|
Kanttekeningen bij de Franse zonnecellen

Geld verdienen met het zelf opwekken van elektriciteit met behulp van zonnecellen. Frankrijk heeft het nu ook ontdekt. Zowel overheid als bedrijven hebben zich massaal gestort op de promotie van deze vorm van energie opwekken: fiscale tegemoetkomingen en interessante reclame van de installateurs. Daarnaast de EDF, die de stroom (nog) tegen een hoge prijs terugkoopt bij levering aan het net door particulieren, boeren en andere ondernemers.
Volgens het grote milieu-actieplan Grenelle, moet Frankrijk vanaf 2011 beginnen met het opzetten van solaire centrales in elk van de regio's. De capaciteit van fotovoltaïsch opgewekte elektriciteit moet dan 23 keer zo groot zijn geworden in 2020.
De uitbundigheid is groot, bij de eigenaren van woningen en bij de handelsmensen, die gouden bergen beloven. Toch beginnen de eerste uitingen van kritiek op de jubelstemming al door te klinken. Installatiebedrijven en handelaren richten zich in hun publiciteitscampagnes vooral tot een specifieke doelgroep: de gepensioneerden. Deze Franse, van hun rust genietende retraités, niet zelden levend van een bescheiden pensioentje, zouden een centje kunnen bijverdienen met het opwekken van stroom via fotovoltaïsche cellen op het dak van hun woning. Maar is het allemaal wel zo zonnig?
De meest ideale situatie: je woont in het zuiden van Frankrijk, de installateur kent zijn vak, de belastingteruggave kan geheel worden genoten, het dak van je huis staat naar het zuiden gericht en heeft de juiste hellingshoek. Het lijkt interessant te worden, te meer daar de materiaalprijzen zijn gedaald en de staat een hoog tarief betaalt van 58 centimes per kilowatt/uur voor een installatie die in het dak is geïntegreerd met een vermogen van 3 kWc - kilowatt crête. In het zuiden waar de zon vaak en veel schijnt, is het dus jackpot. De terugverdientijd van de investeringen, de aansluitkosten, de hogere verzekering zou bij dit alles zeven jaar zijn. En de huiseigenaar weet zich verzekerd van een regelmatige bijverdienste.
De tarieven voor de professionele opwekkers van fotovoltaïsche stroom zullen 12% naar beneden gaan.
Maar, pas op. Tussen de papieren beloften en de werkelijkheid gaapt een diepe afgrond. De voorgespiegelde inkomsten kunnen ontaarden in financiële ellende, zoals blijkt uit de talrijke conflicten die de consumentenbond Que Choisir gevraagd is op te lossen. Zo zijn de nieuwe eigenaren van panelen al verplicht de maandelijke krediettermijnen te betalen, terwijl de installatie nog niet is aangesloten op het netwerk of dat er technische problemen. Ook komt het voor dat op geld beluste handige jongens hun bedrijfje al weer failliet moesten laten gaan, terwijl de aanleg nog niet afgerond is. Niet zelden komt het voor dat de panelen wel werken, maar dat het dak is gaan lekken. Een beloofd eldorade kan ontaarden in een ware nachtmerrie.
Een van de grootste vergissingen die men kan maken is het tekenen van een contract ter plekke: op een woonmarkt, een energie-salon of bij iemand die langs de deur komt. Zulke belangrijke zaken onderneem je op eigen initiatief, het gaat om belangrijke investeringen en er moet goed over worden nagedacht. Het is zaak om het dossier goed op orde te krijgen, de degelijkheid en deugdelijkheid van het de onderneming te onderzoeken, de garanties te kennen en voldoende kredietwaardig te zijn om de aflossingen van de leningen te kunnen doen, ook al wordt er nog geen stroom geleverd.
Niet onverstandig is het ook om verschillende offertes aan te vragen en deze met elkaar te vergelijken. Uitkijken is het met de snelle praters die een financieringsplan voorspiegelen dat 'niets kost', zodat het verstandig heet om nu wel direct te tekenen. Het enige doel hierbij is te voorkomen dat je nog bij andere bedrijven te rade gaat. Oppassen geblazen is het ook met de grote namen. Het zijn regionaal en zelfs landelijke opererende bedrijven met veel vestigingen, die verzot zijn op het afsluiten van contracten. Veel van die eendagsvliegen, belust op het zoete geld, stoppen er ook snel weer mee. Sommigen vallen al onder het nieuwe etiket 'éco-délinquants'. De markt is in feite pas een jaar of twee op gang gekomen, maar de eerste faillissementen zijn al uitgesproken. De zich marktleider noemende Ideosun is er al mee gestopt. Andere ondernemingen hebben winstgevende zaken gedaan zonder zich al te veel te bekommeren om de afgeleverde kwaliteit of het goed functioneren van de installatie. Slecht voorbeeld is hier BSP waarover de consumentenorganisatie veel klachten ontvangen. Que Choisir in Nice heeft zelfs de justitie erbij gehaald. Nogal wat vestigingen blijken te worden gerund door franchisenemers, bij wie in een faillissement meestal niets meer te halen valt. De risico's kunnen veel kleiner zijn als men in zee gaat met de dochterondernemingen van de reuzen als ERDF voor EDF, Energie voor GDF-Suez. Over het algemeen zijn de offertes van deze bedrijven hoger.
Een werkelijke professioneel is te herkennen aan een uitleg die niet gepaard gaat met de meest wonderbaarlijke beloften, zoals de overdrijving van de productie. Hespul, de pioniersorganisatie op het gebied van zonne-elektriciteit, constateert de laatste maanden dat ondernemingen veel te hoge schattingen geven van de verwachte productie. Een installatie in de regio van Lyon zou een productie hebben tot 1500 kWh/kWc, terwijl de werkelijkheid ligt tussen 1000 et 1100 kWh/kWc.
Ook productiegaranties blijken in de praktijk niet haalbaar, omdat het vaststellen van gebreken gepaard gaat met het demonteren van de panelen, die vervolgens naar een laboratorium moeten worden gebracht. In de praktijk zegt zo'n productiegarantie niets. Een ter zake kundige installateur is aan zijn optreden te herkennen. Hij kijkt naar de ligging van het huis, de vorm van het dak, bekijkt de omgeving naar mogelijke schaduwvorming, onderzoekt waar de kabels precies moeten komen, waar de omvormer en de twee nieuwe meters een plaats zullen krijgen, levert een gedetailleerde offerte, legt uit hoe de administratieve procedure verloopt. In het beste geval neemt hij die laatste zorg van de mogelijke klant op zich.
Het devis moet wel een beetje kloppen met de gangbare prijzen. Zo schommelt de aanleg van een in het dak geïntegreerde installatie van 3kWc tussen de € 15.000 en € 20.000. Een prijs van € 18.000 wordt hier door de deskundigen als standaard beschouwd. Maar er zijn al offertes gezien van € 25.000 tot € 28.000. Om geen verwarring te krijgen en prijzen onderling te kunnen vergelijken moet de professioneel zich uitdrukken in watt of kilowatt crête installé. Praten in vierkante meter zegt niets, het rendement van een vierkante meter hangt af van het type van de gebruikte modules.
Of het allemaal zal lukken en bovendien onder de meest gunstige omstandigheden, hangt af van de zekerheid van de belastingteruggave en van de vraag of het dak de meest ideale ligging kent: pal op het zuid, een helling van 30 à 40 graden en geen dreiging van schaduw door groeiende bomen. Dan is er nog de vraag of de financiële middelen toereiken zijn. Rekenen op de toekomstige opbrengsten uit de verkoop aan de EDF om de maandelijks eindjes aan elkaar te knopen, is zeer riskant. Er zijn nog tal van onzekerheden en zonder zekerheid over dat alles, dreigt een toekomstige schuldenlast. Wie een lening afsluit en direct zal aflossen, komt in de problemen als de levering aan de EDF nog niet is geregeld. Dat aansluiten kan soms een jaar duren. Sommige kredietverleners willen wel wachten met het vragen van de terugbetalingen totdat daadwerkelijk stroom wordt geleverd, maar hun lening kent dan wel een hogere prijs.
Het blijft toch een beetje gokken. Neem het dak. Als er een geïntegreerd systeem moet komen, zal er gebroken moeten worden met alle kans de de waterdichtheid van het dak niet meer gegarandeerd is. Je krijgt dan wel 58 centimes per kWh, maar het risico op problemen met het dak blijft. In Duitsland is dat probleem omzeild, door ook hoge subsidie te geven op panelen die zonder breekwerk op het dak zijn geplaatst. De plaatsingskosten zijn bovendien veel lager. Frankrijk verkiest te integreren in het dak, duurder en riskanter, maar wel estetischer. Vanaf 2011 gaat de hoge prijs van 58 centimes naar 42 centimes. De 58 centimes blijft gereserveerd voor systemen die geheel waterdicht zijn en de pannen en dakvorsten zelf photovoltaïsch zijn. Experts vinden deze uitzondering onzin.
Vragen rijzen bovendien of al die aandacht wel moet uitgaan naar opwekking van elektriciteit door particulieren. Kunnen de fiscale tegemoetkomingen niet veel beter worden gebruikt om huizen te isoleren en oude verwarmingsketels te vervangen? Het is natuurlijk wat zot dat particulieren zich geheel focussen op het nieuwe systeem van de zonnepanelen, terwijl hun huis slecht of niet is geïsoleerd.
Hoe dan ook, bij het toepassen van de fotovoltaïsche cellen zijn enkele punten belangrijk om tevoren te overwegen.
1. Voor de aanleg is geen bouwvergunning nodig (permis de construire), maar een eenvoudige déclaration préalable de travaux, op te vragen bij de mairie. Pas bij de verkrijging ervan is het verstandig om akkoord te gaan met een offerte. Niet alle gemeenten staan die panelen toe in historisch gevoelige gebieden.
2. Direct na het verkrijgen van de déclaration is het zaak zo snel mogelijk contact op te nemen met de ERDF over de aansluing. Deze EDF-dochter wordt overstelpt met aanvragen en de behandeling ervan kan enkele maanden vergen. De aansluiting kost € 600 tot € 1000. Andere kosten zijn nog het abonnement op de twee meters, € 56.
3. De garantie décennale (tienjarige garantie) van de installateur is noodzakelijk, dus vraag om een verklaring. Daarin moet staan vermeld dat de zaak waterdicht is afgewerkt en dat de installatie zonder fouten is gedaan. Het label Quali PV boezemt enig vertrouwen in over de verzekering van de installateur, maar zegt niets over zijn vakbekwaamheid.
4. De offerte moet de juiste referenties vermelden van de modules en het aantal ervan, als ook van de onduleur; de modules moeten voldoen aan de normen NF 61 215 of NF 61 646. De offerte geeft verder informatie over de intergratie met het dak, de levering van materiaal zoals schakelkast, kabels, de uiterste datum van levering en de installatie. Ook de kosten van een aansluiting op het net moeten worden aangegeven. De facturen moeten exact aangeven om welk gebruikt materiaal het gaat, zodat de fiscus de belastingteruggave kan verzorgen.
5. Zelfs al lijkt de installateur ter zake kundig, vraag toch referenties over afgeleverde werken elders in de buurt en praat eens met de klanten van deze firma.
6. Als de installatie eenmaal is aangesloten, controleer de meter maandelijks. Storing of een productiedaling worden niet automatisch gemeld.
Nog enkele nuttige adressen:
De verenigigng Hespul is de aangewezen club voor zonne-energie. De site levert een schat aan informatie. Ook is er nog een forum actief.
|
Bedrijfstak nog rommelig en onduidelijk
Zoals vaak met nieuwe markten het geval is, ontwikkelt een bedrijfstak daarin rommelig en trekt nogal wat avonturiers aan. Ook de verwachtingen blijken vaak te hoog gespannen, zoals de hoopgevende berichten van de overheid. De laatste maanden heeft het verwijten geregend over de bedrijfstak zonne-energie. Onduidelijk en ingewikkeld.
Eind maart 2010 waren zo'n 50.000 fotovoltaïsche installaties aangesloten op het Franse elektriciteitsnetwerk met een totaal vermogen van 350 megawatt. De nieuwe activiteit levert veel banen op en zou in 2020 werk bieden aan 70.000 personen. Maar al met al levert de zelf opgewekte stroom niet meer dan 0,05% van de Franse stroomproductie. De door de zon opgewekte warmte levert 1,1% van de geproduceerde warmte in Frankrijk.
De aanschaf van panelen om water te verwarmen is vorig jaar met 15% gedaald. Bij deze investeringen staan geen subsidiepotten klaar. De installatie van fotovoltaïsche zonnepanelen daarentegen is fiscaal erg interessant door het crédit d'impôt (belastingteruggave) voor investeringen tot € 16.000. Het enthousiasme voor deze manier van energie opwekken is ondanks de wat gedaalde terugleveringsprijs nog groot. De markt van installateurs lijkt niet aangetast door de maatregel van het milieuplan Grenelle 2.
|