009 - 1995,84 : 2939,58 = 0,6790

Woonlandfactor 2010 - 2238,90 : 2890,21 = 0,7747
Liefhebbers kunnen een en ander nog nalezen in de Staatscourant. Voor 2010 en voor 2009.


Als uitgangspunt gelden de percentages, die men in Nederland over het inkomen zou moeten betalen.

Samenvattend:


Nominale bijdrage:
• per maand: € 96,08 (was vorig jaar € 92; met toepassing van de woonlandfactor komt dit deel van de bijdrage voor 2010 op € 74,44 per maand).
Inkomensafhankelijke bijdrage Zvw:
• inhouding op loon, WAO-/WAZ-uitkering, Anw-/AOW-pensioen: 7,05% (was 6,9% in 2009)
• inhouding op overige inkomsten: 4,95% (was 4,8% in 2009)
• inkomstengrens: € 33.189 (was € 32.369 in 2009)
Inkomensafhankelijke bijdrage AWBZ:
• inhouding op inkomen in eerste en tweede belastingschijf: 12,15% (onveranderd)
• inkomstengrens: € 32.738 (€ 32.127 in 2009).


Voorbeeldberekening bij alleen AOW van € 1200 per maand met één gezinslid; het maandbedrag wordt uiteraard aanzienlijk hoger als ook de andere inkomsten, zoals een bedrijfspensioen, wordt meeberekend. Over die 'overige' inkomsten wordt 4,95% bijdrage ingehouden, gecorrigeerd met de woonlandfactor. 

 
Vaste bijdrage van € 96,08 x woonlandfactor Frankrijk van 0,7747 74,44
Bijdrage over € 1200 AOW x woonlandfactor Frankrijk x  7,05% 65,54
Bijdrage AWBZ over € 1200 AOW x woonlandfactor Frankrijk x 12,15% 112,95
Vaste bijdrage voor gezinslid van € 96,08 x woonlandfactor Frankrijk 74,44
Per maand (er is geen rekening gehouden met eventuele heffingskortingen)      
327,37
(2009:  286,50

            

De berekening van de zorgtoeslag
De Belastingdienst in Heerlen die de Nederlanders in het buitenland onder zijn hoede heeft, wil op de hoogte zijn van hun inkomens. Al deze mensen moeten een formulier invullen. De Belastingdienst onderneemt die actie op verzoek van Belastingdienst/Toeslagen en het College voor zorgverzekeringen (CVZ). Het gaat om het niet in Nederland belaste inkomen (NiNbi). De voorlopige berekening van de zorgtoeslagen is gebaseerd op een schatting. Voor de definitieve berekening van de hoogte van de toeslag zal het toetsingsinkomen definitief vastgesteld moeten worden. Hiervoor is het wereldinkomen van de betrokkenen van belang, zo wordt uitgelegd.
Bij de Belastingdienst/Limburg/kantoor Buitenland zal een aparte afdeling worden ingericht voor het NiNbi-proces. Uitsluitend voor NiNbi is onderstaand adres in gebruik genomen. Belastingdienst, Postbus 2546, 6401 DA Heerlen, Nederland. Algemene informatie en vragen over NiNbi worden beantwoord door de Belastingtelefoon Buitenland. Bereikbaar via +31 55 538 53 85, op maandag tot en met donderdag van 8.00 tot 20.00 uur en op vrijdag van 8.00 tot 17.00 uur.
Het recht op zorgtoeslag is in het algemeen van toepassing op alleenstaanden en paren die verzekeringsplichtigen voor de Zvw zijn. Dit geldt ook als zij in het buitenland wonen. Men moet daadwerkelijk verzekerd onder de Zvw (en dus de nominale premie betalen) om het recht te kunnen verkrijgen. De Belastingdienst gaat – maandelijks - toetsen of een aanvrager (en zijn partner) wel echt terug te vinden is in het bestand van verzekerden. Als de partner niet verzekerd is krijgt men slechts 50% van de zorgtoeslag. Aangezien de zorgtoeslag tegemoet wil komen in de nominale premie hebben kinderen onder de 18 jaar geen recht op zorgtoeslag. Een bij een (echt)paar inwonend kind boven de 18 heeft een zelfstandig recht op zorgtoeslag als het aan de voorwaarden voldoet. De zorgtoeslag wordt per maand berekend en toegekend. De aanvraag kan schriftelijk bij de Dienst Toeslagen worden gedaan (zie ook
www.toeslagen.nl). De Dienst Toeslagen (0031 555 385 385) is onderdeel van de Belastingdienst, maar niet geÏntegreerd met het onderdeel dat de inkomstenbelasting heft. Zowel binnenlandse als buitenlandse belastingplichtigen komen – als ze Zvw verzekerd of verdragserechtigd zijn – in aanmerking voor de zorgtoeslag. De zorgtoeslag is (in Nederland) geen belastbaar inkomen. Aanvragen van zorgtoeslag boven een verwacht verzamelinkomen van meer dan € 40.000 voor een paar, heeft geen zin: daarboven bestaat geen recht op zorgtoeslag.
 

CVZ, EHIC, VWS, Agis, Zvw

 

EHIC carte  vitale CVZ Agis


Veel Nederlanders in het buitenland die onder de Nederlandse Zorgverzekeringswet vallen - de zogenaamde verdragsgerechtigden - hebben eind april van het College voor Zorgverzekeringen CVZ het grijze kaartje EHIC ontvangen, de European Health Insurance Card. Tot dusver moest men het kaartje jaarlijks aanvragen bij de ziekenkas, in Frankrijk bij de CPAM, RSI en andere instellingen. Erg veel toelichting van de kant van het CVZ is er niet gekomen. Wel is duidelijk gemaakt dat men niet meer alleen voor spoedeisende gevallen recht heeft op zorg in Nederland en dat Agis Zorgverzekeringen de uitvoerende instantie blijft voor het afwikkelen van niet in het woonland gemaakte ziektekosten.


De Federatie van Nederlandse verenigingen FANF (Fédération des Associations néerlandaises en France) heeft zich op de ambassade in Parijs laten voorlichten door ambtenaren van het betrokken ministerie van VWS (Volksgezondheid, Welzijn en Sport). Het verslag van die bijeenkomst levert enige praktische informatie op.

Sinds 1 mei hebben verdragsgerechtigden recht op zorg in Nederland zoals iedere Nederlander. Dit onderdeel van de verzekering wordt verzorgd door de Nederlandse verzekeraar AGIS. Men dient hiervoor de 'Verklaring Aanspraak op Medische Zorg in Nederland' over te leggen die gelijk met het EHIC-kaartje, is ontvangen. Deze verklaring is een bewijs van verzekering. Men moet deze verklaring bij zich te hebben. Omdat deze verklaring vaak zal moeten worden overhandigd, is het raadzaam een aantal kopieën mee te nemen, aldus het verslag.


Nederlanders in Frankrijk krijgen nu derhalve met vier soorten verzekeringsverklaringen te maken:


1. De genoemde Verklaring Aanspraak op Medische Zorg in Nederland, voor geplande en ontvangen zorg in Nederland.
2. Het grijze kaartje van de EHIC voor spoedeisende hulp buiten Frankrijk, maar in Europa (de Europese Economische Ruimte).
3. Het bekende groene kaartje, de Carte vitale voor ontvangen zorg in Frankrijk.
4. Bewijs van de aanvullende verzekering voor medische zorg in Frankrijk.

Print Print dit artikel

 
De kwesties van de Zorgverzekering en de internationale gezondheidskaart

huisarts breed

De Centrale Raad van Beroep heeft twee uitspraken gedaan in de acht proefprocedures rond de kwesties van de Nederlandse Zorgverzekeringswet en de gevolgen daarvan voor de Nederlanders in het buitenland. De twee belangrijkste onderwerpen die na tal van gerechtelijk procedures uiteindelijk aan het hoogste rechtsorgaan in administratie kwestie zijn voorgelegd, betreffen het keuzerecht en de woonlandfactor. 
 


In de eerste zaak besloot de Centrale Raad het oordeel te vragen van het Europese Hof. De bezwaarden menen dat de Nederlandse Staat niet bevoegd is een Zvw-bijdrage in te houden op de AOW-uitkering van geëmigreerde gepensioneerden die zich niet hebben ingeschreven bij de ziekenkas van hun woonland met gebruikmaking van een E 121 formulier. De raad onderschrijft de bezwaren wel: toch premie betalen terwijl geen gebruik wordt gemaakt van de zorg in het woonland; belemmering van het vrije verkeer omdat het aldus minder aantrekkelijk is om naar het buitenland te vertrekken. Het Europese Hof moet nu toetsen of de Europese artikelen correct zijn toegepast.

Het onderwerp woonlandfactor, waarbij de verplichte bijdragen worden 'gecorrigeeerd' voor de zorgkosten in het woonland, is afgehandeld. De Raad meent dat de hantering van de woonlandfactor te verdedigen valt. Hoewel de kostenvergelijkingen van de zorg in Nederland niet altijd opgaan, meent de Centrale Raad dat een honderd procent evenwicht niet mogelijk is en dat bij sociale verzekeringen nu eenmaal het begrip solidariteit een belangrijke rol speelt. De uitspraak over de woonlandfactor is definitief; er is geen hoger beroep mogelijk.
De uitspraken van de Centrale Raad zijn te lezen op de site van de ICNG, Internationale Club van Nederlandse Gepensioneerden.

 

Een andere kwestie is de zorg die in het buitenland wonende Nederlanders kunnen ontvangen, als zij tijdens een verblijf in Nederland spoedeisende medische hulp nodig hebben. De Stichting Belangenbehartiging Nederlandse Gepensioneerden in het Buitenland meldt hierover het volgende.

'Gedurende de eerste helft van 2010 zal de huidige EU verordening 1408/71, die ten grondslag ligt aan de door ons verfoeide Zorgverzekeringswet, vervangen worden door een opvolger met het nummer 883/2004. De laatste informatie wijst erop dat dit vanaf 1 mei 2010 het geval zal zijn. De gevolgen daarvan voor onze doelgroep zullen vrij ingrijpend zijn. Allereerst zullen wij recht op zorg in Nederland krijgen ten laste van Nederland en wel zonder enige toestemming van de publieke zorg in het woonland. Vervolgens zal vanaf diezelfde datum de EHIC (European Health Insurance Card; in Frankrijk Carte Européenne d'Assurance Maladie) die ons toegang verschaft tot  spoedeisende zorg in alle verdragslanden met uitzondering van het woonland, niet meer worden uitgegeven door het woonland maar onder verantwoordelijkheid van het pensioenland; Nederland in ons geval. Hopelijk zal Nederland hier in voorzien vóór de ingangsdatum van de nieuwe verordening. Over de implementatie van de nieuwe verordening zijn wij nog volstrekt in het ongewisse en ook de SVB en de Nederlandse ambassade in Madrid zijn desgevraagd niet in staat ons iets te vertellen. De vrees bestaat derhalve dat er wel een regeling is getroffen maar dat de implementatie daar achteraan hinkt, zoals ook met de verstrekking van E 121 het geval was. Met het doel daarover uitsluitsel te krijgen, hebben wij ons gewend tot het ministerie VWS,' aldus de SBNG.

(De nieuwste ontwikkelingen over deze zaak zijn hier te volgen).

 


Ombudsman bezorgd over aanhoudende problemen bij CVZ

De Nationale ombudsman, Alex Brenninkmeijer, heeft in een brief aan de Raad van Bestuur van het College voor Zorgverzekeringen CVZ zijn zorgen geuit over de aanhoudende problemen bij de organisatie. Sinds eind 2007 ontvangt de ombudsman regelmatig klachten die samenhangen met de grote achterstand in de afhandeling van jaarafrekeningen van in het buitenland woonachtige Nederlanders.

In zijn brief vraagt de ombudsman het CVZ naar de oorzaken van de achterstand en wanneer deze is ingehaald. Ook wil hij weten welke maatregelen het CVZ neemt om de slechte telefonische bereikbaarheid te verbeteren. In 2009 deed de ombudsman ook een oproep om meer aandacht te besteden aan de dienstverlening van het CVZ, zo wordt gemeld op de website van de ombudsman.

Er wonen ongeveer 120.000 Nederlanders in het buitenland die via het CVZ verzekerd zijn voor hun ziektekosten. Een verzekerde in het buitenland is verplicht een bijdrage voor de verzekering te betalen aan het CVZ. Die bijdrage wordt automatisch ingehouden op het inkomen dat iemand uit Nederland ontvangt, zoals een AOW-uitkering of een pensioen. De bijdrage is inkomensafhankelijk en aan een maximum gebonden. Het CVZ gaat ieder jaar na of iemand het juiste bedrag heeft betaald en verstuurt hierover een jaarafrekening. Heeft iemand te veel betaald, dan moet het CVZ terugbetalen. Achterstand betekent dus dat mensen hun geld pas veel te laat terug krijgen.

Het CVZ blijkt nu ruim 60.000 definitieve jaarafrekeningen over 2006 en 2007 nog niet te kunnen opstellen en verzenden. Dat komt neer op ongeveer een kwart van het totale aantal jaarafrekeningen van die twee jaren. Het CVZ geeft aan deze jaarafrekeningen 'zo spoedig mogelijk' te verzenden. De Nationale ombudsman heeft het CVZ gevraagd wat de oorzaak is van de achterstand en wanneer deze is ingehaald. Deze situatie baart de ombudsman zorgen omdat het CVZ eerdere toezeggingen over de datum waarop mensen hun ten onrechte ingehouden bijdrage teruggestort zouden krijgen uiteindelijk niet kon nakomen. Een onbekend aantal mensen zit hierdoor al veel te lang op hun geld te wachten. In sommige gevallen gaat het om enkele duizenden euro's. Bovendien doet eenzelfde probleem zich voor bij de voorlopige jaarafrekening over 2008. Die had het CVZ uiterlijk 30 september 2009 moeten verzenden, maar is daaraan nog steeds niet toegekomen.

Door de achterstand in jaarafrekeningen belden veel mensen met vragen naar het callcenter van CVZ. Dit leidde tot lange wachttijden van soms wel drie kwartier of tot het plotseling verbreken van de verbinding. Het CVZ heeft maatregelen genomen om deze problemen te verhelpen: jaarafrekeningen worden gefaseerd verzonden en het aantal callcentermedewerkers is verdubbeld. De ombudsman vindt dit op zichzelf een positieve ontwikkeling. Echter, de bereikbaarheid laat nog altijd te wensen over. Hij heeft het CVZ daarom gevraagd welke maatregelen er genomen worden om de deze verder op orde te krijgen.     
De Nationale ombudsman bracht in september 2009 het rapport Wachten op terugbetaling uit, over Nederlanders die in het buitenland wonen en grote problemen hebben om hun te veel betaalde bijdrage voor zorg terug te krijgen. De ombudsman deed een oproep aan de verantwoordelijke politici om de dienstverlening van het CVZ aan deze mensen meer aandacht te geven. Nu de problemen nog altijd niet zijn opgelost trekt de ombudsman opnieuw aan de bel. Een afschrift van de brief aan het CVZ is ook gestuurd aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en de vaste commissie voor VWS van de Tweede Kamer.

 


CVZ gaat Europese verzekeringskaart verstrekken
De Europese verzekeringskaart EHIC (European Health Insurance Card, de vroeger E 111) wordt niet meer afgegeven door de plaatselijke ziekenkassen zoals de CPAM's, maar door het College voor Zorgverzekeringen in Nederland. Op Europees niveau is besloten dat gepensioneerden en uitkeringsgerechtigden die als verdragsgerechtigden geregistreerd staan, de kaart ontvangen van het land dat het pensioen of de uitkering betaalt. Het CVZ is belast met de uitgifte van deze kaarten die recht geven op spoedeisende behandelingen in andere EU-landen. Nederlanders die permanent in Frankrijk wonen en regelmatig naar Nederland reizen bijvoorbeeld, doen er goed aan in het bezit van deze kaart te komen. Rond 1 mei zou het CVZ alle Nederlandse gepensioneerden en uitkeringsgerechtigden in het buitenlandde nieuwe EHIC moeten  hebben toegestuurd.

 


CVZ: afrekeningen 2006 en 2007 komen dit voorjaar

CVZIn het eerste kwartaal van 2010 verstuurt het College voor Zorgverzekeringen de jaarafrekeningen over 2006 en 2007 aan verdragsgerechtigden. In deze afrekeningen is per jaar vermeld welke bijdrage is ingehouden en of er te veel of te weing is ingehouden. Hiermee corrigeert het CVZ de fouten die in eerdere afrekeningen zijn gemaakt en waardoor de belofte om nog voor het einde van 2009 de correcte jaarafrekeningen te sturen, niet kon worden waargemaakt. Het CVZ is nog bezig nieuwe beschikkingen te maken voor iedereen bij wie in die periode een Zvw-bijdrage is ingehouden. De brieven over 2006 zijn inmiddels verstuurd en zorgen soms voor onduidelijkheid. Ervaringen hierover in het forum. De eerste groep die een gecorrigeerde beschikking van het CVZ krijgt, zijn mensen die onder het prevalerend recht vallen en geen verdragsgerechtigden zijn. Bij deze groep hebben uitkerende (pensioen)instanties – in opdracht van het CVZ – in 2006 en/of 2007 onterecht een Zvw-bijdrage ingehouden. Dit bedrag (verrekend met eventuele eerdere betalingen) stort het CVZ bij de verzending van de beschikkingen terug, inclusief de berekende wettelijke rente. Daarna ontvangen degenen die wel verdragsgerechtigd zijn, definitieve jaarafrekeningen over 2006 en 2007. Per jaar maakt het CVZ een afzonderlijke afrekening waarin is aangegeven of de verdragsgerechtigde aan alle bijdrageverplichtingen heeft voldaan. Een te veel ingehouden bijdrage (verrekend met eventuele eerdere betalingen) stort het CVZ terug, inclusief de wettelijke rente. Als iemand in totaal te weinig bijdrage heeft betaald aan het CVZ, dient de jaarafrekening als factuur en staat het nog te betalen bedrag daarop vermeld, aldus het CVZ.
(03.03.10)

Print Print dit artikel

 
Ziektekostenverzekering  op z’n Frans

De regelingen rond de ziektekostenverzekering zijn ook in Frankrijk aan voortdurende herziening en uitbreiding onderhevig. Het is voor de Fransen zelf al ingewikkeld en z
eker voor buitenlanders is de situatie niet erg overzichtelijk. De overheid is met een pakket maatregelen gekomen om het systeem, bekend als de Sécu (Sécurité Sociale), te moderniseren en minder kostbaar te maken.

Binnen de Sécu vallen drie organisaties: de ziektekostenverzekeraar CNAM (Caisse nationale d’assurance maladie), de sociale dienst die ook de kinderbijslag betaalt CNAF (Caisse nationale d’allocations familiales) en de pensioenenbetaler CNAV (Caisse nationale d’assurance vieillesse). Naast de Sécu is er nog de sociale hulp (aide sociale), die op departementaal niveau ook uitkeringen verstrekt aan specifieke groepen, zoals daklozen, gehandicapten en personen die thuiszorg nodig hebben. De bij Nederlanders in Frankrijk niet onbekende CMU (couverture maladie universelle, een bijzondere vorm van ziektekostenverzekering als vangnet) valt ook onder deze aide sociale. Ten slotte zijn er nog de institutions de prévoyance die aan mensen die niet in loondienst werken verzekeringsvormen bieden die niet of onvoldoende door de Sécu zijn gedekt.

De tekorten op het ziektekostenpakket van de Sécu zijn in 2009 tot meer dan € 30 miljard opgelopen. Daarom wil de overheid niet alle kosten rond de gezondheidszorg meer
vergoeden. Het Franse ziekenfonds verzekert lang niet alle gemaakte kosten voor 100%, het zit meestal dichter bij de 70% of soms nog lager. De terugbetalingen zijn wel 100% bij zwangerschap en arbeidsongeschiktheid, dat laatste ook voor Nederlanders die een Nederlandse volledige WAO-uitkering genieten. Mensen die langdurig ziek zijn, kunnen op basis van de regeling ALD Affections de longue durée exonérations 100% van de medische kosten vergoed krijgen. Zo’n ALD-verklaring moet komen via bemiddeling van de behandelend geneesheer, de médecin traitant.

Bijzonder is het nog systeem van de carte vitale, het plastic groene kaartje - tegenwoordig met chip en pasfoto - dat iedere verzekerde moet tonen bij een bezoek aan de huisarts, althans de meeste, de apotheker en het ziekenhuis. Met de carte hoeft meestal niet contact te worden betaald en zorgt het systeem ervoor dat de begunstigde en de aanvullende verzekering worden betaald c.q. op de hoogte worden gesteld. Als nog wel contant moet worden afgerekend, zoals bij nog talrijke huisartsen, dan behoeft geen feuille de soins meer te worden afgeschreven, maar kan de administrtieve afwikkeling via de carte vitale gebeuren. Men krijgt het voorgeschoten bedrag binnen tien dagen terug van het ziekenfonds en het aanvullende niet-verzekerde bedrag van de mutuelle. Bij de apotheker en de verzekeraars is de carte te actualiseren, mettre à jour, als er wijzigingen zijn opgetreden in het gezin of als er van mutuelle is veranderd. Er staat een borne (update-zuil), die zeer eenvoudig is te bedienen.

Draconische maatregelen rond de Sécu voorgesteld
Onder meer doordat door de economische neergang minder premies binnenkomen voor het instandhouden van de Sécurité sociale, denkt de overheid aan het invoeren van nieuwe maatregelen. Het tekort op het ziektekostendeel van de Sécu zal volgens de laatste schatting uitkomen op € 7,7 miljard. In 2008 kwam men € 4,5 miljard te kort. Er wordt gedacht aan het veel meer laten terugbetalen van ziekenhuiskosten door de aanvullende verzekeringen, de mutuelles. Deze laatste zullen dan hun premies aanzienlijk moeten verhogen. Verder wordt serieus gesproken over het afschaffen van de vergoedingen voor kosten van de tandarts en de oogarts/opticien. Kortom, geen verzekering meer voor kronen en bruggen en voor nieuwe brillen. Dat zou € 700 miljoen schelen. Een tweede belangrijke wijziging in het stelsel zou zijn om een bouclier sanitaire in te stellen, een plafonnering van de kosten die patiënten zelf moeten betalen. Daarboven moeten de ziektekosten gratis zijn. Deze systeemwijziging zou gunstig zijn voor mensen met een langdurige ziekte. Om deze hervormingen te kunnen betalen zou er een hogere belasting op tabakproducten moeten komen. Uit vrees voor protesten van de tabakverkopers, de buralistes, is deze belasting al jaren niet verhoogd. Maar er is nu geen ontkomen meer aan, 34% van de Fransen blijven gewoon door roken en zorgen voor hoge kosten voor latere behandeling wegens kanker en hart- en vaatziekten. Een verhoging van 50 centimes per pakje sigaretten levert al snel een miljard extra op.
(09.04.09)

Het Franse systeem maakt het voor vrijwel iedere verzekerde noodzakelijk een aanvullende verzekering voor de hoofdverzekerde en de eventuele medeverzekerden af te sluiten, een assurance complémentaire en ook wel genoemd de mutuelle de santé. Bij de laatste vorm, zeg een niet op winst gerichte 'onderlinge', is het niet noodzakelijk een gezondheidsverklaring in te dienen, iedereen moet worden geaccepteerd. Wel hanteren steeds meer 'complémentaires' en 'onderlingen' leeftijdscriteria bij de toetreding en passen bij het voortschrijden der jaren van de verzekerde vaak andere criteria en tarieven toe. Een mutuelle zal je niet uit de aanvullende verzekering stoten als je kort na toetreding een grootverbruiker blijkt te zijn van medicijnen en medische diensten. Een gewone verzekeraar heeft die mogelijkheid wel binnen twee jaar na het afsluiten van de polis. Op internet zijn verschillende mogelijkheden beschikbaar om de kwaliteit en tarieven van de talrijke aanbieders van aanvullende verzekeringen met elkaar te vergelijken: Empruntis, Devis mutuelle en Choisir sa mutuelle.

Personen met lage inkomens komen in aanmerking op een jaarlijkse tegemoetkoming (chèque santé) in de kosten van de aanvullende verzekering. De financiële hulp bedraagt voor personen van 16-49 jaar € 200. Voor jongeren dan 16 jaar is de tegemoetkoming € 100. De inkomensplafonds zijn € 9025 voor een alleenstaande en € 13.538 voor een koppel.
Meer in het algemeen: Men moet minimaal 60 uur per maand werken om in Frankrijk een basisverzekering te kunnen krijgen.

Straffen voor misbruik ziekenfonds
President Nicolas Sarkozy wil dat het Franse ziekenfondssysteem in 2011 financieeel op orde is. Om dat doel te bereiken zullen nieuwe maatregelen worden aangetroffen waaronder het opleggen van bodemstraffen in 2009 bij misbruik en fraude van de assurance-maladie. Dit jaar zal het tekort uitkomen op € 4,1 miljard en op meer dan € 6 miljard in 2009 als maatregelen uitblijven. Gedacht wordt aan het extra belonen via een winstdelingsregeling van ziekenhuispersoneel dat erin slaagt zonder verlies een hospitaal te kunnen exploiteren. De mutuelles, de aanbieders van aanvullende verzekeringen, zullen hun kosten beter moeten gaan beheersen. Op het ministerie van Volksgezondheid is inmiddels bekendgewmaakt dat de verzekerde generieke geneesmiddelen volgend jaar 5% goedkoper zullen worden. Het gaat hierbij om medicijnen die in 2009 op de markt zullen komen. De overheid wil dat de prijzen van generieke medicijnen 55% goedkoper zijn dan de originele en dat uiteindelijk de vergoedingen van medicijngebruik worden gebaseerd op de prijs van de generieke pillen en poeders.
(18.09.08)

Zeer Frans is ook de zorgplicht: kinderen, ook de aangetrouwde, zijn verantwoordelijk voor het levensonderhoud van hun (schoon)ouders als die er zelf tot op zekere hoogte niet toe in staat zijn. Andersom geldt deze obligation alimentaire ook. Deze zorgplicht ligt wettelijk vast - het niet nakomen van de verplichting is een delict - en kent ook fiscale gevolgen: de ontvanger van zo'n pension alimentaire moet daarvan aangifte doen en de verstrekker kan de kosten aftrekken.


Een zelfstandige meldt zich niet aan bij de CPAM maar bij een caisse maladie régionale. Deze instelling werkt als een verzekeringsmaatschappij en int de premies en betaalt terug. Een vrije-beroeper moet zich bovendien aansluiten bij een ouderdomsverzekering (caisse de vieillesse) en een socialeverzekeringskas voor o.m. de uitbetaling van de kinderbijslag (CAF, caisse pour les allocations familiales). Voor een in een verdragsland wonende zelfstandig ondernemer gelden dezelfde voorwaarden als voor de zelfstandig ondernemer, die in Nederland woont. 

De CPAM werkt in Nederland samen met de Verzekeraar AGIS te Amersfoort (tel. 0031 334456870).

Problemen met  onderzoek/behandeling in Nederland kunnen daargemeld en zo nodig opgelost worden. Ook kunnen rekeningen daar worden ingediend als de behandelaar weigert de Europeese carte te accepteren.

Waar de klant nog koning is



Samen begeleiden Christian Butet en Peter de Jong
u bij uw dagelijkse risico's. Wij zijn in staat antwoord te geven op al uw vragen:

* Autoverzekering * Huis- en inboedelverzekering * Aanvullende ziektekostenverzekering * Pensioen, beleggingen * Beroepsmatige risico's * Specifieke risico's.

Verdere informatie op de website
www.secara.fr.


Verzekerd van vertrouwen - Verzekerd van dienstverlening - Verzekerd van advies

Print Print dit artikel

 
De CMU, een Franse paraplu voor alle Franse ingezetenen

Op 1 januari 2000 trad in Frankrijk een wet in werking die beoogde iedere ingezetene met een beperkt inkomen een basisdekking voor ziektekosten te geven, de Couverture Maladie Universelle (CMU). Ieder die niet valt onder een verplichte regeling als verzekerde (werknemer in loondienst, zelfstandige en ingeschreven bij een caisse of genieter van een overheidsuitkering) of rechthebbend gezinslid (ayant droit), kan er aanspraak op maken onder de enkele voorwaarde van een rechtmatig en vast verblijf tijdens drie maanden.

Deze wet is ook, onder voorwaarden, van toepassing verklaard op vreemdelingen die hun regulier verblijf in Frankrijk hebben en geen ziektekostenverzekering kunnen afsluiten. Inmiddels zijn 1,7 miljoen mensen aangesloten bij de CMU de base en 4,8 miljoen met een CMU-C (CMU complémentaire). De premie van een aansluiting bij deze door de Franse staat gefinancierde zorgverzekering bedraagt 8% van het belastbaar inkomen (revenu fiscal de référence) minus een aftrek van (in 2009) € 9020 voor de CMU de base. Voor de CMU-C, waarbij alle ziektekosten worden vergoed, gelden inkomensplafonds. Een koppel dat een inkomen geniet dat lager is dan € 11.282 per jaar, kan om een dergelijke inschrijving vragen. Mensen die een mutuelle hebben en een inkomen genieten dat minder dan 15% hoger is dan het plafond voor de CMU-C, kunnen in aanmerking komen voor de ACS, de Aide pour une complémentaire santé. De jaarlijkse uitkering is € 100 voor mensen die jonger zijn dan 25 jaar, € 200 tussen 25 en 60 jaar en € 400 voor ouderen. Aan te vragen bij de CPAM.

Voor de buitenlanders die nog niet gepensioneerd zijn en van eigen middelen leven, is de toegang tot de CMU sinds 23 november 2007 niet meer mogelijk. Eind augustus werden talloze Britten en ook groepen Nederlanders opgeschrikt door een brief van de CPAM dat zij op grond van een decreet uit de CMU worden gezet. Frankrijk is namelijk bezig om de regelingen te herzien met het oog op fraudebestrijding dan wel verspilling. Betrokkenen werd gemeld dat zij hun carte vitale moesten inleveren. Uitgangspunt bij het 'nieuwe' beleid is de Europese regelgeving die zegt dat Europeanen die zich in een ander EU-land vestigen, moeten beschikken over voldoende middelen van bestaan en niet ten laste mogen komen van het sociale systeem van hun nieuwe woonland. Zij moeten zelf een verzekering bezitten of aangesloten zijn bij het zorgsysteem van hun thuisland. De opzegbrieven gelden niet voor gepensioneerden, die verzekerd zijn door hun land van herkomst. Deze categorie buitenlanders die in Frankrijk is neergestreken, heeft onder dezelfde voorwaarden toegang tot het sociale stelsel als de Fransen zelf. Het land van origine betaalt een vast bedrag per verzekerde.

Wie vóór 23 november 2007 een dekking onder de CMU had, kan deze behouden tot de leeftijd waarop een wettelijk pensioen uit Nederland wordt ontvangen. Mensen die na die datum binnenkomen, moeten vijf jaar wachten alvorens zich te kunnen laten inschrijven bij de CMU. Een uitzondering wordt nog wel gemaakt voor mensen die door onvoorziene omstandigheden plotseling in de financiële problemen raken en niet in staat zijn zelf een particuliere verzekering af te sluiten.

Iedereen in Frankrijk die 60 uur in een maand heeft gewerkt of 120 uur in drie maanden, behield de rechten op betalingen door de Sécu van ontvangen medische zorg en ziekenhuisopname voor een periode van vier jaar. Een decreet van begin 2008 brengt deze periode terug tot een jaar. De uit 1993 stammende regeling gold ook voor weduwen en gescheiden vrouwen die nooit officieel hebben gewerkt (vrouwen van winkeliers of artisans) en geen eigen pensioen ontvangen, noch dat van hun ex-echtgenoot. Het recht om vier jaar na de scheiding of overlijden verzekerd te blijven, is ook teruggebracht tot een periode van een jaar. Na dat jaar kunnen deze personen zich aanmelden bij de CMU en betalen dan een premie van 8% over hun jaarinkomen boven de franchise van € 7446. Die premie is niet aan een plafond gebonden, waardoor verzekerden met hoge inkomens soms torenhoge premies moeten betalen. Het nieuwe decreet kent geen terugwerkende kracht, zodat de personen die nu onder de regeling van vier jaar vallen deze termijn behouden.

Specialisten discrimineren
Vier op de tien Franse specialisten weigeren verzekerden te behandelen die aangesloten zijn bij de CMU.  Het zijn vooral de psychiaters, de gynaecologen en de kinderartsen die CMU-verzekerden weigeren, omdat zij het lastig vinden dat deze patiënten de honoraria niet kunnen voorschieten of dat zij extra honoraria van sommige specialisten niet kunnen betalen. Bij de huisartsen wil slechts een kleine 5%  geen CMU’ers accepteren. Het verschijnsel van 'déconventioneren' is vrij masssaal, met als gevolg dat er een gezondheidszorg van twee snelheden ontstaat: één voor de goed verzekerden en één voor de minder bedeelden en allochtonen. Bovendien heerst er meer en meer onvrede over de ondoorzichtige tarieven. In de sector 1 moeten de specialisten zich houden aan het tarief van de Assurance maladie, de tarifs conventionnels, basis voor de berekening van de vergoedingen door de CPAM en andere uitvoeringsorganen. In sector 2 zijn de tarieven vrij. In die sector werken specialisten die zich beter gekwalificeerd voelen omdat zij ooit als kliniekchef hebben gefunctioneerd of als assistent in een ziekenhuis. De verschillen in tarieven kunnen tot het vijfvoudige oplopen. Naar schatting 40% van de ongeveer 55.000 specialisten maken gebruik van de tariefsvrijheid, vooral oogartsen en vrouwenartsen hanteren hoge tarieven. Niet alleen neemt het aantal vrije specialisten toe, ook hun tarieven gaan steeds verder omhoog. Voorbeelden: een consult bij de 'ophtalmo' (oogarts) kost in sector 1 € 28. Het gemiddelde in sector 2 is € 46. De consumentenorganisatie INC heeft in die sector een hoogste tarief gemeten van € 150 en een laagste van € 30. Een cardioloog: in sector 1 is het tarief € 49, het gemiddelde in sector 2 € 74. De hoogste € 195 en de laagste € 49. De specialisten zijn verplicht hun tarieven duidelijk in de spreekkamers te vermelden, maar velen zijn daar te beroerd voor. Op de
site van de CPAM zijn alle adressen en tarieven te vinden.


 Parijse dokters weigeren CMU-patiënten

carte vitale
Wederom is een studie verschenen over het acceptatiegedrag van artsen en specialisten van patiënten die zijn verzekerd onder de CMU, couverture maladie universelle. Een kwart van de Parijse artsen weigert deze patiënten te behandelen. Bij een eerdere studie elders in het land werden hogere percentages - tot 40% -gemeten.

Minister Roselyne Bachelot van Volksgezondheid werkt aan een wetsontwerp om artsen te kunnen bestraffen als zij CMU-patiënten weigeren. Over het algemeen zijn deze verzekerden personen met lage inkomens, die niet elders een ziektekostenverzekering kunnen afsluiten. Veel specialisten vragen hogere honoraria dan door de Sécu worden vergoed. Het verschil moet komen uit de aanvullende verzekeringen of uit de portemonnee van de patiënt. Volgens de bestaande wet mogen artsen de overschrijdingen niet in rekening brengen bij de CMU-verzekerden (4,8 miljoen) en weigeren daarom in groten getale deze mensen te behandelen.

Na verschillende waarschuwingen aan de beroepsgroep, begint de minister nu genoeg te krijgen van het artsengedrag en verhardt haar toon. De plaatselijke CPAM's (Caisses primaires d'assurance maladie) mogen nu testen gaan uitvoeren en bij een geconstateerde weigering om een patiënt aan te nemen, kan er een financiële sanctie volgen of een verbod worden opgelegd om hogere tarieven te hanteren. Zelfs leeft het idee om overtreders publiekelijk aan de schandpaal te binden en daarbij in het bijzonder aandacht te hebben voor de specialisten van secteur 2 (aangesloten bij de CPAM en geautoriseerd om hogere tarieven te vragen). 

Bij het laatste onderzoek werden steekproeven genomen en deden onderzoekers zich voor als CMU-verzekerden die na een verhuizing op zoek waren naar een nieuwe arts. Van de ondervraagde 900 tandartsen, huisartsen en specialisten in Parijs bleek dat bijna eenderde (31,6%) van de weigeringen bij tandartsen voorkwam en 19,4% bij huisartsen. Vrouwenartsen en oogartsen weigerden patiënten voor respectievelijk 38 en 28%. Radiologen onderscheiden zich met 5%.

Als eerste reden voor het niet ontvangen van CMU-patiënten wordt genoemd de papierwinkel en de lastige administratie met de verzekeringen. De belangrijkste reden is echter een financiële: in veel geval kunnen de CMU-verzekerden de hogere, niet vergoede, honoraria niet betalen. In Parijs blijkt 58% van de artsen dergelijke dépassements d'honoraires te hanteren.

Print Print dit artikel

 

Ticket modérateur, het eigen risico

Een consult bij een specialist conventionné is toegankelijk voor ziekenfondspatiënten. Er zijn ook specialisten die bij hun ontvangstbalie een bordje hebben met: conventionné à honoraires libres. Dat betekent dat zij meer mogen rekenen voor een consult, maar de Sécu betaalt in principe alleen het vastgestelde tarief, tarif de convention, en daarvan weer een percentage, meestal tussen de 60 en 80. Afhankelijk van de soort bijverzekering, de mutuelle, kan het verschil, dit eigen risico (ticket modérateur), geheel of gedeeltelijk worden vergoed.

Voorbeeld: je gaat naar een specialist na een verwijzing van de huisarts. Een consult bij de 'gewone' specialist die geen vrije tarieven hanteert, kost € 28, waarvan  € 18,60 wordt vergoed door de CPAM (70% minus de  € 1 eigen risico) en  € 8,40 door de aanvullende verzekering. Als je op eigen houtje een specialist bezoekt, berekent deze geneesheer zelf al een hoger tarief van € 32, waarvan maar € 14 terugkomt van de CPAM en € 7,50 van de complémentaire santé. Zelf betaal je € 10,50. Informatie over de remboursements is voor iedere verzekerde op internet te vinden onder www.ameli.fr, rubriek Assurés. Een paswoord krijg je van de plaatselijke CPAM, Caisse primaire de l’Assurance Maladie.

De premies (cotisations) voor dergelijke complementaire verzekeringen zijn hoog. Sommige aanbieders schermen met vergoedingen van 200%, 300% tot 500% van het verschil tussen de honoraria en de gehanteerde lage vergoedingstarieven van de Sécu. Kronen en bruggen en ook brillen kennen een zeer laag tarif de convention. Als de dentiste een kroon en inlay van  € 1000 plaatst, vergoedt de Sécu slechts € 251,55 minus de ticket modérateur van 30% (€ 75,46). De uitkering bedraagt dan € 176,09. Je moet dus zelf  € 823,91 betalen. Een eenvoudige aanvullende verzekering betaalt alleen het eigen risico van € 75,46, een uitgebreide aanvullende verzekering kan tot bijna € 600 gaan en dat is inderdaad meer dan 200% van het tarif de convention. Maar er zijn talrijke varianten op de hoogte van de vergoeding (remboursements), afhankelijk van de verzekeringsvorm die men heeft genomen en waarop uiteraard verschillende premies zijn gebaseerd. Ook hanteren sommige mutuelles wachttijden (délais d’attente) voordat men aanspraak kan maken op een vergoeding. Bij medische behandelingen die duurder zijn dan € 91 moet de patiënt een eigen bijdrage betalen van € 18. Dit forfait zal niet worden gevraagd bij zwangerschappen, bedrijfsongevallen of langdurige ziekte (kanker, aids) en geldt evenmin voor verzekerden onder de CMU, bedoeld voor mensen met lage inkomens.

Men ontvangt na het consult bij huisarts of specialist een door hem of haar (er zijn veel vrouwelijke huisartsen in Frankrijk) ingevuld en ondertekend bewijs voor de verzekering of het ziekenfonds, een zgn. feuille de soins, als men nog niet in het bezit is van de carte vitale of de dokter nog niet met de computer werkt. Sinds 2005 wordt bij de vergoeding van deze declaraties € 1 'eigen risico' niet meer vergoed. Bij vier maanden zwangere vrouwen en voor kinderen jonger dan 16 jaar is deze participation forfaitaire niet nodig.
Informatie in detail is te vinden op de website van de gezamenlijke CPAM's.

Wie het niet eens is met een besluit van de Franse zorgverzekeraar kan in beroep gaan en proberen de zaak in der minne te regelen door een brief te schrijven aan de Commission de recour amiable (Cra). Hoor je vervolgens niets of is het verzoek afgewezen, dan is nog beroep mogelijk de Tass, Tribunal des affaires de Sécurité Sociale.

Ziekenfondsen denken na over bezuinigingen
De directie van de Caisse nationale d'assurance-maladie (Cnam) heeft de eerste voorstellen gedaan om besparingen te bereiken in de uit de pan gerezen kosten van het ziektekostendeel van de Sécurité sociale. De bekendste daarvan zijn klassiek: verlaging van de kosten van medicijnen en ziekenvervoer en gelijktrekking van de tarieven tussen de privé klinieken en ziekenhuizen. Nieuwer zijn de gedachten om nierdyalises thuis te laten doen en ook om een betere verdeling te krijgen van de plaatsen waar nazorg en therapie kunnen worden gegeven. In plaatsen waar deze voorzieningen niet zijn, moeten behandelde patiënten dure ziekenhuisplaatsen bezet houden. Ook zouden de talrijke patiënten beter thuis kon worden nabehandeld door een fysiotherapeut of een verpleegkundige. Consequentie daarvan is wel dat ook een deel van de kosten van de kiné moeten worden vergoed. Het arbeidsverzuim als gevolg van medische ingrepen verschilt van departement tot departement. Na een blindedarmoperatie moet de een na 17 dagen weer aan het werk, de ander pas na 25 dagen. De Cnam is fel tegenstander van het idee om een bouclier sanitaire (plafonnering) in te stellen in de vergoeding van de kosten (100%) van verpleging van langdurig zieken, zoals voorgesteld door kabinetslid Martin Hirsch. Er zou een ticket modérateur (eigen risico) moeten komen voor alle verzekerden, ook voor de ernstig zieken. Pas als de kosten boven een zeker plafond uitkomen, moeten de ziekenfondsen vergoeden en in dat geval integraal.
(07.07.09)

Print Print dit artikel

 

APA, een eenvoudige vorm van AWBZ

Enkele jaren geleden is in Frankrijk de APA (Allocation Personnalisée d’Autonomie) ingevoerd. Iedereen die in Frankrijk woont, kan van de wet APA gebruikmaken, dus ook buitenlanders die permanent in Frankrijk wonen. De regeling, beheerd door het departement, is bedoeld voor ouderen vanaf 60 jaar die meer of minder afhankelijk van zorg zijn geworden.

Was gerekend op een totaal aantal gebruikers van 800.000, begin 2008 profiteerden meer dan een miljoen ingezetenen van deze allocation. De financiële steun om persoonlijke zorg in te kopen wordt voor 60% besteed aan thuiszorg en voor 40% ter aanvullende betaling van de zorg in een tehuis. Ruim 80% van de genieters van de APA is ouder dan 75 jaar.

Om de hoogte van de maandelijkse uitkering te berekenen is de mate van afhankelijkheid in zes groepen verdeeld. Een team van deskundigen bepaalt per individueel geval tot welke groep je behoort. Vervolgens wordt berekend welke kosten moeten worden gemaakt om de betrokkene te helpen. De gebruiker van de diensten moet een eigen bijdrage betalen, dus het is geen verzekering waarvoor men premie betaalt. De hoogte van de eigen bijdrage (participation) hangt af van de mate van hulpbehoevendheid en van het inkomen. De maximumbedragen voor de vier belangrijkste groepen (GIR – Groupe Iso Resources) die maandelijks worden uitgekeerd zijn in GIR 1 € 1235,65 per maand, GIR 2 € 1059,13 per maand, GIR 3 € 794,35 per maand en GIR 4 € 529,56 per maand. De hoogte van de eigen bijdrage hangt af van het inkomen. Geen eigen bijdrage wordt gevraagd bij mensen die thuis wonen en een inkomen hebben dat lager is dan € 695,70. Bij GIR 5 en GIR 6 betaalt de APA niet, maar met de verklaring dat men in deze groepen is ingedeeld, bestaat wel recht op huishoudelijke hulp.

Voor personen die in een tehuis of verpleeginrichting verblijven, gelden weer andere bijdragen. Over de uitkeringen wordt geen inkomstenbelasting geheven en ook vallen de toeslagen buiten de heffing van CSG en CRDS, de sociale premies. De APA heeft overeenkomsten met de uitvoering van de AWBZ. Men kan zelf met de hulp van een raadgever van de APA een hulpplan opstellen. Na goedkeuring ervan kan de hulpzoeker met het vastgestelde budget zelf personeel aantrekken. Familieleden mogen deze diensten ook verrichten.

De APA kan geen vervanger zijn van de Nederlandse AWBZ die alleen nog zal gelden voor in het buitenland wonende Nederlanders die al, vóór de invoering van de Zorgverzekeringswet, uitkeringen uit de AWBZ-pot genoten.


Verplichte verzekering voor ouderenzorg

senioren13De Franse overheid ziet af van het door Sarkozy gelanceerde plan om aan het systeem van de sociale zekerheid een vijfde poot toe te voegen: ouderenzorg. De Sécurité sociale is nu opgebouwd uit vier vormen van voorzieningen: ziektekosten, arbeidsongeschiktheid, pensioenvoorzieningen en gezinszorg. Het geheel toevoegen van de totale zorg voor afhankelijke ouderen gaat te veel geld kosten en kan niet alleen worden betaald uit de publieke middelen. Deze kosten bedragen nu al € 22 miljard per jaar, waarvan € 13,4 miljard ten laste komt van de Sécu, € 4,9 miljard door de departementen (APA) en € 2,9 miljard door de Caisse nationale de solidarité pour l'autonomie (CNSA). Daarnaast zijn er nog de sociale en fiscale vrijstellingen die de overheid € 2,1 miljard kosten. Een parlementaire commissie werkt aan voorstellen om een verplichte verzekering in te voeren voor personen vanaf 50 jaar. Men zal zich dan moeten inschrijven voor een verzekering tegen het verlies van de zelfstandigheid bij een mutuelle, een société de prévoyance of een gewone verzekeringsmaatschappij. Het nieuwe systeem zal op termijn de in 2001 ingevoerde APA (allocation personnalisée d’autonomie) moeten vervangen. Ongeveer 1,1 miljoen personen van 60 jaar en ouder maken gebruik van deze regeling. Het aantal Fransen dat zelf al een verzekering afsluit, neemt jaarlijks toe. Volgens becijferingen van de verzekeraars wordt 15% van de personen vanaf 65 jaar afhankelijk van zorg door derden; dat percentage is 60 voor een generatie die 90 jaar oud wordt. Verzekerden vanaf 60 jaar kunnen gemiddeld rekenen op een maandelijkse uitkering van € 1000 met een maandpremie van € 30 en van € 21 vanaf 40 jaar. Bijzonderheden van de nieuwe regelingen moeten nog worden uitgewerkt. Zo wordt eraan gedacht de uitkeringen voor vermogenden te verlagen of hen te verplichten een deel van het bezit 'op te eten'. Om de financiering van de zorg te completeren leven ook gedachten om de sociale premie op pensioenen CSG (contribution sociale généralisée) te verhogen of de vrijstellingen ongedaan te maken. Artisans, vrije beroepers, boeren en gepensioneerden die niet hoeven bij te dragen aan de CSA (contribution solidarité autonomie) zouden deze vrijstelling verliezen. Het fonds bestaat sinds 2004 en werd opgericht een jaar na de hittegolf waarbij veel ouderen voortijdig door een gebrek aan zorg het leven lieten. De Tweede Pinksterdag werd een journée de solidarité, waarbij de af te dragen sociale premies van deze gewerkte of opgenomen ATV-dag ten goede komen aan de ouderenzorg.
(20.07.10)

Print Print dit artikel

 

Ziek in Nederland? Extra betalen

EHICPer 1 mei 2010 is een nieuwe Europese Verordening in werking getreden, waardoor er een aantal zaken veranderen voor verdragsgerechtigden die in een ander EU-land wonen. Eén van die wijzigingen gaat om de afgifte van de Europese verzekeringskaart (EHIC), in Frankrijk de CEAM (Carte Européenne d'Assurance Maladie) af te geven.  Bestaande Europese verzekeringskaarten zullen vanaf 1 mei niet meer in Nederland worden geaccepteerd. 
Het land dat de uitkering of het pensioen verstrekt, wordt verantwoordelijk voor deze kaarten, bedoeld om ook elders dan het woonland verzekerd te zijn tegen ziektekosten. Naast het recht op direct noodzakelijke zorg via de EHIC in alle lidstaten van de Unie, geeft de nieuwe verordening bij verblijf in Nederland recht op aanspraak ingevolge de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). Toestemming van bijvoorbeeld de CPAM om in Nederland een gewone medische behandeling te ondergaan, dus niet spoedeisend, is niet meer nodig. Voor het inroepen van zorg in Nederland door de postactieve buitenlandse resident behoeft men geen gebruik te maken van de EHIC. Wel zal men dan te maken krijgen met het Nederlandse eigen risico van € 110 per jaar als tijdens een verblijf in een lidstaat medische hulp wordt ingeroepen. Of dat eigen risico is  terug te vragen bij de caisse in Frankrijk en/of bij de aanvullende verzekering, de complémentaire/mutuelle is nog niet zeker. Naar verwachting dient men zich in voorkomend geval te wenden tot AGIS Zorgverzekeringen, zo heeft het CVZ laten weten aan de belangengroeperingen van Nederlanders in het buitenland. 
Het betekent wel dat de bijdragen op dit punt moeten worden herzien. Na een jaar van ervaringen opdoen, zal worden bekeken in hoeverre van de voorziening  gebruik is gemaakt en of de kosten hoger zijn dan de nu bestaande regeling. In 2011 zou de verdragsbijdrage onderscheid gaan maken tussen dat deel van de zorg dat in het woonland wordt geconsumeerd en het deel daarbuiten. De gedachte achter deze splitsing is, dat het grootste deel van de zorg wordt genoten in het woonland en een beperkt deel daarbuiten, in Nederland vooral. Voor de zorg in het woonland blijft de woonlandfactor van toepassing op de verdragsbijdrage. De bijdrage voor zorg die buiten het woonland wordt geconsumeerd, wordt dan niet door de woonlandfactor gecorrigeerd. Het CVZ redeneert: 'U hebt in Nederland immers recht op zorg overeenkomstig de Zvw en de AWBZ en ook de zorg in de overige lidstaten van de EU buiten het woonland zijn via de EHIC voor rekening van Nederland.'
Bij het berekenen van het af te splitsen percentage wordt uitgegaan van het totaal van de gemiddelde kosten van het zorggebruik in de woonlanden, vergeleken met de kosten van door verdragsgerechtigden in Nederland ingeroepen zorg én van het totaal van de gemiddelde kosten in alle woonlanden gezamenlijk en het totaal van de extra kosten in Nederland. Daarmee wordt voorkomen, meent de Nederlandse overheid, dat binnen de groep verdragsgerechtigden te grote verschillen ontstaan. Dit draagt volgens het ministerie van minister Ab Klink en zijn uitvoeringsorganisatie CVZ bij aan solidariteit binnen de groep. Het ziet er naar uit dat velen meer bijdragen gaan betalen, zonder dat zij gebruik gaan maken van de nieuwe regeling. Het laatste woord lijkt hierover nog niet te zijn gesproken en veel is nog onduidelijk. Op deze website zullen de ontwikkelingen worden gemeld.

(10.03.10)


Print Print dit artikel

Deze pagina is laatst gewijzigd op 02-08-2010 om 18:07.


het weer in Frankrijk
het weer in Frankrijk
10 sep 2010